null Beeld
Beeld

De MegastadSjanghai

Moslims zie je hier niet veel

Het is vrijdagavond, en dat betekent filerijden. Met vrienden ben ik op weg naar een concert buiten de stad. Terwijl de auto vooruit kruipt, nemen we het wereldnieuws door.

In het Suezkanaal ligt een enorm schip dwars. We verbazen ons over hoe moeilijk het blijkt om dat schip vlot te trekken. En dan speculeren we waar de hulp vandaan moet komen. China misschien? Vanaf de achterbank zie ik nog net hoe Laura haar neus optrekt. “Het is Egypte natuurlijk. Allemaal moslims daar. Ik zou er niet graag heen gaan, je kunt ze niet vertrouwen.”

Ik ben uit het veld geslagen. Mijn vriendin, achter in de veertig, is hoogopgeleid, een advocate die in het Westen naar een businessschool ging. Haar Europese vriend zit achter het stuur en kijkt snel opzij. “Laura, kom op zeg”, zegt hij scherp. We stappen over op een ander onderwerp.

Vervreemding

Het leven in de stad maakt je flexibel, je went aan buiten­beentjes, dompelt je onder in alle geuren, smaken, kleuren van de regenboog. Maar het doet blijkbaar ook vervreemden van de werkelijkheid. Moslims zie je hier niet veel. Er is een kleine vrijdagmarkt, bij een moskee ergens achter een grote weg. Als de wind mijn kant op staat, ruik ik ’s avonds vanaf mijn balkon de walm van de barbecue van het Xinjiang-restaurant verderop in de straat.

Er zijn een aantal van zulke restaurants in Shanghai, waar nooit helemaal duidelijk wordt of achter de barbecue écht Oeigoeren staan. Als je het ze vraagt, noemen ze een thuisstad in Xin­jiang, waar het eten geweldig is en ja hoor, met hun familie gaat het goed. Daarna moeten ze snel doorwerken – geen tijd meer om te kletsen.

Laura groeide net als de andere stadbewoners op met verhalen over de gevaarlijke plattelands­gebieden. Ver weg, in het westen werden aanslagen gepleegd. Door moslims die niet bij China wilden horen. De propaganda is tegenwoordig omgeslagen: in Xinjiang is het veilig en iedereen mag er vakantie komen vieren. Maar dat beeld van enge moslims is blijven hangen.

Niet zomaar iedereen verdenken

Mijn stagiaire Shan is nog nooit in Xinjiang geweest, maar wel in de Verenigde Staten waar ze een zomercursus deed aan een Amerikaanse universiteit. Enthousiast vertelt ze over een college over terrorismebestrijding. De docent had een jongen met wortels in het Midden-Oosten uitgenodigd. Op de middelbare school was hij door zijn leraar handenarbeid aangegeven bij de politie. Hij had een klok gemaakt, en het zou weleens een bom kunnen zijn.

Idioot, vond Shan. Je kunt toch niet zomaar iedereen verdenken omdat één persoon met dezelfde achtergrond eens een bom in elkaar knutselde?

Ik wijs haar op het Chinese ­beleid in Xinjiang. Mag het daar wel dan? Een hele bevolkingsgroep straffen, heropvoeden, omdat een kleine groep Oeigoeren aanslagen pleegde? Shan denkt diep na. Lacht ongemakkelijk. En begint dan aan een onnavolgbaar antwoord. Ze komt er niet uit. Ze is pas 22 jaar oud en ik ben zo ontzettend blij dat ze er in ieder geval over nadenkt.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden