null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnBas den Hond

Steunpakket van Biden gaat eindstreep halen na tocht door politiek mijnenveld

Joe Biden is nog maar ruim een maand aan het werk als president en nu al staat hij op het punt een grote slag te slaan. Vrijdagavond nam het Huis van Afgevaardigden zijn enorme steun- en herstelpakket aan. De federale overheid gaat 1,9 biljoen dollar uitgeven.

Er zit van alles in: een eenmalige uitkering voor wie minder verdient dan 75.000 dollar, een aanvulling op de uitkering voor wie werkloos is geraakt, verhoging van de voedselsubsidie voor de allerarmsten en een hogere kinderbijslag. En een verhoging van het landelijk geldende minimumloon, van 7,25 naar 15 dollar.

Oeps, nee, dat laatste gaat niet door. Het staat nog wel in de wet die het Huis aannam, maar in de Senaat gaat dat plan het niet halen. Dat heeft zowel een politieke als een procedurele oorzaak. Allebei zijn die een voorteken van de problemen die Biden de komende jaren nog te wachten staan.

In principe zou de wet probleemloos door de Senaat moeten kunnen komen. Daar hebben de Democraten het overwicht met 50 van de 100 stemmen, en zo nodig de doorslaggevende stem van vice-president Kamala Harris. In de Senaat zijn op grond van de interne regels voor de meeste wetten 60 stemmen nodig, maar het herstelpakket valt onder een uitzondering: als een wet voornamelijk gaat over de overheidsuitgaven, dan is een gewone meerderheid voldoende.

Maar met hun 50 stemmen zijn de Democraten behoorlijk kwetsbaar. Er hoeft maar één senator te twijfelen of de uitslag wordt ongewis.

Vanuit de fractie geredeneerd is dat een ongemakkelijke toestand, maar vanuit individuele senatoren bekeken is het geweldig: elk van de vijftig krijgt er enorm veel macht door. Hij of zij kan wetten blokkeren omdat ze hem of haar niet zinnen. Of een populaire wet in gijzeling nemen om een concessie af te dwingen over iets anders.

In de huidige fractie is die rol Joe Manchin op het lijf geschreven. Hij is senator voor West-Virginia, een heel conservatieve staat die in 2016 en 2020 met overtuiging voor Donald Trump stemde, maar in 2018 Democraat Joe Manchin herkoos. Die verdiende die trouw van zijn kiezers door regelmatig mee te stemmen met de Republikeinen. En hij zal dat ook de komende tijd doen.

Zoals wanneer het gaat om dat minimumloon. Hij vindt het nu, terwijl veel bedrijven op omvallen staan en de werkloosheid nog hoog is, niet de goede tijd voor een verhoging. In tegenstelling tot zijn collega-senator Bernie Sanders, die vindt dat de verhoging juist al jaren geleden had moeten komen.

Maar een hoogoplopend conflict tussen de linker- en rechtervleugel van de Democraten komt er nog even niet, want er zal over dat minimumloon vermoedelijk helemaal niet gestemd worden. Een onpartijdige ambtenaar van de Senaat, de parliamentarian, heeft beslist dat een verhoging van het minimumloon niet echt veel te maken heeft met het overheidsbudget. Het voorstel moet uit de wet worden geschrapt of anders gaat die weer vallen onder de gebruikelijke regels. Dan zijn er dus toch 60 stemmen nodig, waaronder 10 Republikeinse stemmen die er echt niet gaan komen, want de Republikeinen vinden het hele steunpakket veel te gul.

President Biden heeft al laten doorschemeren dat hij wel kan leven met het schrappen van de minimumloon-verhoging. Voor hem staat voorop dat hij degenen kan helpen die door de pandemie zijn getroffen, en de economie kan stimuleren.

Maar nadat hij de wet heeft getekend, wacht de economische stimulans weer een ander procedureel mijnenveld. Want in 2010 heeft het Congres een wet aangenomen die eist dat extra uitgaven van de overheid gedeeltelijk gecompenseerd moeten worden met bezuinigingen elders.

Een onpartijdig bureau, het Congressional Budget Office, heeft uitgerekend wat die ‘boter-bij-de-vis’ wet in dit geval betekent: 36 miljard dollar bezuinigen op Medicare, het ziekenfonds voor ouderen, en 90 miljard op een aantal andere posten. Het gaat om zoveel geld, dat bijvoorbeeld de politiek belangrijke subsidies voor boeren helemaal zouden verdwijnen.

De Democraten zeggen dat ze niet bang zijn voor die gevolgen. De ‘boter-bij-de-vis’ wet kent een uitweg: als het Congres besluit dat het om een noodsituatie gaat, vervallen de bezuinigingen weer. Zo’n besluit heeft in de Senaat weer 60 stemmen nodig, maar in het verleden hebben de twee partijen eendrachtig besloten dat de bezuinigingen niet door hoefden te gaan, uit vrees voor woede onder de kiezers.

Maar zullen de Republikeinen dat nu ook doen? Of zullen ze tegenstemmen en de Democraten de schuld geven van de problemen die ze met hun geldsmijterij hebben veroorzaakt? Politiek is dat gevaarlijk. De kiezers stellen het niet op prijs als overheidsprogramma’s opeens wegvallen of in geldnood komen.

Voor de Republikeinen is het een dilemma. Binnen de partij is het credo dat de overheidsuitgaven omlaag moeten, niet omhoog. Wie tegen bezuinigingen stemt, kan daarvoor bij de voorverkiezingen gestraft worden. Maar als de Republikeinen zich op de algemene peilingen zouden richten, dan stemden ze voor Bidens steunpakket. Want van alle kiezers zegt een maar zelden vertoonde meerderheid, 76 procent: laat maar komen, die 1,9 biljoen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden