AnalyseTories

Na het knappen van de Johnson-bubbel moet de Conservatieve Partij ideologische keuzes maken

De Britse minister van volksgezondheid Sajid Javid (staand) kondigde op 5 juli zijn vertrek aan. Beeld AFP
De Britse minister van volksgezondheid Sajid Javid (staand) kondigde op 5 juli zijn vertrek aan.Beeld AFP

Boris Johnson sprak niet alleen traditionele Conservatieve kiezers aan, maar ook een hoop linkse stemmers die voor de brexit zijn. Nu hij wegvalt als leider zal zijn partij ideologisch moeten kiezen.

Niels Posthumus

Het is zelden een goed teken als een politieke beweging binnen zes jaar aan zijn vierde leider toe is. Toch is dat momenteel het geval bij de Britse Conservatieve Partij. In 2016 trad premier David Cameron af nadat de Britse bevolking – geheel tegen zijn zin – vóór de brexit had gestemd.

In 2019 kon zijn opvolger Theresa May geen kant meer op, nadat het haar niet gelukt was om een brexitdeal met de Europese Unie te sluiten waarvoor genoeg steun was. En nu, in 2022, moeten de Tories, na het donderdag aangekondigde aftreden van premier Boris Johnson, alwéér op zoek.

Toch hebben de Tories het Verenigd Koninkrijk in die zes turbulente jaren onafgebroken kunnen regeren. Het lukte de oppositie niet om van alle interne partijconflicten bij de Conservatieven te profiteren. Dat mag in het bijzonder Labour, traditioneel de belangrijkste uitdager van de Tories, zichzelf aanrekenen. Al is ook het Britse politieke systeem er debet aan. Want dat verlangt niet telkens nieuwe verkiezingen wanneer een premier opstapt of wordt gedwongen af te treden (zie kader).

Dwars door de oude tegenstelling heen

Het was de brexit die alle onrust bij de Conservatieve Partij in gang zette. De keuze om de EU wel of niet te verlaten veranderde het hele Britse electorale landschap. Zij maakte een eind aan de klassieke ideologische tweedeling in het sterk op twee partijen gebaseerde stelsel.

Het linkse Labour was tot dan toe de partij geweest die opkwam voor de arbeidersklasse. Deze sociaaldemocraten deden het vooral goed onder de armere lagen van de bevolking. De Conservatieve Partij daarentegen was de verdediger van het bedrijfsleven, van lage belastingen, vrije markt en de rechtstaat.

Brexit sneed dwars door die oude tegenstelling heen. Of iemand voor of tegen EU-lidmaatschap was, hing vaak niet puur en alleen af van de hoogte van iemands inkomen en sociale status. Zowel Labour als de Conservatieve Partij raakte erdoor in verwarring, schreef professor politicologie Richard Hayton van de Universiteit van Leeds bijvoorbeeld vorig jaar. Beide partijen worstelden na het brexitreferendum volgens hem met ‘interne verdeeldheid en ideologische conflicten’.

De Tories wisten, ondanks al hun leiderschapswisselingen, of misschien juist wel daardoor, uiteindelijk het best te reageren op die veranderingen. De Conservatieve Partij paste haar ideologie zodanig aan dat brexitstemmers zich thuis konden voelen bij de partij. Stap voor stap schoven de Tories op van Cameron (pro-Europa), via May (pro-Europa, maar na het referendum vastbesloten de brexit door te voeren) naar Boris Johnson (het ultieme uithangbord van de brexit).

Oudste politieke partij ter wereld kiest een nieuwe leider

De Conservatieve Partij is de oudste politieke partij van het Verenigd Koninkrijk, officieel opgericht in 1834. Maar haar voorloper, de Tory Partij, stamt al uit de zeventiende eeuw. Daarom worden leden van de Conservatieve Partij ook wel Tories genoemd. De partij leverde in de twintigste eeuw beroemde premiers als Winston Churchill en Margaret Thatcher. Afgezien van de periode tussen 1997 en 2010, toen Labour aan de macht was, regeert zij het land al sinds 1979.

Het VK hanteert een kiesstelsel dat werkt met kiesdistricten en een systeem waarbij de kandidaat met de meeste stemmen de zetel namens dat district in het parlement wint. De rest van de stemmen gaat verloren, waardoor het systeem grotere partijen vaak bevoordeelt. Zo kan het zijn dat de Tories onder leider van Boris Johnson bij de verkiezingen in 2019 ‘slechts’ 43,6 procent van de stemmen wonnen en toch 56 procent van de zetels in het parlement bemachtigden.

Het aangekondigde aftreden van premier Johnson is door die ruime meerderheid van de Tories in het parlement feitelijk een interne partijaangelegenheid. Johnson stapte donderdag al op als partijleider, maar wil aanblijven als demissionair premier tot zijn partij een opvolger heeft gekozen. Kandidaten zullen zich de komende dagen bekendmaken. In de eerste rondes stemt de parlementsfractie steeds kandidaten weg, net zolang tot er twee over zijn. Dat punt wil de Conservatieve Partij graag nog voor het zomerreces bereiken. Uit die twee laatste kandidaten kunnen partijleden vervolgens hun nieuwe leider kiezen. Die wordt daarna, uiterlijk in de herfst, ook premier.

Labour lukte het niet om zichzelf op vergelijkbare manier ideologisch uit te vinden, waardoor zij nooit alle antibrexitstemmers aan haar kant wist te krijgen. Hayton stelt dat de enorme verkiezingsoverwinning van de Conservatieve Partij onder Boris Johnson in 2019 dan ook met name het resultaat was van haar ‘effectievere reactie op de electorale veranderingen die de brexit ontketenden’.

Brexitpartij bij uitstek

Met andere woorden: de Conservatieve Partij veranderde radicaal van koers. Ga maar na: het is nu toch nauwelijks nog voor te stellen dat 56 procent van de Tory-parlementariërs ten tijde van het referendum in 2016 tegen de brexit was? De Conservatieve parlementsfractie was acht jaar geleden nog overwegend pro-Europa. Vooral onder Johnson werden de Tories een brexitpartij bij uitstek.

Die herpositionering was slim. Want onderzoek van Ipsos wees eind 2021 uit dat de Britse kiezer zijn brexitstandpunt vaak belangrijker vindt dan zijn gevoel van verbondenheid met een politieke partij. Met een uitgesproken brexitstandpunt zijn in potentie dus veel stemmen te winnen. Vooral onder groepen kiezers die een partij nooit eerder wist aan te spreken.

Precies daarin lag de kracht van Johnson bij de verkiezingen van 2019. Hij wist via de brexit nieuwe groepen kiezers te omarmen, zonder de traditionele achterban van zijn Conservatieve Partij van zich te vervreemden. Hij was voor brexit, maar zette de oude idealen van de Tories niet bij het grofvuil. Tenminste, dat beloofde hij. “Wij zijn de partij van het kapitalisme”, beweerde hij op een partijcongres dat jaar. Tegelijkertijd voelde hij juist ook de angst van armere Britten haarfijn aan.

Die minder welvarende kiezers, de slachtoffers van het door Johnson zo geprezen kapitalisme, voelden zich bedreigd door de honderdduizenden Oost-Europese arbeidsmigranten die, als gevolg van de open EU-grenzen, naar het VK waren gekomen. Zij waren bereid eenvoudig werk te verrichten voor een lager salaris dan de Britten. Ze spraken een andere taal, hadden een andere cultuur en andere omgangsvormen. Veel Britten klampten zich angstvallig vast aan hun nationale identiteit en verworvenheden. Vooral aan hen had Johnson tijdens de brexitcampagne beloofd dat het geld dat het verlaten van de EU bespaarde, zou worden geïnvesteerd in de Britse gezondheidsdienst NHS.

Johnson was anti-establishment én het establishment zelf

Dat was een overduidelijke leugen. En bovendien is er verdacht weinig kapitalistisch aan het idee van gratis en door de overheid gereguleerde nationale gezondheidszorg. Maar de NHS is volgens de Britten nu eenmaal een belangrijke nationale trots. Johnson begreep dat de NHS een cruciaal onderdeel vormt van de Britse identiteit. Dat de NHS ooit door Labour is opgebouwd, deed niet ter zake. Zulke traditionele tegenstellingen waren met de brexit immers steeds meer verleden tijd.

Johnson was in zijn tegenstrijdigheid de perfecte politicus om de al even diverse groep brexitstemmers te verenigen in de Conservatieve Partij nieuwe stijl. Hij oogt volks, maar is elitair. Hij sprak als premier de laatste jaren voortdurend over belastingverlaging, maar verhoogde die intussen alleen maar. Hij presenteerde zich als strijder tegen klimaatverandering, maar slechts als dat niet tot veel economische problemen leidde. Johnson was anti-establishment én het establishment zelf.

Johnsons campagnetalent lag erin dat hij die tegengestelde groepen in 2019 tegelijkertijd wist te vertegenwoordigen, schreef columnist Rafael Behr afgelopen week in The Guardian. Eenmaal aan de macht kon dat niet langer goed gaan. “Het was een illusie. Een betovering die, eenmaal verbroken, niet meer opnieuw geloofd kon worden.” De Johnson-bubbel moest een keer knappen.

De erfenis

Dit lijkt dan ook de erfenis die Johnson zijn Conservatieve Partij nalaat: de kapotgeslagen illusie dat de Tories zowel kunnen opkomen voor brexitstemmende armere Britten als voor hun rijke klassieke achterban. Onderzoeker Daniel Pitt van de Universiteit van Hull suggereerde al eens dat de Conservatieve Partij er electoraal goed aan zou doen om een soort ‘Tory-socialisme’ te ontwikkelen, maar dat die kans klein was omdat dit de spanningen in de van oudsher neoliberale partij te ver zou opdrijven.

De hoge inflatie en groeiende armoede vergroten echter de noodzaak voor de Conservatieve Partij om iets te doen voor de nieuwe, door Johnson aangetrokken en minder welvarende achterban, wil zij die niet binnen een paar jaar alweer verliezen. Zonder Johnson koerst de Conservatieve Partij wellicht af op eenzelfde ideologische worsteling als waarin Labour zich al jaren bevindt. “Geen wonder dat veel Tory-parlementsleden gedesoriënteerd en gealarmeerd lijken”, schreef columnist Behr. “Zij weten dat Johnson een probleem is, maar ook dat zijn vertrek zal onthullen hoeveel dieper hun problemen zijn geworteld.”

Die problemen vertalen zich ook al een tijdje in slechte peilingen. Daarin staat Labour op 40 procent en de Conservatieve Partij op 33 procent, 10 procentpunten minder dan bij de verkiezingen in 2019. Bijna twee derde van de Britten zegt ontevreden te zijn over het huidige beleid van de Conservatieve regering. Zelfs onder Conservatieve kiezers is maar 44 procent tevreden over het regeringsbeleid.

Een verhaal dat geen illusie is, waarvoor geen leugens nodig zijn

De nieuwe leider van de Tories – wie dat ook wordt – zal dus met een goed verhaal moeten komen. Want vooral de stemmen die Johnson voor zijn partij won in wat wel ‘de rode muur’ heet, de districten in het midden en noorden van Engeland die vroeger steevast naar Labour gingen, zal zij anders weer kwijtraken. De partij heeft zelfs geluk dat ook Labour nog geen werkelijke uitweg heeft gevonden uit het ideologische post-brexit labyrint. Zo is Labourleider Keir Starmer tegen de brexit, maar wil hij die niet terugdraaien. Net zoals hij de recente grootschalige treinstakingen in het land afkeurde, terwijl een aanzienlijk deel van zijn arbeiderspartij de vakbonden juist steunde.

Johnson profiteerde in 2019 eveneens van de zwakte van Labour – destijds met de impopulaire Jeremy Corbyn aan het roer. Wellicht dat de Tories daar de komende jaren opnieuw op kunnen gokken. Maar op langere termijn zal de partij toch echt met een nieuw verhaal moeten komen. Een verhaal dat geen illusie is, waarvoor geen leugens over kapitalisme en de NHS nodig zijn, maar dat zich evenmin nog langer volledig baseert op de traditionele politieke tegenstellingen van voor de brexit.

Lees ook:

Het VK moet op zoek naar een premier die het vertrouwen herstelt

Boris Johnson maakte donderdag zijn aftreden als Britse premier bekend. De druk vanuit zijn partij werd hem uiteindelijk toch teveel.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden