Volodimir arriveert bij zijn vader met wie hij maandenlang geen contact had.

ReportageOekraïne

Rond het bevrijde Koepjansk is de dood aanwezig, maar worden families herenigd: ‘Papa, papa, wat is dat lang geleden’

Volodimir arriveert bij zijn vader met wie hij maandenlang geen contact had.Beeld Michiel Driebergen

In de bevrijde gebieden van Oekraïne is gebrek aan alles. En het front ligt vaak nog akelig dichtbij. Verslaggever Michiel Driebergen bezocht Koepjansk in de regio Charkov.

Michiel Driebergen

In Tsjoehoejiv, een stadje dicht bij het front, krijgen de chauffeurs en de hulpverleners eerst een veiligheidsinstructie. Die wordt gegeven door een strenge militair, die met verlof is vanwege opgelopen verwondingen – en dus gelegenheid heeft voor een humanitair uitstapje. Als de mortiergranaten nabij inslaan spring je meteen de auto uit, doceert hij. Dan ga je plat op de grond liggen, maar niet in de berm, want daar loert het gevaar van landmijnen. “Ik beloof niet dat deze rit veilig is”, zegt Volodimir, die een ervaren volunter is, oftewel een burger die in zijn vrije tijd als hulpverlener fungeert. Hij bestuurt de witte Mercedes-bus in het konvooi van zes auto’s.

Het doel van de humanitaire missie is Koepjansk. Ook bij dat stadje, dat op honderd kilometer van uitvalsbasis Charkov ligt, heeft het offensief van het Oekraïense leger succes. Koepjansk werd een paar weken geleden bevrijd. Volodimir, die in het dagelijks leven filmmaker is, wil nog wat verder oostwaarts. Zijn bus zit vol crackers, voorverpakte croissants en diervoer – maar de werkelijke reden dat hij naar het front trekt is zijn vader. Die woont in een gehucht ergens in net bevrijd gebied. “Ik hoop dat het ons lukt zijn huis te bereiken.”

Het laatste telefoongesprek tussen de twee was vier maanden geleden, vertelt Volodimir. Zijn vader slaagde erin hem te bellen vanaf een heuvel op honderd kilometer van zijn huis. “Het gesprek ging niet over de vraag of hij zou blijven of vertrekken. Daar hadden we aan het begin van de oorlog al genoeg over gepraat.” Zijn vader had gezegd dat het goed met hem ging, en dat hij gezond en veilig was. “Ik geloofde hem niet. De Russen zijn beesten. Onder hen is niemand veilig”, zegt Volodimir, die omwille van zijn vaders’ veiligheid niet met zijn achternaam in de krant wil. De enige informatie die hij heeft is dat een kerk op driehonderd meter van zijn vaders huis verwoest is. “Ik heb geen idee of hij leeft, en of hij gezond is.”

Filtratie

De militairen gaan voorop. Bij het bord van Koepjansk, dat net van Russisch rood-blauw weer Oekraïens geel-blauw is geverfd, wordt een groepsfoto gemaakt. De herovering van de stad was belangrijk voor Oekraïne, legt Volodimir uit. De Russen gebruikten het treinknooppunt nabij Koepjansk om de troepen richting Charkov, Izjoem en Severodonetsk te bevoorraden. Nu de Oekraïners de stad onder controle hebben worden de mensen bevoorraad. Bij de eerste stop, bij machinefabriek Masjzavod, zwermen de bewoners op de busjes af. Ze grissen de levensmiddelen voor elkaars neus weg. De meesten willen niet praten. “Ik spreek met niemand voordat mijn filtratie is voltooid”, snauwt een man. Hij duidt op een proces waarbij mensen worden gescreend op eventueel pro-Russisch sentiment.

Bevrijding betekent niet direct verbetering van de leefomstandigheden, zo blijkt. “Eerst waren we bang voor de mensen. Nu vrezen we het schieten”, zegt Anna Kovtoen, een van de weinige jonge vrouwen bij de uitdeelplek. Met haar ouders en negenjarige zoontje overleefde ze de bezetting. De eerste maanden had ze elke keer als ze militairen zag een paniekaanval. “We wisten niet hoe we ons tegenover hen moesten gedragen. Toen bleek dat ze ons niet aanraakten werd ik rustiger.”

De humanitaire hulp is hard nodig. Bij haar buitenhuis aan de rand van het stadje, waar Kovtoen voedsel verbouwde, wordt gevochten. “We plantten onder artillerievuur. Nu kunnen we niet oogsten.” Aan gas, elektra en stromend water ontbreekt het in Koepjansk. Dus kookt ze haar kostje op een open vuur in de tuin. De slaapkamer van haar en haar zoontje heeft geen ramen.

Andriej Petrovitsj drinkt voor het eerst sinds acht maanden weer koffie.

 Beeld Michiel Driebergen
Andriej Petrovitsj drinkt voor het eerst sinds acht maanden weer koffie.Beeld Michiel Driebergen

Een man is niet geïnteresseerd in het gevecht om de humanitaire hulp. De 88-jarige Andriej Petrovitsj wil maar één ding. “Heeft u misschien koffie meegenomen”, vraagt hij beleefd. “Ik heb al acht maanden geen koffie gedronken.” Als een van de hulpverleners vanuit haar thermosfles een bekertje voor hem vult, geniet hij met zijn ogen dicht.

“Thee is nu eenmaal niks voor mij”, verklaart hij. De Russen hadden zich gedragen alsof de stad hun eigendom was. Ze droegen de bewoners op een Russisch paspoort aan te vragen – waar velen gehoor aan gaven. “Ik ben geboren in Oekraïne en blijf in Oekraïne”, had Petrovitsj koppig gezegd. Dan buigt hij zich voorover. “Poetin is... hoe zal ik dat zeggen... een fascist”, fluistert hij.

‘Wees voorzichtig, keer levend terug’

Het is de tweede verrassing in twee dagen voor Petrovitsj. Een dag eerder werd de oude man getrakteerd op de komst van zijn kleinzoon die militair is. Omdat de jongeman in uniform kwam aanrijden en zich lang niet had geschoren had hij hem amper herkend. “Ik knuffelde hem, kuste hem, en moest zelfs een beetje huilen.” ‘Ljosja, wees voorzichtig. Keer levend terug’, had hij zijn kleinzoon gesmeekt. Die had voedsel voor hem meegebracht, maar geen koffie. “De mensen zijn zo boos”, besluit hij, met een blik op de menigte in de rij. “Ze grijpen wat ze grijpen kunnen, ook al hebben ze voldoende voedsel in huis.” ’s Avonds licht Petrovitsj zijn kamertje bij met zelfgemaakte kaarsen, besluit hij.

Als het konvooi afdaalt richting de rivier neemt het geluid van de beschietingen toe. Ook is plotseling de dood nadrukkelijk aanwezig. Het konvooi passeert een vrachtwagen, die schuin over de weg staat geparkeerd. Uit de cabine steken de bebloede benen van een man. Verderop ligt een uitgebrand pantservoertuig langs de weg, en een personenwagen vol gaten. De portieren zijn opengerukt, en de inhoud van de wagen – een mand met spulletjes, wat groente en petflessen water – ligt verspreid in de berm.

Een beschoten auto nabij Koepjansk. De bestuurder kwam om het leven.

 Beeld Michiel Driebergen
Een beschoten auto nabij Koepjansk. De bestuurder kwam om het leven.Beeld Michiel Driebergen

Uit het zand steekt een stok omhoog, getooid met een pet: de chauffeur is blijkbaar in de gauwigheid naast de weg begraven. Bij de pontonbrug ligt nabij een uiteengereten tank en een rakethuls een lijkzak op de weg. Daarin zitten de restanten van een ‘ork’, zeggen de militairen bij de controlepost, die het scheldwoord voor ‘Rus’ gebruiken. Op de vraag waarom niemand het lichaam weghaalt, antwoorden ze dat er simpelweg te veel dode Russen zijn. Dus ademen ze de hele dag de geur van ontbinding in.

Dan komt een vrouw over de pontonbrug gestommeld. Ze wordt ondersteund door een man van middelbare leeftijd. Ze heeft roodbehuilde ogen en ademt moeizaam. Halyna Olenik (71) komt net van de begrafenis van haar zoon, vertelt ze. Vitali, zoals zijn naam luidde, hoorde twee weken geleden van de bevrijding van Koepjansk. Hij was onmiddellijk vanuit Polen, waar hij werkte, naar Oekraïne afgereisd. In het huis van zijn moeder had hij afgewacht tot de Oekraïners ook het stadsdeel ten oosten van de rivier hadden bevrijd, waar zijn vrouw en kind woonden. “Hij was zo bezorgd over alles dat hier gebeurde. Zo bezorgd, dat ik er geen woorden voor kan vinden”, aldus Olenik.

Twee dagen geleden had hij eindelijk zijn gezin kunnen bezoeken. Hij was blij geweest. Maar een dag later voelde hij zich opeens “slechter en slechter en slechter”, zegt Olenik. Omdat er geen dokters zijn had ze de hulp ingeroepen van de militairen – maar die kwamen te laat. Dezelfde soldaten hadden met hulp van buren een gat gegraven voor haar zoon. “Ik weet niet hoe ik om moet gaan met deze pijn”, zucht de vrouw. “Hij was een mens van goud.” Een van de volunteri brengt haar per auto terug naar huis. Daar wacht haar man op haar. “Hij kon niet naar begrafenis want zijn benen werken niet”, legt ze uit. “En ook hij heeft een zwak hart.”

Halyna Olenik wordt door een buurman naar huis begeleid, na de begrafenis van haar zoon die overleed aan stress. Beeld Michiel Driebergen
Halyna Olenik wordt door een buurman naar huis begeleid, na de begrafenis van haar zoon die overleed aan stress.Beeld Michiel Driebergen

Aan de overkant van de rivier klinkt het geluid van een drone. Na een korte stop rijdt het konvooi door, met ruime afstand tussen de auto’s – zo blijft de schade bij een eventuele aanval beperkt. Dan komt eindelijk het huis van Volodimirs vader in zicht. De filmmaker springt uit zijn witte bus en rent richting de metalen omheining. De militairen houden hun geweren in de aanslag – er kunnen nog Russen in de buurt zijn, denken ze. Achter het hek blaft een hond, een teken van leven. “Papa!” Roept Volodimir. “Papa!” Gestommel klinkt, en een ogenblik later komt er een grijze man om de hoek zetten. “Wat is dat lang geleden”, verzucht Volodimir, nadat hij zijn vader om de hals is gevlogen.

“Twee dagen geleden had ik stuiptrekkingen”, is het eerste wat die zijn zoon vertelt, terwijl hij aan zijn been voelt. Op diezelfde dag was zijn vrouw, die ergens binnen is verstopt, aangereden door een pantserwagen. De Russen waren haastig het dorp ontvlucht, en hadden niet om zich heen gekeken. “En nog steeds wil ze niet weg”, zegt hij dan ietwat beschaamd tegen zijn zoon.

De Russen hadden hen niet aangeraakt, vertelt Volodimirs vader. Wel waren ze langsgekomen op de school waar hij af en toe als bewaker bijkluste. “Doe de deur open”, hadden ze hem bevolen. “Er zijn waardevolle spullen”, had hij geantwoord. “Open de deur, of wij doen het zelf”, hadden ze gedreigd. In het geschiedenislokaal gingen ze op zoek naar kompromat, ofwel ‘nazi-materiaal’. “Dat soort dingen hebben we hier niet”, had de man uitgelegd.

Volodimir en zijn vader omhelzen elkaar. Beeld Michiel Driebergen
Volodimir en zijn vader omhelzen elkaar.Beeld Michiel Driebergen

Terwijl Volodimir binnen met de vrouw van zijn vader – die niet zijn moeder is – in gesprek gaat, scheuren op de weg drie tanks voorbij. Bovenop de voertuigen wappert de Oekraïense vlag en zitten trosjes militairen met een blik vol zelfvertrouwen oostwaarts gericht. “Waar schuil je als er geschoten wordt?” vraagt Volodimir zijn vader, terwijl hij telkens scherp luistert naar de klappen en het luide gesis, veroorzaakt door het nabij opgestelde luchtafweer. Zijn vader wijst op een kruipruimte onder de badkuip, waarin je alleen gebukt in kunt staan.

Zijn vrouw peinst er inderdaad niet over te vertrekken, zo blijkt. Ze vindt dat ze op het huis moet passen. En haar man wil haar niet achterlaten. “Ga, ik zal hier blijven”, zegt hij tegen zijn zoon. “Doe je werk en blijf menselijk. Want dat is het belangrijkste in je leven.”

De achternaam van Volodimir is bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Frontstad Zaporizja haalt schouders op over Poetins atoomdreigement

Het gedreig van de Russische president Poetin met kernwapens maakt in de Oekraïense frontstad Zaporizja weinig indruk. ‘Mensen raken gewend aan dreiging.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden