Noodhulp

Na het voedselpakket is de therapeut minstens zo hard nodig

Een Afghaans kind is net aangekomen op het Griekse eiland Lesbos. Beeld Getty Images

Niet alleen voedsel en onderdak, ook psychosociale hulp hoort in het noodpakket in crisissituaties. Met een internationale conferentie ‘Mind the Mind’ zet minister Sigrid Kaag van ontwikkelingssamenwerking het belang hiervan op de agenda.

De nachtmerries begonnen bij Abdul Karim Albrem toen zijn stad Aleppo in 2015 aan een stuk dooor werd gebombardeerd. Hij zag zijn buren bedolven worden onder het puin. Albrem haalt een foto tevoorschijn van een huis waarvan de pui weggeblazen is. De 24-jarige Syriër is even in Amsterdam voor de conferentie Mind the Mind, waar psychosociale hulp in crisissituaties centraal staat. Uit de hele wereld zijn hulpverleners, wetenschappers en ervaringsdeskundigen naar het Tropeninstituut gekomen. Voor die laatste groep is een stiltekamer ingericht. Ook loopt er een psycholoog rond, mochten mensen behoefte hebben aan een gesprek.

Het is het soort hulp dat Albrem destijds als negentienjarige jongeman goed had kunnen gebruiken. Zijn huisarts in Syrië schreef hem alleen ibuprofen voor, maar de nare dromen verdwenen niet. Bovendien stapelden de heftige ervaringen zich op. Zijn ouders dachten dat hij beter naar Turkije kon vluchten; eenmaal in Istanbul raakte Albrem volledig in paniek. “Ik was voor het eerst buiten Syrië, sprak de taal niet en kende niemand.”

Wanhopig zocht hij uiteindelijk een mensensmokkelaar op die hem beloofde naar Europa te brengen. Opnieuw beleefde hij angstige momenten. “We vertrokken in twee groepen, de eerste boot redde het niet. We zagen hoe de mensen verdronken.” De tweede boot kwam na zeven uur op het Griekse eiland Lesbos aan. Albrem ontfermde zich over drie onbegeleide kinderen en samen trokken ze over de Balkan. “Onderweg kregen we eten, drinken en kleren. Dat hadden allerlei organisaties echt goed georganiseerd.”

Maar voor de beelden die door zijn hoofd spookten en de permanente stress die hij voelde, kon Albrem nergens terecht.

Gewonde Syriërs krijgen fysiotherapie in Idlib. Beeld AFP

Het is een eerste reflex van overheden en hulporganisaties tijdens een crisissituatie. Ze regelen als eerste voedsel, water en een dak boven het hoofd voor de getroffenen. Psychosociale hulp staat niet op de prioriteitenlijst. Terwijl een op de vijf mensen die in een crisisgebied leven, last heeft van mentale problemen. Mondjesmaat lijkt daar nu aandacht voor te komen, al gaat het met kleine stapjes.

Economisch rendement

Zo hebben 23 landen en tien internationale hulporganisaties gisteren in een verklaring afgesproken dat psychosociale steun standaard onderdeel moet worden van hulp in crisissituaties. De WHO en Unicef beginnen alvast een project waarbij zulke steun in een aantal landen al volledig onderdeel is van het noodpakket bij crises. “Dat is enorme winst”, zegt minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag na afloop van de eerste conferentiedag. “Te lang hebben we weggekeken; binnen de internationale politiek is het nauwelijks een onderwerp.”

Daarom heeft de minister het nu zelf op de agenda gezet. “Als ik wil dat ik in mijn rol als minister iets beteken, zal ik op dit onderwerp moeten leveren”, zei ze in haar welkomsttoespraak. “De pijn die je niet kunt zien, die je niet kunt aanraken is het moeilijkst te genezen. Voor familie, vrienden, maar vooral voor de mensen die eronder lijden.”

Dat heeft Kaag als minister, maar ook in haar vorige functies bij Unicef en VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR maar al te vaak in de praktijk gezien, vertelt ze. “Kinderen die van de een op de andere dag wees zijn geworden; hun schoolmaatjes zijn dood en de juffrouw is getraumatiseerd. Je levert je pakketten af en dan moet iedereen maar weer doorgaan. Alsof wij dat voor onszelf ooit zouden aanvaarden. Dit thema gaat wat mij betreft ook over gelijkheid. De psychische hulp in crisissituaties zal nooit hetzelfde zijn als in West-Europa, maar we kunnen wel veel meer doen.”

Niet alleen vanuit een morele plicht die rijke en welvarende landen nou eenmaal hebben, maar ook omdat het volgens Kaag sociaal-economisch gezien slim is om te doen. “Het economisch rendement van een relatief kleine investering is enorm.” Verschillende studies van de Wereldbank hebben aangetoond dat geen enkele samenleving kan functioneren als mensen gebukt gaan onder zware psychische problemen.

Dat juist Nederland het thema van geestelijke gezondheidszorg in crisissituaties naar zich toetrekt, is niet zo verwonderlijk, vindt de minister. “We lopen vaak voorop bij de thema’s die vergeten zijn. Bovendien hebben we veel expertise op het gebied van toegang tot mentale zorg. We hebben hier nog altijd een open samenleving. Ook daar ligt onze kracht: het moeilijk bespreekbare wél bespreekbaar maken.”

Maatschappelijk werkers

In veel landen rust nog een taboe op het zoeken van psychische hulp. Ook in Syrië is het niet gebruikelijk om met je psychische problemen te koop te lopen en daar hulp voor te zoeken. Dat taboe voelde Albrem niet alleen in Syrië, maar ook in het vluchtelingenkamp in Duitsland waar hij uiteindelijk terechtkwam en omringd werd door zijn landgenoten. “‘Je bent veilig nu, waarom heb je nog stress?’, werd mij gevraagd. Mijn problemen werden niet erkend.”

Abdul Karim Albrem.

Dat mentale gezondheid al zo lang wordt verwaarloosd, heeft volgens Omar Abdi zeker niet alleen met culturele verschillen te maken. Volgens de adjunct-directeur van Unicef speelt ook geld een rol. “Thema’s waar fondsen voor beschikbaar zijn, krijgen meer aandacht. Hulporganisaties zijn nou eenmaal afhankelijk van donoren.” En geld voor psychosociale hulp – weet hij uit ervaring – is lastig los te krijgen bij donoren. “Ze financieren bij een crisis sowieso gemiddeld maar 40 procent van wat de hulporganisaties vragen. En dan zetten ze het liefst een kruisje bij het vakje ‘voedsel’ of ‘water’. Het vakje psychosociale hulp wordt zelden aangekruist.’”

Soms wordt het volgens hem ook ingewikkelder gemaakt dan nodig. “Mentale gezondheidszorg werd lange tijd als een heel specialistisch veld gezien. Maar we weten steeds beter dat er al heel veel gedaan kan worden voordat er zeer specialistische hulp aan te pas moet komen. Het helpt kinderen bijvoorbeeld alleen al als ze weer naar school kunnen of op een veilige plek kunnen spelen.”

Dat na een ramp of conflict de hele bevolking is getraumatiseerd, is volgens hem een misvatting. Of dat er direct een bataljon psychiaters moet worden ingevlogen. In Syrië – waar nauwelijks psychologen en psychiaters zijn – geven Unicef en het Rode Kruis bijvoorbeeld trainingen aan maatschappelijk werkers die wel in het land voorhanden zijn. Zij leren hun een simpele vorm van gedragstherapie te geven. Ook de WHO is bezig met de ontwikkeling van een training voor niet-gespecialiseerde mensen waarbij in vijf sessies symptomen van depressie, angst en het post­trau­ma­tisch stress­syn­droom al verminderd kunnen worden. Ook midden in een crisissituatie.

Albrem moest een langere weg afleggen voordat hij de hulp kreeg die hij nodig had. Toen hij in Duitsland eindelijk bij een psychiater belandde, vertaalde de tolk zijn antwoorden zo beknopt – ‘in twee, drie woorden’ – dat hij niet duidelijk kon maken waar hij last van had.

De Syriër twijfelde dan ook geen moment toen hem werd gevraagd een opleiding te volgen om zelf psychosociale hulp te bieden aan Syrische vluchtelingen. Hij geeft inmiddels zelf trainingen en adviseert organisaties als de UNHCR. Het heeft zijn leven veranderd, zegt hij. “Eerst was ik mentaal gezien hier”, zegt hij terwijl hij zijn hand laag bij de grond houdt. Hij brengt zijn hand vervolgens hoog boven zijn hoofd. “Nu ben ik daar.”

App voor mentale zorg

Een psycholoog die op afstand online hulp kan bieden of een app die patiëntgegevens bijhoudt. Steeds meer technische snufjes worden ontwikkeld om psychosociale hulp aan vluchtelingen te verbeteren. Zo bedacht huisarts Steven van de Vijver toen hij eerder dit jaar een tijdje in het vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos werkte dat het bijhouden van de mentale gesteldheid van patiënten een stuk beter kan. “Als mensen bij mij op consult kwamen haalden ze een vodje papier uit hun binnenzak waar van alles op gekrabbeld stond over hun psychische problemen of medicijnen die ze gebruikten. Tegelijkertijd haalden ze erna uit hun andere zak een smartphone om bijvoorbeeld live een voetbalwedstrijd te volgen.” 

Zou het niet mooi zijn, dacht hij, als die mobiele telefoon ook gebruikt kon worden om medische gegevens, medicijngebruik en bijvoorbeeld ook stemmingswisselingen bij te houden? Vluchtelingen trekken vaak noodgedwongen van plek naar plek. Een papieren medisch dossier raakt met al die verplaatsingen snel kwijt. Met een app kan een nieuwe hulpverlener in een oogopslag een beeld krijgen van de mentale problemen van een patiënt, en eventueel op afstand zorg bieden. Stichting Vluchteling en het Joep Lange Institute werken het idee uit en hopen het binnenkort te testen.

Lees ook:

Kamp Moria zit voller dan vol en ze blijven maar komen

De brand in kamp Moria op Lesbos zondag zet de schijnwerper vol op de omstandigheden waarin de vluchtelingen op de Griekse eilanden leven. Met 30.000 zijn ze, meer dan ooit sinds de Turkije-deal van 2016.

De vluchteling is nog even slecht af als in 1938

In haar boek ‘Niemand wil ze hebben’ schetst Linda Polman een onthutsend beeld van Europa’s omgang met vluchtelingen. ‘Ik schrijf niet om de lezer zich goed te laten voelen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden