De drie dochters van Mohammad Hatta (vlnr): Gemala Rabi'ah Hatta, Meutia Farida Hatta Swasono, Halida Nuriah Hatta.

Dekolonisatie Indonesië

Mohammed Hatta: hier een opruier, in eigen land een held

De drie dochters van Mohammad Hatta (vlnr): Gemala Rabi'ah Hatta, Meutia Farida Hatta Swasono, Halida Nuriah Hatta.Beeld Suzanne Liem

In de zomer van 1945 begon in Indonesië de onafhankelijkheidsoorlog. Documentair fotograaf Suzanne Liem zocht de kinderen van de hoofdrolspelers op. Deel 1 van een nieuwe serie: de dochters van Mohammed Hatta, eerste vicepresident van de Republiek Indonesië en nationale held.

 Elf jaar van zijn leven verbleef Mohammad Hatta in Nederland, waar hij in 1921 naartoe kwam om in Rotterdam te studeren. Het land dat voor hem toen al de koloniale overheerser belichaamde. Dat hem in 1927 aanklaagde wegens opruiing, en hem na terugkeer in Indonesië jarenlang interneerde in strafkampen in Nieuw-Guinea en de Molukken. Met Soekarno riep hij in 1945 de onafhankelijke Republiek Indonesië uit, waarna een vijf jaar durende dekolonisatieoorlog volgde.

In Indonesië geldt hij officieel als ­nationale held (sinds 2012). Voor zijn drie dochters is hij gewoon ook hun ­vader. Meutia, de oudste van de drie: “Zijn woorden kwamen altijd overeen met zijn daden: hij was eerlijk, tegen zijn gezin, tegen zijn familie en tegen het Indonesische volk.”

Meutia Farida Hatta Swasono (1947) was van 2004 tot 2009 minister van vrouwenzaken in Indonesië. Gemala Rabi’ah Hatta (1952) is actief als bestuurder in de gezondheidszorg. Halida Nuriah Hatta (1956) werkt bij een Japans bedrijf in de olie-industrie. 

De ontvangst in de Hatta Residence, het ouderlijk huis in een chique wijk van Jakarta, is hartelijk. Hatta betrok het na zijn terugtreden uit de politiek in 1956. Zijn jongste dochter Halida woont er nog. Er is uitvoerig gekookt. Aan de muur van Hatta’s werkkamer hangt zijn ingelijste diploma van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool, de huidige Erasmus Universiteit.

Zijn dochters werden niet in het ­Nederlands opgevoed. Halida: “Maar we verstonden het wel, omdat we ‘ayah’ (vader) en moeder dagelijks Nederlands met elkaar hoorden praten. Het was fascinerend om naar hun vriendelijke ­gesprekken te luisteren.

“Toen ik klein was, gingen we in de weekeinden naar Megamendung in de bergen, zo’n 80 kilometer van Jakarta, waar vader vóór 1945 een villa had ­gekocht. Daar las hij ons voor uit het sprookjesboek van Hans Christian ­Andersen, in Nederlandse vertaling. Terwijl zijn ogen de Nederlandse tekst lazen, vertaalde hij simultaan voor ons in het Indonesisch.”

Mohammed Hatta en zijn vrouw Rahmi Rachim. De fotograaf is onbekend.

Toen Halida geboren werd, in 1956, was haar vader 53 jaar oud. “Ik ben door God gezegend dat ik 24 jaar lang met mijn ouders heb kunnen samenleven. Toen mijn vader stierf, studeerde ik nog. Een paar dagen voor zijn dood streelde hij mijn haar en zei: ‘Halida, ik geloof dat je nu volwassen bent’.  Vergeleken met mijn dochter op die leeftijd, was ik toen nog een beetje kinderlijk, niet in staat om zo diepgaand en analytisch te denken als zij.”

Bijna dertig jaar eerder, in 1927, ­bezocht Hatta het oprichtingscongres van de ‘Liga tegen imperialisme en ­koloniale onderdrukking’ in Brussel. Daar ontmoette hij onder meer Jawaharlal Nehru, die twintig jaar later de eerste minister-president van onafhankelijk India zou worden. Hatta was al sinds 1922 penningmeester van de ­Indonesische Vereeniging, die streefde naar volledige onafhankelijkheid van ­Nederland en zichzelf in 1925 omdoopte tot Perhimpoenan Indonesia.

“Mijn vader was zijn tijd ver vooruit, vanwege zijn uitstekende analyses van de situatie in de wereld. Toen hij werd gekozen tot voorzitter van Perhimpoenan Indonesia, in 1926, zei hij in zijn speech dat Aziatische landen ooit zouden gaan vechten voor de onafhankelijkheid, allemaal ongeveer tegelijkertijd. Dit gebeurde inderdaad tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hoe meer ik over mijn vader lees, in historische werken en in zijn autobiografie, hoe meer ik denk dat zijn zorgen over het land, over hoe het onafhankelijk kon worden, al in zijn jeugd zijn ontstaan. Hij was pas zes jaar oud toen een vriend van zijn grootvader gevangen werd gezet omdat hij zich zou hebben aangesloten bij een opstand tegen de Nederlanders. Toen al had hij de ­indruk dat er iets niet klopte.”

Gemala: “Mijn vader heeft wel eens gezegd dat de Nederlandse mensen in Nederland andere manieren hadden dan de Nederlanders in Nederlands-Indië. Die hadden een andere cultuur: minder goed opgeleid, meedogenloos, wreed en ongemanierd. Ik zou zeggen dat de Nederlanders hier ervan genoten om de macht te hebben.”

Hatta keerde terug naar Indonesië in 1932. Daar sloot hij zich aan bij een ­Indonesische organisatie die het politieke bewustzijn van de bevolking wilde verhogen. Voorzitter was Sutan Sjahrir, eveneens onafhankelijkheidsstrijder en vanaf 1945 de eerste minister-president van Indonesië. Beiden werden in 1934 gearresteerd en naar een strafkamp in Boven-Digoel op Nederlands-Nieuw-Guinea gebracht.

Gemala: “Dit drong pas door in ­Nederland toen ze daar al bijna een jaar zaten, malaria hadden opgelopen en bijna doodgingen. De Nederlandse regering schrok, en begreep niet waarom deze in Nederland opgeleide personen naar de slechtst denkbare plaats in het land waren verbannen. De omgeving van Boven-Digoel was moerassig met veel krokodillen. Het was de plek waar gevaarlijke criminelen, mensen met communistische sympathieën of ­activisten die zich misdroegen naartoe moesten. Op bevel van Den Haag ­werden Hatta en Sjahrir daar weggehaald en naar het eiland Banda-Neira in de Molukken ­gebracht. Daar zaten ze van 1936 tot 1942. Het waren geen criminelen, ze hadden nooit naar Boven-Digoel mogen worden gestuurd.”

Tijdlijn

17 augustus 1945 Soekarno en Hatta roepen de Republiek Indonesië uit, onder druk van nationalistische jongeren. Mohammad Hatta wordt vicepresident.

Oktober 1945-begin 1946 Bersiap-periode, met massale gewelddadigheden van Indonesische strijdgroepen gericht tegen elk buitenlands gezag. Daarbij vallen mogelijk meer dan 35.000 dodelijke slachtoffers, onder wie veel (Indische) Nederlanders.

Maart 1946 Koloniaal bestuurder Huib van Mook stelt voor de Republiek Indonesië te erkennen. Nederlandse troepen worden in Indonesië toegelaten om Britse posities over te nemen.

15 november 1946 Ondertekening Akkoord van Linggadjati. Doel is een Verenigde Staten van Indonesië dat samen met Nederland de Nederlands-Indonesische Unie vormt. Dat gaat veel Nederlanders te ver.

25 maart 1947 De Nederlandse Tweede Kamer ratificeert het Akkoord van Linggadjati, dat echter flink is bijgesteld. In Indonesië is het intussen permanent oorlog.

21 juli-5 augustus 1947 Operatie Product (eerste politionele actie) op Java en Sumatra door Nederlandse strijdkrachten.

19 december 1948-5 januari 1949 Operatie Kraai (tweede politionele actie). Hiermee wilde legercommandant Spoor een einde maken aan Soekarno’s Republiek Indonesië. De internationale reacties zijn furieus, de VN-Veiligheidsraad dreigt met internationale sancties.

7 mei 1949 Nederland en de Republiek Indonesië sluiten een akkoord (de ‘Van Roijen-Roem-overeenkomst). Daarmee wordt gehoor gegeven aan de resolutie van de Veiligheidsraad.

23 augustus-2 november 1949 Rondetafelconferentie in Den Haag voor een definitieve regeling van het conflict.

27 december 1949 Soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië. Die wordt door Soekarno binnen een jaar omgevormd tot eenheidsstaat.

Daarmee was Hatta’s rol niet uitgespeeld. In de in 1945 uitgeroepen Republiek Indonesië werd hij vicepresident en in januari 1948 minister-president. Tijdens kabinet Hatta-1 vond Operatie Kraai plaats, ofwel de ‘tweede politionele actie’, waarmee Nederland een einde wilde maken aan Soekarno’s Republiek Indonesië.

Hatta werd verbannen naar het ­eiland Bangka, Soekarno naar Noord-Sumatra. Maar internationaal had ­Nederland zijn hand overspeeld. Na woedende reacties en een veroordeling door de VN-Veiligheidsraad, sloten Nederland en de ­Republiek Indonesië het Van Roijen-Roem akkoord dat, onder andere, de weg vrijmaakte voor de regering in ballingschap om in de zomer van 1949 terug te keren.

De laatste fase van de onafhankelijkheidsstrijd vond plaats in Den Haag en ook daar speelde Hatta een prominente rol, tijdens de rondetafelconferentie die op 27 december 1949 zou leiden tot de soevereiniteitsoverdracht.

De Nederlandse aanwezigheid in ­de archipel begon aan het einde van de zestiende eeuw. De dekolonisatieoorlog was het sluitstuk van meer dan 300 jaar koloniale overheersing. Daarna zou het nog ruim 70 jaar duren voor koning Willem-Alexander afgelopen maart excuses maakte voor geweldsontsporingen van Nederlandse zijde tijdens de onafhankelijkheidsstrijd.

Die excuses moesten er volgens ­Gemala komen. “­Nederland heeft hier enorme rijkdom vergaard.” Ze verwijst naar de vele Indonesiërs  – ‘meer dan een miljoen’ – die tijdens de koloniale overheersing de dood vonden. “Door moordpartijen door soldaten van de VOC, onder leiding van onder anderen Jan Pieterszoon Coen op de Molukken, of door ziekten die ­Nederlanders meebrachten. Of van uitputting, zoals de dwangarbeiders die begin negentiende eeuw de Grote Postweg van Daendels moesten aanleggen. Ook was er de meedogenloze kapitein Westerling die huishield op Sulawesi.

Mohammed Hatta en zijn dochters.Beeld Nikola Drakulic

“Koning Willem-Alexander heeft ­begrepen dat we door moeilijke tijden zijn gegaan bij het terugwinnen van ons land Gods, hoewel sommige Indonesische politici zich hebben afgevraagd voor welk deel van de geschiedenis hij zijn verontschuldigingen aanbood. Maar als Indonesiër waardeer ik zijn goede wil.”

Ze begrijpt dat sommige Nederlandse Knil-veteranen niet gelukkig zijn met de excuses. “Toen de Amerikaanse soldaten terugkwamen uit Vietnam werden zij door de Amerikanen niet als helden gezien. Hetzelfde overkwam de Knil-militairen. Maar alle vormen van annexatie, exploitatie en andere slechte daden tegen anderen zijn volgens alle godsdiensten verboden.

Van de profeet Adam (volgens de Koran de eerste profeet, red) tot Jezus en de laatste profeet Mohammed, de boodschap van Gods stem is helder als glas: wees goed! De Knil-veteranen, van wie sommigen Indonesisch bloed hadden, moeten begrijpen dat het koloniseren van andere naties altijd tegen Gods wil is. En ook voor het geweten van atheïsten geldt: doe anderen geen kwaad.”

Mohammed Hatta

Nederland had het graag over de morele opdracht die het in Indië had te vervullen. Mohammad Hatta (1902-1980) geloofde daar niets van. De kolonisator was uit puur eigen ­belang gekomen.

De Sumatraan had de hand in zowel de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van 1945 als de soevereiniteitsoverdracht van 1949. In Jakarta schreef hij mee aan de proclamatie. Vier jaar later zette hij ­namens de ­republiek Indonesië in het Paleis op de Dam in Amsterdam zijn handtekening onder de echtscheidingspapieren.

Hatta werd al als puber politiek ­bewust en werd na zijn vertrek naar Rotterdam voor een studie economie in 1921 alleen maar gesterkt in zijn overtuiging dat de band tussen moederland en kolonie ongelijkwaardig was. Hij werd aangeklaagd voor ­opruiing en later vrijgesproken. Toen hij na elf jaar Nederland terugkeerde naar huis, werd hij weer gearresteerd vanwege zijn activiteiten en zes jaar geïnterneerd in kampen. Hatta: “Als ze je vleugellam hebben gemaakt in gevangenschap, probeer dan zoveel mogelijk kennis op te doen.”

Vanaf 1942 werkte Hatta samen met de Japanse bezetters, om via hen ­onafhankelijkheid te bereiken. Die tijd bracht hem ook vaker samen met een andere strijder voor dat doel, Soekarno. Tot snelheid gemaand door revolutionaire jeugd riep die in 1945 de onafhankelijkheid uit. ­Soekarno werd president, Hatta zijn vicepresident. Hij was ook een tijdje premier.

Hatta kreeg in toenemende mate moeite met de autocratische neigingen van Soekarno. In 1956 trok hij zich mede om die reden terug uit de politiek. Hij overleed in 1980. In het huidige Indonesië staat hij als een van de aartsvaders van het land in hoog aanzien. De luchthaven van ­Jakarta draagt de naam van Soekarno en hem.

Lees ook:

Verantwoordelijk voor de nalatenschap van opa

Gustika Jusuf-Hattam (1994) is kleindochter van Mohammad Hatta. Ze studeerde oorlogsstudies in Londen en is jeugdadviseur bij het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden