70 jaar Europarlement

Nederlandse grondleggers van het jarige Europees Parlement zijn zo goed als vergeten

Stemming in de plenaire zaal van het Europees Parlement in Straatsburg. Beeld AFP
Stemming in de plenaire zaal van het Europees Parlement in Straatsburg.Beeld AFP

Nederland en Nederlanders krijgen in Brussel een piepklein beetje roem voor hun rol in de geschiedenis van het Europees Parlement. In Nederland zijn de Europese verdiensten van Patijn, Van der Goes van Naters en Klompé in de vergetelheid geraakt.

Romana Abels

Er is een ‘ceremonie’, dinsdag in het Europees Parlement. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen is erbij. Verder is er bijzonder weinig aandacht voor de viering van het 70-jarige bestaan van het Europees Parlement in Straatsburg.

Die aandacht is er zeker niet in Nederland. Zelfs Koen van Zon, de politiek historicus van de Universiteit Utrecht, die promoveerde op de ontstaansgeschiedenis van het Europees Parlement, had deze dinsdag niet in zijn agenda gemarkeerd.

Het Europees Parlement zelf heeft wel een website gemaakt om het moment te vieren. Daarop staan zeventig foto’s en video’s, van afwisselend wereldgebeurtenissen en Europese mijlpalen. De Hongaarse opstand in 1956, het Verdrag van Rome, 1957. De val van de Muur in 1989. Het Verdrag van Maastricht, 1991. De site rept van de eerste uitbreiding van wat eerst gemeenschap heette en nu Unie is. Hoe de Britten kwamen, de Spanjaarden, de Grieken, de Polen.

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

Nederland was er vanaf het begin bij. Het was er al toen het de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal was, vanaf 1951. Het vaardigde parlementsleden uit de Tweede Kamer af naar het eerste Europese Parlement in Straatsburg, in 1952. En toch is Nederland bijna onzichtbaar in die hele 70 jaar geschiedenis.

Of? Ja, op een foto uit 1975, toen het Europees Parlement stemde vóór het houden van verkiezingen. “Het document dat op 14 januari 1975 werd aangenomen door het Europees Parlement, later bekend als het Rapport-Patijn, dient als basis voor het akkoord tussen lidstaten om voor het eerst verkiezingen te houden voor het Europees Parlement in 1979”, is het korte bijschrift.

Schelto Patijn (1984) Beeld ANP /  ANP
Schelto Patijn (1984)Beeld ANP / ANP

Op de bijgaande foto is een jonge Schelto Patijn te zien, de Nederlandse sociaaldemocraat die later nog burgemeester van Amsterdam zou worden. 37 jaar was hij toen.

“Nederland is de Europese rol van Schelto Patijn volstrekt vergeten”, zegt Timo Bakrin, een ambtenaar op het ministerie van financiën die drie jaar geleden een masterscriptie schreef over de rol van Schelto Patijn in het Europees Parlement. “Patijn was net zo belangrijk als de Franse president De Gaulle”, stelt Bakrin daarin.

Veel nadelen zaten al ingebakken in het rapport

“Patijn heeft het voorstel geschreven voor de manier waarop het Europees Parlement nu functioneert”, zegt Bakrin in een telefonische toelichting. Veel van de nadelen waarover nu in en buiten Brussel en Straatsburg wordt gesproken zaten al ingebakken in het Rapport-Patijn, zegt Bakrin. “Opvallend is dat iedereen destijds heel goed wist dat er nadelen zouden zijn aan het systeem waarvoor werd gekozen.”

Hij heeft het over het feit dat kiezers bij Europese verkiezingen kiezen voor nationale partijen bijvoorbeeld, die zich in Brussel verenigen in politieke families. Over het feit dat het onmogelijk is om op kandidaten uit andere landen te stemmen, maar ook over het gebrek aan initiatiefrecht in het Europees Parlement.

Bakrin wijst op krantenartikelen van destijds, die hij onder meer gebruikte als bron voor zijn scriptie. Daarin vallen dingen te lezen als ‘directe verkiezingen betekenen het verkrijgen van de legitimatie die een zichzelf respecterend parlement niet kan missen. Maar er moeten ook rechten bijkomen die het Europees Parlement nu ontbeert. Patijn gelooft zelf sterk dat de toekenning van die bevoegdheden niet meer tegen te houden is zodra het parlement eenmaal door rechtstreekse verkiezingen gelegitimeerd zal zijn’, zo schreef bijvoorbeeld NRC Handelsblad begin 1975.

Die krant legt een rechtstreeks verband tussen Patijns promotie in Leiden, die gewijd was aan de uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement, en het Rapport-Patijn dat daarna verscheen.

Maar of Patijn in zijn Europese verkiezingsplannen inderdaad zijn ideeën over Europa in de praktijk bracht, heeft Bakrin niet onderzocht. Zijn scriptie richtte zich meer op het achterhalen van de oorzaak van het democratische tekort in Europa.

De Franse ambtenaar Jean Monnet

Ook politiek historicus Koen van Zon was op zoek naar die oorsprong. Volgens hem ligt die niet bij Patijn, maar nog eerder. “Het hele idee van een Europese gemeenschap kwam uit de koker van een Franse ambtenaar, Jean Monnet. Hij bedacht dat als de economische belangen van Duitsland en Frankrijk zouden samenvloeien, er als vanzelf een solidariteit zou ontstaan tussen de landen. Uiteindelijk zou deze gedachte, van samen beter af zijn, uiteindelijk ook de burgers enthousiasmeren.”

Het was, zegt Van Zon, een typische ambtenaren-oplossing. “Heel technocratisch. Het Europees Parlement werd daardoor een instituut dat onvoldoende democratisch tegenwicht kon bieden aan de Europese Commissie.”

Van Zon ziet in zijn onderzoek een weeffout in het Europees Parlement, die moeilijk te herstellen is. De oorsprong van die fout ligt in de jaren vijftig, stelt hij. “Het blijft een wat moeilijk instituut door de blauwdruk die er toen voor is neergelegd. Het is een beetje een spiegel van hoe men destijds over internationale samenwerking en democratie dacht.”

“Het parlement heeft zich door de jaren heen veel meer bevoegdheden toegeëigend”, zegt Van Zon. Het werd een machtsfactor van groot belang. “Maar het echte debat ontbreekt. Er is geen dynamiek van coalitie versus oppositie, zoals in de Tweede Kamer wel bestaat.”

Marinus van der Goes van Naters (1971) Beeld ANP / Nederlands Fotomuseum
Marinus van der Goes van Naters (1971)Beeld ANP / Nederlands Fotomuseum

“Daar komt bij dat het Europees Parlement geen initiatiefrecht voor wetten heeft en dat Europese verkiezingen geen directe uitwerking hebben op de samenstelling van de Europese Commissie. Daarom kunnen Europese partijfamilies geen politieke beloften doen die duidelijk maken aan het publiek wat er te kiezen valt. Nu is het stemmen voor de Europese verkiezingen een verkapte tussentijdse Nederlandse verkiezing, omdat onduidelijk is waar partijen voor staan.”

Technisch heel sterk, politiek juist minder

Het parlement, legt hij uit, is in de loop der jaren medewetgever geworden van de Europese Commissie, waarmee het onderhandelt over wetgeving. “De technische kant van het politieke werk is er heel sterk ontwikkeld, meer dan in de Tweede Kamer. De politieke kant is juist minder sterk.”

Anders dan Bakrin kent Van Zon niet al te veel waarde toe aan de rol van Schelto Patijn. “Ja, hij schreef inderdaad het rapport dat de basis vormde voor de eerste verkiezingen in 1979”, zegt hij. Volgens Van Zon borduurde Patijn eenvoudig voort op het werk van zijn voorgangers, in het bijzonder de Belgische politicus Fernand Dehousse, die in 1960 had bedacht hoe verkiezingen moesten verlopen.

“Wat Patijn deed, was geen monsterklus, maar het – oneerbiedig gezegd – herkauwen van dat Rapport-Dehousse uit 1960 en dat opnieuw ter tafel kwam bij gratie van een beslissing van de regeringsleiders. Dat erkende Patijn nota bene zelf. Dat maakt hem misschien prominent, maar een vergelijking met De Gaulle gaat echt volledig mank”, zegt hij.

Van Zon: “Vanaf de oprichting was het Europees Parlement bezig met het idee van verkiezingen. De meeste leden van het Europees Parlement waren daar sterke voorstanders van, maar de tijd was er nog niet rijp voor. Onder anderen de Franse regeringsleider De Gaulle was erop tegen, die geloofde niet in democratie die de natiestaat overstijgt.”

Het plan-Dehousse verdween in een la. Tot de plotselinge omslag in 1975.

Politici voor Patijn waren de echte pioniers

Volgens Van Zon waren de politici in de jaren vóór Patijn de echte pioniers, de mensen die de weg bereidden. “In de jaren vijftig en zestig had je bijvoorbeeld een man als Marinus van der Goes van Naters, lid van de sociaaldemocratische fractie in het Europees Parlement. Hij had allerlei ideeën over democratisering en zag in 1952 al welke valkuilen er waren voor het parlement.”

Destijds betoogde hij dat het invoeren van een ‘zogenaamd Europees kiesstelsel’ dat in werkelijkheid slechts nationaal is, teleurstelling teweeg zal brengen. Dat is precies wat gebeurde. De opkomst voor Europese verkiezingen zakte na de eerste verkiezingen in 1979 iedere keer verder weg en vond pas in 2019 de weg omhoog.”

“Van der Goes van Naters – telg uit een Nijmeegse adellijke familie – hoorde bijvoorbeeld bij een groep politici die boos de plenaire zaal van het Europees Parlement uitwandelde toen er opnieuw een voorstel werd geblokkeerd om het parlement democratischer te maken.”

Van Zon kent nog een citaat van Van der Goes van Naters uit de beginjaren. “Het Europese Parlement verzinkt steeds verder in het vacuüm tussen een oncontroleerbare raad en elders gecontroleerde nationale krachten”, zei hij, een klacht die ook heden ten dage nog te horen is vanuit het Europees Parlement.

Klompé was de enige parlementariër

Van Zon roemt ook christendemocrate Marga Klompé, die net als Van der Goes van Naters betrokken was bij het schrijven van een grondwet voor een Europese Politieke Gemeenschap die er nooit kwam. “Klompé was vanaf het vroegste begin lid van het Europees Parlement en de enige vrouw. Ze was een vooraanstaand Europarlementariër, die in 1954 een ambitieuze routekaart ontwikkelde voor versterking van het EP, waarmee ze duidelijk maakte waar het parlement naartoe moest in de toekomst.”

Marga Klompé (1966) Beeld ANP /  ANP
Marga Klompé (1966)Beeld ANP / ANP

Klompé is niet in de vergetelheid geraakt. Ze werd in 1956 de eerste vrouwelijke minister van Nederland en heeft daardoor wél een zaal die haar naam draagt in de Tweede Kamer. Haar Europese rol is echter op de achtergrond geraakt.

Collega-historicus Bakrin mist een dergelijke erkenning voor Schelto Patijn. ‘Er wordt vaak gedaan alsof de komst van die verkiezingen de uitkomst was van een natuurlijk proces’, schreef hij in zijn scriptie. ‘Maar het was uitzonderlijk.’

Bakrin zegt dat er verschillende aspecten revolutionair waren. “Het was niet zozeer het voorstel, maar het hele proces van onderhandelen over dit onderwerp met commissie en lidstaten dat hij als eerste wist te voltooien. Dat was nogal wat, want zodra het parlement meer legitimiteit kreeg, werd de macht van de andere instituten en de lidstaten minder. Bovendien was het een kwestie van de lange adem, want er moesten ook wetten worden veranderd.”

Dat Nederland al snel de pioniersrol van Patijn vergeten was, bleek in 1999, toen Schelto Patijn burgemeester van Amsterdam was. In een opinie-artikel in NRC lanceerde hij toen het plan om de Statenverkiezingen tegelijk met de Europese verkiezingen te houden, zodat de opkomst hoger zou worden. Niemand luisterde.

Lees ook:

Marga Klompé: de vrouw aan wie de mannelijke politicus gewend raakte

Honderd jaar geleden kwam de eerste vrouw in de Tweede Kamer. Trouw portretteert in een serie de vrouwen die haar volgden in andere politieke en bestuurlijke ambten. De eerste vrouwelijke minister: Marga Klompé.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden