Sonia Bermúdez trekt de doodkist van Venezolaan Saul de Jesus uit de grafmuur. Er moet plaats gemaakt worden voor een volgende.

Reportage Colombia

Sonia Bermúdez, de Colombiaanse die een graf regelt voor doden zonder geld

Sonia Bermúdez trekt de doodkist van Venezolaan Saul de Jesus uit de grafmuur. Er moet plaats gemaakt worden voor een volgende. Beeld Eline van Nes

In Riohacha, in het Caribische deel van Colombia, ontfermt Sonia Bermúdez zich over de doden wier familie geen geld heeft voor een begrafenis: momenteel vaak gevluchte Venezolanen. Een vrouw met een bijzondere band met de dood, die straalt van levenslust.

Sonia Bermúdez (64) stuurt haar zware pick-uptruck met vaste hand door de straatjes van het stoffige Riohacha, in het uiterste noordoosten van Colombia. Achter in de laadbak een kruiwagen, cement, grote flessen water en grijze rechthoekige stenen, én haar zwijgzame secondant Francisco. Nog even wat bier, cola en gegrilde kippenpootjes kopen voor de ergste trek en dan gaat het richting zuiden, naar haar eigen begraafplaats, waar de goedlachse Guajira – bewoonster van het gelijknamige schiereiland – het helemaal voor het zeggen heeft.

“Dood verdienen we veel meer respect dan levend, want de doden kunnen zich niet meer verdedigen”, mijmert Bermúdez van achter haar grote brillenglazen. “Dit is het enige werk dat ik kan doen voor deze mensen. Ik doe het om God te behagen.”

Francisco helpt Sonia Bermúdez met het bouwen van extra begraafplaatsen. Beeld Eline van Nes

Haar roeping voelde ze al als studente, bijna vijftig jaar geleden. Ze maakte de toen voor een Colombiaanse vrouw ongebruikelijke keuze om forensisch arts te worden. Ze oefende dit beroep meer dan dertig jaar uit en heeft in haar vrije tijd vele dierbaren opgebaard, onder wie haar beide ouders toen die overleden. Tegenwoordig leeft ze van haar pensioen, dat voor een deel opgaat aan hulp voor mensen die geen geld hebben om hun dierbaren te begraven.

Financiële hulp krijgt ze een beetje van de gemeente – een kleine 20.000 euro per jaar – en van vluchtelingenorganisatie UNHCR, omdat de meerderheid van haar doden de laatste paar jaar Venezolanen zijn die de laatste paar jaar het schiereiland Guajira hebben overspoeld, op de vlucht voor honger en ziekte. Sinds 2018 heeft Bermúdez naar eigen zeggen 106 Venezolanen begraven; 43 van hen waren kinderen.

Ruzie met de kerk

In de jaren negentig betrok ze haar huidige stoffige en smoorhete dodenrijk. In de simpele bouwwerkjes van grijze stenen, die zij en Francisco op elkaar gemetseld hebben, zijn holtes vrijgelaten. De kisten met stoffelijk overschotten van overledenen worden daar in geschoven.

Ze had ruzie gekregen met de katholieke kerk, die niet langer toestond dat de doden op het kerkhof werden begraven zonder dat de armlastige familie ervoor betaalde. “Ik heb oorlog gevoerd met de pastoors. Het is de ergste maffia van de wereld, die alleen maar voor het geld werkt”, sneert ze.

Een Venezolaanse familie komt de kist van hun overleden overgroot vader brengen. Beeld Eline van Nes

Met 76 stoffelijk overschotten vertrok ze uiteindelijk naar het stuk land dat ze na een lange bureaucratische strijd in 1997 het hare kon noemen. “Een vijfsterrenhotel voor de doden”, zegt ze met de haar typerende stralende glimlach.

Wie denkt dat Sonia Bermúdez geobsedeerd is door de dood, heeft het helemaal mis. Ze is dol op haar zeven kinderen en twaalf kleinkinderen en doet niets liever dan dansen en plezier maken. Maar de mannen in haar leven, onder wie de vader van haar zeven kinderen, hebben haar in de steek gelaten, omdat ze te veel tijd doorbracht met het begraven van de doden. “Ik ontvang cv’s”, zegt ze op uitdagende toon, “Ik ben vrijgezel en beschikbaar!” Ze schatert.

Deze middag, waarop ze haar 84-jarige stadgenoot Ramón David Vega moet gaan begraven, is Bermúdez gekleed in een glanzende legging met afbeeldingen van het Carnaval van Barranquilla, na Rio de Janeiro een van de grootste en beroemdste van Latijns-Amerika. Krekels zingen luidkeels, een kudde geitjes die de begraafplaats oversteekt blaat op hoge toon.

Roze plastic zak

Om Vega de laatste eer te kunnen bewijzen, moet Bermúdez een graf ruimen. Terwijl rechterhand Francisco metselt aan een muur voor nieuwe graven, slaat zij, gestoken in lange plastic handschoenen, de cementen wand die het graf afsluit kapot met een hamer. Gedecideerd, maar zorgvuldig. Het is niet zo maar een graf. In de kist ligt haar overleden vriend Saúl, die bezweek aan een leven van te veel drank en sigaretten, maar die naam had gemaakt als lezer van tarotkaarten.

Sonia Bermúdez verzamelt de resten van haar Venezolaanse vriend Saúl de Jesus die vijf jaar geleden overleed. Beeld Eline van Nes

Ze trekt aan de kist, die uit elkaar op de grond valt. Bloemen, stukken kleding en de resten van Saúl. “We zijn toch niet boos vandaag”, grapt ze, terwijl ze voorzichtig de schedel van haar vriend uit de resten oppakt.” Ze doet hem in een roze plastic zak, waar ze alle botten, groot en piepklein, van Saúl die uit de kist gevallen zijn, in stopt om hem een waardige crematie te kunnen geven. In de zak verdwijnt ook een kunstpenis die Bermúdez uit de resten heeft gevist. Een eerbetoon aan Saúl, die van mannen hield en alleen al daarom geen makkelijk leven had in het conservatieve en door macho’s gedomineerde Riohacha. De overige inhoud van de kist zal ze later verbranden op een speciaal daarvoor gecreëerde plek op de begraafplaats.

Ondertussen is een familie aangekomen om het graf van een overleden zoon te bezoeken. Vermoord omdat hij zich inliet met drugs­criminelen, weet Bermúdez. Een jonge vent van nog geen twintig jaar.

Wanneer ze de resten van Saúl geruimd heeft, arriveert ook de familie van de overleden Ramón Vega. Broers, zijn weduwe die zwaar op een stok leunt, dochters, nichtjes. Uit de lijkwagen halen ze de kist en schuiven die voorzichtig in de holte van het geruimde graf.

Naam in nat cement

Bermúdez metselt stenen op elkaar om de ruimte met de kist af te sluiten en strijkt het muurtje glad met cement. Bedachtzaam en geconcentreerd. Met een klein takje schrijft ze Vega’s naam in het nog natte cement, zijn geboortedatum en de datum van zijn over­lijden. De familie kijkt gelaten toe.

Wanneer zij vertrokken zijn, blijkt de familie van de om het leven gebrachte jongeman nog steeds op de begraafplaats te zijn. Ze hebben net zo lang gedraald, totdat Sonia Bermúdez met haar pick-uptruck en grote laadbak, waarin ze allemaal passen, zou terugrijden naar Riohacha. Een taxi van de begraafplaats naar de stad is duur. Bermúdez weet het maar al te goed en stopt de moeder van de overledene nog wat geld toe als ze haar en haar familieleden later afzet. “Om wat eten te kopen”, zegt ze zachtjes.

Inmiddels gaat haar telefoon onophoudelijk: een jonge vrouw uit Venezuela wier moeder in Riohacha overleden is en die zich geen raad weet met de situatie. Kan ze haar familie aan de andere kant van de grens nog op tijd in Colombia krijgen voor de begrafenis? Bermúdringt aan op snel handelen om te voorkomen dat het lichaam gaat ontbinden.

Sonia Bermúdez steekt de kleren, doodskist en oude bloemen van haar overleden vriend Saul de Jesus in brand. Beeld Eline van Nes

De volgende dag is het Moederdag en Bermúdez’ familie verschijnt in de beste kleren gestoken op de veranda van haar huis om samen te eten en te dansen. Sonia, de matriarch, zal het middelpunt van het feest zijn. Op de stoep voor haar huis snijdt een van haar zoons een geit aan stukken, uit de woonkamer schalt keiharde vallenato-muziek, dé muziek van de streek die verhaalt van armoede, ontberingen en mislukte liefdes.

Maar ze is er niet. Na een tijdje komt haar grote pick-uptruck de bocht om en stopt voor het huis. Ze springt er uit in weer een fleurige legging en met een stralende glimlach om haar grote hagelwitte tanden. In de laadbak van de pickup-truck staat een lijkkist met de resten van de Venezolaanse vrouw wier dochter almaar in paniek belde de vorige avond. “Ze moet meteen begraven worden want het lijk is al aan het ontbinden. Ik heb het nog zo gezegd”, moppert Bermúdez, terwijl ze op een foto op haar telefoon laat zien wat ze in het mortuarium aantrof.

Maar dat ze de dochter zal helpen staat buiten kijf. “Ik ben haar laatste strohalm.” Het feest en de muziek zullen zonder haar moeten beginnen. Opnieuw gaat ze met Francisco naar haar begraafplaats om een graf te ruimen en de overleden vrouw uit Venezuela een waardige laatste rustplaats te geven.

Lees ook
Van de crisis in Venezuela naar kinderprostitutie in Colombia

Seksuele exploitatie van minderjarigen was in Colombia al wijdverbreid. Maar sinds Venezolaanse vluchtelingen hun toevlucht in het land zoeken is het probleem nog groter geworden.

Voor veel Venezolanen duurt het wachten op Guaidó te lang, en dat merkt buurland Colombia

Veel Venezolanen hebben de hoop opgegeven dat oppositieleider Juan Guaidó op korte termijn president Maduro zal wippen. In buurland Colombia blijven zo duizenden vluchtelingen per week binnenkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden