Emalia Sukarni-Lukman in het Proclamatiemuseum in Jakarta.

Dekolonisatie Indonesië

‘Mijn vader was degene die het pistool op Soekarno richtte’

Emalia Sukarni-Lukman in het Proclamatiemuseum in Jakarta.Beeld Suzanne Liem

Sukarni Kartodiwirjo (1916-1971) ontvoerde Soekarno en Hatta op 16 augustus 1945 om het tweetal te dwingen de Indonesische onafhankelijkheid uit te roepen. Voor zijn dochter Emalia is hij een held. Deel 5 van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die 75 jaar geleden begon.

Sukarni Kartodiwirjo was vanaf zijn tienerjaren actief in de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Hij trad daarmee min of meer in de voetsporen van zijn opa, Onggomerto, die een vertrouweling zou zijn geweest van de negentiende-eeuwse Javaanse onafhankelijkheidsstrijder Diponegoro.

Sukarni zelf had onderwijs gevolgd bij een van de antikoloniale Taman Siswa scholen. Daarna was hij actief in verschillende nationalistische jongerenbewegingen. Door zijn hulp bij het opzetten van een afdeling van Soekarno’s politieke partij Partindo, in 1930, viel hij op bij de leiding en werd hij geselecteerd om een kadertraining te volgen onder Soekarno, de latere eerste president van het onafhankelijke Indonesië.

Zo werd Sukarni zijn protegé. Door het Nederlandse bewind werd Sukarni een aantal keren vastgezet vanwege zijn antikoloniale activiteiten; in de periode van 1936 tot 1941 was hij vijf jaar lang op de vlucht voor de Politieke Inlichtingen Dienst. Tijdens de Japanse bezetting groeide de macht van de radicale nationalistische jongeren; Sukarni speelde hierbij een sleutelrol. Zij zetten zich af tegen de oudere garde nationalisten zoals Soekarno en Hatta, die volgens de nationalistische jongeren te veel aan de leiband van de Japanners liepen.

Emalia met haar ouders Sukarni Kartodiwirjo en Nursyiar Machmoed in de residentie van de ambassade van Indonesië in Peking, waar Sukarni Kartodiwirjo begin jaren zestig ambassadeur voor Indonesië was.Beeld Suzanne Liem

De jongste dochter van Sukarni heet Emalia Iragiliati Sukarni-Lukman (1953). De ontmoeting vindt plaats in het Proclamatiemuseum in Jakarta. In augustus 1945 was dit het huis van de Japanse admiraal Maeda (1898-1977), die de Indonesische nationalisten goed gezind was. In de nacht van 16 op 17 augustus stelde hij zijn huis beschikbaar voor Soekarno, Hatta en de jongerenleiders om de onafhankelijkheidsverklaring op te stellen. Een gedenkwaardige plek. De museumdirecteur stelt zijn kamer voor het interview met Emalia een halve dag ter beschikking.

Het jasje van Sukarni dat naast zijn portret en verhaal regelmatig onderdeel uitmaakt van de expositie, hangt er nu weliswaar niet, maar na afloop van het gesprek brengt een medewerker van het museum het naar Emalia. Het emotioneert haar.

Emalia: “De Japanners hadden gecapituleerd op 15 augustus, maar informeerden de Indonesiërs hier niet over. Ze bleven Soekarno en Hatta aan het lijntje houden over de datum waarop de Indonesische onafhankelijkheid kon worden uitgeroepen. Mijn vader wist van de Japanse capitulatie omdat hij en zijn vrienden – en mijn moeder – bij het Japanse persbureau Domei werkten. Hij wist dat de Amerikanen de boel zouden overnemen. De Japanners probeerden gewoon tijd te winnen. Toen zei mijn vader: ‘Ik moet dit nu doen.’”

Ze doelt op het feit dat haar vader en zijn vrienden op 16 augustus Soekarno en Hatta ontvoerden, want in de ogen van Sukarni moest de onafhankelijkheid zo snel mogelijk worden uitgeroepen. “Mijn vader was degene die het pistool op Soekarno richtte en zei: Kom bung (aanspreekvorm voor een oudere kameraad, gebruikelijk onder vrijheidsstrijders, red.), we gaan naar Rengasdengklok (een plaatsje tachtig kilometer ten oosten van Jakarta red.) Soekarno luisterde, want mijn vader was tenslotte zijn protegé.”

Dankzij bemiddeling van admiraal Maeda werden Soekarno en Hatta aan het eind van de dag weer teruggebracht naar Jakarta, waarna ze samen met de jongerenbeweging (pemuda’s) de onafhankelijkheidsverklaring opstelden. Emalia’s vader was daarbij aanwezig. De twee partijen verschilden van mening over de tekst. Zo wilden de pemuda’s ieder woord dat naar Japan verwees schrappen, terwijl Soekarno en Hatta Japan juist niet wilden beledigen. Uiteindelijk werden het twee eenvoudige zinnen, ondertekend door Soekarno en Hatta, zonder verwijzing naar Japan.

Tijdlijn

17 augustus 1945 Soekarno en Hatta roepen de Republiek Indonesië uit, onder druk van nationalistische jongeren. Mohammad Hatta wordt vicepresident.

Oktober 1945-begin 1946 Bersiap-periode, met massale gewelddadigheden van Indonesische strijdgroepen gericht tegen elk buitenlands gezag. Daarbij vallen mogelijk meer dan 35.000 dodelijke slachtoffers, onder wie veel (Indische) Nederlanders.

Maart 1946 Koloniaal bestuurder Huib van Mook stelt voor de Republiek Indonesië te erkennen. Nederlandse troepen worden in Indonesië toegelaten om Britse posities over te nemen.

15 november 1946 Ondertekening Akkoord van Linggadjati. Doel is een Verenigde Staten van Indonesië dat samen met Nederland de Nederlands-Indonesische Unie vormt. Dat gaat veel Nederlanders te ver.

25 maart 1947 De Nederlandse Tweede Kamer ratificeert het Akkoord van Linggadjati, dat echter flink is bijgesteld. In Indonesië is het intussen permanent oorlog.

21 juli-5 augustus 1947 Operatie Product (eerste politionele actie) op Java en Sumatra door Nederlandse strijdkrachten.

9 december 1948-5 januari 1949 Operatie Kraai (tweede politionele actie). Hiermee wilde legercommandant Spoor een einde maken aan Soekarno’s Republiek Indonesië. De internationale reacties zijn furieus, de VN-Veiligheidsraad dreigt met internationale sancties.

7 mei 1949 Nederland en de Republiek Indonesië sluiten een akkoord (de ‘Van Roijen-Roem-overeenkomst). Daarmee wordt gehoor gegeven aan de resolutie van de Veiligheidsraad.

23 augustus-2 november 1949 Rondetafelconferentie in Den Haag voor een definitieve regeling van het conflict.

27 december 1949 Soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië. Die wordt door Soekarno binnen een jaar omgevormd tot eenheidsstaat.

Emalia’s ouders stierven toen zij nog jong was; ze verloor haar moeder Nursyiar Machmoed op haar veertiende en haar vader Sukarni toen ze zeventien was. Het wordt haar tijdens het interview een aantal keren te veel om over hen te praten. “Mijn vader is voor veel mensen een held; voor mij persoonlijk is hij vooral mijn held omdat hij me in vrijheid heeft opgevoed. Hij heeft me altijd vrijgelaten om te kunnen worden wie ik wilde zijn, en hij vertelde me dat ik niet in zijn voetsporen hoefde te treden of zijn politieke partij hoefde te volgen.” Haar vader leidde ruim twee decennia de nationaal communistische Murba-partij. “Mijn vader heeft me vrijheid gegeven.”

Emalia leeft nog dagelijks volgens de leefregels die haar ouders haar van jongs af aan bijbrachten. “Ze vertelden me dat als je iets wilt bereiken, één: je bij jezelf te rade moet gaan wat je echt wilt, twee: Gods hulp moet vragen, drie: dat je trouw moet zijn aan je land, en vier: dat je productief moet zijn op je vakgebied, of je nu een leraar bent of een becak-rijder (bestuurder van een fietstaxi, red.).”

Hij kwam uit een rebels nest

Voor de communist Tan Malaka werd de grond in Nederlands-Indië al in de loop van de jaren twintig van de vorige eeuw te heet onder de voeten. Na een mislukte opstand was hij op de vlucht voor de koloniale autoriteiten en zwierf de trotskist door andere Aziatische landen.

Voor jongeren als Sukarni (1916-1971) was Tan Malaka een man die ze alleen kenden uit verhalen. Toch putten ze tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en daarna inspiratie uit zijn voorbeeld.

Sukarni leek voorbestemd voor een bestaan voor de klas. Na de mulo ging hij naar de kweekschool, waar toekomstige onderwijzers werden opgeleid. Maar de toekomst van zijn land en het koloniale onrecht lieten hem niet los. Mogelijk speelden zijn wortels daarbij een rol: Sukarni kwam uit een rebels geslacht.

Hij werd een protegé van Soekarno en trok in de loop van de jaren dertig door zijn optreden steeds meer de aandacht van het Nederlandse bestuur in Indië. Een van zijn activiteiten (als opruiend gezien): het vertalen van de pamfletten en brochures van Tan Malaka vanuit het Nederlands naar het Indonesisch.

Sukarni’s ongeduld begon alleen maar harder te broeien ten tijde van de bezetting door de Japanners. Toen die in augustus 1945 capituleerden duldden radicale jongemannen als hij geen getreuzel meer en dwongen zij Soekarno en Hatta tot een onafhankelijkheidsverklaring. In de gewelddadige jaren die volgden zagen zowel de Nederlanders als de leiding van de jonge republiek hem als een gevaar.

Tan Malaka, met wie Sukarni in 1949 de nationalistisch-communistische Murba-partij oprichtte, werd in 1949 geliquideerd door Soekarno-aanhangers. Sukarni werd na de soevereiniteitsoverdracht parlementslid en in de eerste helft van de jaren zestig de Indonesische ambassadeur in China. Begin 1965 werd Sukarni gearresteerd op verdenking van plannen voor een staatsgreep in Indonesië. Een andere poging tot een coup dat najaar kostte een groot deel van de legertop het leven. Generaal Soeharto ontketende daarna een heksenjacht op leden van de PKI, de andere communistische partij, waarbij zo’n half miljoen Indonesiërs werden omgebracht. Uiteindelijk nam Soeharto de macht over van Soekarno. Sukarni werd vrijgelaten. Voor zijn Murba was in de Nieuwe Orde – gek genoeg – nog wel een rol weggelegd.
Paul van der Steen

In de periode na de dood van haar moeder, was Emalia heel close met haar vader, ze sliep zelfs bij hem in bed omdat zij bang was om alleen te slapen. Maar: “Hij vertelde mij nooit wie hij was, wat hij voor het land had gedaan en hoe hij het had gedaan. Alles wat ik daarover weet heb ik van andere mensen gehoord.”

Dankzij de inspanningen van Emalia werd Sukarni in 2014 door de Indonesische president Joko Widodo tot nationale held uitgeroepen. “Dat was erg moedig van Jokowi, want veel mensen vreesden dat het voor Soekarno en Hatta gezichtsverlies zou betekenen wanneer mijn vaders rol in het uitroepen van de onafhankelijkheid bekend zou worden. Maar wat mijn vader deed, deed hij uit liefde en respect voor Soekarno die zijn hele leven lang zijn mentor was.”

De onafhankelijkheid van Indonesië werd 72 uur eerder uitgeroepen dan gepland, zo is te lezen in het presidentiële decreet van president Jokowi. Dankzij Sukarni. Ook staat erin dat het Emalia’s vader was die voorstelde de onafhankelijkheidsverklaring enkel door Soekarno en Hatta te laten ondertekenen. “Als ik mijn vader was geweest had ik mijn naam er wél onder gezet. Maar ja, ik ben niet Sukarni.”

Emalia Sukarni-Lukman in het Proclamatiemuseum in Jakarta.Beeld Suzanne Liem

Die status van nationale held had ook invloed op de speurtocht naar het verleden van Emalia’s vader. Zij schreef boeken en maakte films over hem. “Voor alle informatie die ik over mijn vader heb verzameld moest ik naar het buitenland. Als ik in Indonesië iets vroeg, kwam ik er bij instanties en betrokkenen niet doorheen.”

Dat veranderde nadat Sukarni tot nationale held was uitgeroepen. Toen werd zijn naam ineens gemeengoed. “Ook bij jongeren, bij millennials. Zelfs mijn kleinzoon van acht is heel trots op zijn overgrootvader. Sinds zijn benoeming komt zijn naam ook voor in de officiële geschiedenisboeken die op school worden gebruikt.”

Emalia hoopt dat haar vader herinnerd wordt als een besluitvaardige man met een scherp verstand, die met beide handen een kans greep op het moment dat die zich voordeed. Bij wie het belang van Indonesië voorop stond, niet zijn eigenbelang: “Zijn naam hoefde niet op een document te staan, zolang Indonesië maar vrij zou zijn, vrij van de Japanners, vrij van de Nederlanders – sorry dat ik dat zeg – en vrij van geallieerden. Een vrije natie.”

Met medewerking van Marjolein van Asdonck en Kees Snoek. Dit interview is mede tot stand gekomen met financiële steun van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land-, en Volkenkunde. Het maakt deel uit van het project Kinderen van de Oorlog. Hiervoor fotografeert en interviewt Suzanne Liem nazaten van grote spelers tijdens het dekolonisatieproces, aan Indonesische en aan Nederlandse zijde. Het project verschijnt volgend jaar in boekvorm bij uitgeverij WalburgPers. Ga naar Trouw.nl/Indonesië voor extra’s.

Lees ook: Mohammed Hatta: hier een opruier, in eigen land een held

In de zomer van 1945 begon in Indonesië de onafhankelijkheidsoorlog. Documentair fotograaf Suzanne Liem zocht de kinderen van de hoofdrolspelers op. Deel 1 van een nieuwe serie: de dochters van Mohammed Hatta, eerste vicepresident van de Republiek Indonesië en nationale held.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden