Een gescheurd spandoek van Zine El Abidine Ben Ali, voormalig president van Tunesië.

Arabische Lente

Tien jaar na de Arabische Lente hebben Tunesiërs meer vrijheid, maar minder geld: ‘De situatie is schrijnend’

Een gescheurd spandoek van Zine El Abidine Ben Ali, voormalig president van Tunesië.Beeld AP

Het is donderdag tien jaar geleden dat de autocratische president Zine El Abidine Ben-Ali Tunesië ontvluchtte en daarmee de Arabische Lente definitief ontketende. Tunesië geldt als het enige land dat beter, in ieder geval: democratischer, uit die volksopstand kwam – hoewel veel Tunesiërs daar zelf anders over denken.

Als je Tunis binnenrijdt zie je vanuit de verte het megalomane gebouw van het ‘La Cité de la culture’ (de ‘cultuurstad’) opdoemen. Dit 49.000 vierkante meter grote bolwerk, gebouwd in een mengeling van oriëntaalse stijlen, heeft een filmafdeling, een bibliotheek, een museumruimte en meerdere theaterzalen. Tarek Ben Chabaan, directeur van de filmafdeling, is bezig met het programma voor de herdenking van de val van oud-dictator Zine El Abidine Ben-Ali, vandaag precies tien jaar geleden. “Wij houden het sober. Geen ‘reclame’ voor de revolutie. We willen twee films vertonen over migratie, die onzekerheid over de toekomst verbeelden”, zegt hij, zittend in de grote werkkamer die uitkijkt op het zakencentrum van de stad. Maar vooralsnog kunnen de films nog niet worden vertoond omdat het land in lockdown is door de coronacrisis. 

Op 17 december stak de 26-jarige fruitverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand voor het gemeentehuis van het Tunesische provinciestadje Sidi Bouzid, moegestreden na weer te zijn dwarsgezeten door de politie. Daarop won de woede het van de angst. Na een kleine maand van aanhoudende protesten voor ‘vrijheid, brood en water’, vluchtte Ben-Ali op 14 januari 2011 naar Saudi-Arabië. Aangemoedigd door deze snelle en vrij vreedzame omwenteling braken daarna ook elders in de regio massale antiregeringsdemonstraties uit. Maar tot nu toe resulteerde wat bekend werd als de Arabische Lente alleen in Tunesië in een duurzame democratie.

Voor en na de revolutie

De sfeer in de eerste tijd na de revolutie was ‘als een wonder’, vertelt Ben-Chabaan. “De opluchting valt met geen pen te beschrijven. De angst onder de dictatuur werd onhoudbaar.” Zijn werkplek vat goed het verschil tussen voor en na de revolutie samen. ‘La cité de la culture’ begon in 2004 als prestigeproject uit de koker van Ben-Ali, maar door financieringsgedoe kon de bouw pas in 2018 worden afgerond. Tegenwoordig staan in de hal protestborden voor een beter klimaatbeleid en vergaderen mensenrechtenclubs in de vergaderzaal over het rapport van de Tunesische waarheidscommissie over mensenrechtenschendingen tijdens de dictatuur.

Ben Chabaan Beeld Faïrouz ben Salah
Ben ChabaanBeeld Faïrouz ben Salah

Maar van het enthousiasme van 2011 is vandaag de dag niets meer te merken. Er zijn geen (online) evenementen of toespraken om stil te staan bij de revolutie. Overal hangt een mistroostige sfeer. “Het gebrek aan vooruitgang maakt mensen terneergeslagen. Kijk naar de cijfers. Economisch zijn wij er gigantisch op achteruitgegaan”, verklaart Ben-Chabaan.

Na de omwenteling raakten de revolutionairen, voornamelijk afkomstig uit de arme delen van het land, de grip kwijt. Juist de oude elites van vóór 2011 – zakenlieden, juristen en ook leden uit de kliek rond Ben-Ali – wisten wél gebruik te maken van de vrijheid om politieke partijen op te richten en zo de democratie naar hun hand te zetten. Om elkaar vervolgens voortdurend in de haren te vliegen. Negen premiers en vijftien regeringen versleet het land ondertussen.

De moslim-democraten kunnen het onmogelijk goed doen

Splijtzwam is vooral de moslim-democratische Ennahda-partij. Het is de grootste en oudste politieke beweging van Tunesië, die onder de dictatuur werd verboden en wier leden als terroristen werden gedemoniseerd. Dat stigma zit de partij nog steeds dwars. Eigenlijk kunnen de moslim-democraten het onmogelijk goed doen. Een deel van de Tunesiërs ziet hen nog steeds als wolven in schaapskleren. Anderen moeten niets meer van ze hebben omdat de partij, na bijna onafgebroken regeren sinds 2011,  volledig tot het zo gehate ‘establishment’ is gaan behoren.

Door tien jaar van aanhoudende politieke conflicten kelderde de waarde van de dinar en stegen de werkloosheid en de regionale ongelijkheid. Uit frustratie vinden nu al weer maanden overal in het land protestacties plaats, door sommige analisten omschreven als ‘een tweede revolutie’. Juist de mensen die destijds de grootste risico’s namen zijn nu het slechtste af.

Daarentegen ziet bioscoopdirecteur Ben-Chabaan zichzelf als winnaar van de revolutie, ook al hield hij zich tien jaar geleden naar eigen zeggen afzijdig.  Er is geen sprake meer van bemoeizucht van het Ministerie van Cultuur, zoals voor de opstand. “Ik kan laten zien wat ik wil, anders zou ik hier niet zitten. Nu kan ik mijzelf zijn. Voor die vrijheid ben ik bereid offers te brengen. Niet iedereen kan of wil dat.”

Samira Labidi, 51 jaar. Schoonmaakster uit de wijk ‘Bhar Lazreg’ in de buurt van Tunis.

“Alles is in het water gevallen. Het leven is duur, het is onveilig, de kwaliteit van de ziekenhuizen en de scholen is achteruitgegaan. Voor het vertrek van Ben-Ali voelden wij ons vrij. Ik durfde uit te gaan. Nu blijf ik liever thuis. Er zijn zoveel inbraken en overvallen. Vroeger kon je met 10 dinar (drie euro) naar de wekelijkse markt. Wat krijg je daar tegenwoordig nog voor? Ik ben mijn werk kwijtgeraakt. Ik werkte als schoonmaakster, kokkin en kindermeisje. Nu maak ik nog maar een dag per week schoon bij een familie. Werkgevers kiezen liever voor migranten uit andere Afrikaanse landen, die zijn bereid een hele dag te werken voor 10 of 15 dinar.”

“Niets is goed! Vrijheid? Er zijn elke dag stakingen!”

“Wij bleven thuis. Het was eng, er cirkelden helikopters boven ons huis. Ik was niet tegen de revolutie. Ik zei ook: ‘Ben-Ali verdwijn’, want zijn vrouw en zijn schoonfamilie waren corrupt. En Ben-Ali was hard en gewelddadig. Ik droeg toen ook een hoofddoek, maar die moest je snel afdoen als de politie in de wijk kwam om te controleren. Mijn broer is opgepakt omdat hij in de moskee zat te bidden. Maar nu vinden wij het allemaal jammer dat hij weg is.”

“Ik hoop dat er politici komen die bang zijn voor God.”

Samira Labidi Beeld Faïrouz ben Salah
Samira LabidiBeeld Faïrouz ben Salah

Ali Bousselmi, 32 jaar, voorzitter van lhbtiq+-organisatie Mawjoudin in Tunis.

“Er is vrijheid van meningsuiting en er is een echt maatschappelijk middenveld. Vroeger werd alles gecontroleerd door de staat. Soms is het taalgebruik grof of agressief, maar dat is normaal na zoveel jaren onderdrukking. Democratie moet je leren. Ik heb dankzij de revolutie een lhbtiq+-organisatie kunnen oprichten. Ik heb mijn plaats gevonden, ik kan nu een bijdrage leveren aan de samenleving.”

“De situatie is schrijnend. Er zijn zoveel sociale en economische problemen. De onveiligheid. Mensen die overlijden door een lift die kapot is. Een man die na drie dagen dood gevonden wordt in zijn auto. En de corruptie. Vroeger wist je wie er corrupt waren, tegenwoordig gaat iedereen zijn gang. Er is geen enkele politieke wil om dingen te veranderen. Wij hebben rampzalige politici. Wat er beter gaat? Wij hebben nu toegang tot een advocaat en je kan een klacht indienen tegen gewelddadig politieoptreden. Over homoseksualiteit en seksueel geweld wordt vrijer gesproken.”

“Ik heb actief meegedaan. Vanaf de eerste demonstratie in Tunis met vijftig man tot en met 14 januari. De sfeer tijdens de revolutie en de eerste dagen erna was fantastisch. Bijna euforisch. Maar de komst van politici met hun ‘hate speech” heeft de sfeer verpest. Toch zou ik het zo opnieuw doen. Het leven is duizend keer beter.”

“Ik hoop op politici die zich gaan inzetten voor jongeren en kinderen. En een inclusieve en tolerante samenleving. Optimisme is een plicht.”

Ali Bousselmi Beeld
Ali BousselmiBeeld

Arkem Labiadh, 35 jaar, werkloze  uit Siliana, een arme stad in het noorden van Tunesië

“Wij dachten dat het leven beter zou worden, maar wij zijn erop achteruit gegaan. Alles gaat slechter, op sociaal gebied, op economisch gebied en ook de veiligheid. Vroeger zat er één corrupte politicus, nu zitten er veel corrupte politici. Dat is het het verschil. Ook de politie is hetzelfde gebleven. In februari vorig jaar werd ik opgepakt omdat ik voor het parlement protesteerde. De politie valt mij lastig als ik in de moskee mijn gebed doe. Door mijn baard ben ik ‘verdacht’.

Ook persoonlijk ben ik erop achteruitgegaan. Voor de revolutie was ik kapper. Maar tijdens de revolutie ben ik gewond geraakt door een politiekogel in mijn been. Sindsdien kan ik niet meer werken. Ik woon met mijn vrouw en twee kinderen op één kamer in het huis van mijn vader”

“Ik dank god voor de revolutie. De revolutie was goed, ik ben er trots op dat ik eraan mee gedaan heb. Wij kunnen nu protesteren. Ik mis de solidariteit en saamhorigheid, er was iets bijzonders. Wij droomden. Wij hoopten op een leven zoals in Europa of Amerika.”

“Ik hoef niet rijk te worden. Ik wil een rustig leven. Kunnen werken en bidden. En waardigheid, gelijkheid en dat de wet wordt toegepast.”

Arkem Labiadh Beeld Faïrouz ben Salah
Arkem LabiadhBeeld Faïrouz ben Salah

Selima Ben Hamadou, 17 jaar, eindexamenleerling in kustplaats La Marsa

“Het land is erg veranderd sinds Ben-Ali vertrok. Voor de revolutie was het leven beter. Mensen waren gelukkig. Nu zitten wij in een crisis. Het gaat slecht met de economie. De waarde van de dinar is verminderd ten opzichte euro. Ik denk niet dat mijn leven er onder een dictatuur anders uit had gezien, misschien was het beter geweest. Met politiek hou ik mij niet bezig. Ik wil er niets mee te maken hebben.”

“Ik denk dat mensen nu minder wantrouwig zijn. Wij zijn één familie. Maar Tunesië loopt nog steeds achter bij andere landen. Onze cultuur is niet open. Wij zijn minder vrij. Je kan bijvoorbeeld niet hand in hand met je vriend op straat op lopen. Je moet altijd voorzichtig zijn”.

“Ik herinner mij dat mijn familie oud en nieuw in het zuiden vierde en dat wij eerder naar huis gingen. Het was erg gevaarlijk en ik mocht niet buiten spelen. Maar mijn ouders deden wel mee aan de protesten. Zij hebben mij een paar keer meegenomen.”

“Het land moet zich ontwikkelen. Ik maak mij er zorgen over dat iedereen vertrekt. Daarom staan wij stil. Zelf wil ik misschien studeren in het buitenland om daarna meer te kunnen doen voor Tunesië. Ik hoop iets heel nieuws bij te dragen, door bijvoorbeeld een start-up op te richten. Zeker geen politicus of actievoerder. Voor het land hoop ik op meer verdraagzaamheid. Vooral ten opzichte van moslims. Moslims worden gediscrimineerd.”

Selima Ben Hamadou Beeld Faïrouz ben Salah
Selima Ben HamadouBeeld Faïrouz ben Salah

Lees ook:
Alleen Tunesië greep de kansen die de Arabische Lente bood - met alle gevaren van dien

Opnieuw Tunesië in de bocht. Weer heeft het land dat in 2011 het startschot gaf voor de Arabische revoluties een sensationele primeur. De regering keurde een wet goed die aan dochters dezelfde erfrechten geeft als aan zonen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden