Een man neemt een foto tijdens een pro-Ruslandprotest in Belgrado, halverwege maart.

ReportageBelgrado

Sancties doen Serviërs aan hun eigen geschiedenis denken: ‘Ik hoop dat de Russen dit bespaard blijft’

Een man neemt een foto tijdens een pro-Ruslandprotest in Belgrado, halverwege maart.Beeld EPA

Pro-Russische demonstraties, weigeren mee te doen aan de sancties en een luchtvaartmaatschappij die profiteert van vluchten uit Moskou: EU-kandidaat Servië maakt opnieuw geen beste beurt in het Westen. Progressief Belgrado leeft ondertussen mee met de Oekraïners, maar ergert zich aan het zwart-witdenken in Europa.

Thijs Kettenis

Het klopt, zegt psychotherapeut Dragana Djukic (40) in een café in het centrum van Belgrado. Er is een sterke pro-Russische stroming in Servië. En dat leidt tot discussie. “Zeker toen anderhalve maand geleden de oorlog in Oekraïne uitbrak merkte je dat. Het was het eerste gespreksonderwerp, als je voor een drankje ging. Ben je voor Rusland of voor het Westen? Het was niet te vermijden.”

Djukic neemt een slokje van haar Aperol Spritz. Ze vertelt hoe de staatsomroep en de meeste andere grote media, die goede banden hebben met de regering, de Russische versie van de gebeurtenissen aanhouden: er is sprake van een speciale operatie om Oekraïne van nazi’s te ontdoen, en de burgerslachtoffers die daarbij vallen zijn een noodzakelijk kwaad. De dag nadat Rusland twee afvallige regio’s uit de Donbas had erkend en er een inval had aangekondigd, meldde een van de grootste tabloids van Servië dat Oekraïne Rusland had aangevallen. “Maar, als ik voor mijn bubbel spreek: daar voelen we erg mee met de Oekraïners. Die lijden enorm. Tegelijkertijd woedt er een propagandaoorlog. Ik haat die oorlog, maar ik kan niet zeggen of ik voor het Westen of Rusland ben. Ik zie het niet zo zwart-wit.”

Haar bubbel: dat zijn jonge, progressieve, pro-Europese veertigers in hip Belgrado. Ze waren scholieren toen begin jaren negentig de oorlogen in Joegoslavië uitbraken. Sommigen liepen toen al mee in de demonstraties tegen president Slobodan Milosevic. En anders deden ze dat later wel als student, tijdens de oorlog om Kosovo. Ze stonden vooraan toen Milosevic uiteindelijk in oktober 2000 onder druk van een enorme menigte bij het parlement het veld moest ruimen. En het is de generatie die na alleen maar ontberingen de hoop had dat de Europese Unie Servië met open armen zou ontvangen.

Mensen houden een Oekraïense vlag omhoog tijdens een anti-oorlogsprotest in Belgrado op 20 maart 2022. Beeld REUTERS
Mensen houden een Oekraïense vlag omhoog tijdens een anti-oorlogsprotest in Belgrado op 20 maart 2022.Beeld REUTERS

‘Al jaren en jaren horen en zien we dat de Russen onze vrienden zijn’

Deze groep heeft weinig op met het verhaal dat Rusland en Servië orthodoxe broeders zijn, met een innige culturele, historische en religieuze verbondenheid, zoals conservatief rechts die uitdraagt. Onder meer tijdens enkele pro-Russische protesten die de afgelopen tijd een paar duizend mensen trokken. “Daar woedt nu een soort wedstrijd, niet wie de grootste Serviër is, maar wie de grootste Rus is”, zegt Djukic met spot in haar stem. “Ik vraag me dan af: je bent pro-Russisch, maar ben je ooit in Rusland geweest? Weet je iets van de cultuur daar, kijk je Russische films, luister je naar hun muziek, zie je hun tv-shows? Nee. Het meeste hulpgeld en investeringen komen van de EU, niet uit Rusland. Maar al jaren en jaren horen en zien we dat de Russen onze vrienden zijn.”

Bij die boodschap speelt ook een rol dat Rusland Servië steunt in zijn strijd om het behoud van Kosovo, terwijl die provincie voor Belgrado na het einde van de oorlog in 1999 de facto al verloren is gegaan. Dat het bloedvergieten eindigde na drie maanden van Navo-bombardementen waar Rusland fel tegen was, versterkt het verhaal.

“Maar waaróm we werden gebombardeerd, namelijk omdat het Westen een tweede Srebrenica in Kosovo wilde voorkomen, dat horen we er niet bij”, zegt gids Simon Simonovic (40) tegen twee Britse toeristen. “En ook niet dat het precisiebombardementen waren, op van tevoren aangekondigde locaties, met relatief weinig slachtoffers.” De activist was scholierenleider van de roemruchte verzetsbeweging Otpor in de jaren negentig. Tegenwoordig leidt hij onder meer bezoekers op fietstours langs markante locaties in Belgrado.

Gids Simon Simonovic (rechts) leidt twee Britse toeristen rond. Beeld Thijs Kettenis
Gids Simon Simonovic (rechts) leidt twee Britse toeristen rond.Beeld Thijs Kettenis

Hij heeft zojuist stilgehouden bij een vleugel van het kolossale Hotel Jugoslavija, die er nog steeds zo bijstaat als na een bombardement op een paramilitaire organisatie die erin was gevestigd. De toeristen staren er zwijgend naar. “Maar goed, ik ben denk ik een van de twee gidsen die dit verhaal zo vertellen. De gemiddelde Serviër hoort en gelooft liever het verhaal dat het agressie van het Westen tegen het kleine Servië was. En velen van hen denken dat anti-Navo hetzelfde is als pro-Russisch.”

Balanceeract

De overheid blijft dit sentiment voeden – ook nu nog, onder meer door via de eigen en gelieerde media Russische propaganda te verspreiden. President Aleksandar Vucic, vorige week met overmacht herkozen, ging er onlangs prat op Russische tv-zenders te kijken die in de EU inmiddels verboden zijn. Tegelijkertijd blijft Servië EU-lidmaatschap nastreven. Een balanceeract die soms al ingewikkeld was, maar die, nu vrijwel de hele wereld kleur bekent, nog lastiger is vol te houden. Verwacht wordt dat de EU, nu de verkiezingen achter de rug zijn, de druk op Vucic verder zal opvoeren.

Vucic veroordeelde al wel de Russische inval in Oekraïne, overigens zonder daarbij in eerste instantie de naam van Rusland te noemen. “Servië keurt het schenden van territoriale integriteit van ieder land, waaronder Oekraïne, ten strengste af”, verklaarde hij. Inmiddels ondertekent hij braaf alle internationale uitingen van afschuw, maar tot strafmaatregelen overgaan doet Vucic niet. “Dit is niet de tijd om sancties aan Rusland op te leggen”, blijft zijn mantra.

Daarbij speelt ook een economisch motief: het niet al te rijke Servië haalt vrijwel al zijn gas uit Rusland, nu nog tegen een vriendenprijs. Bovendien is het eigen olie- en gasbedrijf voor 56 procent in handen van Gazprom, wat Servië vanwege de sancties door andere landen al in de problemen dreigt te brengen. Afgelopen week nog belde Vucic erover met zijn Russische collega Vladimir Poetin. Die laatste feliciteerde Vucic met zijn herverkiezing, en sprak zijn vertrouwen uit dat ‘de vriendschappelijke relatie behouden blijft’.

De positie in het midden legt Servië vooralsnog geen windeieren. In tegenstelling tot Russische luchtvaartmaatschappijen mag Air Serbia gewoon over EU-grondgebied naar Moskou blijven vliegen. Air Serbia verdubbelde al snel het aantal vluchten naar Moskou; de prijzen van tickets gingen door het dak. De luchthaven van Belgrado fungeert zo als overstap voor wie tussen Rusland en Europa wil reizen, alhoewel vluchten bijna elke dag urenlange vertraging oplopen door valse bommeldingen. Het handelsregister van Servië meldde afgelopen week dat sinds de invasie in Oekraïne bijna driehonderd Russische personen en entiteiten er een bedrijf hebben geopend.

Boycot van westerse landen staan nog diep in het geheugen gegrift

Bij de progressieve veertigers raken de sancties een gevoelige snaar. De boycot die westerse landen in de jaren negentig tegen rompstaat Joegoslavië instelden, staan nog diep in het geheugen gegrift. Ze droegen onder andere bij aan de hyperinflatie. In januari 1994 bedroeg die een duizelingwekkende 313 miljoen procent. “Als je koffie wilde kopen voor 100 dinar, moest je bij het afrekenen 10.000 betalen”, vertelt gids Simonovic aan de Britten. “De economie stortte totaal in. Er waren enorme tekorten, de handel verplaatste zich naar de straat.”

Automobilisten met Russische vlaggen tijdens een pro-Ruslandprotest in Belgrado op 13 maart 2022.  Beeld EPA
Automobilisten met Russische vlaggen tijdens een pro-Ruslandprotest in Belgrado op 13 maart 2022.Beeld EPA

Het leidde tot bittere armoede, ook bij degenen die tegen Milosevic waren. En hij denkt niet dat de sancties werkten. “Ik geloof niet dat ze ertoe hebben bijgedragen dat de oorlog eerder ten einde kwam. Maar ik heb wel meegemaakt dat ik onderweg naar school onder dwang mijn kleding en schoenen moest afgeven.” Begrijp hem niet verkeerd, hij leeft mee met de Oekraïners, die moeten zo ongeveer meemaken wat de inwoners van Sarajevo bijna vier jaar te verduren kregen toen hun stad onder Bosnisch-Servisch vuur lag. “Dat hebben wij hier niet meegemaakt. Maar we hebben tijdens de sancties wel een enorme prijs betaald. Ik zou willen dat de Russen dat bespaard blijft, daar voel ik sterke empathie op grond van mijn eigen ervaring.”

Ksenija Forca (42), feministisch activist en werkzaam bij een internationaal politiek onderzoeks- en onderwijsinstituut, heeft het met vrienden regelmatig over de sancties. Op grond van eigen ervaring en dankzij contacten in Rusland weet ze dat vooral degenen die het al moeilijk hebben, financieel maar ook omdat ze bijvoorbeeld tot een minderheid behoren, het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen. “De internationale gemeenschap moet een doelgerichte oplossing vinden om de oorlog te beëindigen, en dat is niet door de arme mensen honger te laten lijden”, vindt Forca. Ze heeft grote moeite met het zwart-witdenken in het Westen, en met wat ze noemt de ‘satanisering’ van de Russen.

“Poetin staat voor alles waar ik tegen ben, en natuurlijk lijden de Oekraïners ongelooflijk. Maar hun leiders worden nu als helden afgeschilderd, terwijl er van alles aan te merken valt op hun beleid van voor de oorlog. Tegelijkertijd worden de Russen compleet gecanceld. Zelfs Russische katten mogen nu al niet meer meedoen aan internationale competities. Katten!”

Ze lacht er spottend om, maar maakt zich druk over wat dit op lange termijn kan betekenen. “In de eerste jaren na de oorlog waren Serviërs nauwelijks welkom in het buitenland, en meer dan twintig jaar later voel ik me met mijn Servische paspoort nog steeds weleens behandeld als tweederangsburger. Ik zou niet willen dat dat de Russen ook overkomt. En wie weet wat er gebeurt als de oorlog is afgelopen, en de EU vindt dat Servië gestraft moet worden. Misschien voeren ze wel weer een visumplicht in.”

‘Landen met homofobe leiders zijn lid, en wij nog niet’

Met die EU verloopt de integratie nog immer tergend langzaam. Meer dan twintig jaar na de val van Milosevic is het lidmaatschap nog lang niet in zicht. Opeenvolgende Servische regeringen zijn daar debet aan, maar tot teleurstelling van Forca is ook het enthousiasme bij de EU ver te zoeken. “Het is duidelijk dat ze er niet heel erg op zitten te wachten om Servië in de familie op te nemen. Intussen zijn landen met homofobe leiders lid, en wij nog niet.”

Behoort ze tot de ruim vier op de vijf Serviërs die Navo-lidmaatschap niet zien zitten? “Ha, dat is de vraag voor het miljoen! Ik voel me niet thuis in een organisatie die dacht de oorlog hier in 1999 op te lossen door Servië te bombarderen. Aan de andere kant zeggen vrienden in Oekraïne dat ik makkelijk praten heb. Zij hebben niet het privilege om nee te zeggen. Ik heb de antwoorden ook niet. Maar laten we alsjeblieft niet doen of er alleen goed en alleen fout is.”

Bosnië-Herzegovina

Ook Bosnië-Herzegovina doet niet mee aan de sancties tegen Rusland. Dat komt vooral doordat de leider van de Bosnische Serviërs en een van de drie presidenten van het land, Milorad Dodik, mordicus tegen is. Samen met een deel van de Bosnische Kroaten blokkeert hij de strafmaatregelen, terwijl de Bosniakken (moslims) voor zijn. “Dodik is nog pro-Russischer dan Vucic. Alleen als die laatste onder druk van het Westen gaat schuiven, zal Dodik dat ook doen”, weet Tanja Topic. De politiek analist in Banja Luka, het regeringscentrum van de Bosnisch-Servische deelrepubliek Republika Srpska, noemt het treurig dat er onder de Bosnische Serviërs nauwelijks empathie voor Oekraïners te bespeuren is.

Ook de media volgen vrijwel volledig de Russische lijn. “Het is opvallend. Ook Bosnische Serviërs zijn in de oorlog hier immers slachtoffer geweest van geweld. Maar ze zien dit als een conflict tussen grootmachten, waar zij niets mee te maken hebben. Tegelijkertijd hoor ik van mensen in Sarajevo dat daar echt angst heerst, dat de oorlog naar Bosnië overslaat.”

Montenegro

Navo-lid Montenegro kondigde vrijdag onder grote druk van de EU en de VS sancties aan tegen Rusland, maar onduidelijk is nog welke precies. President Milo Djukanovic zei begin maart dat zijn land met de EU in de pas zou lopen, maar hij zit met een regering van politieke tegenstanders die ook nog eens onlangs gevallen is. Door een diepe crisis komt er voorlopig geen nieuwe.

Demissionair premier Zdravko Krivokapic is pro-Servisch en pro-Russisch. “Die wil niet de geschiedenis in als de premier die als laatste politieke daad sancties tegen Rusland invoerde”, zegt onderzoeksdirecteur Dejan Milovac van Mans, een kennisinstituut dat de Montenegrijnse macht kritisch volgt. En dus wachtte zijn pro-Europese vice-premier tot Krivokapic op werkbezoek in het buitenland was, om het pakket in stemming te brengen. Slechts zeven van de twaalf ministers stemden voor.

Niet dat het veel uitmaakt: volgens Milovac ontbreekt het aan capaciteit bij de overheid en andere instellingen om de sancties daadwerkelijk uit te voeren. En dat terwijl Montenegro bekendstaat als een toevluchtsoord voor dubieus Russisch geld. Voorlopig kunnen superjachten van oligarchen als Roman Abramovitsj en Oleg Deripaska gewoon aan blijven meren in de jachthaven van Tivat, zoals ze in maart nog deden.

Lees ook:

President Vucic lijkt de grootste te worden, maar het wordt spannend in hoofdstad Belgrado

De autoritaire president Aleksandar Vucic en zijn partij worden vrijwel zeker weer de grootste bij de landelijke verkiezingen in Servië zondag. Maar hoofdstad Belgrado kan hij verliezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden