Afghanistan

Rechter: Nederland zat fout bij bombardement tijdens slag om Chora

De Nederlandse luchtmobiele brigade in actie in Afghanistan. Beeld ANP / Evert Jan Daniels
De Nederlandse luchtmobiele brigade in actie in Afghanistan.Beeld ANP / Evert Jan Daniels

De Nederlandse staat is door de rechter veroordeeld vanwege een bombardement in Afghanistan waarbij burgers omkwamen. Dat was in strijd met het humanitair oorlogsrecht.

Anne ter Rele

De Nederlandse staat heeft in 2007 onrechtmatig een wooncomplex in de Chora-vallei gebombardeerd. Dat heeft de rechtbank in Den Haag woensdag besloten. Volgens een rapportage van de nabestaanden aan Defensie kostte dat aan zeker 18 Afghanen het leven.

Volgens de Nederlandse staat gebruikten de Taliban het wooncomplex, een quala genoemd, voor militaire doeleinden. Maar volgens de vier Afghaanse aanklagers was er te weinig bewijs dat de Taliban tijdens het nachtelijke bombardement nog in het wooncomplex zaten. Ook de rechter acht dat niet bewezen en concludeert dat het bombardement in strijd is met het humanitair oorlogsrecht.

De staat moet de schade van de slachtoffers vergoeden. Die schade moet in een volgende procedure worden begroot, stelt de rechtbank.

De luchtaanvallen waren deel van de omstreden slag om Chora, die plaatsvond van 16 tot 19 juni 2007. Honderden Talibanstrijders veroverden toen enkele Afghaanse politieposten in de Chora-vallei en rukten op naar een Nederlandse post. De Nederlanders gingen daarop in de nacht van 16 op 17 juni over tot grootscheepse beschietingen in een gebied waar veel Afghaanse burgers woonden.

Persoonlijke strijd

De uitspraak is het resultaat van een persoonlijke strijd van mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld, die de Afghanen in de zaak ondersteunt en “heel opgelucht is” met de beslissing. De zaak ligt al sinds 2012 bij haar advocatenkantoor, anderhalf jaar geleden spande ze de rechtszaak aan voor de vier Afghanen.

Maar de uitspraak is ook belangrijk voor de bescherming van burgers in het oorlogsrecht, vindt ze. “Je bombardeert in Afghanistan, waar ze geen kennis hebben van de Nederlandse procedures. Als het leger weggaat, zijn de meeste Afghanen niet in staat om een buitenlands leger verantwoordelijk te houden.”

Dat pas nu over het bombardement in 2007 besloten is, komt omdat de afstand tussen het Nederlandse oorlogsrecht en het dorp in de Chora-vallei zowel fysiek als figuurlijk groot is. “Afghanistan is een van de armste landen ter wereld. Men heeft in deze vallei geen internet, een enkeling heeft er een telefoon. Om zo’n zaak op te stellen, moet je langere tijd contact met de Afghanen houden, hun verhalen checken. Dat ik de zaak kon doorzetten, komt doordat de zoon van een slachtoffer goed bereikbaar bleef, en informatie en getuigenissen doorgaf.”

null Beeld Bart Friso
Beeld Bart Friso

Militair doelwit

Zegveld verwijst naar de oorlog in Oekraïne, waar veel slachtoffers vallen door luchtaanvallen. “We willen dat daar de normen worden nageleefd, anders zijn burgers vogelvrij. Die normen moeten ook voor ons gelden.”

Bij iedere luchtaanval moet opnieuw bepaald worden of het om een militair doelwit gaat, zegt ook Terry Gill, emeritus hoogleraar militair recht aan de Universiteit van Amsterdam. Maar met 100 procent zekerheid vaststellen dat het een gerechtvaardigd militair doelwit is, is tijdens gevechten lastig, benadrukt hij.

Gill noemt de Slag om Chora “een van de meest hevige gevechten die Nederland heeft geleverd in Afghanistan” waarbij het afwegen van die feiten extra lastig was. “Deze luchtaanvallen waren gericht op een ommuurd wooncomplex, daar heb je geen inkijk. Dan is de vraag: wat voor bewegingen zijn daar geconstateerd, waren er indicaties van militaire activiteit?”

Ook de rechtbank zegt zich in de uitspraak bewust te zijn van de ‘extreme omstandigheden’ waarin tijdens de gevechten rond Chora beslissingen moesten worden genomen. Maar dat zou niet wegnemen dat ‘ook, of misschien juist, onder moeilijke omstandigheden tijdens een gewapend conflict, de beginselen van het internationaal humanitair recht moeten worden gerespecteerd’.

Dat vonnis zegt overigens niets over het algehele optreden van het Nederlandse detachement tijdens de slag om Chora en verandert het oorlogsrecht in principe niet, benadrukt Gill. “De rechtbank was simpelweg niet overtuigd dat het om een militair doel ging, op basis van informatie van de staat.”

Hawija

Toch noemt Zegveld de uitspraak “hoopgevend” voor toekomstige oorlogszaken met burgerdoden, inclusief de zaak-Hawija, waarvoor ze de slachtoffers ondersteunt. In 2015 vielen zeker 70 burgerdoden toen het Nederlandse leger een autobommenfabriek in Irak bombardeerde. Een rechter doet volgend jaar uitspraak of dat bombardement rechtmatig was.

De Afghanen van de slag om Chora weten de uitslag van de rechter overigens nog niet, bij gebrek aan internet. “Ik ga een tolk regelen en samen gaan we mijn contactpersoon bellen”, zegt Zegveld. “Hopelijk kan ik het ze vandaag of morgen vertellen.”

In een reactie zegt het ministerie van Defensie de uitslag “zorgvuldig te bestuderen”.

Lees ook:

Hoe gevechten in Uruzgan uitdraaien op een rechtszaak in Nederland

Eind deze maand dient in Den Haag een rechtszaak over omstreden gevechten in 2007 tussen Nederlandse militairen en de Taliban. Tientallen Afghaanse burgers kwamen daarbij om. Een reconstructie.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden