OnderzoekNLA-programma

Steunde Nederland Syrische jihadisten? ‘Het kabinet nam grote risico’s’

Nederland financierde onder meer pick-uptrucks voor Syrische strijdgroepen, die ook in de gevechten gebruikt kunnen worden.  Beeld Getty Images
Nederland financierde onder meer pick-uptrucks voor Syrische strijdgroepen, die ook in de gevechten gebruikt kunnen worden.Beeld Getty Images

De regering heeft de risico’s van een steunprogramma aan Syrische strijdgroepen te rooskleurig voorgespiegeld. Dat stelt generaal-majoor buiten dienst Cammaert, leider van het externe onderzoek naar de steun.

Ghassan Dahhan

De Nederlandse regering heeft grote risico’s genomen met het staatsgeheime steunprogramma aan Syrische opstandelingen. Dat concludeert een externe onderzoekscommissie, onder leiding van voormalig generaal-majoor Patrick Cammaert, in een vrijdag verschenen rapport. De commissie deed in opdracht van de Tweede Kamer zo’n twintig maanden onderzoek naar het zogeheten NLA-programma van Buitenlandse Zaken.

Aanleiding van het onderzoek is de berichtgeving van Trouw en Nieuwsuur in september 2018. Daaruit bleek dat de regering beloften aan de Kamer niet was nagekomen. Die behelsden dat bij hulp aan ‘gematigde groeperingen’, die groepen niet ‘operationeel mochten samenwerken’ met extremisten, geen mensenrechtenschendingen mochten plegen en een democratisch Syrië moesten nastreven. Uit onderzoek van Trouw en Nieuwsuur bleek dat aan deze voorwaarden niet was voldaan.

Ook uit het rapport blijkt dat het criterium van het niet-samenwerken met extremisten werd geschonden. Samenwerking met extremisten was ook moeilijk uit te sluiten, legt Cammaert uit. “De samenstelling van die groeperingen wijzigde voortdurend en om te overleven is het soms ook noodzakelijk voor de ene groep om met de andere samen te werken en incidenteel ook jihadistische of extremistische groeperingen te steunen om te overleven.”

De commissie schrijft dat Buitenlandse Zaken in februari 2016 bijvoorbeeld ‘geen redenen tot maatregelen’ zag toen bleek dat door Nederland gesteunde strijdgroepen met terreurbeweging Al-Nusra optrokken aan het front. Ook noemt de commissie het militaire samenwerkingsverband Fatah Halab, waar zowel door Nederland gesteunde strijdgroepen aan deelnamen als extremistische, zoals Ahrar al-Sham en Jaish al-Islam. “In interviews met de commissie is aangegeven dat deze samenwerking in de ogen van BZ (Buitenlandse Zaken, red.) niet problematisch was”, schrijft de commissie. Op de vraag of er ook Nederlandse goederen bij extremisten zijn terechtgekomen, zegt Cammaert tegen Trouw en Nieuwsuur: “Ongetwijfeld is dat incidenteel gebeurd en of dat nu vrijwillig was of niet, dat is vers twee.”

‘Extremistisch’ niet gedefinieerd

De commissie stelt in haar onderzoeksrapport bovendien dat in de stukken van Buitenlandse Zaken die zij onder ogen kreeg, de ‘definitie’ van de term ‘extremistisch’ überhaupt ontbrak. Ook werd de term ‘operationele samenwerking’ niet nader gespecificeerd. Cammaert vertelt aan Trouw en Nieuwsuur dat de term ‘gematigde groepering’ eveneens moeilijk is te definiëren. “Dat is in feite een hele ongelukkige term als je praat over de situatie in Syrië, want geen van die groeperingen heeft schone handen.”

Die constatering is opmerkelijk: want op 30 mei 2018 schreef het kabinet aan de Kamer: “Operationele samenwerking of overlopen tussen door Nederland gesteunde groepen en jihadistische groepen is, voor zover bekend, niet voorgekomen.”

Volgens Cammaert zijn de risico’s door Buitenlandse Zaken ‘te rooskleurig’ voorgespiegeld aan de Kamer: “Er is niemand in dat palet van honderden groeperingen, die schone handen heeft, niemand. Het is een illusie om dat te denken.” Uit het rapport blijkt ook dat de levering van ‘niet dodelijke’ goederen – Nederland stuurde onder meer 192 voertuigen – in strijd was met het internationaal recht. De commissie stelt dat ‘het geweldsverbod aan de ondergrens is gepasseerd.’

Rutte probeerde onderzoeken tegen te houden

Cammaert zegt dat het kabinet beter eerlijk had kunnen zijn. “De volgende keer dat we dit doen moeten we de risico’s die eraan vastkleven beter uitleggen aan de leden van de Tweede Kamer, en niet achteraf zeggen: ‘Ja God, daar zaten allemaal risico’s aan, want nu hebben we vastgesteld dat bepaalde hulpgoederen in handen zijn gekomen van groeperingen die we liever niet zouden willen steunen.”

Of het kabinet de conclusies overneemt, zal binnenkort blijken. Minister van buitenlandse zaken Wopke Hoekstra liet vrijdag weten dat de regering spoedig met een uitgebreide verklaring komt op het onderzoek.

De kwestie ligt gevoelig binnen het kabinet. In november 2020 probeerde premier Mark Rutte nog persoonlijk een onderzoek naar het steunprogramma tegen te houden. Hij zei dat een onderzoek ‘mensenlevens’ in gevaar kon brengen, vanwege de staatsgeheime informatie. Bovendien was de Kamer al volledig geïnformeerd over het programma. Het onderzoek zou ‘dus ook niets nieuws opleveren’, aldus Rutte destijds.

Cammaert bestrijdt die bewering. “Ik vind dat ons onderzoek een heleboel heeft opgeleverd”, zegt hij, waaronder een heleboel conclusies en aanbevelingen. “Ik hoop dat die ook goed ter harte worden genomen en in de toekomst ook gebruikt zullen worden voor als men weer in zo’n situatie komt.”

Hoe zat het ook al weer?

NLA-programma: 2015 tot en met 2018 - kosten van dit programma: 27.685.671 euro

7 april 2015:

Kabinet doet belofte aan de Kamer: hulp aan Syrische opstandelingen wordt getoetst op drie criteria: 1) geen operationele samenwerking met extremisten; 2) geen mensenrechtenschendingen en 3) streven naar democratisch Syrië.

28 juli 2015:

Eerste levering goederen aan opstandelingen

20 januari 2018:

Turkije begint een militaire invasie in Noord-Syrische provincie Afrin, genaamd ‘Operatie Olijftak’, gericht tegen Koerdische strijders. Aan die invasie doen ook Syrische strijdgroepen mee, die door Nederland gesteund worden.

Eind maart 2018

Het NLA-programma wordt vanaf dit moment de facto voor heel Syrië stopgezet. De reden: de opmars van het regime en krimpende ruimte voor de oppositie.

7 april 2018:

Laatste levering goederen aan opstandelingen

10 - 13 september 2018:

Trouw en Nieuwsuur publiceren eerste onderzoeksverhalen over Nederlandse steun aan Syrische strijdgroepen.

21 februari 2021:

Motie van Van Helvert (CDA) om onderzoek naar het NLA-programma te doen wordt aangenomen met een ruime Kamermeerderheid.

1 april 2021:

Het kabinet stelt een externe onderzoekscommissie in, onder leiding van voormalig generaal-majoor Patrick Cammaert. De commissie richt zich op “het ambtelijke en politieke besluitvormingsproces, de juridische risico’s, de mate waarin de door de regering aan de steun gestelde voorwaarden zijn nagekomen, de informatievoorziening aan de Kamer, en uit het onderzoek lessen te trekken voor de toekomst.”

9 december 2022:

Commissie Cammaert publiceert het rapport over het NLA-programma.

Lees ook:

Hoe Buitenlandse Zaken probeerde extern onderzoek naar de hulp aan Syrische opstandelingen te voorkomen

Wob-documenten opgevraagd door Trouw en Nieuwsuur laten zien dat het ministerie van buitenlandse zaken een extern onderzoek naar omstreden hulp aan Syrische opstandelingen wilde voorkomen. ‘Heb je afgehecht dat we dat niet moeten willen?’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden