Jubileum gele hesjes

Slagveld in Parijs getuigt van blijvende frustratie onder gele hesjes: 'Wij zijn niet plan te verdwijnen'

Extreem-linkse activisten veranderden afgelopen weekend het Place d’Italie in Parijs in een veldslag. Beeld Joris Van Gennip

Op één plek in Parijs werd het zaterdag toch nog een slagveld, toen de gele hesjes hun eerste verjaardag vierden. Sinds de zomer worden de bijeenkomsten steeds minder goed bezocht. Ook al raken ze gemarginaliseerd, ze verdwenen nooit helemaal uit zicht, en de onvrede en frustraties zijn nog altijd groot.

Waarom ze zich vol overtuiging hadden aangesloten bij de gilets jaunes? ­Béatrice Lheureux (40) en Patrice Desforges (44) vertelden er vorig jaar over in Trouw. “Ze persen ons, de middenklasse, uit”, zei Patrice, vrachtwagenchauffeur. “Net zo lang tot Frankrijk een land is met alleen nog rijken en armen. De regering lijkt dat helemaal geen probleem te vinden.”

Dat je voor alles altijd alleen maar meer betaalt, dat was voor het paar de reden om in opstand te komen. En het gevoel dat je wel hard mag werken en betalen – voor degenen die niets uit­voeren vooral – maar verder je mond moet houden.

Inmiddels is er een en ander veranderd voor Patrice en Béatrice die samen drie kinderen uit eerdere relaties hebben. Ze zijn net verhuisd van hun sociale huurflat naar een woning in de vrije sector. Die is duurder, 850 in plaats van 580 euro, en ook nog wat verder van Parijs – zo’n veertig kilometer. Maar de woning heeft drie in plaats van twee slaapkamers.

Hun nieuwe dorp, Juziers, ligt op een helling van de noordelijke oever van de Seine. Direct aan de overkant van de rivier, net niet zichtbaar door de bomen beneden, aan het einde van de straat, bevindt zich het enorme terrein van Renault Flins, in de jaren zeventig de grootste fabriek van Frankrijk.

“We hadden die extra ruimte hard nodig”, zegt Béatrice, terwijl ze in de rustiek ingerichte keuken koffie zet en een grote dampwolk uitblaast. “We hoeven nu niet meer op de bank in de woonkamer te slapen als onze kinderen hier zijn. Ik doe er alleen wel nog wat langer over om op mijn werk te komen, een uur en vijftig minuten heen en terug. Om de trein van kwart over zes te halen sta ik kwart over vijf op.”

Nu hakt de verhuizing erin

Goed nieuws is ook dat Béatrice een vast contract heeft gekregen als assistent-salesmanager bij Henkel, een Duitse multinational die onder andere schoonmaakartikelen produceert. Vrachtwagenchauffeur Patrice veranderde van werkgever en verdient nu meer; afhankelijk van de maand minimaal 2500 netto. Opgeteld bij de 2200 netto (inclusief dertiende maand) van Béatrice bedraagt het gezinsinkomen nu 4700 tegen ongeveer 3700 euro ­vorig jaar. Na elke onvoorziene uitgave stonden ze destijds rood.

Toen waren het de kosten van de ­auto, de inkomstenbelasting en de gemeentelijke heffingen die een gat sloegen in de begroting, verklaart Béatrice zich. Nu hakt de verhuizing er flink in.

­Béatrice Lheureux en Patrice Desforges, december 2018 Beeld Bart Koetsier

De vooruitgang heeft hen niet milder gestemd. Dat ze meer verdienen en ruimer wonen, daar hebben ze zelf voor gezorgd, benadrukken ze. Van de vele miljarden die de regering uittrok voor de koopkracht om de revolte te bezweren, hebben zij niet geprofiteerd. Zelfs de taxe d’habitation – een woonbelasting die voor 80 procent van de Fransen is geschrapt – hebben zij dit jaar nog ­betaald.

Hun kijk op de president is hoe dan ook niet veranderd. “Een man die goed zorgt voor zijn vrienden van de CAC 40 (de Parijse beursindex, red.)”, meent Béatrice. “Een president voor de rijken dus, niet voor de gewone mensen.” Het grote debat dat hij organiseerde om burgers maandenlang de gelegenheid te ­geven hun mening te geven? “Een truc”, weet Patrice zeker. “Het is echt niet zo dat hij nu wel naar de mensen luistert. Hij slaat een andere toon aan, dat is alles.”

Als de volgende verkiezingen in 2022 uitdraaien op een reprise van de ­finale Macron versus Le Pen, wordt het Marine le Pen, weten ze allebei zeker. “We hebben alles al geprobeerd”, zegt Patrice, zijn schouders ophalend. “En als ze zeggen dat ze racistisch is, dat zie ik niet zo”, zegt Béatrice die de vorige keer in 2017 ‘nog zo naïef’ was om ­Macron te stemmen.

Black Bloc de Place d’Italie

Aan tien van de 53 zaterdagse actie­dagen hebben ze meegedaan. In Parijs maakten ze kennis met traangas – ‘in een smal straatje waar je geen kant op kon’ – en werd Béatrice hard op haar kuit geslagen met een wapenstok. Tijdens het eenjarig jubileum van afgelopen weekend – 28.000 gele hesjes waren op de been in het land – zijn ze thuis gebleven. De opkomst bij acties van gele hesjes is al maanden marginaal en de beweging zit in extreem-links vaarwater, bleek weer. In Parijs veranderden zo’n duizend relschoppers van het Black Bloc de Place d’Italie, in het zwart geklede anarchisten, een verkeersplein in het zuidoosten van de stad in een indrukwekkend slagveld.

“Het vuur zou zo weer kunnen oplaaien”, vermoedt Patrice. “Er wordt de laatste tijd actie gevoerd door verplegend personeel, studenten roeren zich. In Lyon heeft een student zichzelf in brand gestoken, uit protest tegen de ­armoede. Voor je het weet is het weer zo ver. Er is zoveel onvrede in dit land, zoveel mensen die het hoofd net boven water houden.”

Zelf zullen ze nooit beweren dat ze arm zijn, maar ze zien het overal om zich heen. “Mijn zus is kapster en leeft alleen met haar zoon van 1200 euro”, zegt Béatrice. “Zij wil hem nu rijlessen geven, maar kan dat niet betalen. Ze stopt steeds geld in een envelop waar ze ‘vakantie’ op heeft geschreven, maar ik denk niet dat ze ooit nog net als vroeger een weekje naar de Canarische Eilanden kunnen. En vind jij het normaal dat mijn moeder die 69 is, het straks met 1000 euro pensioen per maand moet doen? Ze heeft inderdaad niet altijd gewerkt, omdat ze voor mij en mijn zus is thuisgebleven. Ik vind dat niet kunnen. En de ouders van Patrice moeten het ­samen doen met 1000 euro.”

Vijf euro tekort voor boodschappen

Met Allerzielen, aan het begin van de maand, waren ze getuige van een scène in de lokale vestiging van supermarktketen Super U die hen erg aangreep. Een oude man voor hen in de rij bij de kassa had niet genoeg geld. Patrice: “Hij kwam vijf euro euro tekort. Eerst haalde hij een pak kattenbrokjes uit zijn wagentje, maar dat was natuurlijk niet genoeg. Toen pakte hij een bos bloemen, die hij waarschijnlijk op het graf van zijn vrouw had willen leggen. Toen heb ik snel vijf euro gepakt om voor hem af te rekenen.”

Ook Béatrice kent dit gevoel. “Met mijn ex die geen baan had, had ik voor de boodschappen niet meer dan 75 euro per week – voor twee volwassenen en twee kinderen. Soms aten alleen de ­kinderen, sloegen wij een maaltijd over.” Ze is even stil. “Dit was nog maar vijf jaar geleden.”

De Franse media trokken er het afgelopen jaar massaal op uit om het sappelende Frankrijk in beeld te brengen. Soms leek het alsof het welvarende deel van de natie een onbekend volk in de Amazone ontdekte. De breuk bleek totaal, niet alleen in materieel maar vooral ook in cultureel opzicht. Nog steeds staan er twee werelden tegenover elkaar die beiden een andere taal spreken en hun eigen waarheden hebben.

Juni 2019, op een bijeenkomst in Montceau-les-Mines worden gele hesjes van activisten versierd. Inmiddels komen er niet veel mensen meer op de bijeenkomsten af. Beeld ANP

Voor de werklozen, de armen en de alleenstaande moeders op de rotondes was er begrip, maar dat gold minder voor de klachten van andere categorieën gele hesjes. Toen Le Monde een ­familie – twee twintigers, vier kinderen – portretteerde die leefde van 1493 euro per maand plus 914 euro kinder­bijslag, ontving de krant honderden boze reacties van lezers. Ze rekenden voor dat het gezin een enorm gat in de hand moest hebben. Vooral het feit ze één keer in de maand bij McDonald’s aten, voor de kinderen merkkleding kochten zodat ze niet af hoefden te gaan op school en er een hond op na hielden, vond men absurd.

Minachting voor de lagere klassen

Die reacties zijn tekenend voor de kloof, meent geograaf Christophe Guilluy. Hij geldt als de voorspeller van de gele revolte, noemt het minachting voor de lagere klassen. “Er is geprobeerd de gele hesjes te ontmaskeren als een opstand van een in wezen verwende subcategorie die beschikt over een flatscreen-tv en een Netflix-abonnement”, denkt hij. “Ze zouden met an­dere woorden niet arm genoeg en ook niet eens met zoveel zijn. Voor de echte problemen in dit land zou je een kijkje moeten nemen in de wijken met veel immigranten.”

Op die manier houdt de elite zichzelf voor de gek, waarschuwt Guilluy. “Want de meerderheid van de bevolking, ruwweg 60 procent, bestaat uit bescheiden milieus. Natuurlijk heeft niet iedereen een rotonde bezet (op het hoogtepunt, 17 november 2018, werden er 287.000 gele hesjes geteld op 3000 plaatsen door het hele land, red.). Maar de Bastille is ook met maar een paar honderd man bestormd, zo gaat dat met grote omwentelingen in de geschiedenis. Let ook op de peilingen: de beweging had in het begin de steun van 80 procent van de publieke opinie, dat is nu nog steeds meer dan de helft, ondanks alle gewelddadigheden.”

Guilluy populariseerde het begrip la France périphérique, een concept dat verwijst naar de gebieden die achterblijven in een toenemend geglobaliseerde economie. De Brit David Goodhart met wie Guilluy zich verwant voelt, noemt de bewoners hiervan somewheres, de mensen die zijn geworteld in de eigen regio. De winnaars van de globalisering, de mobiele anywheres, vinden we in de dynamische stedelijke centra.

Macron kan nog een keer een serie eindeloze debatten organiseren om uit de impasse te komen. “Maar de conclusie van de somewheres – die in tegenstelling tot wat vaak wordt gezegd zeker niet uitsluitend wit zijn – verandert niet. Want zij weten dat het huidige model niet alleen leidt tot hun economische, maar ook tot hun geografische en culturele degradatie: ze tellen niet mee, doen er niet toe.”

De gele hesjes, zegt Guilluy, stellen Frankrijk een existentiële vraag. “Het hesje is een heel krachtig symbool, het zegt: pas op, wij bestaan. En wij zijn niet plan te verdwijnen. Hoe gaan jullie ervoor zorgen dat wij er weer bij gaan horen? Als hier geen antwoord op komt, zullen de anywheres uiteindelijk hun macht verliezen, omdat ze in de minderheid zijn. Je ziet nu dat de ver­liezers elke gelegenheid benutten om de winnaars van het systeem te laten verliezen: zie ook de Brexit, zie de overwinning van Trump. Zover is het, bij ­gebrek aan een beleid dat mensen beschermt, gekomen. Dit – hoe laat je de arbeidersklasse weer meedoen in economische en culturele zin? – is de grootste uitdaging voor de westerse ­wereld voor de komende honderd jaar.”

Lees ook:
Geelhesjes Béa en Patrice zijn de elite zat: ‘Laat ze eerst zelf maar eens bezuinigen’

Arm zijn ze niet, maar aan het einde van elke maand staan ze rood. Béatrice LHeureux en Patrice Desforges dragen hun gele hesjes met overtuiging. ‘Dit is een kans om eindelijk iets te veranderen.’

Volgens Christophe Guilluy weet de elite het diep van binnen al: ze legt het af tegen het populisme

Jammeren over het populisme heeft geen zin. Gewone mensen lijden onder globalisering, betoogt de Franse geograaf Christophe Guilluy. ‘En zij zijn in de meerderheid.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden