Wedloop

Op zoek naar de ideale Covid-app: van de ene naar de andere mislukking

Beeld Suzan Hijink

Maanden zijn er verloren gegaan in de naarstige zoektocht naar een Covid-traceerapp. Ieder land dat vroeg begon, kwam van een koude kermis thuis. Nu begint er langzaam iets werkbaars in zicht te komen. Maar of het veel bijdraagt, blijft de vraag.

Eigenlijk is het allemaal de schuld van Singapore. Dat land bleek maar wat te snoeven over de corona-app aldaar. “De resultaten zijn grotendeels positief”, liet Singapore weten. En ook: “We stellen onze hemelbestormende software kosteloos beschikbaar aan andere landen.”

Het was maart. Singapore gold als lichtend voorbeeld van een land dat met succes de pandemie buiten de deur wist te houden. Sleutel tot het succes was een vroege tracering van nieuwe besmettingen.

De dag dat Singapore zijn software weggaf, 25 maart, begon ieder land in Europa net de ernst van het drama in te zien. De ene infectiehaard na de andere dook op. Nederland kondigde op 23 maart de lockdown af. Er waren niet genoeg mondkapjes. Niet genoeg beschermpakken. Niet genoeg ic-bedden. De corona-pandemie greep om zich heen. Dat aanbod van Singapore leek er één uit duizenden.

Het was daarna dat minister Hugo de Jonge heel zelfverzekerd een Nederlandse app aankondigde, die contactonderzoek een stuk eenvoudiger zou maken. Het was toen dat in Londen Boris Johnson zei dat het Britse systeem van tracking and tracing het beste van de wereld werd.

De Nederlandse app laat nog even op zich wachten

Halverwege juli besluit het kabinet of in Nederland een corona-app wordt ingevoerd, ter aanvulling op het testbeleid bij de GGD’en. Honderden Twentenaren testen de komende weken de app, die net als in andere landen werkt met een platform dat wordt aangeboden door Apple en Google. De app geeft de telefoon de opdracht om via Bluetooth bij te houden welke andere telefoon met dezelfde app bij je in de buurt is geweest. Informatie op de app is niet tot de persoon herleidbaar, belooft het ministerie. De komst van de app duurt langer omdat allerlei externe deskundigen eraan meewerken, of meedenken over vraagstukken rond bijvoorbeeld privacy.

Er kwamen goede Europese voorbeelden. Het supersnelle IJsland had al op 1 april ‘Rakning-19’ in de appstore liggen, Noorwegen twee weken later ‘Smittestop’. Zelfs Frankrijk, sinds de invoering van de Minitel in 1982 niet echt meer een voorloper op technologiegebied, kwam in de voorhoede terecht. Daar lag op 2 juni ‘StopCovid’ in de appstore.

Misschien hadden ze beter moeten weten, de wereldleiders. Maar de theorie leek heel mooi: met een app kon iedereen die erachter kwam dat hij besmet was, meteen iedereen waarschuwen die lang genoeg in zijn buurt was geweest. Als die dan in quarantaine zouden gaan, kon het land weer gaan draaien zonder de draconische lockdownmaatregelen.

Veertien waarschuwingen

Begin mei konden in Engeland de inwoners van het Isle of Wight de Britse corona-app testen. Na drie weken verzekerde Johnson het volk nog: de rest van het land zal op 1 juni volgen. Maar de app kwam niet. Op Wight bleek dat de app niet in staat was de nabijheid van iPhones te detecteren. Had iemand een besmetting, dan kregen mensen met een telefoon van Apple geen bericht dat ze in diens buurt waren geweest.

Dat probleem had in Singapore ook gespeeld, maar dat werd pas later bekend, net als de klacht dat de batterijen van telefoons waarop het systeem was geïnstalleerd, belachelijk snel leegliepen.

In IJsland speelde nog een ander probleem, dat later ook andere landen parten zou spelen. Om een succes te zijn, moet 60 procent van een bevolking zo’n app installeren. Dat percentage bleef steken op iets meer dan de helft daarvan, 38 procent.

Frankrijk heeft datzelfde probleem. Na drie weken gebruik is de app 1,9 miljoen keer gedownload. Dat is op een bevolking van 67 miljoen mensen bijzonder weinig. Frankrijk kent vijfhonderd besmettingen per dag, maar slechts 68 mensen hebben in het systeem ingevoerd dat ze besmet waren. Dat waren ook nog eens mensen zonder veel contacten: uiteindelijk werden er veertien mensen gewaarschuwd en gevraagd om 14 dagen binnen te blijven.

De hulp van de grote jongens

De Noorse, IJslandse, Britse en Franse systemen hadden een belangrijk ding gemeen met het Singaporese model: de gegevens van de gebruikers worden ergens op een centraal punt opgeslagen. Zo’n systeem roept onherroepelijk allerlei privacy-issues op. Wie kan er bij die data, hoe lang worden ze bewaard, dat soort vragen. Vragen die de ontwikkeling van de Nederlandse app in eerste instantie ook in de kiem smoorden.

De Noorse autoriteit persoonsgegevens vond in eerste instantie dat het doel de middelen heiligde. De app was zo belangrijk in de bestrijding van het virus, dat het verlies aan privacy voor lief werd genomen. Maar nu is het coronagevaar in Noorwegen minder groot en staat het niet meer in verhouding, zei het instituut. De Noorse app is vorige week gestopt.

Van hoe het toch nog goed lijkt te komen met de corona-app maken de Zwitsers een beetje een heldenverhaal, maar misschien is het dat ook wel. Naar het schijnt was het een Zwitserse techneut die voor zijn land zelf ging knutselen, inzag dat het nooit zou lukken zonder de grote jongens. Dat het nodig was om Apple en Google aan boord te krijgen. Hoe hij de juiste persoon aan de lijn heeft gekregen, vertelt het verhaal niet, maar vanaf dat moment werkten de giganten samen aan een oplossing.

Die is inmiddels beschikbaar, net zo kosteloos als het eerste Singaporese model. Maar het voordeel van de Amerikaanse software is dat die geen informatie naar een centraal punt stuurt. Daarmee zijn veel privacykwesties opgelost.

Een armband

Letland was de eerste die op die basis iets lanceerde. Op 29 mei kwam daar de ‘Apturi Covid-app’. Een week later kwam Italië met ‘Immuni’ en twee weken later Duitsland.

De Zwitsers zelf lanceerden hun app vorige week. Deze week gaat Nederland zijn app testen, in Twente, ook op basis van de techniek van Apple en Google. En ook het Verenigd Koninkrijk is om. Daar komt de nieuwe app, met de Amerikaanse techniek, “voor de winter”.

Maar of het helpt? In de eerste drie weken werden via de Duitse app twintig besmettingen doorgegeven, terwijl er iedere dag 650 nieuwe gevallen van corona worden geconstateerd.

Autoriteiten in IJsland, één van de vroege invoerders, zeggen nu dat hun app “van weinig toegevoegde waarde” is bij de bestrijding van het virus. Het handmatig traceren van contacten van een geïnfecteerde blijft ook daar van essentieel belang. 

Singapore is intussen van het hele app-idee afgestapt. Dat land denkt nu na over een armband die doorgeeft bij wie de dragers in de buurt zijn. De privacykwesties blijven daarmee even groot.

Lees ook: 

Italianen storen zich aan seksistische traceerapp

De afgelopen maanden was er in Italië een hoop discussie over de traceerapp die de verspreiding van het coronavirus moet indammen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden