Essay Oostblokcultuur

Schrijf ons niet af, omarm het voormalige Oostblok

Laat de oude Oostbloklanden, hoe lastig en autoritair ze ook zijn, niet links liggen. Want de culturele integratie van Oost naar West gaat door.

‘Een lastige neef.’ Zo omschreef de kersverse Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk Centraal-Europa. Voor veel West-Europeanen blijft de oostelijke helft van het continent een exotisch gebied vol onbegrijpelijke talen en moeilijk te vatten historisch oud zeer. Een bron van onrust in de EU. Was het wel zo verstandig deze rammelende wagonnetjes achter de Europese trein te haken?

Tegenstanders van de uitbreiding, nu ruim vijftien jaar geleden, kregen afgelopen zondag verse munitie. Polen, veruit de grootste ‘nieuwe’ lidstaat, koos opnieuw voor een politicus die het land verandert in een democratuur, een democratie waarin de regeringspartij heerst over het volledige staatsapparaat en daarnaast ook zoveel mogelijk media en ngo’s controleert. Als de Europese Commissie niet had ingegrepen, waren ook Poolse rechtbanken, inclusief het Hooggerechtshof, de afgelopen jaren al ondergeschikt gemaakt aan de wil van de Recht en Vaardigheidspartij (PiS).

Partijleider Jaroslaw Kaczynski doet geen moeite meer zijn streven naar een strakgeleide, gehoorzame samenleving te verbergen. Polen moet een land worden waar kerk, traditie en patriottisme de ‘politieke identiteit van het volk’ vormen. Rechters en parlementariërs moeten hun onschendbaarheid verliezen, ­zodat ze sneller kunnen worden vervolgd. Een semi-overheidsorgaan moet beoordelen of ­iemand wel of niet journalist mag zijn. En, zo benadrukte de leider kort voor de stembusgang, zijn regering zal gewoon doorgaan met de ‘hervorming’ van de rechtbanken, wat ze daar in Brussel ook van denken.

Verdedig de stad

Autocraten, populisten, identitaristen, nationalisten, ze zijn natuurlijk ook in West-Europa van de partij. Het verschil is dat instituties hier, vooralsnog, steviger geworteld zijn en beter bestand tegen pogingen tot ‘Gleichschaltung’. Het postcommunistische gemak waarmee de rechtsstaat in het oosten op de helling gaat, is echter niet het enige piketpaaltje dat een scheidslijn met West-Europa markeert.

Als er vluchtelingen op de poorten van Europa kloppen, sluit Oost-Europa de rijen: niet ons probleem, zoek het maar uit. Als in Brussel een plan op tafel komt om de economie CO2-neutraal te maken, spreekt ­Polen zijn veto uit, met stille steun van andere kolenstokers uit het voormalige Oostblok. En dan is er nog de lakmoesproef van de homorechten. In Polen is homohaat niet strafbaar. Regering en kerk waarschuwen voor een ‘lhbt-ideologie’ en het komt regelmatig tot geweld, zoals in Bialystok waar een gaypride werd aangevallen nadat de bisschop opriep tot het ‘verdedigen’ van zijn stad. Ondertussen verwachten Orban en Kaczynski wel dat de EU miljarden blijft uitkeren waarmee zij hun cliëntèle kunnen voeden.

Dat West wel een beetje klaar is met Oost werd glashelder bij de grote stoelendans in Brussel. De ‘nieuwe lidstaten’ – de term wordt veelzeggend nog altijd gebezigd – vielen buiten de boot. Sleutelposities gingen naar West-Europeanen met federalistische sympathieën en kennis van de Franse taal. Vooral Frankrijk ziet wel wat in een onderonsje van ‘oude’ lidstaten; Parijs wil een aparte begroting en instituties voor de eurozone, los van de EU als geheel.

Nederland is mordicus tegen. Het plan is daardoor niet verder gekomen dan een Begrotingsinstrument voor Convergentie en Concurrentievermogen (BICC). De discussie spitst zich toe op de centen, maar heeft een tastbare politieke dimensie. Integratie op basis van de eurozone betekent dat Oost niet meedoet; zo’n 90 procent van de oostelijke lidstaten (gemeten naar bevolking) betaalt nog met nationale valuta’s. 

Een breuk moet voorkomen worden, al was het maar om geostrategische redenen: niemand zit te wachten op (nog) meer invloed van Moskou, en sinds enkele jaren vooral Peking, in onze ‘achtertuin’. Los daarvan is het goed te beseffen dat de politieke ontwikkeling in het oosten vaak haaks staat op een culturele onderstroom die beide delen van Europa dichter bij elkaar brengt.

Alternatief

Deze optimistische overtuiging werd tien jaar geleden al geformuleerd door de Duitse politicoloog Christian Welzel. Hij gaat daarbij niet zover als Francis Fukuyama, die poneerde dat er geen geloofwaardig alternatief meer was voor het westerse liberalisme, een gedachte die populair was in de jaren negentig. Sindsdien hebben Al-Qaida, Poetin, Xi Jinping, Bolsonaro en Trump het geloof in één vreedzame, liberale wereld effectief de grond ingestampt. In Europa zijn het de leiders van Hongarije en Polen die de Fukuyama-these ten grave dragen.

Maar Polen kun je ook als voorbeeld aanvoeren voor een afgezwakte variant van Fukuyama’s these. Het streven naar individuele autonomie en vrijheid gaat verder. Kijk maar naar de eerder opgesomde piketpaaltjes: het verzet tegen de smog- en CO2-producerende kolenindustrie is spectaculair toegenomen. De acceptatie van homoseksuelen groeit. De ontkerkelijking kruipt verder, vooral onder de jeugd; de afgelopen twintig jaar is het aantal jongeren dat naar de kerk gaat gehalveerd.

De enige uitzondering is het onderwerp vluchtelingen. Hier heeft Orbans prikkeldraad het voorlopig gewonnen van Merkels ‘Wir schaffen das’. Dat neemt niet weg dat ook in het oosten van de EU steeds meer buitenlanders rondlopen, ook met een niet-westerse achtergrond.

Kaczynski’s bezweringen dat de band tussen kerk en natie onverbrekelijk is, zijn pleidooi voor culturele uniformiteit, zijn gestook tegen homo’s en zijn verdediging van de kolenverbrandende economie, het zijn stuk voor stuk defensieve geluiden. Maar angst voor verandering houdt verandering niet tegen.

Sociologisch onderzoek laat zien dat de Poolse samenleving liberaler is dan de politieke discussie doet vermoeden. De hoofdredacteur van het weekblad Sieci dat Kaczynski door dik en dun steunt, bevestigt dat: “Kaczynski weet heel goed dat de samenleving stapje voor stapje naar links beweegt”. Patryk Jaki, een jonge politieke ster in het Kaczynski-kamp, vertolkt een breed gedeeld gevoel: “Er is een proces van vijandige socialisatie aan de gang. De waarden van de samenleving worden omgesmeed van vrijheidslievend-conservatief naar links en zelfs extreem-links.” (‘Links’ betekent hier alles wat zich tegen de democratuur verzet.) Hij sombert: “Niet alleen zal rechts uit het parlement worden weggevaagd, maar om ooit nog eens aan de macht te komen, zal rechts links moeten worden, zoals in Groot-Brittannië is gebeurd.”

Dat is de vinger op de gevoelige plek. Media duiden de regeringen van Orban en Kaczynski vaak als ‘conservatief’ of ‘rechts’, maar die termen hebben in West-Europa een verandering ondergaan en zijn misleidend voor het publiek alhier. Eerdergenoemde piketpaaltjes laten dat zien. Het homohuwelijk is in bijna heel West-Europa erkend (in Oost-Europa nog nergens), mede dankzij conservatieve politici. Angela Merkel stemde twee jaar geleden zelf tegen, maar stond toe dat haar partijgenoten het homohuwelijk aan een meerderheid hielpen.

Ook ecologie is allang geen exclusief links thema meer. Merkel maakte de ‘Energiewende’ tot beleid. Onder de Britse Conservatieven is het aandeel van groene energie de afgelopen jaren systematisch gestegen tot bijna 40 procent.

Rechts staat niet te popelen om immigranten op te nemen, maar in West-Europa hebben ook rechtse regeringen vluchtelingen geaccepteerd. Rechtse, conservatieve, ja zelfs ‘populistische’ politici laten in het Westen, vooralsnog, de rechtsstaat intact; Wilders, Salvini en Trump leggen zich, tot nu toe, neer bij rechtbankvonnissen. Dat is in Polen wel anders.

Frustratie

De tegenstelling Oost-West is cultureel, maar cultuur evolueert. In Oost doordat inhaalbehoeftes worden gestild. Neonationalisten daar zijn de stem van landen die lang geen stem hadden. Eerst zaten ze onder de laars van de Sovjet-Unie en daarna werden ze als nieuwkomers en armoedzaaiers behandeld. Toen ze in 2003 Amerikaanse plannen voor een aanval op Irak steunden, kregen ze van de Franse president Jacques Chirac te horen dat ze ‘een goede gelegenheid ongebruikt lieten om hun mond te houden’. De tijd dat ze hun mond hielden is echter voorbij. Bijna alle landen ten noorden van de Balkan hebben een hoger bbp per capita dan Portugal. Tsjechië zit Italië al op de hielen. Het zelfvertrouwen groeit en daarmee de vastberadenheid hun eigen verhaal over Europa te vertellen.

Centraal in dat verhaal staat frustratie over het feit dat ze na de oorlog opnieuw bezet werden. Dat levert historische rancune op jegens het Westen. Onze zedenrevolutie van de jaren zestig schittert daarentegen door afwezigheid in het verhaal van Oost. Dat voedt een gevoel van superioriteit; wij hebben ‘traditionele’ waarden bewaard die het Westen is verloren. Uit dit mengsel distilleren autoritaire leiders hun retoriek. Ze leunen daarbij zwaar op de oudste generaties.

De verandering komt intussen van onderop, te beginnen in de steden waar relatief meer jonge en hoger opgeleide mensen stemmen. Of het nu Praag is of Warschau, Gdansk of Trnava, populisten met anti-westerse retoriek verliezen verkiezingen. De Hongaarse premier, die het verst gevorderd is met zijn democratuur, kon niet voorkomen dat zijn partij de controle over Boedapest kwijtraakte, nota bene op de dag van Kaczynski’s verkiezingsoverwinning in Polen. Maar ook deze is voor tweeërlei uitleg vatbaar.

De uitslag bevestigt dat Polen afdrijft van West-Europa, maar minder ver dan gevreesd. Nog nooit kreeg een partij in absolute aantallen zo veel stemmen als PiS, maar minder dan de anti-PiS-oppositie. PiS heeft een meerderheid van de zetels, maar minder dan de tweederde meerderheid, nodig om de grondwet te veranderen. In de senaat komt Kaczynski zelfs twee zetels tekort voor een gewone meerderheid.

Een ander teken aan de wand is het onverwachte succes van de boerenpartij PSL. Een fors deel van het traditionele platteland koos voor deze partij die conservatief is als Kaczynski, maar rechtsstaat en democratie verdedigt.

Kaczynski was zichtbaar ontevreden. Hij won niet dankzij zijn autoritaire, EU-vijandige ideologie, maar dankzij grote sociale programma’s en nog veel grotere beloftes. Hij heeft elke zloty uitgegeven die hij kon, een propagandamachine opgebouwd alsof het land al een eenpartijstaat is, maar kreeg opnieuw niet de steun van de meeste Polen. Ondertussen wordt de bodem van de schatkist zichtbaar en loopt de economische hoogconjunctuur op zijn einde.

Het is dus verre van zeker dat op termijn het autoritaire experiment zal slagen in Polen en daarmee in Centraal-Europa. (Polen vertegenwoordigt qua bevolking zo’n 40 procent van de voormalige Oostblokstaten binnen de EU.) Veel hangt af van de houding van de ‘oude’ lidstaten.

Het best is enerzijds geduld tonen – dus geen radicale korting van Europese fondsen en geen integratie binnen de eurozone – en anderzijds druk opvoeren; door evidente schendingen van de rechtsstaatsbeginselen te blijven aanvechten voor het Europees Hof, door naleving van die beginselen te koppelen aan het uitbetalen van EU-subsidies en door malversaties met Europees geld harder aan te pakken.

Verandering van cultuur en mentaliteit gaat met horten en stoten. Geduld en consequentie tonen is wat wij kunnen doen om de democratie in heel Europa overeind te houden. 

Lees ook:

Polen zijn trots op hun vaderland,en dat wringt met de gêne van de EU

Van een schuldcomplex hebben de gewezen Oostbloklanden geen last. Anders dan in West-Europa zijn ze nog ongegeneerd trots op volk en vaderland. En dat wringt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden