Frankrijk

Staatsrechtkenner Jean Picq: ‘Ik geloof niet dat je door veel extra controles het islamisme kunt bestrijden’

De Grote Moskee in Parijs. Beeld EPA
De Grote Moskee in Parijs.Beeld EPA

Frankrijk bindt met een nieuwe wet de strijd aan met het islamisme op eigen bodem. De jurist Jean Picq, prominent kenner van het Franse politieke model, twijfelt aan het nut van dit offensief.

De Franse Republiek tolereert geen enclaves waar niet de wetten van het land, maar die van de radicale islam gelden. Dat was de boodschap van president Emmanuel Macron in een geruchtmakende rede die hij hield in oktober vorig jaar.

Populistische retoriek om de rechtste kiezer te paaien, meende de linkse oppositie toen. De kritiek verstomde niet nadat een paar weken later een jihadist de leraar ­Samuel Paty onthoofdde. Vooral Amerikaanse media en progressieve academici waarschuwden dat maatregelen tegen het islamisme zouden ontaarden in stigmatisering en discriminatie.

Vanaf vandaag, een half jaar later, buigt de Eerste Kamer zich over het wetsvoorstel tegen het ‘islamistisch separatisme’ (zie ­kader) dat Macron aankondigde. Jean Picq, oud-topambtenaar en docent aan het Parijse instituut voor politieke wetenschappen ­Sciences Po, denkt dat de vrees voor fundamentele vrijheden ongegrond is. Maar ­enthousiast is hij ook niet.

Is de ‘Wet tegen het islamistisch ­separatisme’ een goed idee?

“Het is, denk ik, een onnodige wet, geen goed antwoord op een echt probleem, zou je kunnen zeggen. Ik geloof niet dat je door veel extra controles het islamisme kunt bestrijden.”

De wet is twee keer van naam veranderd. Het werd eerst omgedoopt in ‘Wet tegen de separatismen’ en heet nu ‘Wet ter ­versterking van de principes van de ­Republiek’. Is de regering bang om van islamofobie te worden beschuldigd?

“Het is goed om de wet zo te noemen. De ­regering moet de islamitische burgers ­geruststellen en ervan overtuigen dat de ­Republiek hun geloof niet aanvalt, maar juist beschermt. Daar is geduld voor nodig. Vergeet niet dat de bisschoppen de wet van 1905 – die de scheiding tussen kerk en staat regelde – pas veertig jaar later hebben ­erkend.

“In het geval van de islam is alles nog moeilijker vanwege de buitenlandse ­bemoeienis met moskeeën en het salafisme dat de nieuwe wet wil bestrijden. Dat je wilt optreden tegen radicale gebedshuizen, ­online haatzaaien en dwanghuwelijken en polygamie zal iedereen begrijpen. Maar dat kan niet met alleen repressie, de ­Republiek moet ook het vertrouwen winnen.”

U publiceerde net een boek over het Franse politieke model (La République, la force d’une idée). Volgens u is Frankrijk geen ­‘vereniging van eigenaren’, geen optelsom van gemeenschappen. Is die nadruk op ­eenheid het grote verschil met andere ­westerse democratieën?

“De Republiek is voor ons Franse burgers de overtuiging dat wat ons bindt, sterker moet zijn dan hetgeen ons verdeelt. Het is een project dat wordt samengevat door een ­devies dat een belofte inhoudt: vrijheid, ­gelijkheid, broederschap.

“Typerend bij ons is ook de sterke drang om alles te herleiden tot de Franse revolutie van 1789. Dat de oudste moderne democratie in de wereld in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstond, weet men niet. Die naar binnen gerichte blik koestert een revolutionaire catechismus met bijbehorende dogma’s: de staat is de drager van de volkswil, het volk is soeverein. Maar die visie leidt helaas tot een te eenzijdige opvatting van het republikeinse idee. De begrippen staat, natie, republiek en democratie worden vaak met elkaar verward, terwijl je met deze materie heel precies moet zijn.”

Waarom is dat belangrijk?

“Omdat het heel verschillende dingen zijn. De natie – het Franse volk dat een taal en geschiedenis deelt – is een historisch feit. De staat is een instrument. De democratie geeft aan wie de macht uitoefent, de Republiek is het idee dat het doel ervan bepaalt: de zoektocht, van onderop, naar het algemeen belang. Als je de Republiek met de staat verwart, dan maak je van de uitvoerende structuur de hoofdzaak en dreigen staatsdirigisme en centralisme, de ziekte van dit land.”

Frankrijk krijgt vaak het verwijt dat het ­alle burgers in dezelfde mal wil persen.

“Die kritiek begrijp ik, je hoort dit ­geluid in samenlevingen die erg gehecht zijn aan het compromis en aan tolerantie. Maar die zaken worden hier juist vaak ­gezien als de oorzaak van het communautarisme, waarmee men doelt op de neiging van gemeenschappen om de natie de rug toe keren.”

Waar komt dat wantrouwen vandaan?

“Van ons verleden dat een aaneenschakeling is van gewelddadige politiek-religieuze conflicten. Onze geschiedenis staat in het teken van conflict, niet van consensus. Frankrijk, ook wel de ‘oudste dochter van de kerk’ genoemd, heeft zelfs twee keer een paus gevangen genomen, in 1302 in ­opdracht van Filips de Schone en in 1809 in opdracht van Napoleon.

“In tegenstelling tot de Nederlanders en de Duitsers hebben wij in de tijd van de ­Reformatie nooit een godsdienstvrede ­gekend zoals de Pacificatie van Gent (1576) of de Vrede van Augsburg (1555). Het Edict van Nantes (1598) maakte weliswaar een einde aan veertig jaar burgeroorlog tussen protestanten en katholieken, maar het werd minder dan een eeuw later her­roepen: 200.000 protestanten werden toen ­gedwongen het land te verlaten.

“Vervolgens brak er, na een eeuw van ­exclusief katholicisme, met de revolutie van 1789 een periode aan van antireligieus ­geweld. In de negentiende eeuw stonden Republikeinen en katholieken lijnrecht ­tegen over elkaar over de vraag welke plaats de kerk moest innemen.”

Daar kwam pas een einde aan met de wet van 1905. Sindsdien bemoeit de staat zich niet meer met de kerk en de kerk niet met de staat.

“Deze codificatie van wat in Frankrijk het principe van de ‘laïcité’ wordt genoemd, biedt gelovigen te weinig ruimte, hoor je ­weleens.

“Dat is niet zo, de wet van 1905 intro­duceerde juist een erg liberaal regime voor de godsdiensten. Wel is het waar dat de laïcité een stroming kent die vijandig staat tegenover religie. En in de publieke opinie overheerst het idee dat religie een privé­zaak is die geen plaats heeft in de publieke ruimte. Dat is niet de juiste interpretatie van de ­laïcité, natuurlijk mogen gelovige burgers hun overtuigingen uiten, respect voor de godsdienstvrijheid wordt ons bovendien ook opgelegd door het Europees ­Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat leg ik graag uit, maar die poging wordt bemoeilijkt door de opkomst van de politieke islam.”

De katholieke en protestante kerken hebben als enige religieuze organisaties bezwaar gemaakt tegen de wet. Zij zeggen: er is een probleem met de politieke islam, en daarom worden wij nu ook onder het vergrootglas gelegd.

“Het probleem is dat meer dan 90 procent van de 2600 moskeeën in Frankrijk onder een wet vallen uit 1901 die het juridische kader bepaalt van gewone verenigingen. Om een moskee te openen, ga je naar de prefectuur (de vertegenwoordiging van ­Parijs in elke provincie, red.) waar je een paar standaardformulieren invult, daar komt het op neer.

“De kerken daarentegen vallen onder de wet van 1905, die meer eisen stelt: een kerk kan geen commerciële, culturele, sociale of andere activiteiten ontplooien. Tegelijk hebben zij grote voordelen op fiscaal gebied.

“De regering wil de moskeeën nu verleiden om zich aan te sluiten bij het regime van ‘1905’ dat wordt aangepast om ze beter te kunnen controleren. Zo stelt de nieuwe wet voorwaarden aan de boekhouding en geld dat uit het buitenland komt, moet worden aangegeven. Een protestante kerk die, wie weet, geld uit Nederland ontvangt, zou dat ook moeten melden en die heeft geen zin om dat te verantwoorden.

“Maar het meest stoort de katholieken en protestanten dat de prefectuur elke vijf jaar hun religieuze karakter opnieuw moet ­erkennen. Dat is inderdaad een mogelijke inbreuk op de scheiding tussen kerk en staat. Hier heeft de Conseil d’État (Raad van State) al op gewezen. Als de senaat (Eerste Kamer) en de Assemblée Nationale (Tweede Kamer) dit wetsartikel ongemoeid laten, komt de hoeder van de grondwet, de Constitutionele Raad, in beeld. Die heeft het laatste woord.”

Lees ook:

Franse regering stort zich op islamistische influencers

De Franse regering opent na de aanslag op de leraar Samuel Paty de jacht op islamistische activisten. Het ‘collectief tegen islamofobie’ CCIF staat mogelijk een verbod te wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden