Hongarije

Orbán flirt met rechts-radicalen, hij wil ze alleen niet in zijn land

De Hongaarse premier Viktor Orbán spreekt zijn partij toe op een congres.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Extreem-rechtse denkers voelen zich aangetrokken tot het conservatieve Hongarije van Viktor Orbán. Maar zijn partij ziet de intellectuelen liever vertrekken en wordt niet graag met hen geassocieerd.

“Weet je hoe dit plein vroeger heette?” Ferenc Almássy knikt met zijn hoofd naar het plein buiten de koffiebar in Boedapest waar we zitten. Van 1938 tot 1945 heette het officieel het Adolf Hitlerplein. “Vergeet niet dat deze plek jouw idee was, voordat dit straks ook onderdeel wordt van je verhaal: rechts-nationalist, verhuisd naar Boedapest,ook nog stiekem fan van Hitler. Ik weet hoe linkse journalisten zijn.”

Zelf werkt Almássy ook als journalist, maar dan ‘voor de andere kant’, zoals hij het zelf noemt. Tien jaar geleden verhuisde de Hongaars-Franse François Lavellou vanuit Parijs naar Boedapest, waar hij onder de Hongaarse naam Ferenc Almássy een nieuw leven en een nieuwswebsite begon: de Visegrad Post. Naar eigen zeggen schrijft hij vanuit het perspectief van de inwoners van Centraal Europa; in de praktijk komt dat vooral neer op artikelen waarin hij en zijn collega’s het opnemen voor de bekritiseerde Hongaarse en Poolse regeringen, en zelf de pijlen richten op Brussel.

Daarnaast had Almássy nog meer plannen in Hongarije: hij wilde een project opzetten waarbij hij andere rechtse activisten die zich in Frankrijk niet meer thuis voelden naar Hongarije zou halen. Als ze de duizend zouden halen, dan konden ze zich officieel registreren als minderheid, fantaseerde hij destijds tijdens een interview. Maar het project kwam nooit van de grond: “Een naïef idee,” zegt hij nu.

Toch was hij niet de enige met zo’n plan: de Britse nationalistische politicus Nick Griffin sprak een paar jaar geleden over soortgelijke plannen – maar dan met Britten. Alleen: nog voor Griffin naar Boedapest kon verhuizen werd hij door de Hongaarse premier Viktor Orbán de toegang tot het land ontzegd, een paar dagen nadat de Schotse nationalist Jim Dowson het land was uitgezet. Het lijkt een patroon: Westerse radicaal-rechtse activisten die in het Hongarije van Viktor Orbán het beloofde land zien, of in elk geval een plek om te schuilen tegen het liberalisme.

Orbán en zijn Fidesz-partij zetten zich immers openlijk af tegen liberale waarden waarover binnen zowel mainstreamlinks- als rechts in de meeste westerse landen wel consensus bestaat: individualisme, gendergelijkheid, de acceptatie van immigratie tot op zekere hoogte, lhbt-rechten, klimaatverandering als het grote probleem van deze tijd. Wie zich in West-Europa tegen dit soort dingen uitspreekt belandt daarmee al gauw in een sociaal isolement – waardoor het liberale wereldbeeld volgens sommige rechtse activisten als verstikkend is gaan voelen. Hongarije lijkt hen ademruimte te bieden. Terwijl de regering-Orbán internationaal fel bekritiseerd wordt vanwege hun invloed over de pers, politieke overnames van universiteiten en het verwerven van politieke invloed over het juridisch systeem, zien zij Orbán juist als de held die instituties namens het volk terugpikt van liberale elites.

Eerste poging werd gelijk verboden door Orbán

Alleen: de regering-Orbán moet in de praktijk dus niet zoveel hebben van types als Dowson of Griffin. Hoewel de politici van regeringspartij Fidesz steeds meer de taal van radicaal-rechts zijn gaan spreken, lijkt de partij liever niet geassocieerd te willen worden met radicaal-rechtse groepen en bewegingen van buiten Hongarije. Dat kan ook de Zweedse wit-nationalist Daniel Friberg beamen, die in 2014 zijn radicaal-rechtse uitgeverij Arktos naar Hongaarse hoofdstad Boedapest verplaatste.

Friberg en zijn collega’s dachten in Boedapest een plek te hebben gevonden waar ze zonder al te veel gedoe internationale conferenties en bijeenkomsten konden organiseren die in het Westen toch op meer weerstand zouden stuiten. Maar hun eerste poging tot het organiseren van zo’n conferentie, in 2014, werd gelijk verboden door Orbán. Hoofdspreker op de conferentie zou de radicaal-rechtse Russische denker Aleksandr Doegin zijn, informeel adviseur van Poetin. De bekende Amerikaanse wit-nationalist Richard Spencer was mede-organisator. De conferentie zou gaan fungeren als een plek waar “groepen en individuen uit heel Europa samen kunnen komen om aantekeningen te vergelijken, ideeën te bespreken en wellicht voorbereidingen te treffen voor gezamenlijke actie.” Maar de regering-Orbán maakte daar korte metten mee: de avond voor de conferentie viel de politie het café binnen waar de activisten zaten te borrelen. Spencer bracht de nacht door in een politiecel.

Ook de Amerikaanse redacteur John B. Morgan, eerst hoofdredacteur van Arktos maar met Friberg na een ruzie vertrokken naar Counter-Currents, een andere radicaal-rechtse uitgeverij, werd na aankomst in Boedapest verrast. Net als Aleksandr Doegin is hij een aanhanger van het Traditionalisme: een filosofie die (heel kort door de bocht) een hang naar spiritualiteit combineert met een afkeer van het moderne leven. Het Traditionalisme is geen politieke ideologie, benadrukt hij, dus hij ziet zichzelf niet als activist. “Maar ik heb gemerkt dat de Hongaarse regering omgaat met buitenlandse radicaal-rechtse evenementen door ze te verbieden, en organisatoren en activisten het land uit te zetten,” zegt Morgan op het terras van een druk café in het centrum van Boedapest. “Juist West-Europa is vrijer.”

Toch lijkt premier Orbán zelf politiek gebruik te maken van dit beeld van Boedapest als vrijplaats, en van de aantrekkingskracht die zijn politieke persona en zijn land internationaal uitoefenen op mensen aan de rechterkant van het politieke spectrum. In een toespraak in 2017 stelde de premier, in een verwijzing naar het feit dat Hongarije vrijwel geen vluchtelingen het land inlaat, dat zijn regering wél bereid is om onderdak te bieden aan ‘echte’ vluchtelingen: “Duitsers, Nederlanders, Fransen, Italianen; bange politici en journalisten; christenen die genoodzaakt zijn hun eigen land te ontvluchten; mensen die hier het Europa vinden dat ze thuis verloren zijn.”

Hongarije is niet het zenuwcentrum van een beweging

Ferenc Almássy vindt het een verwarrende boodschap van de door hem zo bewonderde premier. “Het bevestigt bovendien een beeld van Hongarije dat veel rechtse mensen nu hebben, als een soort laatste bastion: alsof hier een traditionele christelijke cultuur geconserveerd wordt, beschermd tegen het liberalisme.” Dat beeld klopt volgens hem niet. “Zo werkt cultuur niet: cultuur is lokaal, leeft en verandert altijd. Wat ik hier gevonden heb is gewoon de huidige Hongaarse cultuur, en die is van oudsher vrij gesloten voor buitenstaanders: ook expats met dezelfde overtuigingen. Zelfs voor iemand zoals ik, met nota bene een Hongaars paspoort.”

Almássy zal binnenkort moeten stoppen met de Visegrad Post, vertelt hij: hij kan de nieuwswebsite financieel niet meer draaiende houden. “Media schrijven regelmatig dat de Visegrad Post gesteund wordt door de regering-Orbán, omdat ik één keer een fondsenaanvraag geaccepteerd heb gekregen,” zegt hij. “Maar de rest van mijn aanvragen werden afgelopen jaren allen afgewezen. Echt gesteund voel ik me niet.”

Wél gesteund door de regering-Orbán wordt het Danube Institute: een conservatieve denktank, met de Britse conservatieve journalist John O’Sullivan als directeur. In de jaren tachtig was hij speechschrijver voor Margaret Thatcher, nu schrijft hij voor The Spectator. Maar met radicaal-rechts heeft O’Sullivan weinig te maken: hij is een klassiek-liberale conservatist, zo verklaart hij zelf. Het feit dat Orbán het wel prima lijkt te vinden om geassocieerd te worden met dit instituut zou te maken kunnen hebben het het feit dat het aanzienlijk meer mainstream prestige bezit: de Britse conservatieve filosoof Roger Scruton was er tot aan zijn dood regelmatig te vinden.

“Viktor Orbán is geen populist,” beweert O’Sullivan, inmiddels 78, in zijn kantoor in Boedapest. “Hij heeft iets gedaan dat veel conservatieven in het verleden hebben gedaan: hij heeft dat gedeelte van het electoraat dat je radicaal-rechts zou noemen, achter zich gekregen. En natuurlijk vindt premier Orbán het vleiend dat hij zo bewonderd wordt in het buitenland. Wie zou dat niet vinden? Orbán is ook maar een mens. “Maar dat idee dat aan het ontstaan is, dat Boedapest op weg zou zijn een soort Sovjet-Moskou te worden – het geografische zenuwcentrum van een beweging – daar zit hij niet op te wachten.”

Een twitterbericht van Geert Wilders over zijn bezoek aan Boedapest.Beeld Twitter / Geert Wilders

Hij wil zich aan geen enkele beweging echt verbinden

Het zijn Orbáns standpunten geweest die hem in afgelopen jaren hebben doen uitgroeien tot een idool in radicaal-rechtse kringen: zijn felle verzet tegen immigratie, de nadruk die hij legt op traditionele gezinsrollen en zijn anti-lhbt-houding. De premier flirt inmiddels zelfs openlijk met complottheorieën als de ‘grote vervangingstheorie’: het idee dat het witte ras dreigt uit te sterven, omdat de witte populaties van bijvoorbeeld Europese landen langzaamaan zullen worden vervangen door immigranten uit ontwikkelingslanden.

Toch lijkt de premier zichzelf liever te plaatsen in de traditie van meer klassiek conservatieve politici, en laat hij zich liever in met O’Sullivan en Roger Scruton dan met de fringe-bewegingen wier wereldbeeld hij door dit soort standpunten meer en meer begint te vertegenwoordigen. Daarnaast onderhoudt hij contacten met buitenlandse politici en denkers van diverse rechtse pluimage: van Matteo Salvini en Geert Wilders tot de Israëlische filosoof Yoram Hazony. “Maar dat is pragmatisch,” denkt filosoof Gáspár Miklós Tamás, een bekende van de premier. “Mensen die echt ergens in geloven: daar krijgt Orbán de kriebels van. Improvisatie is het geheim van zijn succes; hij wil zich aan geen enkele beweging echt verbinden – laat staan ergens de leider van zijn.”

Radicaal-rechtse activisten lijken hun hoop op een internationale schuilplaats in Boedapest te hebben laten varen. Friberg verhuisde een tijdje geleden naar Warschau, Spencer, Dowson en Griffin mogen het land niet meer in. Wat overblijft is een groepje mensen, dat zich vooral gedeisd houdt. Toch blijft Orbán in dit soort kringen een voorbeeldfiguur. “Er is ook niet veel keus,” lacht Almássy. “Orbán is sterk, een geweldige politicus: iemand die je serieus kunt nemen. Van welke andere rechtse leider van nu kun je dat nou zeggen: Trump? Nee, precies.”

Lees ook: De hechte vriendschap tussen de Forumpopulist en de SGP-mannenbroeder

In de strijd voor het behoud van de joods-christelijke cultuur hebben Forum voor Democratie en de SGP elkaar gevonden. Een opvallende vriendschap, die de SGP van de ChristenUnie doet afdrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden