Oorlogsrecht

Oekraïense militairen over kritiek van Amnesty. ‘Het zijn ónze steden’

De Oekraïense militair Miroslav Koptilo (45). Beeld Michiel Driebergen
De Oekraïense militair Miroslav Koptilo (45).Beeld Michiel Driebergen

Amnesty uitte onlangs kritiek op het Oekraïense leger, dat burgers in gevaar zou brengen door troepen en materieel in woonwijken te plaatsen. Maar volgens Oekraïense militairen is dat soms onvermijdelijk. ‘We willen dat burgers vertrekken uit onveilige gebieden.’

Michiel Driebergen

Plotseling staat er een militair op de weg. Hij maant het verkeer – een fietser en twee auto’s – even te wachten, zodat twee raketwerpers achteruit de bosjes in kunnen draaien. De reeks klappen, vijf minuten later, is vanaf een kilometer of twee verderop duidelijk hoorbaar. Nog eens vijf minuten later rijden dezelfde militaire voertuigen voorbij, met lege hulzen op het dak. Ze wuiven naar de militairen die gelegerd zijn in de crèche langs de weg.

“Er is geen andere mogelijkheid”, zegt militair Miroslav Koptilo (45), die gelegerd is in de verderop gelegen stad Slovjansk over de gebruikte gevechtstactiek, die begin juli door de correspondent van Trouw werd waargenomen. De weg tussen Kramatorsk en een aan die stad vastgegroeid dorp verwerd bliksemsnel tot militaire positie: parkeren, schieten en snel weer wegrijden – en dat op een locatie die weliswaar niet dichtbevolkt is, maar waar zeker mensen wonen. “Als we vanuit het open veld zouden vuren, zou ons geschut onmiddellijk worden verwoest.”

Miroslav Koptilo heeft veel gevechtservaring in het oosten van Oekraïne. “We schieten niet vanuit het centrum van Kramatorsk. Dat zou ook ingewikkeld zijn vanwege de omringende hoogbouw”, legt de militair uit.

‘Het zijn ónze steden’

Zelf verblijft Koptilo bij een legerpositie op en rond een heuvel nabij frontstad Slovjansk – veelal onder de grond, in loopgraven en bunkers – maar een ander deel van zijn eenheid huist wel degelijk in een school. Op die aanpak uitte mensenrechtenorganisatie Amnesty International begin deze maand in een omstreden verklaring kritiek. “We kunnen onze steden en dorpen niet in de steek laten”, reageert de militair. “Onderdelen van het leger moeten in bewoond gebied blijven, zeker als de vijand dichtbij is. Het zijn ónze steden.”

Scholen zijn in veel gevallen de meest logische optie om in te verblijven, legt Koptilo uit. Want die worden sinds het begin van de Russische invasie in februari niet meer voor onderwijs gebruikt. Het gaat bovendien om publieke gebouwen, de overheid is dus eigenaar. Dus heeft het de voorkeur deze gebouwen te betrekken boven het confisqueren van woningen. Bovendien, als militairen verspreid over huizen in het dorp verblijven, zou de commandant de controle op de eenheden verliezen. “Zeker in dorpen is vaak slechts één gebouw geschikt, de school.”

null Beeld Bart Friso
Beeld Bart Friso

Maar de school als uitvalsbasis brengt wel risico’s mee. “Grote gebouwen zijn vaak het eerste doelwit, los van de vraag of er iemand binnen zit of niet”, aldus Koptilo.

Als voorbeeld noemt hij Studenok, een dorp in de regio Loehansk dat hij afgelopen april hielp verdedigen. Er verbleven slechts vijf manschappen in de lokale school, het was geen militaire positie, en toch bombardeerden de Russen het gebouw als eerste. “Omdat de school door het leger gebruikt zou kunnen worden.” De raketten landden op de speelplaats van de school: de ramen vlogen uit de sponningen, herinnert de militair zich.

Zenuwschok

Om die reden is verblijven in een school ‘dom’, vindt Valeriej Kalasjnikov (28). Momenteel herstelt deze ervaren militair in zijn woonplaats Krivi Rih van een gekneusde arm en een zenuwschok; verwondingen die hij opliep toen er in zijn loopgraaf ­ergens aan het zuidfront een tankgranaat ontplofte. “Eigenlijk moeten we er niet schuilen. De school zal ons niet redden.”

Gevraagd naar een alternatief beaamt Kalasjnikov dat dit er vaak niet is. Zeker in het zuiden, waar hij vecht en waar het landschap overwegend bestaat uit steppe. “In de velden verblijven is onmogelijk, alleen al omdat de vijand er met drones rondvliegt. Die dingen zien alles. Je kunt je niet verbergen.” Zelfs bossages zijn geen optie, omdat de drones vaak temperatuur kunnen meten en de militairen alsnog zouden opmerken. “Het veiligste is een diep gat graven voor jezelf en daarin schuilen.”

Beide militairen benadrukken dat scholen alleen worden gebruikt als verblijfplaats, ‘voor slapen, eten, uitrusten’, aldus Kalasjnikov. En niet als militaire positie. “Ik heb zelf nooit meegemaakt dat artillerie vanuit een school wordt afgeschoten”, zegt Koptilo.

Straatgevechten vormen een uitzondering. De militair noemt het voorbeeld van een slag bij Ilovajsk in 2015 waaraan hij deelnam. “Daar was de school de frontlinie. Dus schuilden we in de school, en was de school ook onze positie.” Momenteel bevinden de Russen zich in de straten van de stad Bachmoet: ook daar zullen straatgevechten volgen, verwacht Koptilo. “Dan zal vanaf elke moge­lijke plek worden gevuurd.”

Evacueren

Voor burgers is er volgens Koptilo slechts één mogelijkheid: zo gauw mogelijk evacueren uit frontsteden. “We willen dat ze vertrekken uit onveilige gebieden.”

Als mensen niet weg willen, zoals in steden als Kramatorsk en Slovjansk veel het geval is, dan is daar weinig tegen te doen. “Het is hier niet de Sovjet-Unie, waar mensen onder bedreiging van een geweer werden afgevoerd.” Terwijl evacuatie in 2014 en 2015 het werk was van vrijwilligers, nemen nu de autoriteiten het initiatief, zegt de militair. “Iedereen kan vertrekken en hulp krijgen.”

Daar sluit Kalasjnikov zich bij aan. “Burgers zitten in hun flatje en denken dat dit hen zal redden, maar als de Russen komen loopt het slecht met hen af.” De artillerie van de vijand is niet zo precies, legt hij uit. “Ze pakken een vierkante kilometer rond het doelwit en beregenen dat gebied met hun artillerie. Russen hebben geen provocatie nodig om op burgers te schieten.”

Felle kritiek op verklaring van Amnesty

Het Oekraïense leger brengt burgers in gevaar door troepen en materieel in woonwijken te plaatsen, stelde Amnesty International begin deze maand. Volgens de mensenrechtenorganisatie is tussen april en juli ‘in zeker negentien steden en dorpen bewijs gevonden van Oekraïense troepen die aanvallen lanceren vanuit bewoonde gebieden, en zich ophouden in civiele gebouwen’. Oekraïne schendt daarmee het oorlogsrecht, volgens secretaris-generaal Agnès Callamard van Amnesty.

De organisatie noemt onder meer het voorbeeld van een man die zijn zoon verloor toen de Russen een raketaanval uitvoerden op het huis van de buren, waar militairen verbleven. Het leger zou 22 van de 29 onderzochte scholen gebruiken.

Op de verklaring van Amnesty kwam felle kritiek, ook uit eigen gelederen: de directeur van de Oekraïense afdeling van Amnesty stapte op. Volgens haar toont het door de Russen aangerichte bloedbad in Boetsja aan dat terugtrekking van militairen uit bevolkt gebied burgers juist niet beschermt, en zullen de Russen het onderzoek van Amnesty aangrijpen om hun willekeurige aanvallen op burgers voort te zetten.

Na alle kritiek kondigde Amnesty een ‘diepgaande, uit­gebreide review’ aan van het onderzoeksproces.

Lees ook:
Diefstal, zelfmoordmissies: buitenlandse soldaten in Oekraïne klagen vergeefs

Buitenlandse soldaten in Oekraïne melden ernstige misdragingen van hun commandanten. De Oekraïense autoriteiten hebben verzuimd daarop te reageren.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden