null Beeld

VS-ColumnBas den Hond

November nadert, dus stijgt de contramine binnen de Democratische partij

Redactie Trouw

“Alsof je een pad doorslikt”. Dat klinkt niet erg aardig als je het hebt over toegeven aan de wensen van een collega, maar het is begrijpelijk als je weet dat het een Democratische senator was, die het had over zijn partijgenoot Joe Manchin.

Al maanden houdt deze Democraat uit West-Virginia de ambitieuze plannen van president Joe Biden en de overgrote meerderheid van de Democraten in het Congres tegen. Hij kan dat doen omdat zijn partij in de Senaat maar 50 van de 100 stemmen heeft. Zolang alle Democraten één lijn trekken, winnen ze stemmingen omdat vice-president Kamala Harris een doorslaggevende 101-ste stem mag uitbrengen. Maar als één Democraat zijn kont tegen de krib gooit, en als daarnaast de Republikeinen wel eendrachtig blijven, is het spel uit.

In december gebeurde dat met Build Back Better, het meer dan 3,5 biljoen kostende plan voor een groot aantal sociale hervormingen, waaronder gratis beroepsonderwijs en de verplichting voor grote bedrijven om ouderschapsverlof te geven. Na slepende onderhandelingen, waarbij het totaalbedrag gestaag slonk, gaf Manchin het plan in een gedenkwaardig interview in een televisieprogramma van het conservatieve Fox News de doodsteek: het was hem allemaal nog steeds te duur.

Het plan helemaal opgeven was voor de Democraten echter geen optie. Het is nu, in de aanloop naar de Congresverkiezingen van november, eerder zaak om stuksgewijs dingen uit Build Back Better erdoor proberen te krijgen, zodat ze de kiezer tenminste iets aan resultaat kunnen laten zien. En vervolgens is het zaak die delen dan zo luid mogelijk aan te prijzen, zodat het klinkt alsof het allemaal toch best wel mooi gelukt is. De enige manier waarop dat kan is: Joe Manchin vragen wat hij acceptabel vindt, en wat zijn prijs is. Manchin voelt bijvoorbeeld wel voor het bevorderen van duurzame energieopwekking, maar eist dat de wet die dat gaat regelen dan ook meer ruimte biedt voor het boren naar olie en gas in de Golf van Mexico.

Maar Manchin is niet de enige senator in die positie. Tijdens het sneuvelen van Build Back Better was ook senator Kyrsten Sinema een frequente nee-zegger. Samen vormden ze daarmee de conservatieve enclave binnen de Democratische fractie in de Senaat.

Joe Manchin, Democraat uit West-Virginia.  Beeld AP
Joe Manchin, Democraat uit West-Virginia.Beeld AP

Dat het juist die twee zijn komt niet uit de lucht vallen. Manchins staat West-Virginia is behoorlijk conservatief – in 2020 stemde bijvoorbeeld een flinke meerderheid voor Donald Trump. Dat een Democraat er senator van mag zijn, is alleen maar omdat de West-Virginianen aan hem gewend zijn: hij was hun gouverneur in de tijd dat de staat veel Democratischer was. Manchin op zijn beurt zorgt ervoor dat zijn kiezers zich herkennen in zijn standpunten in de Senaat, wat maakt dat hij vaak de indruk wekt een Republikein te zijn.

Voor Sinema geldt in mindere mate hetzelfde. Arizona is de laatste jaren niet meer zo conservatief als West-Virginia, maar een progressief bastion is het zeker niet. Sinema heeft duidelijk als lijn gekozen dat het haar kansen op herverkiezing schaadt als ze zich voortdurend aansluit bij de doorsnee progressieve Democraten.

Alsof de Democratische leiding het met die twee niet al lastig genoeg had, is er nu een derde schuinsmarcheerder bijgekomen, ook uit Arizona: Mark Kelly, bekend geworden als astronaut, die in 2020 werd verkozen om de zetel te bezetten van de in 2018 overleden Republikeinse senator John McCain. Dit jaar al, waarin het zes jaar durende mandaat van McCain zou zijn afgelopen, moet hij die zetel verdedigen, om dan zelf voor het eerst een volledige termijn van zes jaar te krijgen.

Kyrsten Sinema in het Capitool, eerder deze week.  Beeld Getty Images
Kyrsten Sinema in het Capitool, eerder deze week.Beeld Getty Images

En daarvoor heeft hij een opvallende, en voor zijn collega’s teleurstellende strategie gekozen: ook hij zet zich bij gelegenheid af tegen de wens van de partijleiding. Zo stemde hij afgelopen week tegen de benoeming van een hoge ambtenaar bij het ministerie van arbeid. Dat David Weil de functie ook al had vervuld onder president Barack Obama, dat hij was voorgedragen door president Joe Biden, en dat hij de steun genoot van bijna al zijn collega’s, legde daarbij geen gewicht in de schaal.

Met drie fractieleden in de contramine, en de Republikeinen nog steeds tamelijk eensgezind, is het voor de Democraten moeilijk geworden om voor november nog iets van hun agenda te maken. Maar dat zou ze niet moeten verbazen. Al vanaf het aantreden van Joe Biden begin 2021 werden ze gewaarschuwd, en waarschuwden ze ook elkaar, dat het grote werk in het eerste jaar van zijn presidentschap zou moeten gebeuren. Want in het onvermijdelijk daarop volgende verkiezingsjaar – Congresverkiezingen zijn er om de twee jaar – zouden politici vooral voor hun eigen hachje gaan. Daardoor zou de opmars van nieuw beleid voorlopig stil komen te liggen.

Dat politieke recept heeft aan geldigheid duidelijk niets ingeboet. Evenals vermoedelijk de wetmatigheid dat in dat verkiezingsjaar de partij van de nieuw gekozen president een flinke veer moet laten – wat in dit geval het verlies van de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en/of de Senaat gaat betekenen.

Want de burgers interesseert het in zo’n jaar minder wie er regeert in Washington. En de politiek betrokken kiezers die in zo’n jaar wel naar de stembus gaan, besluiten niet zelden om de regeringspartij af te straffen – juist omdat die zo weinig daadkracht liet zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden