InterviewEnrico Letta

Oud-premier Italië: ‘Nederland, wees geen “Mister No” in Europa’

Voormalig Italiaans premier Enrico Letta.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Italiaanse oud-premier Letta denkt met weemoed terug aan de periodes onder Lubbers en Kok, toen Nederland nog een constructieve rol speelde in de EU.

Tijdens de zomervakantie in zijn geboortestreek Toscane zag Enrico Letta weer veel Nederlandse toeristen, zoals altijd. Ondanks de soms knetterende politieke wrijvingen dit jaar tussen Den Haag en Rome over het EU-coronaherstelfonds zag de Italiaanse oud-premier tot zijn opluchting dat de Nederlandse vakantiegangers als vanouds met open armen werden ontvangen. “Het was een goed teken dat het conflict kennelijk vooral speelde tussen politici, niet tussen burgers”, zegt Letta tijdens een telefonisch interview vanuit Parijs.

Letta (53), premier van april 2013 tot februari 2014, geeft tegenwoordig onder meer leiding aan denktank Jacques Delors Institute in de Franse hoofdstad. Vanuit die functie geeft hij geregeld commentaar op de EU-actualiteit.

De 27 EU-regeringsleiders bereikten na een top in Brussel van ruim vier etmalen in juli een akkoord over de volgende meerjarenbegroting (2021-2027) en een daaraan gekoppeld coronaherstelfonds van 750 miljard euro. Aan de ruzieachtige sfeer tussen Nederland en Italië rond die top heeft Letta een bittere nasmaak overgehouden. “Er is toch wel de nodige schade aangericht. Dat stemde mij droevig.”

Kort door de bocht kwam het conflict erop neer dat Nederland de zuidelijke landen in het opvangen van de economische coronaklappen wees op hun eigen verantwoordelijkheid, vooral op het gebied van de overheidsfinanciën, terwijl de zwaar getroffen zuidelijke landen Nederland een gebrek aan solidariteit verweten. Daarbij vielen soms harde woorden.

“Toch was het positief dat Nederland uiteindelijk bereid bleek tot een akkoord. Laten we hopen dat die bereidheid een eerste stap is in een nieuw seizoen van betere relaties tussen Italië en Nederland.”

Het Nederlandse standpunt is dat alle EU-landen in een crisissituatie zelfredzaam zouden moeten zijn en niet meteen hun hand moeten ophouden. Bovendien wijst Den Haag erop dat alle landen, inclusief Italië, nog steeds goedkoop kunnen lenen op de financiële markten. Begrijpt u die argumenten?

“Het tweede wel, het eerste niet. Natuurlijk ligt er veel verantwoordelijkheid bij de lidstaten zelf, maar deze pandemie en deze recessie laten zien dat de Europese Unie meer en meer een geïntegreerde markt is geworden. Op economisch gebied zijn er gemeenschappelijke missies en doelen. De reactie moet dan ook gemeenschappelijk zijn.

“De gevonden oplossing in het herstelfonds is goed. Het is geen systeem dat is gebaseerd op transfers: er gaat heus geen Duits geld naar Griekenland of Nederlands geld naar Italië, zoals weleens wordt gedacht. Alle Europese landen gaan de markt op, waar ze samen nieuw geld ophalen met die gemeenschappelijke leningen. Ze beheren dat nieuwe geld gezamenlijk. Van een transferunie is dus geen sprake.”

Kunt u uitleggen waarom juist Nederland zoveel irritatie opwekte bij Italië en Spanje, en niet de drie bondgenoten binnen de club van de ‘zuinige vier’, Oostenrijk, Denemarken en Zweden?

“Dat komt doordat Nederland een van de zes oprichters van de EU is. We verwachten van Nederland niet de rol van het Verenigd Koninkrijk of van de nieuwere EU-lidstaten. De oprichters hebben een grotere verantwoordelijkheid en behoren niet alleen voor zichzelf op te komen. De rol van de andere drie landen is anders. Denemarken en Zweden zitten bovendien niet eens in de eurozone.”

Na het vertrek van de Britten lijkt Nederland hun kritische rol te willen overnemen.

“Dat was inderdaad het beeld dat premier Rutte uitstraalde. Maar het is een vergissing. Ten eerste is Nederland het Verenigd Koninkrijk niet. Bovendien is het, zoals gezegd, een lidstaat van het eerste uur. Ik volg de Europese integratie al vanaf de jaren tachtig, en herinner mij het grote leiderschap van de premiers Lubbers en Kok. Zij waren cruciaal en beslissend voor de Europese Unie.

“Maar ook daarvoor al was er innige samenwerking tussen Italië en Nederland en de Benelux in het algemeen. In de aanloop naar het Verdrag van Rome van 1957 waren Duitsland en Frankrijk het niet eens over defensie. Dat het verdrag er kwam, was vooral te danken aan Italië en de Benelux. Ook nu is dat verbond belangrijk, niet zozeer als tegenwicht van de Frans-Duitse as – die is immers ook niet almachtig – maar meer als versterking ervan. Nederland kan nu niet de rol gaan spelen van ‘Mister No’. Dus grijp ik dit interview graag aan om tegen de Nederlandse politieke leiders te zeggen om zichzelf niet te beschouwen als ‘Mister No’. Dat is niet de rol die bij jullie past. Wij zien Nederland als een belangrijke speler.

“Ik kan me nog de samenwerking met Rutte herinneren in de tijd dat ik premier was. Ik ken hem als pro-Europees. Ik hoop dan ook op een nieuwe start van de goede samenwerking.”

Vorige maand zei u dat het maar goed is dat het Verenigd Koninkrijk weg is uit de EU, anders was het juli-akkoord nooit gesloten.

“Inderdaad. Vergelijk het eens met de eurocrisis. Toen heeft het de EU vier jaar gekost, van 2008 tot 2012, om tot oplossingen te komen. Dat kwam vooral door de obstakels die de Britten steeds opwierpen. Nu heeft het ons slechts vier maanden gekost. Dat is nogal een verbetering. Ik beschouw het akkoord van juli dan ook als een groot succes voor de EU.”

Wie is Enrico Letta?

Enrico Letta (Pisa, 1966) werd in 1998 de jongste Italiaanse minister na de Tweede Wereldoorlog. Hij bekleedde onder meer de posten Europese zaken en handel. Van 2004 tot 2006 was hij Europarlementariër, waarna hij in 2007 medeoprichter was van de sociaal-democratische Partito Democratico (PD). In april 2013 werd Letta premier van een brede coalitie. Hij stapte tien maanden later alweer op, na een machtsstrijd binnen de PD. Partijgenoot Matteo Renzi nam het premierschap over.

Ook Knot lijkt positief

Naast Enrico Letta lijkt ook president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank de Haagse politici aan te sporen tot een meer pro-Europese houding. Nederland stribbelde tegen tijdens de uitputtende EU-top in juli, maar het akkoord over het coronaherstelfonds is een ‘uitstekend initiatief’, aldus Knot dinsdagavond in zijn HJ Schoo-lezing in Amsterdam. “Het fonds is tijdelijk, er vinden geen directe overdrachten tussen landen plaats, en ook worden landen niet verantwoordelijk voor elkaars schulden.” Volgens Knot is een sterkere monetaire unie en verdere Europese integratie ‘de beste keuze’. “Dat betekent dat we nationale bewegingsvrijheid inleveren. Daar is moed voor nodig. Wat krijgen we daarvoor terug? Het vooruitzicht op een stabielere en welvarender muntunie, waar alle landen delen in de lusten en de lasten.”

Lees ook:
EU-leiders na marathontop eindelijk akkoord over begroting en herstelfonds

Na vier dagen en twee nachten onderhandelen hebben de Europese staatshoofden en regeringsleiders een akkoord bereikt over de volgende meerjarenbegroting tot 2027 en een coronaherstelfonds

Geen zomervakantie voor rechtsstaatdiscussie binnen EU

Regeringsleiders werden het in juli eens over de voorwaarden tijdens hun marathontop, maar de uitwerking blijft vaag. Intussen gebeurt er weer van alles in Polen en Hongarije.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden