Beeld Thijs Kettenis

Zomercolumn Thijs Kettenis

Nederlanders op Kreta vragen de taxichauffeur allemaal of hij zijn belasting wel betaalt

Eerder deze maand was ik een week op Kreta met vrienden uit Belgrado, die ik ken uit de tijd dat ik daar woonde. We ­zaten in een restaurant aan zee en hadden net besteld bij de serveerster. De eigenaar, een man van in de vijftig schat ik, kwam aan onze tafel staan. “Waar komen jullie vandaan?”, vroeg hij in het Grieks. Omdat ik de ­enige was aan tafel die die taal enigszins spreekt, gaf ik antwoord. “Ik kom uit Nederland”, zei ik.

Normaal volgt dan een uiteenzetting over Gullit, Van Basten, de Wallen, drugs of Jeroen Dijsselbloem, maar voordat de man iets kon zeggen, ging ik verder: “En zij komen uit Servië”. Nu sperde man zijn ogen wijd open. Hij toverde de breedste glimlach op zijn gezicht en haalde diep adem. “Servië! O Servië, onze broeders!” Hij zong zowat, terwijl hij van de duim en wijsvinger aan beide handen twee rondjes maakte, als waren het met elkaar verklonken trouwringen.

De koelste ontvangst krijgt ze in Nederland

Een dergelijke enthousiaste reactie valt Serviërs wel vaker te beurt in Griekenland – wie wil weten waarom, moet de geschiedenisboeken er maar op naslaan. De gedeelde orthodox-christelijke religie speelt ook een rol. “Griekenland is zo ongeveer het enige land in ­Europa waar ik me echt welkom voel”, heeft een van de vrienden die die avond aan tafel zaten weleens gezegd. De koelste ontvangst? Die krijgt ze in Nederland. “Aha, Servië…”, gevolgd door een blik op de grond en stilte, deed ze het eens voor. En menig Nederlander is niet te beroerd om na een minuut Srebrenica ter sprake te brengen.

“Wat willen jullie eten”, vroeg de restauranteigenaar enthousiast, nu in het Engels, mijn twee tafelgenoten aankijkend. Ik was vanaf nu lucht voor hem. “We hebben al besteld”, zei een van hen. “Nee, jullie hebben niet besteld. Ik zorg dat het goedkomt.” En weg was hij. Wat volgde was een aaneenschakeling van fantastische streekgerechten, vis en groente, veel wijn en raki. Op Kreta is eten de maat der dingen.

Het deed me denken aan een bezoek van een paar jaar terug aan het ouderlijk huis van een vriend uit Athene, die oorspronkelijk van Kreta komt. ’s Ochtends wachtte er een kolossaal gedekte tafel. Het ontbijt was zo overdadig dat ik genoeg had voor de rest van de dag. Toen mijn vriend en ik van tafel gingen, om te gaan zwemmen, vroeg zijn moeder: “Wat willen jullie voor de lunch?”. Eenmaal terug van het strand was ze een beetje terneergeslagen. De neef van mijn vriend was langsgekomen. Hoe was het geweest? “Wel aardig, maar hij at niet zo veel.”

Geld voor de kroeg

Toen we niet meer konden, vroegen mijn vrienden de rekening. Het enige wat we daarvan begrepen, was dat die laag was. Eigenlijk klaar om te gaan ­slapen, besloten we nog een drankje te doen met een kennis van mijn vrienden uit Belgrado. Zij woont op Kreta met haar Griekse man. De man bleek taxichauffeur. “Er zijn veel Nederlanders dit jaar”, zei hij met een biertje in zijn hand, blij met een avondje vrij, midden in het seizoen. “Ah”, vroeg ik, “en geven ze een beetje fooi?” Zeker, zei de chauffeur. “Maar ze vragen allemaal of ik mijn belasting wel betaal.”

De glimlach op zijn gezicht oogde geforceerd. Ik lachte schaapachtig, en lichtelijk gegeneerd schoof ik ongemakkelijk op mijn stoel. “En wat antwoord je dan?”, vroeg ik toch maar. Nu volgde er een echte lach. “Natuurlijk betaal ik mijn belastingen niet, ik moet toch geld hebben om ’s avonds naar de kroeg te gaan?”

Trouw-correspondenten vervangen deze weken Rob Schouten en Wim Boevink. Meer van deze columns leest u op trouw.nl/dossier/zomercolumns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden