ReconstructieAfghanistan

Onderzoek naar de omstreden Nederlandse beschieting in Uruzgan geeft inkijkje in hoe de militairen te werk gingen

Nederlandse militairen lopen met metaaldetectoren voor een pantservoertuig uit om te zoeken naar bermbommen tijdens een patrouille in de Chora-vallei. Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Nederlandse militairen lopen met metaaldetectoren voor een pantservoertuig uit om te zoeken naar bermbommen tijdens een patrouille in de Chora-vallei.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Rechercheurs hebben na een onderzoek van ruim een jaar geen bewijs gevonden dat een Nederlandse beschieting in 2007 in de Afghaanse provincie Uruzgan onrechtmatig was. Een reconstructie.

Arjen van der Ziel

De bom barst eind 2020, twee dagen voor Kerstmis. Oud-militair Servie Hölzken vertelt in Trouw hoe hij in de zomer van 2007 met zijn pantsergenie-eenheid langs bewoond gebied reed in de Chora-vallei in de Afghaanse provincie Uruzgan. Met radio-apparatuur werd mogelijk walkietalkieverkeer van de Taliban onderschept. Volgens Hölzken kreeg hij daarop van zijn commandant bevel om vanuit een Patria-pantserwagen met een zware mitrailleur op twee huizen te schieten, om te kijken of er een reactie kwam.

Nadat de Nederlanders de vermoede Taliban vervolgens over de walkietalkie over het vuur hadden horen praten en de militairen uit het tweede huis mensen zagen rennen, kreeg Hölzken naar eigen zeggen opdracht om op hen te schieten, ook al meldde hij geen wapens te zien. Volgens de veteraan werd tijdens het hele incident niet op de Nederlanders geschoten. Achteraf vermoedt de oud-pantsergenist dat hij vluchtende burgers doodschoot. “Het was niet te rechtvaardigen wat wij die avond deden.”

De beschieting ‘mogelijk ingebeeld’

De ontboezeming van Hölzken doet behoorlijk wat stof opwaaien. Militairen en veteranen winden zich op sociale media op over het volgens hun dubieuze relaas van hun oud-collega. Een woordvoerder van Defensie suggereert dat Hölzken, die getraumatiseerd terugkwam uit Afghanistan, zich de beschieting mogelijk heeft ingebeeld. Door Tweede Kamerleden van zowel linkse als rechtse partijen wordt aangedrongen op een grondig onderzoek. En defensieminister Ank Bijleveld belooft de zaak over te dragen aan het Openbaar Ministerie. “We nemen dit heel serieus”, verzekert de minister ’s avonds in het tv-programma Op1.

De directeur operaties van de krijgsmacht, de schout-bij-nacht Boudewijn Boots, nodigt Hölzken uit om de dag na de publicatie bij hem op kantoor in Den Haag zijn verhaal te komen doen. Volgens een vertrouwelijk verslag dat wordt gemaakt van dat gesprek prijst Boots de moed van Hölzken om met het incident naar buiten te komen. De officier biedt ook zijn excuses aan voor de eerdere suggestie van Defensie dat de veteraan zich het incident heeft ingebeeld.

In antwoord op vragen van Trouw heeft het ministerie eerder gemeld dat het in zijn archieven niets kan vinden over de gebeurtenis. Maar de schout-bij-nacht kondigt een nieuwe ‘zoekslag’ aan en belooft alle steun voor ‘waarheidsvinding’.

Veteraan Servie Hölzken. Beeld Werry Crone
Veteraan Servie Hölzken.Beeld Werry Crone

Begin 2021 storten rechercheurs van het zogeheten Robuust Team 5 van de marechaussee zich op de zaak. En ze hebben al snel beet. Want de nieuwe speurtocht in de archieven levert allerlei relevante stukken op, waaronder radiologs, een zogeheten After action report en een Troops in contact (TIC)-rapport van drie pagina’s, waarin de actie redelijk gedetailleerd wordt beschreven. Het TIC-rapport is van de hand van een kapitein van de Luchtmobiele Brigade, die destijds het bevel voerde over twee pelotons die gelegerd waren in de Chora-vallei.

Beschieting met mitrailleur en mortieren

Op basis van de gevonden defensiestukken en een in beslag genomen dagboek van de chauffeur van de Patria-pantserwagen stellen de rechercheurs vast dat het incident naar alle waarschijnlijkheid plaatsvond op 1 juli 2007 bij de plaats Niasi in de Chora-vallei. Hölzken en zijn collega’s beschoten daar twee zogenoemde qala’s, traditionele Afghaanse woonhuizen van leem.

Het eerste huis, dat bij vergissing onder vuur werd genomen, werd alleen kort beschoten met de mitrailleur van het kaliber .50, het tweede werd langdurig bestookt met de mitrailleur en met mortieren. Op het dak van de tweede woning, waar mogelijk slachtoffers vielen, waren volgens de defensiestukken twee verdachte mannen waargenomen, eentje met een verrekijker en eentje met een walkietalkie. Opgevangen walkietalkieverkeer zou uitwijzen dat er één Talibanstrijder omkwam en dat er vier gewond raakten.

Het TIC-rapport van de bevelvoerende kapitein geeft daarbij ook een inkijkje in de wijze waarop de militairen opereerden. De Nederlanders waren in Uruzgan verwikkeld in een anti-guerrillamissie, waarbij de ongeüniformeerde Taliban vaak onzichtbaar waren en de steun genoten van een deel van de bevolking. Het was belangrijk om de sympathie van de burgers te winnen. Mede daarom golden strikte regels voor het gebruik van geweld, de zogenoemde Rules of Engagement, om burgerslachtoffers te voorkomen.

Ging het daadwerkelijk om vijandige strijders?

Zo mocht in principe pas gericht op personen worden geschoten als die als ‘vijandig’ waren geïdentificeerd. Er moest eerst een positive ID zijn, een positieve identificatie, dat het daadwerkelijk om vijandige strijders ging. Het commandocentrum voor Zuid-Afghanistan, waar de Britse generaal Jacko Page de scepter zwaaide, drong er in die tijd ook bij de Nederlanders in de Chora-vallei op aan om zich aan die regels te houden.

Maar de sfeer in de vallei was op dat moment gespannen. De Nederlanders hadden er anderhalve week eerder nog flink gevochten met Talibanstrijders in wat de ‘Slag om Chora’ werd genoemd. En de kapitein beschrijft in zijn TIC-rapport, dat doorspekt is met Engelstalig militair jargon, wat zijn beleid is.

“Als er een dreigende situatie ontstaat, maar er is nog geen sprake van een ‘positive ID’ en/of ‘vijandelijkheden’, dan wenden we soms geweld aan om de vijandelijkheden te verstoren of om vijandelijke elementen te verjagen”, schrijft hij. “Ik noem dit disturb- en deter-operaties (DD-operaties). Verkrijgen we een positieve ID dan komt er een ‘D’ bij van destroy. De actie hierboven omschreven is een typisch voorbeeld van een double D-operatie die na een positieve ID uitmondt in een triple D-operatie.”

Harde schijf in beslag genomen

De marechaussees gaan niet naar Afghanistan voor hun onderzoek. Dat wordt praktisch onmogelijk geacht. Maar ze ondernemen in Nederland wel van alles om meer zicht te krijgen op wat er op 1 juli 2007 in de Chora-vallei precies gebeurde.

Zo nemen ze de harde schijf van een computer van een van de betrokken pantsergenisten in beslag, omdat die het incident volgens Hölzken zou hebben gefilmd. Relevante video’s vinden ze echter niet. Ook luisteren ze enige tijd de telefoons van Hölzken en zijn vroegere makkers af. “Ik vond dat redelijk, gezien de ernst van de zaak”, zegt officier van justitie Peter de Boer. Bovendien verhoren ze alle leden van de pantsergenie-groep, plus de commandant van het konvooi waarvan de groep deel uitmaakte, en de kapitein van de Luchtmobiele Brigade die het bevel voerde in de Chora-vallei.

Op 3 en 4 augustus wordt Hölzken zelf ondervraagd. De klokkenluider wordt twee dagen lang door twee rechercheurs aan de tand gevoeld op een marechausseebureau bij het vliegveld van Eindhoven. Zijn ondervraging wordt gefilmd en wordt in een ander vertrek via een videoverbinding gevolgd door een onderzoekscoördinator en een recherchekundige. Zij staan in contact met de beide ondervragers en geven hen af en toe aanwijzingen. De rechercheurs leggen hem het vuur behoorlijk aan de schenen, zo blijkt uit het proces-verbaal, maar Hölzken blijft bij zijn verhaal.

Geen mannen met verrekijker gezien

In een volgend verhoor op 23 maart 2022 confronteren de marechaussees de veteraan met het TIC-rapport, waarvan Defensie inmiddels de geheime status heeft opgeheven, zodat ze het hem kunnen laten lezen. Volgens het proces-verbaal reageert Hölzken gefrustreerd op de manier waarop de kapitein van de Luchtmobiele Brigade de beschieting in het rapport rechtvaardigt. Hölzken zegt op het dak van het huis helemaal geen mannen met een verrekijker of walkietalkie te hebben gezien, terwijl hij de woning urenlang via het vizier van de mitrailleur in de gaten hield.

Ook zegt hij op of in de omgeving van de woning niets te hebben gezien of gemerkt van de mortierbeschietingen waar het TIC-rapport van rept. “Dat weet ik honderd procent zeker. Dat is niet gebeurd”, zegt hij tegen de rechercheurs. Hij spreekt het vermoeden uit dat de kapitein het incident heeft aangedikt om de beschieting, waarbij zo’n 500 zware mitrailleurpatronen zijn verschoten, te legitimeren. “Als ik het zo lees, is het een verzonnen verhaal om de actie maar goed te praten.”

Hölzken in 2007 in de Afghaanse provincie Uruzgan. Beeld
Hölzken in 2007 in de Afghaanse provincie Uruzgan.

Kort daarna rondt de marechaussee het onderzoek af. Het is dan aan officier van justitie Peter de Boer om een oordeel te vellen over het dossier, dat inmiddels bestaat uit tientallen getuigenverklaringen en documenten. De Boer kijkt welke feiten vastgesteld kunnen worden en toetst die aan zowel het oorlogsrecht als het reguliere Nederlandse strafrecht. Hölzken is in de loop van het onderzoek officieel aangemerkt als verdachte van doodslag of poging tot doodslag. De andere veteranen en nog dienende militairen zijn verhoord als getuigen.

Geen bewijs dat de beschieting onrechtmatig was

Het is een lastige beoordeling, ook omdat sinds het incident bijna vijftien jaar zijn verstreken. Het dossier geeft mede daardoor niet op alle punten uitsluitsel.

Uiteindelijk concludeert De Boer dat geen bewijs is gevonden dat de beschieting onrechtmatig was. Er is volgens hem geen reden om te twijfelen aan de redelijkheid van het besluit om het huis en de daar aanwezige mensen aan te merken als militair doel. Het opgevangen walkietalkieverkeer en de twee mannen op het dak, waarvan de waarneming blijkt uit de stukken, gaven daar naar zijn oordeel voldoende aanleiding toe. Hij besluit de zaak te seponeren.

“Het is heel aannemelijk dat er op mensen is geschoten, maar wat de gevolgen daarvan zijn geweest, weten we niet”, zegt De Boer. “We kunnen niet onomstotelijk vaststellen dat er doden of gewonden zijn gevallen. De enige bron die dat bevestigt, is onderschept radioverkeer. En als er inderdaad doden of gewonden waren, weten we ook niet of het Taliban waren of burgers.”

Een beladen gesprek

Op dinsdag 17 mei 2022 heeft de officier van justitie op het marechausseebureau bij het vliegveld van Eindhoven samen met een collega van het parket Oost-Nederland en twee marechaussees een ontmoeting met Hölzken en diens advocate, die hij inlicht over het sepotbesluit. Daarna rijden de vier door naar een kazerne in Vught om de andere leden van de voormalige pantsergenie-groep te informeren. Dat mondt uit in een beladen gesprek.

De officier toont begrip voor de spanning waarin de militairen en veteranen meer dan een jaar hebben gezeten. Maar hij legt ook uit dat dit soort onderzoeken van belang is voor het behoud van het vertrouwen in militaire missies en de krijgsmacht. “Er waren veel vragen, veel emoties”, zegt De Boer.

Hölzken reageert teleurgesteld op de uitkomst van het onderzoek. Hij beraadt zich inmiddels met zijn advocate op eventuele juridische vervolgstappen. Zo denkt hij erover om via een zogenoemde artikel 12-procedure alsnog vervolging af te dwingen. “Ik snap op zich wel dat ze niet veel kunnen met wat ze hebben gevonden. Maar er klopt zoveel niet. Het deugt niet. Het gaat mij niet om de vervolging van personen, het gaat mij erom dat erkend wordt dat we daar een grove fout hebben gemaakt.”

Spijt betuigen

De veteraan overweegt daarnaast om terug te gaan naar Uruzgan. Hij wil graag de plek van de beschieting bezoeken, om slachtoffers of hun nabestaanden te achterhalen. “Die mensen zijn natuurlijk niet vergeten wat wij daar hebben aangericht”, zegt hij. “Ik wil aan hen mijn spijt betuigen voor het uitvoeren van een opdracht waarvan ik wist dat hij niet deugde, en voor al het leed dat dit heeft veroorzaakt. Als ik hun getuigenissen kan verzamelen, hebben we ook meteen het beste bewijs dat er is.”

En wat nou als blijkt dat het wel degelijk Taliban waren op wie hij die avond in de schemering schoot? “Dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk. Maar dan kan ik het natuurlijk ook afsluiten.”

Lees ook:

OM vindt geen bewijs dat Nederlandse militairen burgers hebben gedood in Uruzgan

Het Openbaar Ministerie heeft geen bewijs gevonden dat een beschieting door Nederlandse militairen in 2007 in de Afghaanse provincie Uruzgan onrechtmatig was.

Justitie onderzoekt of Nederlandse militairen burgers hebben gedood in Uruzgan

De marechaussee gaat uitzoeken of er bij de Nederlandse Uruzgan-missie strafbare feiten zijn gepleegd.

Militair Servie Hölzken ging volledig over de schreef in Uruzgan. ‘Het moet verteld worden’

De Nederlandse veteraan Servie Hölzken vertelt hoe hij op een avond in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. ‘Pas later drong het tot me door hoe fout het was.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden