De Nederlandse boer Kees Huizinga in Oekraïne.

ReportageGraanakkoord

Nederlandse boer in Oekraïne: ‘Als je die combines ziet rijden, vergeet je de oorlog een beetje’

De Nederlandse boer Kees Huizinga in Oekraïne.Beeld Michiel Driebergen

Het eerste schip vol landbouwproducten heeft inmiddels vanuit Odessa het ruime sop gekozen: op naar de wereldvoedselmarkt. Voor de Nederlandse boer in Oekraïne Kees Huizinga zijn de zorgen niet weg. ‘Als de Russen één raket op Odessa afschieten ligt alles weer stil.’

Michiel Driebergen

Het stof dwarrelt hoog op, de motoren brullen. Rij na rij scheren de maaidorsers van Kees Huizinga de tarwetakjes af. De opbrengst verdwijnt via een slurf in een aanhanger achter de trekker. Vanaf de zijlijn kijken ooievaars toe — kien op muizen, niet om een graantje mee te pikken. “Dit is het beste moment om hier te zijn”, glundert de Nederlandse boer. Zijn mannen werken in tweeploegendiensten aan de oogst, van de vroege ochtend tot late avond. “Als je die combines hier zo ziet rijden vergeet je de oorlog een beetje.”

Maandag verliet een eerste schip met landbouwproducten de haven van Odessa. De inhoud, 26.000 ton mais, resteert nog van de oogst van vorig seizoen. Sinds de Russische invasie in Oekraïne hoopten de voorraden zich op: Oekraïne heeft mijnen in de zee gelegd, en Russische oorlogsschepen patrouilleren langs de vaarroutes. “Het is een eerste stap, maar ik vertrouw de Russen voor geen meter”, zegt Huizinga over het graanakkoord dat Rusland en Oekraïne op 22 juli met tussenkomst van Turkije en de VN sloten om de export weer op gang te brengen.

In twee decennia toverde de Nederlander een aantal voormalige collectieve Sovjet-boerderijen nabij Oeman om tot een bloeiend megabedrijf. Op zijn 15.000 hectare land verbouwt hij groente, mais, zonnebloemen, koolzaad — en graan, waarvan de 4000 hectare deze week wordt geoogst. “Toen er opeens raketten rondvlogen wist ik niet wat ik moest verwachten”, zegt de boer. In het vroege voorjaar overnachtten talloze vluchtelingen op zijn terrein; ook steunt Huizinga het leger, door tweedehands pick-uptrucks naar Oekraïne te vervoeren. “De Russen verwoesten veel, maar komen niet veel meer vooruit”, weet hij nu.

Brandstofgebrek blijft probleem

Huizinga had geluk, zegt hij zelf. Toen de invasie begon was zijn opslag al grotendeels leeg; de prijzen waren gunstig genoeg om te verkopen, had hij gedacht. Zijn buurman wachtte, en zit derhalve met een groot probleem: een volle opslag, inclusief de tarwe van vorig seizoen.

Voor hemzelf blijft het brandstofgebrek een hoofdpijndossier: terwijl het bedrijf van Huizinga jaarlijks 1,5 tot 2 miljoen liter diesel verbruikt, was olie tot vorig maand slechts beperkt beschikbaar — een gevolg van de Russische bombardementen op olieopslag en gebrek aan import via de havens. Hoewel Oekraïne nu grootschalig brandstof uit Europa invoert, blijft de zorg bestaan. “Dit is nog maar het begin van de oogst”, zegt Huizinga. “Het graan is weliswaar bijna weg, maar kijk: de mais moet nog volgroeien”, wijst hij op de wassende pluimen langs de weg.

Afgelopen maanden toerde Kees Huizinga langs Den Haag en Brussel om aan de bel te trekken over de gemankeerde export. “Mijn zorg ging in de eerste plaats over ons bedrijf, maar daarmee over alle Oekraïense boeren, en het effect op de graanvoorziening in de hele wereld.” Zijn blik dwaalt weer af naar zijn maaidorsers, die in een mum van tijd een dozijn voetbalvelden gladmaaien: “Dit maakt Oekraïne zo efficiënt”, zegt hij. “Oekraïne is zo’n grote speler. Als de export wegvalt omdat de haven geblokkeerd is, is het gewoon afgelopen.” Oekraïne consumeert een kwart van de eigen productie, legt de boer uit. Driekwart is export. En die gaat, net als voorheen Huizinga’s producten, via de haven van Odessa.

Graan aan boord van het eerste schip uit Odessa, dat onder het graanakkoord mag vertrekken.  Beeld AFP
Graan aan boord van het eerste schip uit Odessa, dat onder het graanakkoord mag vertrekken.Beeld AFP

Alles of niets

Het vertrek van het eerste schip, afgelopen maandag, maakt de Nederlandse boer niet optimistisch. “Ik geloof de Russen niet. Omdat ze Oekraïne platschieten, en ach, ze zeggen elke dag wat anders.” Zelf ontwikkelde Huizinga derhalve een alternatief voor komend jaar. Als vijftig vrachtauto’s allemaal een rit per week maken, exporteert hij in vijftig weken zijn complete productie richting Roemenië, rekent hij voor. Toch is er geen alternatief voor de haven, benadrukt hij. “Wij zijn een groot bedrijf, spreken Engels en hebben contacten. Dat heeft de buurman niet.” Volgens zijn schattingen exporteert Oekraïne maximaal 30 procent van de opbrengst per trein en vrachtauto, denkt Huizinga, meer niet.

De komende weken is het dus ‘alles of niets’ voor de wereldvoedselvoorziening, denkt Huizinga. “Als de Russen één raket op Odessa afschieten ligt alles weer stil. Geen verzekeraar gaat meer betalen, geen schipeigenaar stuurt zijn schip meer hierheen.” Alleen druk op Rusland werkt; en het kan zijn dat ook de Russen inzien dat ze belang hebben bij normalisering van de voedseltransporten. “Als alle mensen in Afrika straks niks te eten hebben, weet iedereen dat Rusland de veroorzaker is.”

Ondanks alles maakt de Nederlander zich alweer op voor het nieuwe zaaiseizoen. Een leeg veld kan bij Kees Huizinga niet bestaan. “We blijven onze gewassen verbouwen. Als we daarmee zouden stoppen is alles voorbij.”

Lees ook:

Grote zorgen over Oekraïens graan: Rusland blijft ondanks graandeal invloed uitoefenen

Voor het eerst sinds de graandeal tussen Oekraïne, Rusland, Turkije en de VN kon maandag een vrachtschip vol graan een Oekraïense haven verlaten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden