Slavernij

Slavernij tiert welig in Libanon, nu wordt een werkgever voor het eerst aangeklaagd

Een Libanese vrouw neemt deel aan een protest van arbeidsmigranten die demonstreren voor betere arbeidsomstandigheden.  Beeld EPA
Een Libanese vrouw neemt deel aan een protest van arbeidsmigranten die demonstreren voor betere arbeidsomstandigheden.Beeld EPA

Elke dag werken zonder betaling. Het is het soort misbruik waar buitenlands huishoudelijk personeel in Libanon vaker mee te maken krijgt. Nu wordt een Libanese werkgever, voor het eerst, aangeklaagd wegens slavernij.

Isabel Bolle

Iets meer dan tien jaar geleden kwam ze naar Libanon, om bij een Libanese tandarts aan de slag te gaan als huishoudelijke hulp. De toen 29-jarige Ethiopische vrouw Abebe – om veiligheidsredenen is haar naam gefingeerd – hoopte zo wat geld te kunnen verdienen, net als duizenden andere landgenoten die elk jaar naar Libanon vertrekken. Maar wat een buitenkans moest zijn, werd een hel.

Het eerste jaar kreeg ze nog betaald, daarna niet meer. Wel moest ze gedwongen blijven werken: vijftien uur per dag, zeven dagen in de week. Ze mocht niet naar buiten, behalve als ze werd ingezet om schoon te maken in de tandartspraktijk van haar werkgever, werd bedreigd en fysiek mishandeld, en kon geen contact opnemen met haar familie in Ethiopië.

Zeven jaar lang zat ze opgesloten, totdat een groep activisten en advocaten ingreep, na een oproep van Abebes familie. Na enige druk werd ze vrijgelaten en op het vliegtuig gezet, terug naar Ethiopië. Haar achterstallige salaris kreeg ze niet mee.

Slavernij en slavenhandel

De ervaring van de vrouw is tekenend voor het leven van veel buitenlands huishoudpersoneel in Libanon, een gemeenschap die geschat wordt op 250.000 tot 300.000 mensen, op een bevolking van ruim zes miljoen.

En hoewel Abebe niet de eerste is die te maken krijgt met zulke uitbuiting, is ze nu wel de eerste die haar oud-werkgever aanklaagt voor slavernij en slavenhandel, begrippen die mensenrechtenorganisaties al langer gebruiken om de behandeling van huishoudelijk personeel in Libanon te omschrijven.

De Ethiopische vrouw wordt bijgestaan door de juridische ngo Legal Action Worldwide (Law), die haar vertegenwoordigt in de rechtszaal. Fatima Shehadeh, mensenrechtenadvocaat en programmamanager bij de organisatie, heeft goede hoop in de zaak.

“Onze cliënt werd duidelijk tot slaaf gemaakt; ze is opgesloten, gedwongen aan het werk gesteld en hiervoor niet betaald”, vertelt ze. Volgens haar wordt veel buitenlands huishoudpersoneel op dezelfde manier uitgebuit, vaak al vanaf het moment dat ze aankomen op het vliegveld, en hun paspoort wordt ingenomen en overhandigd aan hun werkgever.

Als ze willen, kunnen ze niet weg

In Libanon valt het buitenlands huishoudelijk personeel niet onder het algemene Libanese arbeidsrecht, maar onder het kafala(sponsorschap)-systeem. Onder dit systeem is de werknemer totaal afhankelijk van zijn of haar ‘sponsor’, of kafeel. De werknemers kunnen niet vertrekken of van baan veranderen zonder de toestemming van hun kafeel . Wie dat wel doet, verliest onmiddellijk zijn of haar verblijfsvergunning en riskeert te worden opgepakt.

De scheve machtsverhoudingen creëren de perfecte omstandigheden voor de uitbuiting van werknemers, aldus Shehadeh. “Ze hebben vaak geen idee wat hun rechten zijn. Het contract dat ze ondertekenen is in het Arabisch, wat ze meestal niet kunnen lezen. Ze worden vaak gedwongen extra lange uren te maken, ze krijgen geen geld of het wordt ze verboden om met familie te communiceren”.

Gedumpt op straat

Het zijn omstandigheden die de vrouwen onder grote druk zetten, en waaruit ze vaak maar moeilijk kunnen ontsnappen. Met serieuze gevolgen: volgens cijfers van Libanons binnenlandse veiligheidsdienst komen er elke week gemiddeld twee buitenlandse huishoudelijke werkers om het leven, vaak door een val van een hoog gebouw tijdens een ontsnappingspoging, of door zelfdoding. Mogelijk zijn er meer sterfgevallen, maar deze worden niet altijd geregistreerd. Ook veel gevallen van misbruik worden niet gedocumenteerd, omdat het gros zich achter gesloten deuren afspeelt.

De situatie is door de vele crises waardoor Libanon de laatste jaren is geraakt alleen maar erger geworden, aldus een woordvoerder van This is Lebanon, een organisatie die gerund wordt door voormalige arbeidsmigranten en activisten die misstanden aan de kaak stellen. “Na de complete crash van de economie hebben veel mensen hun huishoudelijke hulp gehouden, maar zijn ze gestopt met het betalen van hun salaris en maken ze zo tot slaaf”, vertelt ze. Sommige gastarbeiders zijn ook zomaar op straat gezet, of voor de ambassade van hun thuisland gedumpt.

De tactiek van This is Lebanon is al jaren dezelfde. Wanneer de organisatie wordt ingelicht over een geval van uitbuiting, wordt de Libanese kafeel benaderd om te onderhandelen over het uitbetalen van een salaris, of over de vrijlating van een vrouw. Maar wil iemand niet meewerken, dan gaat de organisatie over tot public shaming, en wordt op sociale media de sponsor met naam, foto en werkplek genoemd in berichten die vaak een gigantisch bereik hebben. Het misbruik wordt daarin nauwkeurig beschreven.

Minder schaamte sinds de crisis

Het is een methode die vaak succes had, maar de crisis lijkt het effect ervan nu te verminderen. “Het is alsof er nu minder schaamte verbonden is met het niet betalen van personeel”, vertelt de woordvoerder. “Dan zeggen sponsors dat ze iemand al een grote dienst bewijzen door ze niet op straat te zetten. Het betalen van personeel lijkt vrijblijvend te zijn geworden, en de staat doet niks om wie hier misbruik van maakt te vervolgen. Er geldt een straffeloosheid wat betreft slavernij.”

Het is een straffeloosheid die binnenkort misschien deels wordt ingedamd, mocht Abebe haar rechtszaak winnen. Naar verwachting besluit de rechter binnenkort of er voldoende grond is voor vervolging. Als Abebes oud-werkgever schuldig wordt bevonden, vertelt Shehadeh, zou het een juridisch precedent scheppen waar duizenden andere arbeiders, in vergelijkbare omstandigheden, zich op kunnen beroepen.

Tot die tijd hoopt ze dat er een zaadje wordt geplant bij Libanezen. “Je hoopt dat als iemand hierover leest in de krant, over hoe deze sponsor wordt aangeklaagd voor slavernij en slavenhandel, ze wel twee keer nadenken hoe ze hun personeel behandelen.”

De volledige naam van Abebe is bekend bij de hoofdredactie

Lees ook:

Twee jaar na de explosie in Beiroet is er nog altijd geen gerechtigheid

Nabestaanden van de rampzalige explosie in de haven van Beiroet richten zich nu wanhopig tot de VN-Mensenrechtenraad. ‘Dit is geen Libanese kwestie, maar een internationale kwestie.

Arbeidsmigranten komen in de Golfstaten op de laatste plaats

Door de coronacrisis en de teruglopende olie-inkomsten wordt de toch al kwetsbare positie van arbeidsmigranten steeds kwetsbaarder.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden