EssayHerdenken in Duistland

Mijn vader was een overtuigd nazi, toch?

Beeld Gemma Pauwels

Ook de Duitsers werden in mei 1945 bevrijd. Maar schaamte staat viering in de weg, schrijft Jaap Robben.

In Duitsland wordt veel schuld herdacht: Kristallnacht, Volkstrauertag, (waarin alle slachtoffers van oorlog worden herdacht), de bevrijding van Auschwitz en nog veel meer. Maar sinds ik zeven jaar geleden in Duitsland ben gaan wonen, heb ik nooit gemerkt dat naast deze schuld ook de bevrijding wordt herdacht. Laat staan gevierd. Terwijl de Duitsers in mei 1945 in feite toch ook bevrijd zijn van het nazi-regime? Zeker wie niet met hen sympathiseerden. En alle na-oorlogse generaties.

De afgelopen maanden sprak ik veel Duitsers over de Kriegsende. Niemand noemt het hier bevrijding. Ik kom via-via in contact met Rolf (68) uit Essen. “Meine Eltern sind schon längst tot’, mailde hij. “Het verleden van mijn familie laat me niet los, vooral niet dat van mijn vader. In dozen, sigarenkistjes en een aktentas heb ik zijn nalatenschap. Op grond van die foto’s en documenten laat zijn verleden zich raden.” Hij besluit met de opmerking dat het verleden steeds tussen hem en zijn ouders heeft ingestaan, zelfs na hun dood. “We hebben nooit meer contact gehad zonder ruzie te krijgen.”

Hij nodigt me uit bij hem thuis. Door de toon van zijn mail verwacht ik iemand aan te treffen die het verleden als een blok beton op de schouders draagt. De deur wordt echter opengedaan door een gul lachende man. Rolf wekt het vertrouwde gevoel bij me op dat ik ook kan hebben wanneer ik ouders van dierbare vrienden ontmoet. In zijn werkkamer heeft hij een aantal dozen uitgestald, we hurken. 

Een Wehrmachtpass, medailles

De klep van een sigarenkist staat open omdat die teveel foto’s bevat. Drie mannen met bolle buiken in SS-uniformen. Ik zie een Wehrmachtpass, medailles. ‘Kijk’, uit een doosje haalt hij twee granaatscherven met puntige tanden. “Deze zijn tijdens een operatie uit mijn vaders longen verwijderd. Daarna werd hij naar huis gestuurd.”

“Wist u als kind al van het bestaan van deze spullen?”

“Nee, we kwamen het pas tegen toen we het huis leegruimden nadat mijn moeder was overleden.”

“U werd zeven jaar na de oorlog geboren, wanneer ontdekte u wat er zo kort voor uw leven had plaatsgevonden?”

“Het besef kwam toen we rond mijn 14de jaar op school de film ‘Die Brücke’ keken. Vreselijk vond ik dat, ik wilde het eigenlijk niet zien.” Rolf tuurt even naar buiten, denkt na. “Ik rende als kind in Essen tussen de ruïnes door naar school, we speelden ertussen. Er was oorlog geweest, verder vertelde niemand ons wat er was gebeurd. Het was gewoon een feit, daar vroeg je je als kind niets bij af. Ik wist als kind wel dat in de kelder een exemplaar van ‘Mein Kampf’ lag, maar die heeft mijn vader voor zijn dood weggegooid tijdens het opruimen.”

“Uit schaamte?”

Rolf schudt wat aarzelend met zijn hoofd. “Waarschijnlijk omdat het aangevreten was door de muizen.”

“Hebt u er als kind met uw ouders over gepraat?”

“Nee, zeker niet. Nooit.”

Foto's

Uit het sigarendoosje haalt hij een foto tevoorschijn. “Dit zijn mijn grootvader, mijn vader en mijn oom.” De drie mannen in SS-uniformen. Er volgt een foto van zijn vader bij het Führerhauptquartier. Vader die poseert voor een hotel dat vol hangt met Nazi-vlaggen. Zo gaat het door, foto na foto.

“Welk beeld had u als kind van uw ouders?”

“Mijn moeder was protestants, aan vaders kant was iedereen katholiek. Op zondagen gingen zij allebei naar een andere kerk. Mijn moeders familie bestond uit sociaal-democraten. En zonder dat ik het wist waren ze aan mijn vaders kant overtuigde aanhangers van de nazi’s.”

“Hoe ging dat tussen die families?”

“In mijn jeugd was er nauwelijks contact. Pas na de dood van mijn ouders leerde ik mijn neven en nichten kennen.”

“Had uw oudere broer herinneringen aan de oorlog?”

Begraven uniform

“Die was nog heel jong, hij was van 1939. Maar nadat mijn vader in 1942 gewond was geraakt, woonde hij met onze ouders in Baden-Württemberg op een boerderij. Mijn broer vertelde me eens dat onze vader hem tegen het eind van de oorlog meenam naar de stal. Schichtig keek hij om zich heen, deed de staldeur open en wees naar de donkere hoek. Daar heb ik alles begraven, fluisterde hij zenuwachtig. Dat moet zijn uniform geweest zijn. Het was al in 1945, mijn moeder was toen hoogzwanger.”

“Werd er tijdens het eind van de oorlog een kind geboren?”

Rolf knikt. “Maar het stierf al snel. Toen de Amerikanen kwamen, liep mijn vader hen tegemoet. Hij sprak behoorlijk goed Engels. Tegen die soldaten vertelde hij dat er een dood kind op de boerderij was. Die soldaten zijn naar de opgebaarde baby komen kijken. Daarna werden mijn ouders met rust gelaten. Later heeft mijn moeder eens tegen mijn broer gezegd dat het kindje misschien daarom gestorven was, om ons te beschermen.”

Beeld Gemma Pauwels

Zorgzame gezinsvader

Rolf laat me naoorlogse kleurenfoto’s zien en wijst zichzelf aan. Zijn vader in een enorme zwembroek. Een man die er al op jonge leeftijd erg oud uitzag. Op de volgende foto lopen vader en zoon door het Beierse bos. “Hij was een zorgzame gezinsvader, het blijft moeilijk voor te stellen dat hij hier echt in geloofde. Misschien heeft hij toch wel spijt gekregen.”

“Denkt u dat of hoopt u dat?”

Rolf gnuift, zegt dan: “Ik weet het niet.”

“In uw e-mail schreef u dat er behalve ruzie geen contact meer tussen jullie is geweest. Wanneer ontstond dan jullie conflict?”

“Rond mijn 18de werd ik actief bij Die Falken, de jongerenafdeling van de SPD. De serie Holocaust werd toen uitgezonden op televisie. Vanuit Die Falken kon ik een videorecorder ­lenen om dat op te nemen. Thuis vertelde ik dat ze die avond geen televisie konden kijken, omdat ik de antenne nodig had. Toen mijn vader door kreeg waarom, barstte hij uit. Hij schreeuwde dingen die ik nooit meer wil herhalen. Over Joden en de Jodenvernietiging…”

Rolf schudt zijn hoofd. “Hoe heeft hij dat mijn hele jeugd zo kunnen verbergen? Na al die jaren had hij die overtuigingen nog steeds. Het is nadien nooit meer goedgekomen tussen ons.”

“Op welke manier denkt u nu terug aan uw vader?”

“Benieuwd wat hij ervan zou vinden dat ik erover spreek. Wie ik geworden ben.” Rolf kijkt door het raam naar de wolken, al gelooft hij niet.

Je kunt nooit een ex-zoon zijn

Je kunt elke relatie in je leven verbreken, behalve die met familie. Je kunt nooit iemands ex-zoon zijn. Of een ex-vader. Misschien zit daarin ook de last van het verleden. Zelfs als je totaal anders in het leven staat, erf je deze dozen met met iemands ideologische verleden.

“Hebt u hier met veel mensen over gesproken?”

“Zelden. Ik ken wel iemand met een soortgelijke geschiedenis. Maar verder komt het eigenlijk nooit ter sprake.”

“Waarom wilt u er nu zo openlijk over praten? Is dat moeilijk?”

“Natuurlijk, zeker in deze politieke tijd. Maar het gaat niet over mij persoonlijk, ikzelf ben totaal anders. Ik hoop andere mensen aan te zetten zich te interesseren in hun familie­geschiedenis. Hoe kan iemand zoiets doen en dat vervolgens zo verborgen houden?”

Er valt een stilte. “Was mijn vader een nazi?” vraagt Rolf dan ineens. 

Ik snap zijn plotse twijfel niet. Het bewijs ligt toch hier?

“Ik heb het me vaak afgevraagd. Misschien heb ik mezelf altijd voorgehouden dat hij een meeloper was…” Rolf schudt zijn hoofd, kijkt me aan. “Hij was een overtuigd nazi, toch?”

Identificeren met de bevrijders

In de auto terug naar huis bedenk ik dat het voor mij als Nederlander altijd een vanzelfsprekendheid was om me te identificeren met de bevrijders. Ik schaarde mezelf zonder aarzelen bij hen, terwijl ik op geen enkele manier heb bijgedragen aan die bevrijding. Wij Nederlanders hoorden allemaal bij hen, zo leerden we dat ook op school. In werkelijkheid streden er 25.000 Nederlandse mannen vrijwillig mee met de SS, mogelijk zelfs 50.000. Dat waren er veel meer dan uit andere bezette gebieden. Ook vele malen meer dan er Nederlanders meestreden met de geallieerde troepen. Meer dan 100.000 Nederlandse Joden werden vermoord, in verhouding ook veel meer dan uit andere landen. Toch hebben we na de oorlog uit de erfenis vooral het slachtofferschap gekozen.

Inmiddels krijgt ons donkere aandeel in deze geschiedenis meer aandacht. In 2000 bood toenmalig premier Kok excuses aan voor de kille ontvangst van Joden die de Holocaust hadden overleefd. Tijdens de laatste Auschwitz­herdenking bood premier Rutte excuses aan voor het handelen van ambtenaren tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Met het verstrijken van de decennia reiken onze collectieve excuses dieper terug in de tijd. Ons beeld van het nationale oorlogsverleden wordt completer. Het belangrijkste dat we daaruit leren, is dat we niet enkel meer haat bij de ander signaleren, maar ook in onszelf. De kiem voor wat er in de jaren dertig plaatsvond, zien we minder als iets exclusief Duits. Het kan overal plaatsvinden. Ook bij ons.

Een soort ongemak

Bij Duitse vrienden merk ik vaak een soort ongemak, een schaamte om hierover te praten. Terwijl zij net als ik op geen enkele manier betrokken zijn geweest bij deze oorlog. In het strafrecht bestaat geen enkele misdaad waarvoor je twee generaties later nog persoonlijk schuld kunt dragen. Ik wil niets afdoen aan de gruwelijkheden en ik geloof ook dat Duitsland deze geschiedenis moet blijven herdenken. Maar onlangs hoorde ik op Radio 1 de Duitse journalist Christina Weise vertellen over een onderzoek. Daaruit bleek dat 80 procent van de Duitse jongeren geïnteresseerd is in Duitse geschiedenis. Maar het overgrote deel wil niet nóg meer weten over het nazi-verleden. Terwijl in Nederland de interesse juist groter lijkt dan ooit. 

Weise vertelde hoe haar eigen generatie van dertigers afgestompt is geraakt voor de nazi-geschiedenis, omdat die op school steeds werd verteld met een belerend vingertje. Jongeren werden daardoor haast verplicht zich te identificeren met dat zwarte oorlogsverleden. Daardoor ontstond desinteresse. Wanneer iemand je heel lang bij een andere naam noemt, ga je uiteindelijk misschien op die naam reageren. Dat lijkt me gevaarlijk, de kiem van een oorlog ligt vaak in de vorige oorlog.

Geschiedenis van de bevrijding

Misschien zou het jonge Duitsers helpen om meer te horen over de geschiedenis van de vrijheid, over het eind van de oorlog. Dat zou niets aan de gruwelijke feiten veranderen, maar wel meer licht geven om naar de donkere geschiedenis te kunnen kijken. In de bevrijding ligt namelijk de basis van wie we zijn en wie we mogen zijn. Wie kwetsbaar is, wordt beschermd. U mag geloven wat u wilt geloven.

U kunt liefhebben wie u wilt liefhebben.

Ik moet denken aan een huisgenote uit Bocholt met wie ik in Nijmegen in een studentenhuis woonde. Zij vierde elk festival dat er in de stad te vieren viel, danste op ieder feest tot de zon opkwam. Alleen tijdens het Bevrijdingsfestival bleef ze thuis.

“Ga toch mee!” drong ik aan.

“Nee, nee.”

‘Waarom niet?”

“Daar durf ik geen Duits te praten. Dat festival is niet voor mij.”

“Jullie zijn toch ook bevrijd?”

“Natuurlijk.”

“Waarom vieren jullie dat dan niet?”

“Ik denk dat we bang zijn wat de rest van de wereld daarvan zou vinden.”

Ik zou het mijn Duitse vrienden gunnen dat ze hun Kriegsende als een bevrijding kunnen vieren. Omdat het zoveel gekost heeft. Omdat het zoveel waard is.

Jaap Robben

Jaap Robben (1984) is schrijver en dichter. Voor zijn vorige boek, ‘Een mensenleven geleden’ (De Geus 2019), maakte hij een wandeling langs de route die soldaten in 1944 in het kader van de operatie Market Garden volgden. Daarna schreef hij voor Duitse kranten een serie over hoe Duitsers de bevrijding – cq ‘de capitulatie’, of ‘het oorlogseinde’ – beleven.Beeld Charlie De Keersmaecker

Lees ook:

Hoe Duitsland zijn besmette historie voor iedereen toegankelijk maakt

Pas bivakkeerde ik zonder smartphone in Berlijn, zodat ik ‘gedwongen’ was om voor mijn uitstapjes naar de VVV te gaan. 

Voor het speciale herdenkingsnummer verschenen in Letter & Geest een reeks artikelen over de complexiteit van herdenken in verschillende landen:

Spanje herdenkt de oorlog niet - of toch: de Spaanse Burgeroorlog

De Tweede Wereldoorlog leeft niet erg in Spanje. De Spaanse Burgeroorlog des te meer, legt historicus Angel Viñas Martín uit.

Herdenken in Hongarije: discussies over goed en fout zul je niet op de staats-tv zien

Geschiedenis en herdenkingen in Hongarije zijn bedoeld om nationalisme te kweken, niet om lastige vragen te stellen.

De oorlog verdeelt Japan tot op het bot

Weigert Japan zijn oorlogsverleden onder ogen te zien? Nee, zo simpel ligt het niet, zegt historicus Sven Saaler.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden