ReportageNa de staatsgreep

Op het platteland van Burkina Faso is er weinig vertrouwen in de nieuwe junta

Gevlucht voor aanvallen van islamitische rebellen, brengen deze burgers hun dagen door in een kamp voor ontheemden, in Ouagadougou (foto van 29 januari jl.). Beeld Reuters
Gevlucht voor aanvallen van islamitische rebellen, brengen deze burgers hun dagen door in een kamp voor ontheemden, in Ouagadougou (foto van 29 januari jl.).Beeld Reuters

In Ouagadougou worden de coupplegers, die vorige maand de macht in Burkina Faso overnamen, gesteund. Buiten de hoofdstad voelen burgers zich aan hun lot overgelaten.

Hugo Boogaerdt

Geplaagd door toenemende droogte en opkomende gewapende extremistische groeperingen zakt Burkina Faso in een steeds diepere humanitaire crisis. Onvrede over de onmacht van president Roch Marc Kaboré om de problemen op te lossen leidde op 23 januari tot een muiterij binnen het leger, die een dag later uitliep op een staatsgreep.

Na twee militaire coups in Mali en een in Guinee is dit de vierde succesvolle staatsgreep in West-Afrika binnen anderhalf jaar. In de hoofdstad Ouagadougou vertrouwen veel inwoners erop dat de junta het land uit de crisis kan loodsen, maar in de rurale gebieden hebben de Burkinabé alle geloof in de overheid verloren.

null Beeld Bart Friso
Beeld Bart Friso

Overheid zo goed als afwezig

In een dorpje zo’n 20 kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Ouagadougou zit een groepje van vijf vrouwen onder een mangoboom. Ze kijken zwijgzaam voor zich uit, terwijl zestien kinderen om hun aandacht vechten.

De vrouwen hebben hier met hun kinderen heen moeten vluchten uit hun dorp vlak bij de plaats Titao in het noorden van het land. Twee maanden geleden heeft Jamaat Nusrat al-Islam wal Muslimin (JNIM), een tak van Al-Qaida in de Sahel, het dorp omsingeld en alle mannen en jongens ouder dan twaalf jaar vermoord.

Slechts enkele mannen hebben kunnen ontsnappen, vertelt de 21-jarige Maimouna Younga terwijl ze haar zeven maanden oude baby Nouriatou stevig tegen zich aanklemt. Haar eigen man heeft kunnen vluchten, maar zijn beide ouders zijn vermoord.

De twee vrouwen naast haar, ook allebei met een baby in de arm, luisteren toe, maar houden zich afzijdig van het gesprek. “Hun echtgenoten zijn voor hun ogen gedood door de terroristen”, vertelt Younga. De staatsgreep interesseert haar en haar dorpsgenoten niet. Waar zij vandaan komen, is de overheid zo goed als afwezig.

Aanvallen en moordpartijen

De extremistische gewapende groeperingen als JNIM en Islamitische Staat in de Grotere Sahara (ISGS) hebben na de burgeroorlog in 2012 voet aan de grond gekregen in buurland Mali.

Sinds 2015 voeren ze regelmatig aanvallen uit in Burkina Faso en staan steeds grotere gebieden onder hun controle. Inmiddels zijn volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR 1,6 miljoen van de 21 miljoen inwoners ontheemd.

Vooral in het noorden en zuiden van Burkina Faso heeft het leger het afgelopen jaar pijnlijke nederlagen geleden. Zo kwamen op 14 november 53 soldaten om bij een aanval op een basis van de militaire politie in de plaats Inata, in de noordelijke Sahel-regio. De aanval is opgeëist door JNIM.

In diezelfde regio kon het leger niet voorkomen dat gewapende mannen in de plaatsen Solhan en Tadaryat bij een aanval 174 mensen doodden, onder wie 20 kinderen. Die aanslag is nog niet opgeëist.

Coups West-Afrika gevaarlijke trend

De voorzitter van het vijftien landen tellende West-Afrikaanse blok Ecowas, de Ghanese president Nana Akufo-Addo, noemde staatsgrepen donderdag een gevaarlijke en besmettelijke trend in de regio. De lidstaten kwamen in een extra zitting bijeen na de recente staatsgrepen in Burkina Faso en Guinee-Bissau. De coup in het laatste land werd afgeslagen, desalniettemin stuurt Ecowas troepen om Guinee-Bissau te stabiliseren. De nieuwe junta in Burkina Faso beloofde snel herstel van de constitutie. Ecowas wacht een planning af. De afgelopen twaalf maanden zijn er geslaagde coups geweest in Guinee, Mali en Burkina Faso. Alle drie de landen zijn geschorst als lid van Ecowas en er zijn sancties tegen de landen ingesteld. (Trouw)

‘Het leger moet gewoon z’n werk doen’

Onvrede over deze moordpartijen was een drijfveer voor de junta om de macht te grijpen. Op 28 januari gaf juntaleider luitenant-kolonel Paul-Henri Sandaogo Damiba zijn eerste toespraak op de staatstelevisie RTB, waarin hij aankondigde dat hij het leger zal versterken.

Verder riep hij het volk op om de wapens op te pakken. Hij verklaarde zijn steun aan de bewapende burgermilities, die tijdens het bewind van Kaboré opgericht zijn om hulp te bieden aan het leger en dorpen te beschermen.

Hoewel veel inwoners van de hoofdstad Damiba steunen, wantrouwen de burgermilities de junta. “Het leger moet gewoon zijn werk doen. De plaats van militairen is niet in Ouagadougou, maar aan het front”, gromt een burgermilitieleider die om veiligheidsredenen niet met zijn naam in de krant wil.

Eén militielid met een groot litteken op zijn wang knikt instemmend. Een ander luistert met zijn armen over elkaar mee. Het drietal, gehuld in traditionele islamitische kleding, is vanuit hun dorp Markoye in de Sahel-regio naar Ouagadougou afgereisd om een nieuwe uitrusting op te halen.

De burgermilitieleider vecht aan de frontlinie dicht bij de grenzen met Niger en Mali tegen de gewapende extremistische groeperingen. Het leger heeft ze twee weken gevechtstraining gegeven om ze klaar te stomen voor het slagveld.

De terroristen vallen de burgermilities regelmatig aan met zware machinegeweren en raketwerpers, maar slechts de helft van zijn troepen heeft een geweer.

Maar als de burgermilitieleider de hulp van het leger inroept, komen ze vaak opzettelijk pas na het gevecht opdagen, zegt hij. “De veiligheidstroepen hebben geen zin om te komen, want dan lopen ze de kans om dood te gaan. Ze zijn er om de dorpelingen en hun eigendommen te verdedigen, maar in plaats daarvan stelen ze ons vee.”

‘Dramatischer dan je je kunt voorstellen’

Vanuit zijn bureau in Ouagadougou beaamt parlementslid Saïdou Maïga dat sommige dorpen in het noorden en het oosten van het land in de steek zijn gelaten door de overheid. De oud-burgemeester van het dorp Falagountou in de Sahel-regio is verkozen om de inwoners van dit gebied in het parlement te vertegenwoordigen.

Maïga is zelf ook kwetsbaar voor aanvallen van terroristen, een collega-parlementariër reed in 2019 met zijn auto in een hinderlaag en is langs de kant van de weg geëxecuteerd. “We zijn ontzettend bang. De situatie is veel dramatischer dan je je kunt voorstellen.”

Maïga heeft de situatie snel zien verslechteren. “Mijn commune was een jaar geleden nog nooit aangevallen door de terroristen. Tegenwoordig hebben we geen veiligheidstroepen meer in onze commune, geen leger, geen gendarmerie en geen politie. Die hebben zich allemaal teruggetrokken. Als de terroristen bijvoorbeeld Falagountou in willen nemen, is er niemand om ze tegen te houden.”

Zolang er geen veiligheidstroepen zijn om haar dorp Titao te beschermen, durft Maimouna Younga niet terug. Ook al zou ze niets liever willen, om haar schoonouders een waardig afscheid te kunnen geven. “Hun lichamen liggen daar nog steeds en ik kan niets voor ze doen. Ik zou niets liever willen dan ze begraven om ze die laatste eer te bewijzen.”

De naam van de burgermilitieleider is bij de hoofdredactie bekend.

Lees ook:

Lokale overheden in de westelijke Sahel staan vrijwel machteloos tegenover jihadisten

Lokale overheden in de westelijke Sahel staan vrijwel machteloos tegenover het dodelijke geweld van jihadisten. In Burkina Faso moest deze week de regering opstappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden