Ok de Lange, kleinzoon van Ok van der Plas.

Dekolonisatie IndonesiëCharles Olke van der Plas

‘Mijn grootvader werd ‘inlandervriendje’ genoemd’

Ok de Lange, kleinzoon van Ok van der Plas.Beeld Suzanne Liem

Dat hij vlak na de oorlog bereid was om met Soekarno te onderhandelen over de toekomst van Indonesië, werd Charles Olke van der Plas door Nederland niet in dank afgenomen. Zijn kleinzoon Ok: “Mensen die hem persoonlijk kenden zijn allemaal vol bewondering, hij heeft zich zijn hele leven ingezet voor het welzijn van anderen.” Deel 6 van een serie over de nazaten van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die 75 jaar geleden begon.

Nu kennen vrijwel alleen historici zijn naam nog, maar in november 1944 was Charles Olke van der Plas (1891-1977) zo vermaard dat zijn pop samen met die van Winston Churchill en Franklin D. Roosevelt werd verbrand tijdens een Japans-Indonesische massademonstratie in Jakarta.

De reden? Uit naam van Van der Plas was in september 1944 een regen anti-Japanse pamfletten vanuit Australische vliegtuigen losgelaten boven Jakarta. Om de Indonesiërs voor het koloniale bestuur te winnen, stond in deze pamfletten de belofte van meer zeggenschap voor de Indonesische bevolking na terugkeer van het koloniale gezag. Maar dat was een gepasseerd station voor een bevolking die streefde naar volledige onafhankelijkheid.

Ok de Lange, kleinzoon van Ok van der Plas.Beeld Suzanne Liem

Met op de achtergrond zijn bloemrijke tuin zit kleinzoon Olke (Ok) Rudolf de Lange (1944), in zijn werkzame leven criminoloog bij het ministerie van justitie, aan de keukentafel in zijn huis in Heemstede. Aan de wand hangen sierborden met afbeeldingen die verwijzen naar het Nederlandse koningshuis, afgewisseld met ingelijste borduurwerken. Ok is vernoemd naar zijn grootvader. Hij werd geboren in een Japans interneringskamp in Bandoeng en overleefde als baby tuberculose.

“Het is een wonder dat ik hier voor je zit. Nog altijd moet ik, tijdens doorlichtingen bij artsen, vertellen dat ze niet moeten schrikken als er iets te zien is op mijn longen. Die tbc-bacteriën blijven leven en kunnen weer actief worden. Dat is dus een levenslange band die ik heb met het kamp.”

Consul van Djedda

Volgens Ok had zijn op Java geboren grootvader Indisch bloed, al beweren enkele historici dat daar geen genealogisch bewijs voor te vinden is. Hij was een markante verschijning, vooral door zijn baard in een tijdperk waarin mannen gladgeschoren wangen hadden. Het was waarschijnlijk een overblijfsel van zijn tijd als consul in Djedda.

Ok van der Plas studeerde Indologie in Leiden, sprak Javaans, Soendanees, Madoerees (de talen die op West en Oost Java worden gesproken) en Arabisch, en was in de jaren twintig consul in Djedda als vertegenwoordiger van de regering in Nederlands-Indië. Er hing een zweem van mystiek om hem heen, waarbij soms het gerucht ging dat hij tot de islam was bekeerd. Zijn kleinzoon: “Hij vond het heerlijk om zich als Arabier te verkleden, met een tulband op.”

Begin jaren dertig maakte Van der Plas deel uit van de ethische Stuw-groep. Doel: Nederlands-Indië omvormen tot een soort Indisch Gemenebest met gelijke posities voor alle inwoners en een geleidelijke overgang, onder Nederlandse begeleiding, naar een vorm van onafhankelijkheid.

“Mijn grootvader was er al jong van overtuigd dat het gezag over de kolonie op den duur aan de Indonesiërs zou moeten worden overgedragen. Daarom, én vanwege zijn goede betrekkingen met diverse groepen Indonesiërs, werd hij in conservatieve kringen ‘inlandervriendje’ genoemd.”

Charles Olke van der PlasBeeld suzanne liem

Desondanks was het voor Van der Plas vanzelfsprekend dat na afloop van de Japanse bezetting het Nederlandse koloniale gezag moest worden hersteld. Tot hij in september 1945 als eerste vertegenwoordiger van de regering van Nederlands-Indië voet op Java zette. Daar bleek dat de Indische regering in ballingschap de situatie ernstig had onderschat. Het nationalisme had een enorme draagkracht onder de Indonesische bevolking en de latere president Soekarno genoot al veel gezag. Terwijl de Nederlandse regering Soekarno destijds zag als een Japanse collaborateur. Het Engelse tussenbestuur wilde echter dat Van der Plas in gesprek ging met Soekarno; het wilde een politieke oplossing, geen militair ingrijpen.

Ok de Lange: “Onder grote druk van het Engelse tussenbestuur, en tot groot ongenoegen van de Nederlandse regering, heeft Van der Plas, samen met Huib van Mook, overlegd met Soekarno en zijn nationalisten.

Het nationalisme had na afloop van de oorlog een enorme draagkracht onder de Indonesische bevolking en de latere president Soekarno genoot al veel gezag.Beeld Suzanne Liem

Op een zijspoor gezet

“Daarop is mijn grootvader door de regering in Nederland op een zijspoor gezet. Die had nog steeds niet door dat de tijden drastisch waren veranderd; de Indonesiërs hadden geen trek meer in de terugkeer van de Nederlanders. En de Engelsen wilden hun manschappen niet opofferen voor een koloniale oorlog van Nederland.”

Van der Plas, inmiddels aan Indonesische én Nederlandse zijde gewantrouwd, werd benoemd tot Recomba (regeringscommissaris van bestuursaangelegenheden, red. )van Oost-Java, vergelijkbaar met zijn vooroorlogse positie als gouverneur van Oost-Java.

Het optreden van Van der Plas in die functie droeg bij aan zijn mythische status: In 1947, tijdens de eerste politionele actie, werd zijn grootvader er meer dan eens bijgehaald als er onraad dreigde, vertelt Ok: “Operatie Product (zoals de eerste politionele actie werd genoemd) moest voorkomen dat ondernemingen werden geplunderd en vernietigd. Als er onraad dreigde, gingen de militairen erop af. Hij was buitengewoon moedig.” Het gebeurde namelijk geregeld dat zijn grootvader in zijn eentje het dorp in ging waar de vrijheidsstrijders zaten, terwijl de militairen op hem wachtten. “Daar zong hij dan verzen uit de Koran en overlegde hij onder een grote oude waringin (boom) met de hadji, de man die de bedevaart had gedaan, en met de kepala kampong, het dorpshoofd.”

De soldaten die dat zagen begrepen niet dat Van der Plas dit aandurfde, merkt zijn kleinzoon op. Ook verbaasden ze zich erover dat opstandelingen verdwenen, zonder dat er een schot was gelost en zonder dat de suikerfabriek was geplunderd. “Mijn grootvader zal waarschijnlijk iets gezegd hebben van: Straks is de suikerfabriek van jullie en die hebben jullie dan hard nodig om geld te verdienen, dus laat de boel niet in de lucht springen. Voor de soldaten was het je reinste tovenarij.”

Afscheidsparade Soerabaja

Ok wordt emotioneel als hij vertelt over de afscheidsparade in Soerabaja ter gelegenheid van de soevereiniteitsoverdracht in 1949: “Er werd een grote militaire parade gehouden. Ik sprak iemand die destijds luitenant was in de mariniersbrigade. Die vertelde dat de commandant opdracht gaf aan iedereen die kon lopen, desnoods met krukken, ziek of niet ziek, om te komen. Vanwege het bijzondere moment maar ook om Van der Plas eer te betonen voor zijn hulp.”

Nadien heeft Van der Plas nooit zijn geboorteland bezocht of in het openbaar over zijn Indische jaren gesproken. Hij stortte zich op ontwikkelingswerk, dat hij tot ver na zijn pensionering bleef doen. “Op zijn oude dag heeft hij van Novib een erepenning gekregen, samen met Tinbergen. Hij had voor de gelegenheid een keurig pak aangetrokken.”

Een contrast met hoe hij er in Gambia bij liep, gewoonlijk in korte broek. “Hij woonde in een klein primitief hutje, met een stevige plank waar zijn schrijfmachine op stond. Hij leefde heel sober en was erg mager. Het was meer een ascese. Ik heb zo’n bewondering voor hem. Hij is steeds maar door blijven werken, om het leven van anderen te verbeteren, vaak onder zeer primitieve omstandigheden. Hij heeft ook vijanden gemaakt, omdat hij zo ongelooflijk hard kon zijn als hij het gevoel had dat ze de kantjes er vanaf liepen. Maar hij was een heel lief mens en voor mij een hartstikke lieve, leuke opa.”

‘Spijkerhard voor zichzelf’

Het beeld waar Ok de mooiste herinneringen aan koestert: opa op de ski’s. “Hij liet ons op wintersport gaan en als het even kon, kwam hij ook. Op een gegeven moment hadden wij de afdaling naar het dal gemaakt. Dat duurde met mijn oude opa langer dan normaal. We misten de laatste bus naar het dorp en moesten lopen. Hij wilde absoluut zelf zijn ski’s dragen. Zeven kilometer lang mocht ik hem niet helpen. Op die leeftijd, na die afdaling. Dat laat zien hoe hard hij was voor zichzelf, spijkerhard.”

Toean gila: de gekke heer

De conservatievere krachten in de Nederlandse gemeenschap in de Oost wantrouwden Charles Olke van der Plas (1891-1977) een beetje. Kon hij met al zijn kennis van de oorspronkelijke bevolking en begrip voor hun denkwereld nog wel als ‘een van ons’ gelden? Voor hen was hij het type waarvan de Britten zouden zeggen: ‘He is going native.’

Die achterdocht had ook te maken met het uiterlijk van Van der Plas, met meest in het oog springend een enorme baard. Die bijzondere verschijning leverde Van der Plas bijnamen op. De Indonesiërs spraken over hem als Toean Gila (de gekke heer). Een aantal Nederlanders noemde hem Ras Plassa, een verwijzing naar de Ethiopische vorst Haile Selassie, de Ras Tafari, met wie hij in 1926 namens Nederland een verdrag had gesloten.

Ondanks alle twijfels schopte Van der Plas, geboren in Buitenzorg op Java, het tijdens de Japanse bezetting tot een van de topmannen in het naar Australië uitgeweken koloniaal bestuur. Daar bewees hij dat zijn kennis van de Indonesische cultuur niet garant stond voor feilloze inschattingen. In de zomer van 1945 beweerde Van der Plas dat de afkeer van de Japanse bezetter de Indonesiërs reikhalzend deed uitzien naar de terugkeer van de Nederlanders.

Zelfs na het uitroepen van de onafhankelijkheid behield Van der Plas nog even zijn geloof in een terugkeer naar de oude verhoudingen. De Republiek was in zijn ogen een Japans opzetje, een kaartenhuis dat in elkaar zou donderen. “De Indonesiërs houden van de Nederlanders”, verzekerde hij Lord Mountbatten, de hoogte Brit in Zuidoost-Azië. “We zijn hun vader en hun moeder.”

Maar Van der Plas was pragmatisch genoeg om al in het najaar van 1945 Soekarno uit te nodigen voor overleg. Het kwam hem op een Haagse reprimande te staan.

De hoogstverantwoordelijke in Oost-Java was ook degene die later doorbriefde dat de werkelijkheid op de grond (Indonesisch overwicht) strijdig was met de schijnwerkelijkheid en het wensdenken van veel Nederlanders. De situatie werd onhoudbaar. Opnieuw iets waar een grote groep niks van wilde weten.

Nog tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog ging Van der Plas met pensioen. Als eindvijftiger begon hij vol vuur en ambitie aan een tweede loopbaan in het ontwikkelingswerk. (Paul van der Steen)

17 augustus 1945

Soekarno en Hatta roepen de ­Republiek Indonesië uit, onder druk van nationalistische jongeren. Mohammad Hatta wordt ­vicepresident. 

Oktober 1945-begin 1946

Bersiap-periode, met massale ­gewelddadigheden van Indonesische strijdgroepen gericht tegen elk buitenlands gezag. Daarbij ­vallen mogelijk meer dan 35.000 dodelijke slachtoffers, onder wie veel (Indische) Nederlanders.

Maart 1946

Koloniaal bestuurder Huib van Mook stelt voor de Republiek ­Indonesië te erkennen. Nederlandse troepen worden in Indonesië toegelaten om Britse posities over te nemen.

15 november 1946

Ondertekening Akkoord van Linggadjati. Doel is een Verenigde Staten van Indonesië, dat samen met Nederland de Nederlands-Indonesische Unie vormt. Dat gaat veel Nederlanders te ver.

25 maart 1947

De Nederlandse Tweede Kamer ratificeert het Akkoord van Linggadjati, dat echter flink is bijgesteld. In Indonesië is het intussen permanent oorlog.

21 juli-5 augustus 1947

Operatie Product (eerste politionele actie) op Java en Sumatra door Nederlandse strijdkrachten. 

19 december 1948-5 januari 1949

Operatie Kraai (tweede politionele actie). Hiermee wilde legercommandant Spoor een einde maken aan Soekarno’s Republiek Indonesië. De internationale reacties zijn furieus, de VN-Veiligheidsraad dreigt met sancties.

7 mei 1949

Nederland en de Republiek Indonesië sluiten een akkoord (de ‘Van Roijen-Roem-overeenkomst). Daarmee wordt gehoor gegeven aan de resolutie van de Veiligheidsraad. 

23 augustus-2 november 1949 

Rondetafelconferentie in Den Haag voor een definitieve regeling van het conflict.

27 december 1949

Soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië. Die wordt door Soekarno binnen een jaar omgevormd tot eenheidsstaat.

Met medewerking van Marjolein van Asdonck en Kees Snoek. Dit interview is mede tot stand gekomen met financiële steun van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land-, en Volkenkunde. Het maakt deel uit van het project Kinderen van de Oorlog. Hiervoor fotografeert en interviewt Suzanne Liem nazaten van grote spelers tijdens het dekolonisatieproces, aan Indonesische en aan Nederlandse zijde. Het project verschijnt volgend jaar in boekvorm bij uitgeverij WalburgPers onder de naam ‘Echo van de strijd om Indonesië, familieverhalen in beeld’. Ga naar Trouw.nl/Indonesië voor extra’s.

Lees ook: ‘

Mijn vader was degene die het pistool op Soekarno richtte’

Sukarni Kartodiwirjo (1916-1971) ontvoerde Soekarno en Hatta op 16 augustus 1945 om het tweetal te dwingen de Indonesische onafhankelijkheid uit te roepen. Voor zijn dochter Emalia is hij een held. Deel 5 van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die 75 jaar geleden begon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden