ColumnBas den Hond

Slechte peilingen: Trump kan er niet meer tegen

Als je een president bent die snakt naar applaus en bewondering, heb je het moeilijk in een land waar een meerderheid van het volk je niet aardig of capabel vindt.

De afgelopen drieëenhalf jaar heeft Donald Trump zich redelijk voor die waarheid weten te verstoppen. Zijn ministers zongen zijn lof in de kabinetsvergadering, zijn aanhangers juichten hem toe tijdens massale campagnebijeenkomsten, en peilingen waaruit zijn lage populariteit bleek, werden afgedaan als nepnieuws.

Maar afgelopen week knapte er iets. CNN publiceerde een peiling waaruit bleek dat zijn Democratische uitdager voor het presidentschap Joe Biden maar liefst veertien procentpunt op hem voorligt. Als de verkiezingen nu werden gehouden, stemde 55 procent van de Amerikanen die zich als kiezer geregistreerd hebben (dat zijn ze lang niet allemaal) voor Biden en maar 41 procent voor Trump.

Dat is een ontzagwekkend groot gat. De afgelopen keren zijn presidentsverkiezingen steevast gewonnen met kleiner verschil. Trump zelf won in 2016, ondanks een 2,1 procent achterstand op Hillary Clinton in het totaal aantal stemmen. Dankzij een gunstige verdeling van zijn aanhang over de staten kwam hij met hakken over de sloot in het Witte Huis terecht. Zijn voorganger Barack Obama werd in 2008 president met 7,3 procent verschil, bij zijn herverkiezing moest hij het met 3,9 procent doen.

George W. Bush won in 2000 op een vergelijkbare manier als Trump: een half procent minder stemmen dan zijn tegenstander Al Gore, maar dankzij winst in Florida (na ingrijpen van het Hooggerechtshof) werd hij president. Hij werd wel herkozen met een redelijk overschot aan stemmen: 2,5 procent meer dan John Kerry. Bill Clinton was een electorale mannetjesputter: 5,6 en 8,5 procent. George H. W. Bush deed het ook goed, die ene keer dat hij de verkiezingen won: 7,2 procent.

Maar alles verbleekt bij het gat dat Ronald Reagan bij zijn herverkiezing in 1984 sloeg: 18,2 procent meer dan Walter Mondale. De voorsprong van Joe Biden – althans volgens de CNN-peiling – is van dat kaliber.

De uitdager van de zittende president Trump, hier bij een eerder televisiedebat van CNN - Joe Biden. Beeld AFP

14 procent achterstand? Dan zitten die Biden-stemmers dus overal!

De Amerikaanse media zijn de afgelopen jaren steeds voorzichtig geweest met het electoraal afschrijven van Trump. Ze lopen nog steeds krom van de afstraffing die de verkiezingen van 2016 voor hen betekenden. De landelijke peilingen zaten er niet ver naast, die voorspelden dat Hillary Clinton de meeste stemmen zou krijgen. Er werd echter misgeschoten bij peilingen in een aantal cruciale staten. Dat Trump bijvoorbeeld zou winnen in Pennsylvania en Wisconsin werd niet voorzien.

Maar dat was in een situatie dat de tegenstandster van Donald Trump een voorsprong had van een paar procent. Als het om 14 procent gaat, dan kunnen die extra stemmen zich niet allemaal verschuilen in Californië of een andere staat die Trump toch wel verliest. Bij 14 procent zitten de Biden-stemmers werkelijk overal. En moet Trump dus ernstig vrezen dat de staten die hem in 2016 zo onverwacht toevielen, dit keer weer voor de Democraat kiezen.

Als campagne-organisatie van Donald Trump heb je dan een dubbel moeilijke opgave. Niet alleen heb je een flinke achterstand goed te maken, met nog maar vijf maanden te gaan terwijl er tegelijkertijd een driedubbele sociale, economische en medische crisis in het land te bezweren valt. Maar je moet ook zorgen dat de kandidaat er nog een beetje de moed inhoudt. 

Voor dat laatste werd gegrepen naar een paardenmiddel: advocaten van ‘Donald Trump for President, Inc.’ stuurden een officiële brief naar CNN waarin ze de nieuwszender sommeerden de peiling in te trekken en hun excuses aan te bieden. De campagne-organisatie verwees naar een analyse van hun eigen ‘zeer gerespecteerde’ peiling-bedrijf, McLaughlin, waaruit zou blijken dat de steekproef scheef was en de vraagstelling tendentieus. Zo zou de peiling niet zijn gehouden onder mensen die aangaven waarschijnlijk te zullen gaan stemmen, wat theoretisch beter de uitslag benadert, en hij zou net te laat zijn gekomen voor het ‘geweldige economische nieuws van vrijdag’. Dat laatste verwees naar de onverwacht gedaalde werkloosheid in mei, die werd gevolgd door een enthousiaste stijging van de beurskoersen.

Peilingexperts in de media lieten van die verwijten niet veel heel. CNN stelde heel gebruikelijke vragen aan een groep (geregistreerde kiezers) die in dit stadium van de race altijd wordt gekozen. Nog maar weinig mensen weten nu al dat ze beslist zullen gaan stemmen.

Het wel mogelijk dat de CNN-peiling een statistische uitschieter is. In de lijst met peilingen die de site RealClearPolitics bijhoudt, staat het gemiddelde verschil tussen de twee presidentskandidaten op 8 procent ten gunste van Biden, en een peiling die na die van CNN kwam, van nieuwsweekblad The Economist, kwam ook daarop uit.

In een antwoord aan de advocaten van Trump-campagne verwaardigde CNN’s advocaat David Vigilante zich niet eens om op de technische aspecten van de peiling in te gaan. CNN publiceert zijn vragen en resultaten, benadrukte hij, iedereen mag zich er een oordeel over vormen. Brieven met juridische dreigementen over wat op de zender te zien is, krijgt CNN voornamelijk van landen als Venezuela, sneerde hij.

En dat peilingbureau van Trump dat zoveel kritiek heeft op het werk van CNN? Dat had in 2014 gemeten dat de vooraanstaande Republikeinse afgevaardigde Eric Cantor in de Republikeinse voorverkiezingen met 34 procent verschil zou winnen van zijn radicaal-rechtse uitdager. Maar hij verloor met 11 procent.

Dat er werkelijk een rechtszaak komt over de CNN-peiling is erg onwaarschijnlijk. Het doel is duidelijk om Trump ervan te overtuigen dat die 14 procent niet waar kan zijn. Het geeft hem ook een concrete juridische stap waar hij op kan wijzen tijdens een campagnebijeenkomst.

Maar de adorerende menigte wacht

Want dat is de andere manier waarop Trump weer enigszins tot rust kan worden gebracht: een bad in het applaus van een adorerende menigte. Komende week gaat het opnieuw gebeuren, in Tulsa, op 20 juni.

Over die bijeenkomst valt ook een hoop te zeggen. Het is potentieel een broeinest van coronabesmettingen – wie een kaartje bestelt moet het risico daarop expliciet accepteren. Het is in Tulsa, een plaats die voor zwarte Amerikanen synoniem is met het Tulsa- bloedbad van 1921, waarbij tijdens hevige rassenrellen tientallen zwarten om het leven kwamen. En tot vrijdagavond laat was het plan de bijeenkomst op 19 juni te houden, een datum die in de VS bekendstaat als ‘juneteenth’, wanneer de bevrijding van de slavernij wordt herdacht. 

Theoretisch is het mogelijk dat Trump die gelegenheid gebruikt, ook op de 20ste, om de langverwachte hand uit te steken naar de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Maar het is waarschijnlijker dat hij er zijn tucht- en ordeboodschap zal verkondigen. De boodschap die hem het beste ligt en die zijn fanatieke aanhang het liefst hoort. Dat die aanhang slinkt, dat geldt in het Witte Huis voorlopig dan weer als nepnieuws.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden