Aanklacht

Missionaris Ángel Olaran is boos dat de wereld niets doet aan de honger in Tigray. ‘Mensenrechten tellen niet meer’

Een vrouw in Agula, een stadje in Tigray, is boos omdat ze zo weinig bonen krijgt bij de voedselverdeling. De foto is al een jaar oud en sindsdien is de voedselsituatie in Tigray dramatisch verslechterd. 
 Beeld AP
Een vrouw in Agula, een stadje in Tigray, is boos omdat ze zo weinig bonen krijgt bij de voedselverdeling. De foto is al een jaar oud en sindsdien is de voedselsituatie in Tigray dramatisch verslechterd.Beeld AP

Al maanden wachten de inwoners van Wukro in de door burgeroorlog verscheurde deelstaat Tigray in Ethiopië op voedsel. Missionaris Ángel Olaran woont er en blogt over de honderdduizenden doden.

Erik van Zwam

‘Mensenrechten tellen niet meer’, schrijft de Baskische missionaris Ángel Olaran op zijn blog, dat heel af en toe zijn achterban in Spanje bereikt, want Tigray is al anderhalf jaar vrijwel volledig van de buitenwereld afgesloten. Zelfs hulporganisaties hebben er nauwelijks of geen toegang. Olaran slaakt een noodkreet. ‘Wie geeft er om de kinderen die sterven in Tigray? De afgelopen zes maanden zijn daar 200.000 kinderen gestorven door gebrek aan een beetje voedsel.’

Het is een noodkreet, maar ook een aanklacht – een j’accuse – tegen de machthebbers in deze wereld: de Europese Unie, de Verenigde Naties, de Verenigde Staten, de Afrikaanse Unie en de talloze hulporganisaties, die te weinig doen, wegkijken en andere prioriteiten hebben, zoals de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne.

Een diepgewortelde haat tegen de Tigrayers

De 84-jarige Spaanse priester werkt al ruim 25 jaar in het stadje Wukro in het noorden van Tigray, zo’n 200 kilometer van de Eritrese grens. Hij schrijft over de gevolgen van de burgeroorlog in Tigray die nu al meer dan anderhalf jaar duurt. Een paar dagen voordat het Ethiopische leger, met hulp van Eritrese troepen en Amhaarse milities uit de zuidelijk gelegen deelstaat, begin november 2020 Tigray binnenvielen, vertrok hij voor een spoedoperatie naar Spanje. Pas vijftien maanden later keerde hij naar Wukro, dat eens zo’n 30.000 inwoners telde, terug.

Ángel Olaran. Beeld Centre dÍndicatives Solidàries Àngel Olaran
Ángel Olaran.Beeld Centre dÍndicatives Solidàries Àngel Olaran

Hij moest toestemming krijgen om naar Tigray te gaan en verbleef eind vorig jaar een paar maanden in de hoofdstad Addis Abeba, waar hij een diepgewortelde haat constateerde tegen Tigrayers. Duizenden waren zonder aanklacht gearresteerd, hadden hun banen verloren of hun ondernemingen werden gesloten.

Toen hij eenmaal op 11 januari van dit jaar in Wukro arriveerde, leefden de meeste mensen van twee eetlepels rijst per dag. Voedsel, zout, brandstof waren vrijwel onbetaalbaar geworden, als ze al voorradig waren. ‘Voedsel stond hier op de lijst met prioriteiten op plaats 1 tot en met 4’, schrijft hij over de situatie.

‘Ze worden achttien jaar aan het front’

Jongeren uit Wukro, vaak jonger dan zeventien jaar, vertrekken naar het front. Een meisje van vijftien, Helen, gaat in plaats van haar vader vechten, want ze wil niet dat hij zijn baan opgeeft. ‘Ze worden achttien aan het front’, schrijft Olaran bedroefd. In een latere blog voegt hij eraan toe: ‘Als ze nog in leven zijn om volwassen te worden’.

De Bask runt in Wukro een tuinbouwschool en een opvang voor bejaarden en mensen met een chronische handicap, waarvan er in korte tijd 21 van de 92 mensen zijn overleden. Brehane, die door Olaran ‘onze weesjongen’ wordt genoemd, werd door Eritrese militairen gedwongen met vier andere jongens huizen leeg te halen en vooral kippen en lammeren te pakken. Toen de Eritrese militairen alles hadden opgeladen, schoten ze de vijf jongens dood.

Het zijn de horrorverhalen van een verschrikkelijke, bijna vergeten burgeroorlog, die naar schatting al een half miljoen levens heeft gekost in Tigray. De meesten kwamen om van de honger. Als op 24 maart van dit jaar een wapenstilstand wordt overeengekomen tussen de strijdende partijen, is de hoop dat noodhulp de hongerende deelstaat snel zal bereiken. De Verenigde Naties zeggen dat er elke dag minimaal honderd vrachtwagens met voedsel, medicijnen en noodpakketten nodig zijn om een humanitaire ramp te voorkomen. Van de overgebleven 5,5 miljoen Tigrayers is inmiddels 90 procent afhankelijk van voedselhulp.

Op de 22ste maart noteert de missionaris in zijn blog: ‘Er gaan honderd vrachtwagens per dag naar Tigray komen’. Een paar dagen later schrijft hij hoopvol: ‘We hebben gehoord dat er vier vliegtuigen van een Arabische natie zijn geland met humanitaire hulpgoederen’.

‘Je ziet dat er iets niet klopt’

Zondag 27 maart noteert hij dat de komst van hulpgoederen nog wel een maand kan duren, maar dan komen er tweehonderd vrachtwagens per dag aan. De 29ste komt het bericht dat de rebellen uit Tigray veertig vrachtwagens tegenhouden. Op 30 maart weet de missionaris wat graan, snijbieten en ander voedsel te kopen van vijf behulpzame kooplieden.

Hij en Wukro blijven wachten op de beloofde vrachtwagens, terwijl de honger elke dag slachtoffers eist. ‘Elke dag zonder hulp neemt de misdaad tegen de menselijke waardigheid in Tigray toe’, noteert de priester vertwijfeld. Op 20 april schrijft hij: ‘Er zijn nu zeventig vrachtwagens gearriveerd, van de beloofde 2610'.

Ondertussen woedt de oorlog in Oekraïne al twee maanden. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, zet zich met hart en ziel in om humanitaire corridors te regelen voor vier steden die onder een verschrikkelijk spervuur liggen van de Russische artillerie. Er klinkt bitterheid in Olarans blog van 22 april: ‘Je kijkt naar de kaart, en je ziet dat we op dezelfde aarde wonen. Je vraagt jezelf af: Gelooft er iemand dat we in Tigray tot dezelfde wereld behoren?’ Hij verzucht: ‘Je ziet dat er iets niet klopt’.

Er wordt een brief naar Guterres verzonden met een noodkreet over de situatie in Tigray. ‘Er komt geen reactie van de Verenigde Naties, noch van de Afrikaanse Unie, noch van de Europese Unie.’ De wereld is Tigray vergeten.

De hoop is gevestigd op de oogst van de eigen boeren in Tigray in de komende maanden. In zijn laatste blog van 25 mei schrijft Olaran dat in een groot gebied de tomaten, de cactusvijgen en de appels zijn aangevreten door schimmels. ‘Overal om ons heen zijn de gewassen aangetast.’

Lees ook:

In het Ethiopische Tigray zijn de inwoners uitgehongerd, wapenstilstand moet noodhulp mogelijk maken.

De rebellen in de noordelijke Ethiopische provincie Tigray respecteren een staakt-het-vuren, dat eenzijdig door de regering in Addis Abeba is uitgeroepen. Zo kan de noodhulp op gang worden gebracht. In Tigray is meer dan 90 procent van de 5,5 miljoen inwoners afhankelijk van voedselhulp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden