Ski-resort op de berg Jahorina.

ReportageBosnië

Ondanks het collectieve geheugen van de Winterspelen 1984, blijven ook de skipistes in Bosnië verdeeld

Ski-resort op de berg Jahorina.Beeld Thijs Kettenis

Met trots denken de Bosniërs terug aan de Olympische Winterspelen van 1984 in hun hoofdstad Sarajevo. Maar na de oorlog in de jaren negentig ontkwamen ook de olympische skigebieden niet aan etnische opdeling. Nu politici de etnische spanningen opvoeren, is de harmonie van weleer opnieuw ver te zoeken.

Thijs Kettenis

Begin over de Olympische Winterspelen uit 1984, en Vladimir Brajkovic begint te glunderen. “Ik was erbij, als 12-jarige jongen!”, roept de nu 50-jarige inwoner van Sarajevo uit. “Mijn vader zorgde voor het ijs en de verwarming in de schaatshal. Ik heb alle ijshockeywedstrijden gezien.” Hij drinkt een kop koffie uit een thermoskan op een parkeerplaats op de berg Igman, aan de voet van de olympische skischans, op veertig minuten rijden vanuit de Bosnische hoofdstad. “Kom, vertel eens over die sneeuw”, zegt zijn vrouw Munja, vanaf haar klapstoeltje.

En moeiteloos lepelt Vladimir het verhaal op waar iedereen hier mee komt zodra het over de Spelen gaat. De dag voor aanvang zaten de autoriteiten met de handen in het haar: er lag nog geen vlokje sneeuw. Van kunstsneeuw had nog niemand gehoord. Er werd gedacht aan uitstel van de bergonderdelen. Maar als door een wonder viel er die nacht ineens een meter. Uitstel kwam er alsnog – maar omdat er te veel lag. “Het leger moest eraan te pas komen om de wegen vrij te maken”, buldert Vladimir. “En Vucko natuurlijk”, memoreert Munja. Iedereen denkt met vertedering terug aan het pluchen wolfje, type Loeki de Leeuw, dat als mascotte tijdens de Spelen overal opdook.

Aan warme herinneringen geen gebrek. De Winterspelen uit 1984 staan in het collectieve geheugen gegrift als één groot feest en bovenal een daverend succes van de toenmalige veelvolkenstaat Joegoslavië. De olympische vlag hing bij de openingsceremonie ondersteboven, maar verder verliep de gigantische logistieke organisatie vlekkeloos.

null Beeld Thijs van Dalen
Beeld Thijs van Dalen

Van scheurtjes was nog geen sprake

De grote leider Josip Broz Tito was al bijna vier jaar dood, maar van scheurtjes in het motto van het land, broederschap en eenheid, was nog geen sprake. Het hele land was trots op Sarajevo. “Het was een andere tijd”, zegt Munja, terwijl ze vanaf haar stoeltje op de parkeerplaats opkijkt tegen twee reusachtige skischansen. Die brokkelen al 36 jaar langzaam af.

Het juryhuisje halverwege is een lege huls, tijdens de gevechten in de jaren negentig aan flarden geschoten. Negen jaar na de Spelen was alles kapot. “De frontlinie liep dwars door de olympische bergen heen en verschoof een paar keer”, legt Vladimir uit. Tijdens de oorlog, waarbij 105.000 Bosniërs omkwamen, en het bijna vier jaar durende Bosnisch-Servische beleg van Sarajevo, werd de complete olympische infrastructuur verwoest: van de olympische hallen en het stadion in de stad tot de schansen, bobsleebaan en de skigebieden in de bergen.

Na het tekenen van de vrede in 1995 kwamen de olympische locaties terecht in twee verschillende administratieve delen waarin Bosnië-Herzegovina werd onderverdeeld. De faciliteiten in Sarajevo behoren, als onderdeel van de stad zelf, nu tot de Federatie van Bosnië-Herzegovina, de deelrepubliek waarin hoofdzakelijk Bosniakken (Moslims) en Bosnische Kroaten wonen. Net als de bergen Igman en het skigebied Bjelasnica, waar in 1984 de mannenafdalingen plaatsvonden. Jahorina, locatie van de olympische vrouwenafdalingen, ligt nu in Republika Srpska, waar de Bosnische Serviërs het voor het zeggen hebben. De berg Trebevic, met de bobsleebaan, werd verdeeld. De onzichtbare grens loopt er dwars overheen.

“Eeuwig zonde. Alles wat er toen was, is weg. De faciliteiten, maar ook het gevoel van saamhorigheid”, zegt de 39-jarige Mirza Muhovic uit Sarajevo. Hij kijkt in het zonnetje toe hoe zijn dochter Zara (9) en zijn zoontje Haris (5) van een heuvel onder aan de skischansen afroetsjen. De Spelen kent hij net als generatiegenoten alleen uit de overlevering – hij was destijds net geboren. “Allemaal krijgen we van onze ouders mee dat het een van de hoogtepunten van Joegoslavië was. Die tijd komt nooit meer terug.”

Afscheiding

Helemaal nu de broze vrede meer dan ooit sinds 1995 op de tocht lijkt te staan. Het Servische lid van het driekoppig Bosnisch presidentschap, Milorad Dodik, stuurt openlijk aan op afscheiding van Republika Srpska. Hij wil zich terugtrekken uit de gemeenschappelijke belastingheffing, de politie en – het gevaarlijkste dreigement – het leger. Nu klinkt er wel vaker nationalistische retoriek in Bosnië, helemaal in aanloop naar verkiezingen, die in oktober plaatsvinden. Maar deze keer waarschuwt de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap in het land, Christian Schmidt, dat de situatie sinds de oorlog nog nooit zo ernstig was. “Bosnië wordt geconfronteerd met de grootste bedreiging van zijn voortbestaan sinds de oorlog”, zei hij in november. “De kans op conflict is reëel.”

Zo’n vaart zal het niet lopen, denkt Muhovic, directeur van een leasebedrijf. “Niemand heeft er zin in, en de internationale gemeenschap gaat dat niet toestaan.” Maar bang voor de toekomst van Bosnië is hij wel – en dan vooral omdat het land nauwelijks vooruitkomt. De voortdurende politieke strijd, corruptie en het gebrek aan een functionerende overheid zijn daar voor een groot deel debet aan. De afgelopen tien jaar hebben zeker 200.000 van de ruim 3 miljoen inwoners het land verlaten op zoek naar een beter bestaan. Uit recent onderzoek van de VN blijkt dat de helft van de jongeren overweegt te vertrekken. “Dáár zit mijn angst. Dat politici maar blijven bakkeleien over zogenaamde etnische tegenstellingen, terwijl het land langzaam afsterft.”

Vanaf Igman is het een kwartiertje rijden naar Bjelasnica, door een sprookjesachtig wit landschap met af en toe een kapotgeschoten hotel. Het dal onder aan de eerste stoeltjeslift lijkt wel een bouwput. Twee enorme parkeerplaatsen worden omzoomd door fonkelnieuwe, torenhoge hotels en appartementencomplexen. De twee hijskranen die erbovenuit torenen, verraden dat de ontwikkeling nog in volle gang is.

“Alles lag in puin hier. We hebben het vanaf de grond weer opgebouwd”, zegt Adis Musinovic (46), directeur van het skigebied, in zijn kantoor naast de skilift. Net als Igman valt dat onder de officiële opvolger van de olympische organisatie uit 1984. Tien jaar terug werd die op het nippertje van het faillissement gered. Nu investeert het gebied behalve in accommodatie ook in de infrastructuur rondom de dertien kilometer piste. “Dit seizoen hebben we een nieuwe, snelle zeszitsstoeltjeslift, en er is meer kunstsneeuw.”

Praktische zaken

Structurele samenwerking met Jahorina, krap 25 kilometer verderop in Republika Srpska, is er niet. “We helpen elkaar weleens met praktische zaken. En we willen graag een gezamenlijke skipas, misschien komt die er in februari.” Afscheiding van de Bosnische Serviërs, een nieuw gewapend conflict? Musinovic weet het niet. “In deze regio is elke veertig tot vijftig jaar oorlog. In dit kruitvat is het nooit afgelopen. Niemand hier wil oorlog, maar er spelen grotere machten en belangen, tussen de VS en Rusland bijvoorbeeld. Kijk wat de Russen nu doen op de grens met Oekraïne.” Moskou steunt openlijk het Bosnisch-Servische separatisme.

Buiten zitten vier skileraren na de les aan een tafeltje, met koffie en een sigaret. Van etnische spanningen merken ze niets. “Nee joh, de Serviërs gaan zich echt niet afscheiden. Dan zijn ze meteen bankroet, ze kunnen niet zonder ons”, zegt Amar Mahmutovic (19) lachend. “Het is verkiezingspraat. Wij zijn geen Rusland en Oekraïne.”

Biljana en Dusko Vucenovic in het skigebied Jahorina. Beeld Thijs Kettenis
Biljana en Dusko Vucenovic in het skigebied Jahorina.Beeld Thijs Kettenis

Formele belemmeringen zijn er in het geheel niet, maar in de praktijk trekt Bjelasnica hoofdzakelijk Bosniakken, meest uit Sarajevo. Naar Jahorina komen vooral Serviërs, uit Republika Srpska maar ook uit buurland Servië. Daarnaast geeft de Joegoslavische diaspora, maar ook Kroaten en Slovenen de voorkeur aan Jahorina. “Het is groter, beter ontwikkeld, en de afdalingen zijn makkelijker. Maar alles is ook twee keer zo duur”, weet Enis Kazazovic (21). In Bjelanica kost een dagpas in het hoogseizoen omgerekend 18 euro, in Jahorina 33. De skileraren zijn er weleens geweest, voor een training, en dat was prima, maar verder zijn ze altijd te vinden op Bjelasnica.

Wie vanuit het centrum van Sarajevo de berg Trebevic op rijdt, op weg naar Jahorina, wordt na een paar minuten al welkom geheten in Republika Srpska, op een enorm verkeersbord. Om daar vervolgens na tweehonderd meter alweer uit te rijden, de Federatie in.

Plaatsnaamborden

Enkele tientallen seconden later slingert de weg weer Srpska in. Op acht kilometer ga je zo maar liefst vijf keer een onzichtbare grens over. Voor wie erop let is het gepingpong zichtbaar aan het wegdek, dat steeds mee verandert. En aan de elkaar voortdurend afwisselende plaatsnaamborden als Oostelijke Oude Stad, Oost-Nieuw-Sarajevo (beide Srpska) en Kanton Sarajevo (Federatie). Twee verschillende politiekorpsen controleren of je wel sneeuwkettingen bij je hebt. De top van Trebevic ligt in Srpska, de enkele jaren terug gerenoveerde cabinelift vanuit de hoofdstad ernaartoe in de Federatie. Als de Serviërs inderdaad hun eigen weg gaan, wordt dat hier alleen al geografisch knap lastig.

In Jahorina is alles Servisch. De taal bijvoorbeeld, die twintig minuten terug nog Bosnisch heette. De Servische rood-blauw-witte driekleur wappert overal, naar het logo van de Olympische Spelen uit 1984 is het goed zoeken. Dusko Vucenovic (58) en zijn vrouw Biljana (50) zijn net de piste Novak Djokovic afgedaald, vernoemd naar de Servische toptennisser, en zitten aan de lunch op een terras. “De Spelen! Kijk, daar waren de vrouwenafdalingen”, zegt Dusko, wijzend naar een piste. “Ik heb ze allemaal gezien. Ik werkte ik in een skiverhuur in Pale.”

Hoofdkwartier

Dat bergdorp aan de voet van Jahorina was tijdens de oorlog het hoofdkwartier van de later tot levenslang veroordeelde Bosnisch-Servische president Radovan Karadzic en zijn generaal Ratko Mladic. Dusko en Biljana verhuisden vlak voor de oorlog naar Servië, maar niet nadat ze een daverend trouwfeest hadden gehouden voor alle vrienden, van alle etniciteiten, in een hotel in Jahorina.

“In je ergste nachtmerrie kon je je niet voorstellen dat we twee jaar later oorlog zouden voeren. En dat het hotel compleet verwoest zou worden”, zegt Biljana. Ze hebben nog een appartement in Pale, en komen graag bij vrienden in Sarajevo. Toch denken ze dat het beter zou zijn als Republika Srpska zich zou afscheiden. “Het lukt al bijna dertig jaar niet samen, in één land. Laten we gewoon vreedzaam uit elkaar gaan”, verwoordt Dusko zachtjes wat vele anderen op het terras ook vinden. Het blijft even stil. “Als er maar geen oorlog komt”, zegt Biljana dan. “Aan alle kanten hebben mensen familie verloren. Dat verdriet wil niemand opnieuw.”

Intussen ontwikkelt Jahorina, bijna geheel eigendom van de regering van Republika Srpska, zich in rap tempo verder. Dankzij nieuwe liften en pistes is het allang niet meer het gehavende en ouderwetse gebied waar Mladic in 1996 door een tv-ploeg gefilmd werd toen hij de berg af zoefde. “Ons volgende plan is een gondel van 7 kilometer, zodat je direct vanuit Pale kunt gaan skiën”, zegt directeur Dejan Ljevnaic (44). Hij wil meer samenwerken met de andere kant van de onzichtbare grens, maar een gezamenlijke skipas ziet hij voorlopig niet van de grond komen. “Ik probeer al jaren een shuttlebus te regelen met Sarajevo. Dat is een halfuur rijden”, zegt hij gefrustreerd. “Ik heb met het gemeentebestuur gepraat, en met de premier van het kanton. Maar ik krijg het niet voor elkaar.”

Een halfuur rijden bergafwaarts kijkt Elvedina Delibasic (40) vanaf de berg Trebevic uit over Sarajevo, dat in een grote kom aan haar voeten ligt. Hier, bij de kapotte bobsleebaan, is goed te zien waarom het zo makkelijk was om de stad jarenlang te belegeren. “Opdeling betekent oorlog”, zegt de grafisch ontwerper resoluut. Ze gelooft niet dat het zo ver komt. Blaffende honden bijten immers niet, verwijst ze naar Dodik. “Maar aan de andere kant: niemand geloofde in 1991 dat we elkaar hier zouden vermoorden, en toch gebeurde het een jaar later. En de Eerste Wereldoorlog begon in Sarajevo. Ik hoop dat we ons temperament kunnen bedwingen.”

Lees ook:

Terwijl de spanningen oplopen, vieren Bosnische Serviërs hun verboden feestdag: ‘De roep om afscheiding is misdadig’

De nationale feestdag van de Republika Srpska is illegaal, maar dat weerhoudt veel Bosnische Serviërs er niet van hem toch te vieren. De andere bevolkingsgroepen van Bosnië moeten toezien hoe de roep om afscheiding groeit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden