InterviewsVluchtelingen

Na de brand in kamp Lipa slapen vluchtelingen in de vrieskou met blaren op het lijf

Gestrande vluchtelingen in Bosnië.  Beeld Pierre Crom
Gestrande vluchtelingen in Bosnië.Beeld Pierre Crom

Door een brand in het Bosnische kamp Lipa sliepen zo’n duizend gestrande vluchtelingen de afgelopen weken in de buitenlucht. Fotograaf Pierre Crom verbleef in en rond het deels afgebrande kamp, en sprak daar met drie Pakistanen en een Afghaan.

Bilal Ahmed (20): Mensen uit Bosnië zijn goed, maar de autoriteiten niet

Bilal Ahmed. Beeld Pierre Crom
Bilal Ahmed.Beeld Pierre Crom

Het is koud aan de voet van de bergen, maar ondanks de regen lopen Bilal Ahmed en zijn drie trouwe vrienden over een modderige weg. Vijf maanden is Ahmed nu in Kamp Lipa, een vluchtelingenkamp waar plek is voor zo’n 900 ontheemden, voornamelijk mannen afkomstig uit Pakistan, Afghanistan, Bangladesh en Noord-Afrika.

Kamp Lipa, dat vorige maand grotendeels afbrandde, ligt in de buurt van de Bosnische plaats Bihac, gelegen aan de grens met Kroatië. De omstandigheden in het kamp zijn verre van ideaal: er is geen toilet, geen stromend water, laat staan elektriciteit. Hulpverleners maken zich zorgen over de gezondheid van de mannen, met temperaturen rond of onder het vriespunt. De Bosnische autoriteiten hebben tijdelijk verwarmde legertenten ter beschikking gesteld, maar het is geen blijvende oplossing, terwijl hulporganisaties hier zeker nu op aandringen. Het kamp werd ooit gebouwd als tijdelijk onderkomen, bedoeld om de vluchtelingen tijdens de zomer op te vangen, maar van die intentie is weinig terechtgekomen.

Ahmed is twintig jaar en komt uit de Pakistaanse stad Lahore. Op zijn zeventiende stopte hij met school om een jaar later aan zijn lange voettocht richting Europa te beginnen. Hij liep door Pakistan, Iran en Turkije, om voorlopig te eindigen op de Balkan, in Bosnië. Vijf maanden verblijft hij nu in Lipa, hij is van plan om zo snel mogelijk te vertrekken naar zijn eindbestemming: Italië. Daar wil hij gaan werken als automonteur.

De autoreis richting Italië, die begeleid wordt door een smokkelaar, is duur. Het kost zo’n 5000 euro. Ahmed probeerde eerder de grens met Kroatië over te steken, maar werd gearresteerd door de politie. Daar hield hij een kapotgeslagen voet en knie aan over. Een telefoon heeft hij sinds kort niet meer. Hij werd beroofd door mede-asielzoekers. Want wie een mes heeft, heeft macht in het kamp, luidt een van de lessen. Ahmed: “Mensen uit Bosnië zijn goede mensen, maar de autoriteiten niet”. Ook had hij meer solidariteit verwacht van lokale bewoners, omdat ze moslim zijn, net als hij.

Als de avond valt slaapt Ahmed in een deels afgebrand kamp met vier vrienden op de vloer van een lekkende container die eerder dienst deed als douche en toilet.

Irfan Ullah Gujrat (26): Zolang ik maar genoeg geld verdien om een waardig leven te leiden

Irfan Ullah Gujrat. Beeld Pierre Crom
Irfan Ullah Gujrat.Beeld Pierre Crom

Irfan Ullah Gujrat is gewikkeld in een groen fluwelen deken. Hij loopt langzaam door de regen richting het vluchtelingenkamp.

Ullah Gujrat (26), afkomstig uit het Pakistaanse Lahore, stopte op zijn dertiende al met school. Net als de meeste van zijn landgenoten is Italië zijn eindbestemming. Daar werkt en woont zijn broer. Vier jaar is hij al onderweg. In relatief korte tijd wist hij Griekenland te bereiken. Daar verbleef hij twee jaar, af en toe had hij werk. Ullah Gujrat hield zelfs een klein beetje geld over en zette dat opzij om een smokkelaar te betalen. Als hij de tocht naar Italië lopend aflegt kost hem dat tussen de 500 en 1000 euro.

Ullah Gujrat kan vermoedelijk pas in februari vertrekken, want de maand januari is te koud om door de bergen te lopen. De Pakistaan deed afgelopen twee jaar acht keer een poging om de grens met Kroatië over te steken, maar hij werd telkens door de grenspolitie opgepakt en naar Bosnië teruggestuurd. Eenmaal in Italië wil Ullah Gujrat zo snel mogelijk aan het werk. Hij hoopt op een baan in een restaurant of in een winkel, misschien op de markt. Het maakt hem niet zoveel uit zolang “ik maar genoeg geld verdien om een waardig leven te leiden, en genoeg overhoud om naar mijn familieleden in Pakistan te sturen”.

Noman Razzaq (29): Ik heb al twintig keer geprobeerd om Italië te bereiken

Noman Razzaq. Beeld Pierre Crom
Noman Razzaq.Beeld Pierre Crom

Noman Razzaq en zijn vrienden passeren een politieauto die geparkeerd staat naast een dichtgetimmerde orthodoxe kerk. Ze zijn op weg naar de Jungle – zoals Kamp Lipa bekendstaat. Vijf jaar geleden vertrok Razzaq (29) uit Jhelum in Pakistan. Hij verblijft twee jaar in Bosnië. “Ik heb in deze periode al twintig keer geprobeerd om Italië te bereiken. Maar keer op keer werd ik net over de grens weer teruggestuurd naar Lipa.” Eenmaal in Italië wil Razzaq, gewikkeld in een roze fleecedeken, als timmerman en elektricien aan de slag.

Maar tot die tijd leeft hij onder erbarmelijke omstandigheden. Samen met twintig van zijn landgenoten slaapt hij onder een zelfgemaakte tent, op de grond, zonder matras. De mannen hebben lichamelijke klachten want door een gebrek aan hygiëne lijden sommigen aan huidziekten, met blaren over het hele lichaam als gevolg. De open wonden zijn op handen en armen goed zichtbaar, maar behandeling is voorlopig niet mogelijk. Artsen zijn er niet in het kamp. Alleen de vrijwilligers van het Rode Kruis komen twee keer per dag brood en soep uitdelen. Af en toe eet Razzaq groenten, gedoneerd door de lokale moslimgemeenschap.

Tijdens de laatste vraag van de fotograaf beginnen Razzaqs vrienden ongeduldig te worden. Het busje vol etenswaren van het Rode Kruis is gearriveerd. De mannen haasten zich om aan te sluiten achter in een lange wachtrij.

Khesraw Khalil (21): We voelen ons zelfs gehaat door de lokale moslimgemeenschap

 Khesraw Khalil. Beeld Pierre Crom
Khesraw Khalil.Beeld Pierre Crom

De nacht valt in Kamp Lipa. Een lokale ondernemer heeft in een lange witte container een winkel ingericht, voorzien van een verlichte voortent. Vijf Afghaanse vluchtelingen houden zich daar schuil voor een hevige regenbui. Tegen betaling van 1,50 euro kon Khersaw Khalil bij deze ondernemer zijn smartphone opladen. Als een van de weinige vluchtelingen draagt hij een mondkapje.

Twee jaar geleden vertrok Khalil lopend vanuit Kabul, hij was toen negentien. In tegenstelling tot de andere vluchtelingen die Trouw sprak, heeft Khalil zijn school wel afgemaakt. Dat is goed te horen aan zijn Engels, ook spreekt hij een beetje Frans. Over een maand wil hij voor de elfde keer een poging wagen om de grens met de Europese Unie over te steken, om zich vervolgens in Duitsland te vestigen. Op de vraag hoe hij zijn toekomst in Duitsland voor zich ziet, moet hij het antwoord schuldig blijven. Maar met hulp van zijn vrienden zegt hij uiteindelijk: eigenaar worden van een avondwinkel.

Sinds de grote brand die Kamp Lipa grotendeels in de as legde, zijn de levensomstandigheden in het vluchtelingenkamp verslechterd: stromend water en sanitaire voorzieningen zijn er niet. Khalil slaapt op de grond van een zelfgemaakte tent, samen met vier vrienden.

De 21-jarige Afghaan is goed op de hoogte van de recente geschiedenis van Bosnië en Herzegovina: de bloedige oorlog tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Honderdduizenden mensen vluchtten in de jaren negentig vanwege die oorlog richting het Westen. Het oorlogsverleden zorgt voor onbegrip onder Afghaanse vluchtelingen. Zij ervaren weinig hulp vanuit de lokale moslimgemeenschap. “We voelen ons zelfs gehaat”, zegt Khalil, “terwijl we net als de Bosnische moslims destijds een land in oorlog zijn ontvlucht.”

Lees ook: 

Brussel: Bosnië moet betere opvang regelen voor vluchtelingen

Vluchtelingen in Bosnië worden amper opgevangen. De Europese Commissie roept het land op een nieuw kamp in te richten. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden