ReportageVluchtelingenopvang Polen

Terug naar huis of wachten? Oekraïense vluchtelingen zijn nog huiverig

Vluchtelingenopvang in een expo-hal nabij Warschau.  Beeld AP
Vluchtelingenopvang in een expo-hal nabij Warschau.Beeld AP

Oekraïense vluchtelingen willen terug naar hun land, maar in een Pools opvangcentrum vertrouwen de meesten het nog niet.

Ekke Overbeek

Lena Valosina wil naar huis, naar Charkov. “Maar nu nog niet. Pas als het veilig is”, vertelt ze. “De helft van het huis waarin wij woonden is verwoest door bommen.” Samen met haar moeder, haar dochter en haar kleindochter heeft ze het zich zo gemakkelijk mogelijk gemaakt op een paar stretchers die dienst doen als bed, stoel en tafeltje. “Ik wil naar huis”, huilt het kleintje, als ze hoort dat er over thuis wordt gepraat. Oma drukt het kind tegen zich aan. Vier generaties vrouwen gestrand in een hoekje van een expo-hal.

Zo’n vijfduizend vluchtelingen uit Oekraïne hebben hier in de evenementenhallen van Nadarzyn, even ten zuiden van Warschau, een voorlopig onderkomen gevonden. Dat aantal wisselt, want elke dag komen hier mensen aan, terwijl anderen vertrekken. De meesten gaan naar West-Europa, maar af en toe ook terug naar Oekraïne. De New York Times meldde afgelopen week dat een ‘groeiend aantal gezinnen’ het gevaar thuis verkiest boven een leven als vluchteling.


Een centrum voor vluchtelingen nabij Warschau. Beeld AP
Een centrum voor vluchtelingen nabij Warschau.Beeld AP

“Inderdaad, er gaan mensen terug” bevestigt Vadim Lozovi, een Oekraïense vrijwilliger die de opvang van landgenoten organiseert in Piaseczno, een ander voorstadje van Warschau. “Een gezin is van hieruit teruggegaan naar Kiev. Ook naar West-Oekraïne gaan sommige mensen terug”, vertelt hij over de telefoon, terwijl hij op weg is met hulpgoederen voor het Oekraïense leger.

Maar van een terugkeertrend is nog geen sprake, zo blijkt tijdens een rondgang door de expo-hallen. “Als de oorlog is afgelopen, willen we natuurlijk terug naar huis”, zegt Aksinia Bondarenko. Naar huis, ofwel naar Lozova. “De Russen zijn nog niet bij ons aangekomen, maar via onze stad kunnen ze optrekken in de richting van Donetsk en Loegansk.” Nu de slag om Donetsk elk moment kan uitbarsten denken Aksinia en haar dochter nog niet aan terugkeren.

Aksinia Bondarenko.  Beeld Ekke Overbeek
Aksinia Bondarenko.Beeld Ekke Overbeek

Een half jaar werken

Ze maakt van de nood een deugd. “Nu ik toch zo’n lange reis heb gemaakt, wil ik een half jaar werken, zodat we straks niet met lege handen thuiskomen.” Van een bekende heeft ze gehoord dat er in Amsterdam werk is en dus neemt ze deze week nog de bus naar Nederland.

Voor sommigen verandert de vlucht in emigratie. Zoals voor Larisa Trikoz. De 62-jarige past op de spulletjes, terwijl haar dochter en kleinzoon naar de stad zijn. Ze piekeren er niet over terug te gaan naar hun woonplaats nabij Dnipro. Na anderhalve week in de expohal hebben ze besloten in Polen te blijven.

“Wij gaan niet terug naar Oekraïne”, zegt ze op besliste toon. “Want daar is niets om naar terug te gaan: geen werk, geen inkomen. En nu die oorlog er nog bij. Hier kun je werk vinden en krijg je je salaris uitbetaald. Wat moeten we daar nog in Oekraïne?” Het Poolse burgerservicenummer is geregeld en daarmee staat de weg vrij om een nieuw bestaan op te bouwen. “Mijn dochter wil hier in Polen werken”, zegt ze. “Mijn kleinzoon is tien. Hij moet naar school.”

Maar de meeste mensen willen terug, zo snel als mogelijk. Een eindje verderop zitten Nadezjda en Oleg. Het bejaarde echtpaar woont al een maand in expohal D. Hun bedden staan tegen een muur. Ze hebben bijzettafeltjes voor de thee, de koekjes en de medicijnen. Hun thuis hebben ze achtergelaten in Hostomel, ten noordwesten van Kiev. “Een vrijstaand huis met wat land eromheen, op een mooie plek niet ver van een bos”, vertelt Nadezjda. Het vliegveld van Hostomel was inzet van heftige gevechten. “We weten niet of ons huis er nog staat. Onze zoon wilde er gaan kijken, maar ze lieten hem niet toe.”

Geen kou

Nu de Russen zich hebben teruggetrokken, kunnen ze in principe terug, maar hun zoon die in Kiev in het leger dient, raadt dat af. “Hij zegt: wat moeten jullie hier doen? In een kelder zitten als er straks weer bommen vallen?”, vertelt Nadezjda. “Hier lijden we geen kou. De Polen geven ons alles wat we nodig hebben.”

Hij is 83 en werkte als beeldhouwer en docent. Zij is 77 en pedagoge. Ze willen liever niet met hun achternaam in de krant. Twee hoogbejaarde mensen op veldbedden in een galmende hal met honderden andere ontheemden. Ze wachten geduldig wat de toekomst brengt.

“We zoeken geen ander onderkomen, want we willen mensen niet tot last zijn met onze problemen en onze ziektes.” Om de tijd te doden veegt Nadezjda af en toe de vloer aan, helpt bij het dekken van de tafels en past op de kinderen in de speelzaal. Ze heeft ergere dingen in haar leven meegemaakt. “Dit is het lot”, concludeert ze. “Mijn man en ik zijn oorlogskinderen. Ik had twee zonen. Mijn oudste is gesneuveld in Afghanistan nog tijdens de Sovjet-Unie. En nu zit mijn andere zoon in deze oorlog.”

De achternamen van Nadezjda en Oleg zijn bekend bij de redactie.

Lees ook:

Poolse vrijwilligers staan klaar om Oekraïne te verdedigen: ‘Dit is ook onze oorlog’

In Polen staan vrijwilligers klaar om buurland Oekraïne te verdedigen tegen het Russische leger. Ook politici en militairen steunen dat idee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden