Syrië

Theo de Feyter schildert de wederopbouw van het Syrische Aleppo met de gerestaureerde moskee als ‘symbool voor de overwinning’

De hof van de Omayyadenmoskee in Aleppo met de half gerestaureerde minaret op de achtergrond.

 Beeld Theo de Feyter
De hof van de Omayyadenmoskee in Aleppo met de half gerestaureerde minaret op de achtergrond.Beeld Theo de Feyter

Theo de Feyter schilderde en tekende de wederopbouw van van de oude binnenstad van het Syrische Aleppo. Een prestigeproject van het regime, schrijft hij, de oorspronkelijke bewoners krijgen hun huizen er niet mee terug.

Theo de Feyter

Toen ik mensen deze zomer vertelde dat ik op uitnodiging van de Syrische Oudhedendienst naar Syrië zou reizen om daar de restauratieprojecten en archeologische opgravingen te tekenen en te schilderen, reageerden ze verbaasd: ‘Wordt er dan gerestaureerd? Zijn ze daar mee bezig?’ Zelfs archeologen reageerden verbaasd dat er blijkbaar in de huidige situatie wordt opgegraven. Zij zien een land in oorlog, grotendeels verwoest, economisch aan de grond en eigenlijk te onveilig om naar toe te reizen. Dat klopt allemaal, hoewel dat laatste niet voor iedereen.

De restauratie van de Grote Moskee van Aleppo is voor architect en hoofdopzichter Sakher Olaby vooral een technische aangelegenheid: “Restauratie speelt hier maar gedeeltelijk een rol. De façade aan de straatkant is bijvoorbeeld zeventig jaar oud. De ingang is in die tijd nog ontworpen door mijn oude professor naar voorbeeld van een bestaand portaal in een andere moskee. Nog in 2006 werden bij de laatste restauratie oude houten onderdelen vervangen door nieuwe.” Zijn boodschap is duidelijk: de restauratie zal onvermijdelijk een historische reconstructie zijn.

Nieuwe bouwplannen gemaakt

Het Syrische regime hecht veel waarde aan de herbouw van de moskee. De oude binnenstad van Aleppo werd tijdens de oorlog volledig verwoest en ligt, vijf jaar na de herovering door het Syrische leger, nog steeds voor een groot deel in puin. Voor de moskee werden onmiddellijk nieuwe bouwplannen gemaakt. Het gebouw was tijdens de oorlog in handen van de opstandelingen en stond op de frontlijn met het regeringsgebied. De moskee was veranderd in een fort: alle toegangen gebarricadeerd. De elfde-eeuwse minaret was met zware wapens beschoten en ingestort.




Het oude paleis van de Osmaanse gouverneur in Aleppo, later een middelbare school. Het historische bouwwerk werd tijdens de oorlog van al zijn wandschilderingen en houtsnijwerk beroofd. Hier is de restauratie van de hof te zien. Beeld Theo de Feyter
Het oude paleis van de Osmaanse gouverneur in Aleppo, later een middelbare school. Het historische bouwwerk werd tijdens de oorlog van al zijn wandschilderingen en houtsnijwerk beroofd. Hier is de restauratie van de hof te zien.Beeld Theo de Feyter

De gerestaureerde moskee moet een symbool van de overwinning worden, en de oude binnenstad een impuls geven, zowel cultureel als economisch. Het is een volledig door de staat geleid project met de universiteit van Aleppo en de Syrische Oudhedendienst als partners. De financiering komt uit onverwachte hoek, namelijk uit Tsjetsjenië, de autonome deelrepubliek van de Russische Federatie, die nauwe banden onderhoudt met het Syrische regime. Het benadrukt slechts hoezeer de herbouw wordt gezien als een prestigeproject.

Olaby staat in een slobberig zwart trainingspak in zijn kantoor in het Nationaal Museum, waar hij sinds kort, naast zijn professoraat aan de Faculteit Architectuur van de universiteit van Aleppo, directeur is. Bouwtekeningen hangen aan de muur.

Op een tekening staat elke steen aangegeven

Ik ben hier, omdat hij mij de officiële toestemming zal geven in de Grote Moskee te tekenen en te schilderen. “Dit is het stenenplan van de minaret”. Hij wijst op een tekening waarin elke steen is aangegeven. Oude, bewaard gebleven stenen zijn gearceerd, niet meer bestaande zijn wit gelaten. Er is veel wit in de tekening. “We hebben de puinhoop laag voor laag afgegraven en zo veel mogelijk de originele plaats van de stenen bepaald. Maar lang niet alle stenen zijn bruikbaar. Die uit de top van de minaret zijn uiterst fragiel. Elke steen heeft een eigen identiteit”, zegt hij bijna liefdevol.

Bij de presentatie van de plannen tijdens het internationale symposium ‘Aleppo, past, present and future’ in oktober 2019 waren vooral lovende woorden te horen over dit knap staaltje ingenieurswerk. Maar in de wandelgangen hoorde ik van buitenlandse experts ook kritiek op het karakter van de restauratie. “Het zijn knappe ontwerpen, de techniek beheersen de Syriërs wel, maar nu nog de werkelijkheid”, zei de Poolse restaurator Bartosz Markowski, werkzaam in Palmyra. “Over de moskee kun je nog twijfelen, maar de minaret is in elk geval historisch erfgoed. Je hebt niet alleen ingenieurs nodig, maar ook restauratoren en bouwhistorici. Ik vrees dat ze daar toch buitenlandse ervaring en kennis bij nodig hebben en dat zal moeilijk zijn met de huidige boycot van de Westerse landen.”

De gerestaureerde Khaled Ibn Walid Moskee te midden van de verwoeste wijk in Homs. Beeld Theo de Feyter
De gerestaureerde Khaled Ibn Walid Moskee te midden van de verwoeste wijk in Homs.Beeld Theo de Feyter

Wanneer ik bij de moskee aankom, blijkt de herbouw echter voortvarend te zijn aangepakt. Waar bij ons gespecialiseerde ambachtslieden geschoold moeten worden in de oude bouwtechnieken, is in Syrië al deze kennis nog voorhanden. Onder de arcaden hakken steenhouwers replica’s van de oude, nog bruikbare gebeeldhouwde onderdelen en zijn schrijnwerkers bezig het houten traliewerk dat het bovenste deel van de arcaden moet vullen, opnieuw te maken. De minaret is tot een derde van de hoogte klaar.

Hele woonwijken liggen nog steeds in puin

Eenzelfde symboolfunctie heeft de Khaled Ibn Walidmoskee in de grote industriestad Homs, eveneens gerestaureerd met Tsjetsjeens geld. Hij ligt nu, om door een ringetje te halen, te midden van nog steeds verwoeste woonwijken, voormalige bolwerken van het verzet. Datzelfde verschijnsel zie je overal in Syrië: gedeelten van de historische soek, stadspaleizen uit de negentiende eeuw en moskeeën worden gerestaureerd, terwijl hele woonwijken nog steeds in puin liggen.

Het leven keert er slechts aarzelend terug. De trage wederopbouw van de verwoeste wijken heeft een politieke reden. Het regime beschouwt de bewoners als tegenstanders. Velen zijn ontheemd of gevlucht. “Iedereen kan terugkeren”, reageert Nibal Muhesen optimistisch. Hij is als specialist in immaterieel en roerend erfgoed betrokken bij zogenaamde ‘empowerment’-projecten die de zelfredzaamheid van terugkeerders moeten versterken.

Dat gebeurt bijvoorbeeld door het opzetten van werkplaatsen voor oude ambachten. Hij denkt overigens niet dat velen ook daadwerkelijk zullen terugkomen. “Ze zijn inmiddels gewend aan hun nieuwe woonplaats en hebben daar hun plek gevonden.” Hebben de verwoestingen daar ook mee te maken? “Voor gemarginaliseerde mensen die toch willen terugkeren, zijn er genoeg woningen elders.”

Syriërs moeten persoonlijk hun bezit komen claimen

Als voorbeeld noemt hij een bouwproject in het stadje Ma’araba, twintig kilometer ten noorden van Damascus. Het is een vooroorlogse flatwijk, die leegstond, en nu is bestemd voor ontheemden. Wanneer ik later in mijn hotel in Damascus navraag doe bij Ammar Mousa Salam, die al zeven jaar met zijn gezin in één kamer van het hotel woont, nadat zijn huis in de Palestijnse wijk Yarmouk, aan de zuidkant van Damascus, werd gebombardeerd, maakt hij meteen een wegwuivend gebaar: “Veel te duur voor ons”.

Op papier is hij een van die ‘gemarginaliseerde mensen’, maar hij zal zichzelf niet als zodanig beschouwen. Zijn vrouw is universiteitsdocent, zijn twee volwassen kinderen studeren en hijzelf is leraar Arabisch aan een middelbare school. Terugkeren wil hij wel. “Maar niet naar Ma’araba, ik heb een huis in Yarmouk en wil daarnaar terug. De oorlog is toch voorbij?”

Terugkeer wordt, ondanks beweringen van het tegendeel, tegengewerkt. Gevluchte Syriërs moeten persoonlijk hun bezit van grond en huis komen claimen, anders verliezen zij het eigendomsrecht. Na hevige kritiek mochten ook familieleden van de vluchteling huizen en andere bezittingen claimen, maar zelfs die lopen gevaar te worden gearresteerd of voor dienstplicht te worden geregistreerd.

De opstandige wijken in Aleppo en Homs zijn grotendeels ‘illegaal’

Syriërs die zijn gebleven, zoals Ammar, lopen tegen weer andere problemen aan. Voor verwoeste wijken worden nieuwbouwprojecten ontwikkeld waarbij de bevolkingssamenstelling nauwlettend in de gaten wordt gehouden. Oude wijken met kronkelige straatjes en verborgen hoekjes worden vervangen door hoogbouw met brede, overzichtelijke wegen en toegangen. Men wordt gedwongen zijn oude huis op te geven en een flat te betrekken. Eventuele waardevermindering is voor rekening van de eigenaar.

En dan zijn er nog de ‘illegale’ woonwijken waarnaar terugkeer per definitie onmogelijk is: zij moeten worden afgebroken. Dit zijn de wijken die zonder bouwvergunning tot stand kwamen, tijdens de trek naar de stad in de afgelopen decennia. Meer dan de helft van de Syrische bevolking woont inmiddels in de stad. Het komt het regime ongetwijfeld goed uit, dat de opstandige wijken in Aleppo en Homs grotendeels ‘illegaal’ zijn.

De wederopbouw van woonwijken en de restauratie van monumenten zijn twee gescheiden circuits. Het eerste betreft de leefomgeving van de mensen, het tweede is cultureel erfgoed. Ze worden verschillend gefinancierd. Zo werd in Aleppo de heropening van het museum mogelijk gemaakt door het United Nations Development Program in samenwerking met Japan.

Voorschot op de toekomst

Delen van de soek, het marktgebied met zijn overwelfde straten, werden hersteld door de Aga Khan Stichting met hulp van de Syrische ngo Syria Trust for Development, en werd het stadspaleis van een Osmaanse gouverneur, later een school, gerestaureerd met geld van de Syrische Vrouwenbond (voorzitter Asma al-Assad, de vrouw van). Een van oudsher gerenommeerd restaurant, eveneens gevestigd in een negentiende-eeuws stadspaleis in de oude christelijke wijk, werd gerestaureerd door de nieuwe eigenaar, Mohammed Rami Martini, de minister van toerisme.

Met name de twee laatstgenoemde projecten lijken een voorschot te nemen op de toekomst, want ze staan alle twee in een volledig verwoeste omgeving. De oude school moet een cultureel centrum worden en het restaurant een vijfsterrenhotel – zo verzekert de opzichter, een neef van de minister, wanneer ik het half gerestaureerde gebouw zit te schilderen. Het zal waarschijnlijk nog lang duren voordat beide weer deel zijn van een bewoonde wijk.

De restauratie van Syrië

Theo de Feyter (1947) is beeldend kunstenaar, archeoloog en schrijver en is sinds de jaren 80 als zodanig actief in Syrië. In 2017 en 2019 tekende hij de verwoestingen die de oorlog teweeg heeft gebracht in steden als Homs, Aleppo en Palmyra. In 2021 tekende en schilderde hij op uitnodiging van de Syrische Oudhedendienst de restauratiewerkzaamheden en opgravingsactiviteiten in het door het regime beheerste gedeelte van Syrië. De werken zullen in april 2022 worden tentoongesteld in het Nationaal Museum van Damascus. De reis werd financieel ondersteund door het Mondriaanfonds, het Oosters Instituut en Stichting Stokroos. De Feyter publiceerde meerdere boeken over Syrië: In augustus van dit jaar publiceert uitgever Omniboek zijn boek over de geschiedenis van de ruïnes van Palmyra.

Lees ook:

Ook de wederopbouw van Syrië is een puinhoop

Syrië ligt in puin nu de oorlog op zijn einde loopt. De VN schatten dat het 250 miljard dollar kost om het land te herstellen. Maar de landen die bijdroegen aan de vernietiging staan niet te trappelen om het land weer op te bouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden