InterviewDienstplichtweigeraars

Nimrod (19) en Shaher (20) weigerden dienstplicht in Israël. ‘De eerste dag in de gevangenis was niet makkelijk’

Nimrod Boshi Levine (19) wilde geen geweer dragen. ‘Maar ik oordeel niet over achttienjarige Israëliërs die het leger ingaan.’ Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit
Nimrod Boshi Levine (19) wilde geen geweer dragen. ‘Maar ik oordeel niet over achttienjarige Israëliërs die het leger ingaan.’Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

Nimrod Boshi Levine (19) en Shaher Perets (20) zijn twee jonge Israëliërs die weigerden hun dienstplicht in het Israëlische leger te vervullen. Zij vertellen hoe ze tot dit besluit kwamen, en over het indringende proces dat zij op jonge leeftijd moesten doorlopen.

tekst en foto's Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

‘Alle acties die ik in het leven onderneem, zijn geweldloos’

Nimrod Boshi Levine (19)

“Vanmorgen nam ik de trein vanuit Tel Aviv en zat tussen tientallen jonge soldaten die na het weekend teruggingen naar hun legerbasis. Het is een heel normaal tafereel in dit land, achttienjarigen in uniform met geweren bungelend aan hun schouders.

Ik kies een ander pad, soms denk ik dat mensen het van mij verwachten. De naam Nimrod betekent ‘rebel’ in het Hebreeuws.

Op vijftienjarige leeftijd werd ik toegelaten tot het United World Colleges programma in Singapore. Tijdens het selectieproces ontmoette ik Palestijnse jongeren. Ram en Ibrahim werden goede vrienden, ik was onder de indruk van hun passie voor activisme en gerechtigheid. Door in Singapore te studeren, kreeg ik een nieuw perspectief op het leven in Israël. Op het schoolsysteem bijvoorbeeld. Ik realiseerde me hoeveel vakken er wel niet zijn gericht op de Joodse en Israëlische identiteit: burgerschapsles, Bijbelklas, Joodse filosofie, Hebreeuwse literatuur en Joodse geschiedenis.

Ook kreeg ik nieuw inzicht in de Israëlisch-Palestijnse kwestie. De discussies die ik had in Singapore met mijn studiegenoten, uit alle delen van de wereld, waren anders dan de gesprekken die we hier in Israël voeren. Begrippen als privilege en racisme maakten daar een groot deel van uit. Dat was nieuw voor mij. Op sociale media bleef ik me actief keren tegen de bezetting. Het was een verwarrende tijd.

De eerste oproep voor de dienstplicht

Gedurende de laatste militaire operatie in Gaza (een jaar geleden, red.) werd mijn feed op sociale media letterlijk in tweeën gedeeld. Mijn Israëlische vrienden schreven allemaal over de raketten die vanuit Gaza op Israël werden afgeschoten. Terwijl mijn internationale vrienden postten over de aanvallen van het Israëlische leger in Gaza.

Het was ook nog eens de periode dat ik zeventien werd. Mijn eerste dienstplicht-oproep viel op de mat! Tot dat moment twijfelde ik nog of ik het leger in zou gaan. Ben ik bereid om in de gevangenis te zitten als het zover komt? Ben ik bereid om met de reacties van andere mensen om te gaan? Hoe zou mijn grootvader, die in het leger heeft gediend en in vele oorlogen heeft gevochten, reageren?

Uiteindelijk besloot ik dat ik geen geweer wilde dragen én gebruiken in acties die tegen mijn geweten ingaan. Zelfs als ik zou worden toegewezen aan een niet-gevechtsunit in het leger, wat de morele oplossing is voor veel linkse mensen in Israël, dan zou ik nog steeds een radertje zijn in een machine die de bezetting dient.

Via Mesarvot, een Israëlisch netwerk dat dienstweigeraars helpt en ondersteunt, leerde ik over de militaire gewetenscommissie. Op grond van pacifisme kan je gewetensbezwaar aantekenen. Eerst heb ik de commissie een officiële verklaring gestuurd, ondertekend door een advocaat. Twee weken na mijn achttiende verjaardag werd ik opgeroepen om voor de commissie mijn gewetensbezwaren toe te lichten.

Immanuel Kant

Ze zaten daar, rond een lange tafel, met drankjes in het midden. Zes hoge militairen vergezeld van een professor in de filosofie. Aan de muur hing een ingelijste foto van de oude president, daarop had iemand haastig de foto van de nieuwe president geplakt. Ik observeerde al deze grappige details in de kamer, in een poging mezelf te kalmeren.

Ik hou van filosofie. Mijn argumenten voor de commissie zijn gebaseerd op de theorie van het categorische imperatief van Immanuel Kant. Ik legde uit dat mijn weigering om te dienen gebaseerd is op mijn identiteit. Alle acties die ik in het leven onderneem, zijn geweldloos. Mijn moeder en mijn beste vriend werden ook verhoord, als getuigen van mijn levensideologie. Twee weken later belde de legerleiding om te zeggen dat ik vrijgesteld ben van militaire dienst.

Ik heb enorm veel geluk gehad, minder dan 5 procent van de aanvragen voor deze commissie wordt daadwerkelijk verwerkt en er worden nog minder aanvragers vrijgelaten.

Ik oordeel niet over achttienjarige Israëliërs die het leger ingaan. Van jongs af aan word je leven in Israël al richting het leger geleid.

In mijn ogen zijn er twee kanten: de kant die vecht tegen de Palestijnen en gebieden bezet. Daar ben ik absoluut op tegen. Een ander aspect is het beschermen van de grenzen van Israël, zoals elk ander land zijn grenzen moet kunnen verdedigen. Daar ben ik niet op tegen. Maar in de huidige realiteit kan men de twee niet van elkaar scheiden. Daarom kan ik er niet aan deelnemen.

Ik kan veel zinvolle dingen doen, die volledig gescheiden zijn van mijn nationale identiteit, en proberen de wereld een betere plek te maken. Ik wil klimaatwetenschapper worden, onderzoeken hoe we onze planeet kunnen redden in plaats van haar te vernietigen.”

Shaher Perets (20) weigerde dienst in het Israëlische leger. ‘Als kind in Israël groei je op met de wetenschap dat je op een dag in het leger moet dienen.’ Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit
Shaher Perets (20) weigerde dienst in het Israëlische leger. ‘Als kind in Israël groei je op met de wetenschap dat je op een dag in het leger moet dienen.’Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

‘Israëliërs en Palestijnen ontmoeten elkaar bijna nooit’

Shaher Perets (20)

“Mijn negentiende verjaardag vierde ik in de militaire gevangenis. Op die dag zat mijn vader aan de andere kant van het hek met een gitaar en zong ‘Happy Birthday’. Ik kon hem niet zien of horen, maar later zag ik de video, toen ik werd vrijgelaten.

Het was niet de eerste of de laatste keer dat ik in de militaire gevangenis zat na mijn weigering om in het Israëlische leger te dienen.

Op vijftienjarige leeftijd ging ik naar een gemengd zomerkamp, ​​waar ik voor het eerst Palestijnse jongeren van de Westelijke Jordaanoever ontmoette. Het zette me aan het denken, toen al, over militaire dienstplicht.

Israëliërs en Palestijnen ontmoeten elkaar bijna nooit, zelfs niet op de zogenaamd ruimdenkende democratische school waar ik op zat. Er waren geen Arabische studenten.

Maar op het zomerkamp sloten we echte vriendschappen, leerden elkaar kennen, praatten over ons leven. We hadden plezier samen, er werd veel gelachen, zoals een groep jongeren op kamp doet.

De gedachte dat ik me bij een leger moest aansluiten dat mijn nieuwe vrienden en hun familieleden pijn doet, was ondraaglijk. Dat besef was er al een tijdje, nog voordat ik het verkeerde handelen van de Palestijnse bezetting en apartheid onderzocht en begreep.

Eenzijdig verhaal

Als kind in Israël groei je op met de wetenschap dat je op een dag in het leger moet dienen. Er is geen moment dat je dat op school leert, je weet het gewoon. Het is een integraal onderdeel van de Israëlische samenleving, zelfs van het schoolsysteem. Op mijn school kreeg ik van jongs af aan een eenzijdig verhaal te horen. Geschiedenislessen gaan over onze krijgers die vechten tegen de vijand. Je leert niks over het Palestijnse verhaal, geen woord over de Nakba (de volksverhuizing van Palestijnen die volgde op het uitroepen van de staat Israël in 1948, red.).

Op de jaarlijkse nationale herdenkingsdag voor gevallen soldaten, komen voormalig studenten in uniform naar de ceremonie op hun oude school. Ze praten trots en positief over hun dienstplicht. Op de meeste scholen ga je op je zestiende op Gadna-week (jeugdbataljons, red.). Het is een kennismaking met het leger. De leerlingen krijgen er een militaire training, inclusief schieten op een schietbaan. De week wordt gepresenteerd als een leuke excursie. Ik had vrienden die dienst wilden weigeren, maar na die week van gedachten veranderden.

Op de dag van mijn dienstplicht, verklaarde ik dat ik niet in het leger wilde dienen. Ik maakte een statement tegen de bezetting. Openlijk, ook de pers was aanwezig. Ik wist dat mijn weigering tot mijn arrestatie zou leiden, ik was me al maanden op dat moment aan het voorbereiden.

De eerste dag was niet makkelijk. Ze probeerden me te overtuigen, van gedachten te veranderen. Ik werd van de ene officier naar de andere geleid. Net als in de films is er altijd een goede officier en een slechte. Ze hielden me een nacht in de cel van het selectiecentrum, lieten de lichten ’s nacht aan. Hoewel ik voorbereid was, was het beangstigend.

Ik werd vier keer veroordeeld en heb 88 dagen in de militaire gevangenis gezeten, met korte pauzes tussen elke arrestatie die ik thuis doorbracht.

Trots op mezelf

Ik was trots op mezelf in de gevangenis, voelde me sterk. Ik vond troost in de wetenschap dat er veel mensen buiten waren die me steunden. Mijn familie maar ook volslagen vreemden, uit Israël en het buitenland. Ik kreeg veel brieven, dat gaf me steun. Al die tijd in de gevangenis probeerde ik minder aandacht te geven aan de negatieve reacties van mijn medegevangenen. Vrouwelijke soldaten, die voor korte periodes, wegens (kleine)overtredingen van militaire wetten tijdens hun diensttijd, vastzaten. Zij zagen me als verrader. Mijn derde arrestatie was het moeilijkst, dertig eenzame dagen. Niemand sprak tegen me, alleen af en toe een beledigend woord. Het brak me gelukkig niet. We mochten geen pennen bezitten, dus ik kon mijn gevoelens en gedachten ook niet opschrijven. Ik bracht mijn tijd door met lezen.

In de gevangenis noemen ze je soldaat, je moet salueren, een uniform dragen. Daar zat ik dan als dienstweigeraar, maakte ik nog steeds deel uit van het leger. Als je ook weigert om een uniform te dragen, dan ga je de isoleercel in. Dat had ik niet aangekund, dus droeg ik dat uniform. Ik was vaste klant in de militaire gevangenis. Het had zo zijn voordelen. Ik wist waar de beste bedden stonden. En waar je later op de middag nog zonnestralen kunt opvangen door de kleine raampjes. Ik hou van de zon. Zo verplaatste ik me elke dag als in een soort choreografie mee met de zonnestralen. Na mijn vierde arrestatie begreep de legerleiding dat ik niet van mijn overtuigingen was af te brengen. Uiteindelijk lieten ze me vrij. Voorgoed.

Ik had het voorrecht om dienst te kunnen weigeren, een familie die me op allerlei manieren ondersteunde en een huis om naar toe terug te keren. Ik ken mensen die graag hadden willen weigeren, maar wisten dat ze dan niet meer thuis konden komen.

Eindeloze haatberichten heb ik op sociale media ontvangen, mensen die me het ergste wensten. Het doet me vooral verdriet dat we zo ver verwijderd zijn van een gezonde, beschaafde dialoog tussen Israëliërs en Palestijnen. Ik zal blijven vechten voor gerechtigheid en hopelijk zal de apartheid eindigen en zullen we op een dag in vrede leven.”

Dienstplicht in Israël

Sinds 1949 moet elke Israëliër die achttien jaar wordt verplicht dienen in het Israëlische leger. Voor mannen geldt een termijn van twee jaar en acht maanden. Vrouwen dienen twee jaar. Arabische burgers worden vrijgesteld, net als ultra-orthodoxe mannen die in de jesjiva (Talmoedschool) studeren. Vrouwen kunnen weigeren op religieuze gronden. Op fysieke en psychologische gronden kan ook vrijstelling volgen. Na de militaire dienstplicht, blijven mensen dienstplichtig als onderdeel van een reservemacht. Elke jaar worden reservisten opgeroepen voor training.

Op het niet nakomen van de dienstplicht staat een maximumgevangenisstraf van twee jaar. In 1995 richtte de krijgsmacht een gewetenscommissie op. Selectieve gewetensbezwaren komen niet in aanmerking voor behandeling van de commissie. Jongeren kunnen zich alleen op grond van pacifisme tot de commissie wenden.

Volgens het netwerk Mesarvot geeft het leger geen officiële cijfers over het aantal dienstplichtweigeraars vrij.

Lees ook:

Vrouwelijke activisten ontdekken de macht van het weigeren

Toeval of niet, maar in opvallend veel films van Movies that Matter spelen vrouwelijke activisten de hoofdrol. Ze nemen het op tegen een véél machtiger tegenstander, maar hebben wél invloed.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden