Vluchtelingen

Syriërs op weg naar Europa zijn de pionnen van Erdogan

Beeld EPA

Duizenden vluchtelingen in Turkije werden in maart door de Turkse president Erdogan aangemoedigd om naar Europa te gaan. Maar de grens bleef dicht. Een portret van drie mensen die gebruikt werden in een Turks steekspel om de EU onder druk te zetten.

Op 29 februari kondigt de Turkse president Erdogan aan de grenzen naar Europa open te zetten. Duizenden vluchtelingen in Turkije pakken hun spullen, trekken de deur achter zich dicht, zeggen de huur op en reizen naar de grens met Griekenland. Turkije zet vanuit Istanbul gratis bussen in naar de grenspost Pazarkule. De weg naar Europa ligt open.

Met zijn oproep aan vluchtelingen wil Erdogan de druk op Europa opvoeren om de Turkije-deal te verlengen en meer geld beschikbaar te stellen voor de opvang van vluchtelingen in Turkije: het land vangt 3,7 miljoen vluchtelingen op. Ook wil Turkije steun van de Navo in de strijd in Syrië.

Maar Griekenland houdt de grenzen potdicht. Het land weet zich gesteund door de Europese Unie, dat diep in de buidel tast om de buitengrenzen te verstevigen. Turkije dirigeert vluchtelingen niettemin richting de grens. De Griekse grenspolitie reageert daarop met traangas en geweld. 

De duizenden vluchtelingen zitten daarna nog wekenlang in een niemandsland, hopend op een doorbraak. Ze zijn gebruikt als pionnen in een politiek spel, maar nu dat spel stagneert, weet Turkije zich geen raad met deze vluchtelingen.

Beeld Brechtje Rood

Dan bereikt Covid-19 Turkije. Op 26 maart wordt het provisorische kamp in de nacht afgebroken. De Turkse politie steekt tenten in  brand en dwingt de vluchtelingen in bussen te stappen. De daaropvolgende weken volgt journalistiek onderzoeksbureau Lighthouse Reports voor Trouw dertig van deze vluchtelingen. Ze ondergaan vernederingen en geweld, worden vastgezet in gevangenissen, ze hebben amper toegang tot eerste levensbehoeften. Processen voor het verkrijgen van de standaard eenjarige verblijfsvergunningen worden in de wacht gezet, ze worden bedreigd met deportatie naar Noord-Syrië. Sommigen keren terug naar hun familie, anderen eindigen op straat of zitten nog steeds vast.

Hoeveel vluchtelingen naar Pazarkule trokken, is onduidelijk. Directeur Natalie Gruber van hulporganisatie Josoor, die eten en andere levensmiddelen distribueerde bij de grens, schat hun aantal op 20.000. Human Rights Watch houdt het op 40.000, gebaseerd op cijfers van andere ngo’s, maar sluit niet uit dat sommige mensen dubbel of zelfs drie keer zijn geteld. Ten tijde van de evacuatie waren er nog 7000 mensen, schat Josoor. Het Turkse ministerie van binnenlandse zaken meldde op 27 maart dat er 5800 personen geëvacueerd werden.

Ibrahim Madani (41): ‘Ik wilde dat ik dood gegaan was aan de grens’

Het is niet de eerste keer dat Ibrahim Madani naar Europa probeert te komen. Afgelopen winter waagde hij zich al twee keer aan de overtocht. Bij de tweede poging overleed zijn reisgenoot.  “Ik wilde dat ik ook dood gegaan was toen de Griekse grenspolitie me terug duwde naar Turkije.”

Ibrahim Madani.

Ibrahim mengt soms wat Nederlandse woorden door de gesprekken heen. In 2002 woonde hij in Eindhoven. Hij vroeg asiel aan, tevergeefs. Hij ging terug naar Syrië. Daar werkte hij als schilder in Latakia, een Syrische kustplaats niet ver van de Turkse grens.

In 2016 werd hij opgepakt en gevangengezet in Far’Falastin, een gevangenis van het regime in Damascus, omdat hij medische apparatuur aan rebellen zou hebben geleverd. Anderhalf jaar zat hij vast, hij werd gemarteld. “Ik wist dat ik sterk moest blijven om eruit te komen. Nu heb ik muren in mijn hoofd opgetrokken om deze herinneringen te isoleren.”

Zijn vrouw vluchtte in die tijd naar Duitsland met haar familie en drie kinderen, maar heeft nog geen asielstatus, dus Ibrahim kon niet nareizen. Inmiddels is hij vijf maanden in Turkije. “Turkije is een mooi land om als toerist te bezoeken, maar niet om te wonen”, zegt hij. Een verblijfsvergunning bezit hij niet.

Na de oproep van Erdogan vertrok hij daarom opnieuw naar de Griekse grens, nu met een groep vrienden. Vijfhonderd meter voor Pazarkule werden ze aangevallen door zes inwoners van een nabijgelegen dorp, met jachtgeweren en wapenstokken. “Ze stalen al ons geld en bezittingen. Gelukkig had ik mijn geld aan mijn enkel getaped, dat hebben ze niet gevonden.” Bij de grens betaalde hij voor alles de hoofdprijs. Telefoon opladen: 10 lira (1,40 euro). Brood: 7 lira. “We hadden geen keus. Ook kocht ik een nieuwe telefoon om in contact te blijven met mijn familie, en materiaal voor onze tent.”

Zijn tent stond er niet lang. Op 25 maart hoorde hij dat Pazarkule geëvacueerd werd, omdat er Covid-19 was vastgesteld. “Wij wilden niet weg. Toen we geëvacueerd werden, liepen we naar het grenshek in de hoop dat journalisten aan de Griekse kant ons zouden zien. We hebben gedemonstreerd, maar de ordepolitie heeft tot twaalf uur ’s nachts gewacht en ons buiten het zicht van de media in bussen gedwongen.”

Hij werd naar Istanbul gebracht, drie uur verderop. Veertien dagen zat hij hij er vast. Eten kwam in kleine hoeveelheden. “We noemden het proefmonsters, zo weinig was het.”

Als de politie de groep vraagt om deportatiepapieren te ondertekenen, breekt een protest uit. De ordepolitie slaat de demonstratie neer. “Uiteindelijk vroegen ze ons waar we heen wilden. We zeiden dat we terug wilden naar de grens, maar ons antwoord deed er niet toe. We zijn op straat gezet. Ik woon nu bij een vriend in huis in Istanbul. Ik weet niet hoelang ik hier kan blijven.”

De kans dat Ibrahim nog een keer de oversteek kan maken, is klein. Zijn geld is op. Hij zoekt nu een baan in Istanbul. De reis heeft hem 1700 dollar gekost, plus 500 dollar voor het vervangen van zijn gestolen telefoon. “Soms hebben mijn vrouw en ik het over scheiden. We weten niet of we elkaar ooit nog terugzien. Maar tot nu toe houdt onze liefde ons bij elkaar.”

Rima: ‘Ik heb mijn huis achtergelaten’

Als Rima aankomt in Pazarkule weet ze het meteen: ze is voorgelogen. “Het is chaos. Voor eten moet je uren in de rij staan. Als je eindelijk aan de beurt bent, is het eten soms op. Afghaanse vluchtelingen vertellen me dat ik kruiden kan plukken om te koken. Dat zou mijn honger stillen.” Ze slaapt op de grond, met haar rugtas als kussen. Niets wijst erop dat Griekenland de grenzen opent.

Rima is niet haar echte naam, ze is bang voor de Turkse overheid die heeft gedreigd Syriërs naar Noord-Syrië uit te zetten. Ze is al een tijd onderweg. Ze werkte in Daraa, in het zuiden van Syrië, als verpleegster in het ziekenhuis. Daar filmde ze slachtoffers van bombardementen, filmpjes die ze via sociale media deelde. Het Syrische regime zag haar daarom als activist. Anderhalf jaar geleden vluchtte ze via Idlib naar Turkije, ze liet haar zoon (24) en dochter (17) achter. “Als ik terugga naar mijn woonplaats in Syrië, kom ik in de gevangenis.”

In Turkije mag ze alleen in fabrieken werken, veertien uur per dag. “Maar dat is niet genoeg om rond te komen.” Toen de Turkse overheid aankondigde dat de grenzen opengaan, vertrok ze naar de grens.

Nu voelt ze zich gebruikt. “Mensen hebben hun huizen en bezittingen opgegeven om naar Pazarkule te reizen. Ook ik heb mijn huis achtergelaten. De borg van 900 lira (125 euro) heb ik nooit teruggekregen.”

Buschauffeurs lieten haar onderweg grote bedragen betalen, zodat ze snel door haar geleende geld heen was. Haar zus betaalde de huur in Turkije en heeft ook voor deze reis betaald. Zij woont in Zwitserland waar ze asiel kreeg. Deze zus is Rima’s eindbestemming.

Na enkele weken bivakkeren bij de grens werd Rima gedwongen Pazarkule te verlaten. “Onze tenten werden verbrand en we zijn onder dreiging van wapens en traangas in een bus gezet en naar de andere kant van Turkije vervoerd.” Ze verbleef vijftien dagen in quarantaine in Malatya, daarna werd ze naar Trabzon gebracht. Daar aangekomen hoorde ze dat ze naar huis kan.

Maar Rima’s geld was op, net als dat van veel andere vluchtelingen in haar groep. Ze werd met een groep van vijftigmensen, waaronder zestien kinderen, naar een nieuwe locatie gebracht in Ankara, achthonderd kilometer verderop. Toen Rima besefte dat dit een detentiecentrum was, werd ze woedend en strijdlustig. “Ik riep: ‘Waarom zet je ons gevangen? Zijn we criminelen? Hebben we wetten overtreden? Jullie eigen president vertelde ons dat de grenzen opengingen. Jullie moedigden ons aan om te vertrekken, en de Griekse grens te forceren.’” Agenten dwongen de groep om te kalmeren, met blaffende honden en door met geweld te dreigen.

Het lukte haar vanuit de gevangenis in Ankara de journalistieke onderzoekers te bellen met een telefoon die ze had verstopt. Er zaten meer vluchtelingen vast, ontdekte ze toen ze contact maakte via een open raam. Sommigen al veertien dagen. Ze stuurde een geluidsbestand waarin je haar hoort bonzen op de gevangenisdeur. Zelf werd ze na vier dagen vrijgelaten.

Als Erdogan haar nog een keer zou uitnodigen naar de grens te gaan, gaat ze niet. Vastberaden: “We worden gebruikt voor zijn politieke agenda. Als ik geld bij elkaar weet te krijgen, probeer ik de grens over te steken met een smokkelaar.”

De echte naam van Rima is bekend bij de redactie. 

Ahmad Al Hammoud: ‘Mensen werden geslagen als ze klaagden of niet netjes in de rij stonden’

Op 1 maart komt Ahmad Al Hammoud (24) bij de grens aan. Als hij in de rij voor eten staat, moedigt de Turkse politie hem aan: “Ga naar Griekenland, gooi stenen. In de rij staan voor eten brengt je niet naar Griekenland.” Ahmad ziet verschillende mensen de rij verlaten om stenen en traangas te gooien naar de Griekse politie. Dat traangas krijgen ze volgens hem van de Turkse politie.

Ahmad Al Hammoud.

Dan breekt Covid-19 uit en wordt Ahmad in Osmaniye in quarantaine geplaatst. “Bij binnenkomst werd onze temperatuur gecontroleerd. Een jongen had koorts, maar er was geen dokter in het kamp om te controleren of hij het coronavirus had.”

Na twaalf dagen quarantaine vraagt de directeur van het kamp wie naar Europa wil. Iedereen steekt zijn hand op. “We waren allemaal blij. Uiteindelijk leek al ons lijden niet voor niets geweest te zijn: we konden alsnog naar Europa.”

De groep wordt afgezet in Izmir en kan vandaaruit de oversteek naar Griekenland maken, belooft de kampdirecteur. Maar tijdens de busrit kondigt de Turkse overheid een lockdown aan. De reis eindigt op een slaapzaal van een universiteit, net buiten Izmir. “Het leek meer op een gevangenis. Mensen werden geslagen als ze klaagden of niet netjes in de rij stonden.” Na twee dagen worden Ahmad en zijn reisgenoten alsnog afgezet bij het centrum van Izmir, maar de route naar Griekenland over zee zit op slot. Die nacht slaapt hij op het busstation van Izmir.

Na weken van rondzwerven is Ahmad nu gestrand bij vrienden in Izmir. Terug naar zijn huis in Adana, negenhonderd kilometer verderop, is geen optie. Hij heeft zijn huur opgezegd en zijn spullen weggegeven. De afgelopen jaren werkte hij in een plastic- en houtfabriek, twaalf uur per dag. “Ik ben hier nu drieënhalf jaar. In Syrië studeerde ik electrotechniek, maar mijn stad was belegerd door IS en het regime wilde graag jongens van mijn leeftijd in het leger. Daarom ben ik gevlucht. Ik had getrouwd kunnen zijn en een goede baan kunnen hebben.”

Hij heeft genoeg van zijn leven in Turkije. Noord-Syrië is geen optie: “Ik ben bang dat Assads regime daar de controle krijgt en dan moet ik het leger in.” Als het coronavirus beteugeld is, zal hij de grens weer proberen over te steken. “In het Arabisch zeggen we: degene die verdrinkt, houdt zich vast aan een strohalm.”

Verantwoording 

Dit verhaal komt voort uit de Borders Newsroom, een project van journalistiek onderzoeksbureau Lighthouse Reports. Voor het verhaal is enkele weken contact onderhouden met 30 Syriërs die naar Pazarkule zijn gekomen. Via hen hebben we de omzwervingen en ervaringen van de groep in kaart kunnen brengen. Contact verliep via telefoon en messenger-apps zoals WhatsApp. Hun ervaringen werden vergeleken met interviews met andere vluchtelingen. Ook werden foto’s en videobeelden die de vluchtelingen onderweg maakten bekeken en naast elkaar gelegd. Gemelde verzamelplekken van vluchtelingen konden op satellietbeelden worden geverifieerd.

Lees ook: 

Zieke Syrische vluchtelingen mogen aansterken in Turkije, maar dat zegt Ankara liever niet hardop

Op de intensive care van Turkse ziekenhuizen liggen oorlogsslachtoffers uit het Syrische Idlib. Na behandeling mogen ze aansterken in Turkije, maar geld voor hun opvang is er niet. Ankara eist dan ook meer steun uit Europa. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden