ReportageChina

Quarantaine werkt, ze zouden het in Nederland eens moeten proberen

Beeld Eefje Rammeloo

Angst en gebrek aan informatie maakt dat quarantaine in het autoritaire China werkt, ontdekt correspondent Eefje Rammeloo in Shanghai. Is er geen variant voor de liberale volksaard?

Het afzonderen, in quarantaine stellen van mensen die mogelijk het coronavirus bij zich dragen, is volgens de WHO een van de centrale methodes bij het terugdringen van de epidemie. Toch wil Nederland er niet aan. Het kabinet is voorstander van verplichte quarantaine, maar hoe controleer je of mensen wel echt binnenblijven? In Den Haag wordt gewikt, gewogen en nog maar eens overlegd – terwijl Nederlanders elkaar in rap tempo ­besmetten.

In China overlegt niemand, maar moet iedereen die van buiten komt, in quarantaine. En dan echt. Het land opent mondjesmaat weer zijn grenzen voor buitenlanders. Ik vloog twee weken geleden vanuit Nederland terug naar mijn thuisstad Shanghai. Anders dan in Nederland is quarantaine hier allesbehalve vrijblijvend.

Dag 1

De douanebeambte heeft haar handschoenen met elastiekjes vastgebonden aan de mouwen van haar pak. Achter de deels beslagen bril zijn haar ogen nog net te zien. Haar stempel in mijn paspoort is dit keer niet het teken dat ik vrij ben om te gaan. Als een kudde koeien worden mijn medereizigers en ik door een verlaten terminal geleid. Telkens weer vul ik gegevens in: naam, telefoonnummer, vlucht AY0087, stoel 53...

In een rijtje noodgebouwen ­nemen studenten geneeskunde een coronatest af. Een jonge vrouw port een stokje in mijn neus, draait ’m drie keer rond, haakt ’m achterin vast en wacht 10 seconden voor ze hem er weer uittrekt. Van de pijn stamp ik met mijn voeten op de grond. Het is de meest intense van de vijf tests die ik onderga.

Door een kier in de afzetting zie ik gewone reizigers ontspannen door de terminal wandelen. Zij zitten ín de bubbel, hun wordt geen strobreed in de weg gelegd. Ik heb geen symptomen, had geen contact met coronapatiënten en ben drie dagen geleden nog negatief getest. Toch is het aan de autoriteiten of en wanneer ik de Chinese bubbel in mag.

Aankomst op het vliegveld.Beeld Eefje Rammeloo

Sinds de epidemie in januari in Wuhan begon, herhalen de zorg­autoriteiten bij iedere nieuwe brandhaard dezelfde aanpak. Clusters in de provincies Heilongjiang en Jilin, een nieuwe uitbraak in Wuhan, de markt in Beijing. Telkens wordt ­iedereen die ook er ook maar in de buurt had kúnnen zijn, geïsoleerd en getest.

Cécile Bensimon wist niet hoe ze het had toen ze in januari op televisie zag hoe mensen in China van de straat geplukt werden om in quarantaine te gaan. Toen de Canadese ­gezondheidsethica haar promotie­onderzoek deed naar quarantaine tijdens de Sars-epidemie, kon ze niet bevroeden dat ze al haar hypotheses nog eens in het echt zou terugzien.

Quarantaine werd ten tijde van Sars onder een dikke laag stof vandaan gehaald. Het was een archaïsche methode, ooit gebruikt voor zeelui die terugkwamen uit exotische oorden. Ze mochten de samenleving niet in vóór zeker was dat ze geen onbekende ziekte onder de ­leden hadden. Inmiddels waren overdraagbare ziektes niet langer een dreiging – afzondering was niet meer nodig.

Als geen ander begrijpt Bensimon de ethische complexiteit van de maatregel. “Vaak als we quarantaine willen inzetten, dan is dat in een ­situatie van wetenschappelijke ­onzekerheid. Als je geen bewijs hebt van effectiviteit, is het moeilijk mensen te overtuigen van het nut.”

Dat bewijs is er inmiddels wel. Nu dient dat andere vraagstuk zich aan: is gedwongen afzondering te rechtvaardigen? China denkt van wel. De wereld is één grote brandhaard en ­alle recente uitbraken zijn te herleiden naar ‘geïmporteerde besmettingen’, melden de autoriteiten.

Dag 1 tot dag 5

Quarantaine is een gesloten circuit schrijft de lokale overheid in Shanghai in haar beleidsnota. Als ik lang moet wachten bij de incheckbalie van het hotel, loop ik even naar buiten voor een frisse neus. Na al die tijd in vliegtuigen en luchthavens, geniet ik van de frisse motregen op mijn gezicht. Een opgewonden ­medewerker roept me terug naar binnen. Bij de kudde blijven.

Vanachter een glazen deur kijken twee normaal geklede mannen me nieuwsgierig aan. Het hotel is door het districtsbestuur aangewezen als quarantainehotel. Gewone gasten zijn er niet, quarantaineklanten ­betalen een vaste prijs per nacht.

In een hoek van de kamer staat een voorraad toiletrollen, zeep en tandenborstels, want er wordt een week lang niet schoongemaakt. Pas na mijn vertrek komen schoon­makers de kamer grondig ontsmetten. Er zijn alcoholdoekjes om de kwikthermometer die ik bij het inchecken kreeg, mee te ontsmetten. Tweemaal daags moet ik in een appgroep mijn temperatuur doorgeven.

De voorraad wc-papier en ontsmettingsmiddelen. Beeld Eefje Rammeloo

Ernaast staat een potje chloor­tabletten. Na iedere ontlasting moet ik er een aantal in het toilet strooien. Daarna gaat de deksel omlaag terwijl het chloor vrolijk bruisend mijn poep ontsmet. Vergeet niet de luchtafzuiging aan te zetten, staat in de handleiding. ‘Het kan gaan stinken.’

Op geen enkel moment in het ­hele proces – van vliegtuig naar ­hotelkamer – is me verteld wat er gaat gebeuren. Alleen als iets van ons, hotelgasten, verwacht wordt, krijgen we instructies. In de appgroep op WeChat lezen vermoedelijk mensen van het lokale gezondheidscomité en het hotelmanagement mee. Ze stellen zich niet voor. Op de vraag wanneer we precies naar huis gaan voor verdere thuisisolatie, komt geen antwoord.

Opvallend gelaten vullen gasten zelf in wat de volgende stap is. Krijgen we de uitslag van de test op het vliegveld te horen? Als je hier nog bent, was de test negatief, grapt een medegevangene. Een ander vraagt of het hotelpersoneel niet meer zo op de deur wil bonzen als het een maaltijd brengt. “Ik schrik me te pletter. Misschien zat er dan toch ­iemand op mijn vlucht die besmet was.”

De onzekerheid maakt ons extra afhankelijk van onze cipiers. Extra voorzichtig ook. Als mijn avondmaaltijd aan de verkeerde kant van de gang is afgeleverd, durf ik hem niet zelf te pakken. De camera’s in het plafond kunnen zien dat ik mijn kamer uitkom, en wie weet welke ellende ik me zo op de hals haal.

De andere gasten prijzen zich ­gelukkig met adequaat optredende autoriteiten. In een lange stroom ­berichtjes wisselen ze ervaringen uit over het levensgevaarlijke Engeland en de Verenigde Staten. Ze zijn niet bang voor straf als ze instructies niet volgen, ze zijn wél bang dat het virus hen te pakken krijgt.

De hotelkamer.Beeld Eefje Rammeloo

Het is bekend dat China de rechten van het individu ondergeschikt acht aan het belang van de samen­leving. De schok van het volledig ­afgesloten Wuhan, de overvolle ziekenhuizen en al die doden in één stad dreunt hier bovendien nog door. Dat helpt bij de acceptatie van China’s autoritaire aanpak. Maar als quarantaine werkt, is het ’t dan niet waard om twee weken iets van je ­eigen vrijheid op te geven?

Wat betreft persoonlijke vrijheid staat Nederland recht tegenover China. De individuele rechten zijn in een liberale democratie boven al het andere recht verheven. Moet een land als Nederland iets van haar identiteit opgeven om de volks­gezondheid te redden?

De balans is de crux van dit vraagstuk, zegt Bensimon. “Als je het ­algemeen belang bekijkt vanuit een humanitair perspectief, dan respecteer je die individuele rechten juist.” Canadezen gaan bijvoorbeeld ­akkoord met strenge quarantainemaatregelen omdat ze begrijpen dat die essentieel zijn voor dat algemene belang. “Mensen zijn hier in staat die herbalans te accepteren.”

Volgens de Nederlandse antropoloog Ginny Mooij is het een fabeltje dat de vrije Nederlandse cultuuraard zich niet leent voor verplichte ­afzondering. “Welk volk laat zich wel gemakkelijk opsluiten? Toen quarantaine verplicht werd bij de ebola-uitbraak, waren soldaten ­nodig om bij voordeuren de wacht te houden.” Er is veel meer mogelijk in Nederland, maar dan moet er wel ­politieke durf en wil zijn.

Er zit veel ruimte tussen de Chinese en de Nederlandse aanpak. “Polderen is een prachtig model, maar niet in een crisis. Dan heb je daadkracht nodig”, zegt de eveneens Nederlandse epidemioloog Amrish Baidjoe aan de telefoon. Premier Rutte en gezondheidsminister De Jonge hoeven zich volgens Baidjoe niet meteen een totalitair jasje aan te meten. Ze kunnen een Nederlandse invulling geven aan de verplichte quarantaine, zodat die wél werkt, denkt hij. Want op dit moment blijft slechts 10 procent van de Nederlanders die mogelijk besmet zijn, ook echt binnen.

Dag 5 tot dag 7

Twee mensen in een wit pak staan in de deuropening. Binnenkomen is ­gevaarlijk, al is niet helemaal duidelijk voor wie. Ze sommeren de enige stoel in de kamer naar de deur te schuiven. Ik ga zitten en een meisje steekt wederom een stokje, om de beurt in beide neusgaten. Ik kreun. Zij giechelt ongemakkelijk.

Nog bijkomend van de hoofdpijn die zo’n test telkens oplevert, blijkt de uitslag negatief. Omdat ik een adres in Shanghai heb, waar ik ­bovendien geen huisgenoten kan ­besmetten, mag ik de tweede week van mijn quarantaine dáár doorbrengen. Een speciale bus brengt me naar mijn wijk. Twee mensen van het buurtcomité, met schorten voor en beschermende brillen op, escorteren me tot aan de voordeur.

Nog steeds mag ik mijn huis niet uit. Maar het is hier fijner dan in het hotel. Op straat hoor ik mensen kletsen en ik kan mijn terras op voor frisse lucht. Via WeChat houd ik de dokter op de hoogte van mijn temperatuur. Een politieman plakt een sticker op de buitendeur. Op drie momenten in de dag mag ik die kort opendoen om bestellingen in ontvangst te nemen. Een speciale vuilnisman haalt mijn besmette afval op. Camera of bewegingsdetector zijn niet nodig: de buren houden me als haviken in de gaten.

China in coronacijfers

• Besmettingen: 85.307
• Doden: 4634
• Testcapaciteit (eind juli): 4,84 miljoen per dag, inmiddels 200 miljoen testsetjes en 12.000 testuitlees­machines verspreid over het land.
• 38.000 testers
• 4946 instellingen voor testanalyse
(Bron: National Health Commission en ministerie van industrie en ­informatietechnologie)

Eind dit jaar moet er op iedere miljoen inwoners een testlaboratorium zijn dat 10.000 tests per dag kan afnemen. Op die ­manier kan binnen een kleine week een hele ­regio getest worden.

In het gesloten circuit dat de Chinese overheid op lokaal niveau heeft gecreëerd, heb ik geen vrijheid, maar word ik wel verzorgd. En dat is ook logisch, zegt Bensimon. Als de regering wil dat je veertien dagen in quarantaine gaat, moet daar iets tegenover staan. Ze moet zorgen dat er te eten is, en dat je een basisinkomen hebt. “In een welvaartstaat zou het gemakkelijker moeten zijn om je af te zonderen, omdat mensen weten dat er een vangnet is.”

Volgens Mooij hebben in de ­Nederlandse gemeentes alles in huis om quarantaine zo soepel en aangenaam mogelijk te maken. “De gemeente kan kijken waar de behoefte zit. Inkomen? Mentale ondersteuning?” Vervolgens kan ze een pakket voorzieningen én consequenties opstellen. Een vergoeding voor wie de quarantaine uitzit bijvoorbeeld, en een boete voor wie hem verbreekt. “Je grondwettelijk recht op vrijheid wordt misschien beknot, maar je hebt niet het recht om een ander te besmetten met een dodelijk virus.” Is dat moeilijk te controleren? “De wijkagent kan gewoon even langs­lopen.”

Dag 7 tot dag 14

De dagen smelten samen tot een zouteloze brei van uren en minuten. Op de dag dat premier Rutte het ­Nederlandse volk oproept beter zijn best te doen, ga ik de strijd aan met de dokter. Er moet een laatste test worden afgenomen en daar zie ik enorm tegenop. Ik zie er ook het nut niet van in, want ik heb al dagen niemand meer gezien.

In een nieuwsbericht lees ik dat die laatste test niet meer verplicht is. Het nationaal zorgcomité heeft ­besloten dat die ‘raadzaam’ is – maar ‘vrijwillig’. Tegen de dokter zeg ik opgelucht dat ik ’m liever laat zitten. Na enige discussie blijft het stil.

In China bestaat er niet zoiets als optioneel. Op maandag, de dag vóór de test, krijg ik een berichtje van mijn huisbaas. Het buurtcomité heeft hem verteld dat ik ‘niet meewerk’. Zonder die laatste test word ik niet vrijgelaten, klinkt het dreigend. Dokter, ambtenaren, huisbaas, politie en lotgenoten in de WeChat-groep – eigenlijk begrijpt niemand waarom ik me verzet. Ik wil toch ­zeker weten dat ik gezond ben?

Weer moeten mijn neusholtes het ontgelden. Ik verbijt mijn verontwaardiging over de zinloosheid. De Chinese quarantainevariant is niet toegerust op mijn kritische, vrije Nederlandse volksaard.

Lees ook: 

De Chinese aanpak van het coronavirus was kil, maar hij heeft wel gewerkt

China is allerminst bescheiden in het delen van zijn ervaringen bij het bestrijden van het coronavirus. Het is niet eerlijk om al te kritisch terug te kijken, vindt ziekenhuisdirecteur Zhang Dingyu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden