ReportageTanzania

Tanzaniaanse mode-ontwerper Makeke zet zich af tegen Nike en Netflix

De kunstenaar in een outfit van rieten manden. ‘We vergeten wat er zo bijzonder is aan onze traditionele manier van leven.’ Beeld Joost Bastmeijer
De kunstenaar in een outfit van rieten manden. ‘We vergeten wat er zo bijzonder is aan onze traditionele manier van leven.’Beeld Joost Bastmeijer

De Tanzaniaanse kunstenaar Jocktan Cosmas Malule, beter bekend als Makeke, wil af van de fascinatie voor Drake en Kanye West. In zijn ontwerpen legt hij de nadruk op de ‘African way of life.’

Joost Bastmeijer

In een slaperige buitenwijk van Dar es Salaam stapt een jonge man van een ‘boda boda’ brommertaxi. Hij verontschuldigt zich meteen – hij is te laat. “Sorry, sorry,” zegt hij, “ik was nog niet helemaal wakker. Kunstenaars houden niet van de ochtend.”

Jocktan Cosmas Malule, in Tanzania beter bekend als ‘Makeke’, loopt naar zijn atelier. Hij is één van de kunstenaars die is aangesloten bij de Nafasi Art Space, een cultureel centrum dat verscholen ligt onder hoge mangobomen, waar Tanzaniaanse kunstenaars en designers kunst maken en verkopen. Het centrum is nog helemaal verlaten, de meeste kunstenaars slapen nog.

“Mijn artiestennaam laat zich niet zo gemakkelijk naar het Engels vertalen,” zegt Jocktan terwijl hij op een bank in zijn atelier ploft. “Het is een bijnaam die ik op de middelbare school heb gekregen. Het betekent zoiets als ‘extra smaak’.” Hij wijst naar de nog naar dieren geurende kostuums die aan de muren hangen. “Als je naar mijn kostuums kijkt, kun je zien dat er ‘makeke’, iets bijzonders, in zit.”

Jocktan maakt ontwerpen voor muziekclips, modeshows, theatervoorstellingen en films, zoals hierboven: een schildvormig masker van geitenhuid met een kleurrijke rand van roze en paars. Beeld Joost Bastmeijer
Jocktan maakt ontwerpen voor muziekclips, modeshows, theatervoorstellingen en films, zoals hierboven: een schildvormig masker van geitenhuid met een kleurrijke rand van roze en paars.Beeld Joost Bastmeijer

‘Ik droomde over hoe het leven in het dorp was’

Jocktan heeft een duidelijke missie: Tanzanianen bewust maken van hun rijke culturen, waar hij als ontwerper zo van houdt. “Dat begon eigenlijk al toen ik aan de kunstacademie studeerde”, legt hij uit. “Ik was toen al gefascineerd door de Afrikaanse manier van leven. Ik droomde ’s nachts over hoe het vroeger was, over het leven in het dorp. Die ‘African way of life’ is mijn grootste inspiratiebron. Ik ga ermee slapen en sta ermee op.”

In zijn vriendengroep is hij de enige die zo geïnteresseerd is in hoe het eraan toe ging voor het kolonialisme en globalisering. “Ze kijken alleen maar naar Amerika”, verzucht hij. “Wat is Drake aan het doen, welke kleren draagt Kanye West.. Maar als je het mij vraagt, lijkt dat allemaal op elkaar. Mijn werk is een tegenreactie op het visuele geweld dat over ons heen wordt gekieperd vanuit het Westen.”

Jocktan staat op en laat wat van zijn ontwerpen zien, die hij heeft gemaakt voor muziekclips, modeshows, theatervoorstellingen en films: een schildvormig masker van geitenhuid met een kleurrijke rand van roze en paars, een tooi met oranje haar gemaakt van sisaltouw. Aan de muur hangt een grote foto waarop hij een outfit gemaakt van rieten manden draagt. “Door al die popcultuur van buiten Afrika”, zegt hij terwijl hij een masker opzet, “zijn we aan het vergeten wat er zo bijzonder is aan onze traditionele manier van leven.”

Mode-ontwerper Makeke wil verhalen vertellen over het traditionele Tanzania. Beeld Joost Bastmeijer
Mode-ontwerper Makeke wil verhalen vertellen over het traditionele Tanzania.Beeld Joost Bastmeijer

Alle materialen die je hier ziet komen van bomen en dieren

“Voordat de Duitsers en de Britten kwamen, hadden we onze eigen culturen”, legt Jocktan uit. Hij probeert zoveel mogelijk gebruik te maken van de materialen die toen ook beschikbaar waren. “We maakten onze kleren van planten en dierenhuiden. Het zijn die producten die ik ook gebruik voor mijn ontwerpen. Alle materialen die je hier ziet komen van bomen en dieren, ze reflecteren de cultuur van vroeger. Mijn inspiratie komt van het pure Afrikaanse leven, van het leven zoals het was voordat het kolonialisme begon.”

Regelmatig gaat Jocktan samen met wat andere kunstenaars de straat op in vol kostuum, zonder schoenen. Verkleed als Makeke. Veel mensen willen dan met hem op de foto, maar er zijn ook mensen die niets van zijn ontwerpen snappen. “Veel mensen vinden de designs gemaakt van gedroogde planten en dierenhuiden maar stinken”, zegt hij hoofdschuddend. “Ze dragen Nike en Adidas, spreken Engels en kijken Netflix. Ze willen allemaal op elkaar lijken. Die mensen geven niets om onze cultuur. Als ik dat soort mensen tegenkom, wil ik ze uitdagen. Je kunt iemand niet forceren om van hun cultuur te houden, maar je kunt ze wel onderwijzen. Ik vertel hen verhalen over onze geschiedenis.”

Jocktan’s aversie tegen globalisering en eenheidsworst van voetbalshirtjes en merkkleding staat niet op zichzelf. Met name Oost-Afrikaanse mode-ontwerpers hekelen de stortvloed van ‘mitumba’, afdankertjes uit landen als Nederland die in Tanzania, Oeganda en Kenia voor dumpprijzen worden verkocht. Volgens hen is het door die constante stroom aan tweedehands kleding onmogelijk om eigen mode te maken en te verkopen.

Jocktan Cosmas Malule: ‘Ik doe veel onderzoek naar die verschillende stammen en hun gebruiken.’ Beeld Joost Bastmeijer
Jocktan Cosmas Malule: ‘Ik doe veel onderzoek naar die verschillende stammen en hun gebruiken.’Beeld Joost Bastmeijer

‘Kinderen moeten hun cultuur begrijpen’

Toch krijgt Jocktan lang niet iedereen mee. “Ik ga liever in gesprek met kinderen”, zegt Jocktan. “Zij hebben nog een open blik.” Maar ook kinderen kijken veel naar YouTube. “Laatst was er nog een schoolklas hier. Ik speelde traditionele muziek voor hen in mijn atelier, en dat hadden ze nog nooit gehoord. Ze kenden alleen maar Justin Bieber en meer van dat soort artiesten. Dat is een probleem, als je het mij vraagt. Ze moeten hun cultuur begrijpen.”

Maar wat is die cultuur dan? Alleen al in Tanzania zijn er meer dan honderd verschillende stammen. “En die hebben allemaal een sterke eigen cultuur”, zegt Jocktan. “Er is dus niet zoiets als één Tanzaniaanse cultuur, of één Afrikaanse. Ik doe veel onderzoek naar die verschillende stammen en hun gebruiken, hun muziek, hun eten. Die informatie zie je allemaal terug in de kostuums die ik maak en de verhalen die ik vertel – ik wil niet dat al die kennis verloren gaat.”

De intergouvernementele organisatie die zichzelf de Oost-Afrikaanse Gemeenschap noemt riep een paar jaar geleden mensen in Oost-Afrika op om op vrijdagen gekleed te gaan in ‘kitenge’, zoals met kleurrijke prints bedrukte stof in de regio wordt genoemd. In een statement verklaarde de organisatie dat “kitenge staat voor de ware cultuur van de mensen in Oost-Afrika,” en dus zou men er goed aan doen om de stoffen voortaan elke vrijdag met trots te dragen. Hoewel in veel Oost-Afrikaanse mensen dagelijks in kitenge gekleed gaan, kon de oproep op weinig steun rekenen.

Jocktan wijst op de de zwarte letters op het stuk kitenge. ‘Design: Cilla Ramnek, 2008, Ikea of Sweden’ staat er. ‘Dit motief is ontworpen door een Zweed, er is niets Afrikaans aan.’ Beeld Joost Bastmeijer
Jocktan wijst op de de zwarte letters op het stuk kitenge. ‘Design: Cilla Ramnek, 2008, Ikea of Sweden’ staat er. ‘Dit motief is ontworpen door een Zweed, er is niets Afrikaans aan.’Beeld Joost Bastmeijer

‘Kitenge is niet Afrikaans, de stof is hier gebracht door de kolonisten’

Jocktan moet niets van de felgekleurde ‘Afrikaanse’ stoffen hebben. Hij loopt naar een stapel stoffen die op één van de bureaus in zijn atelier ligt. “Dit hier is kitenge,” zegt hij terwijl hij een stuk stof met een kleurrijk motief pakt. “Mensen dragen kleren gemaakt van dit soort stof en zeggen: ah, dit is Afrikaanse cultuur. Dan zeg ik tegen hen: die stof wordt gemaakt in Nederland, of China. Dat heeft niets met onze cultuur te maken. Kitenge komt uit Azië en is hier gebracht door de kolonisten. Dát is wat het vertegenwoordigt.”

Jocktan zoekt even naar de rand van het stuk stof dat hij pakte. “Kijk hier, dit is niet echt Afrikaans. Zie je wat hier staat?” Hij wijst naar de zwarte letters. ‘Design: Cilla Ramnek, 2008, Ikea of Sweden’. “Dit motief is ontworpen door een Zweed, er is niets Afrikaans aan. En juist daarom is het belangrijk dat mensen hier begrijpen waar onze wortels liggen. Afrika is het continent van de toekomst. Maar we moeten ook trots zijn op ons verleden.”

Lees ook:

Naar Kinshasa voor de laatste modetrends

In Kinshasa, mode-metropool in spe, deed de Congolese ontwerper Louison Mbeya al mee aan zestig modeshows. Deel twee in de serie Future Cities, over de wereldsteden van de toekomst. Hoe een ontwikkelende stad een nieuwe industrie opbouwt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden