ReportageNarewka

Migranten passeren na dagen zwerven uitgeput de Poolse grens: ‘We leefden op één biscuitje per dag’

Aan de Wit-Russisch-Poolse grens in de regio Grodno. Beeld EPA
Aan de Wit-Russisch-Poolse grens in de regio Grodno.Beeld EPA

Wie komen ze als eerste tegen, hulpverleners of de grenswachters? Voor migranten die op de grens van Polen en Wit-Rusland zijn gestrand, is het antwoord op die vraag van groot belang.

Ekke Overbeek

Om 12.44 uur komt het signaal van de activisten-hulpverleners. Zestien Iraakse Koerden, onder wie negen kinderen, zijn gestrand bij Narewka, op de rand van het oerbos. De regels van het kat-en-muisspel zijn hier op de grens van Polen en Wit-Rusland al weken dezelfde. Als de grenswacht als eerste ter plaatse is, worden de migranten vrijwel zeker terug naar Wit-Rusland geëscorteerd. Als de activisten sneller zijn en genoeg getuigen optrommelen – het liefst met tv-camera’s – is de kans op deportatie klein.

Vandaag lijken de activisten te winnen. Er is nog geen uniform te bespeuren. Journalisten banen zich een weg door het bos. Het heeft die nacht gevroren en het groepje Koerden zit verkleumd op het gouden bladerdek. Oma Abu kan niet meer lopen. Ze zit ineengedoken tussen haar kinderen en kleinkinderen.

Leven op een biscuitje per dag

“We zijn op 24 oktober vertrokken”, vertelt Huzhin Abu. “We hebben acht keer geprobeerd de grens over te komen. De negende keer lukte het.” Ze is in de twintig en hurkt tussen haar twee zoontjes Aras en Evras, elk in een deken van het Poolse Rode Kruis. “We hadden geen voedsel, geen water. We leefden op één biscuitje per dag.”

Tegenover haar zit Mehabad Abu, die een paar jaar ouder is. Ook zij wordt geflankeerd door twee van haar kinderen. De kleine Delibia heeft haar speen uit haar mond laten vallen en kijkt met grote ogen naar de vreemde mensen die opeens zijn opgedoken. Ze is tweeënhalf jaar. Haar grote broer Saladin is duidelijk ook beduusd door de drukte na zoveel dagen stilte en wildernis.

Mehabad vertelt hoe ze over het Poolse grenshek kwamen, dat is opgebouwd uit rollen vlijmscherp scheermesdraad. “We kapten hout en legden dat over de omheining en zo kwamen we aan de Poolse kant. Gelukkig raakte niemand gewond, maar onze kleren gingen kapot door het hek en de takken.” Ze is doodsbang dat ze terug moeten naar Wit-Rusland. “Daar werden we geslagen toen we om voedsel en water vroegen.”

Huzjin met haar zoontjes Evras en Aras. Beeld Ekke Overbeek
Huzjin met haar zoontjes Evras en Aras.Beeld Ekke Overbeek

Wit-Rusland was een hel

Alleen wie echt niet meer verder kan, vraagt asiel aan in Polen. Wie nog kan lopen, blijft contact zoeken met mensensmokkelaars die migranten naar Duitsland brengen. Maar voor de familie Abu zit de reis erop. Er wacht geen ‘taxi’, oma kan niet meer lopen en de kinderen – de jongste is nog geen half jaar oud – zijn uitgeput.

Na vijf dagen zwerven aan de Poolse kant, kwamen ze in contact met de activisten-hulpverleners. Kort voordat deze journalisten inseinen, zorgen ze ervoor dat de asielaanvraag is ingevuld en dat een vertegenwoordiger van de ombudsman voor mensenrechten aanwezig is. Vandaag is dat Marcin Sośniak. “We kijken of de functionarissen van de grenswacht hun functie op een correctie manier vervullen”, vertelt hij, “of ze buitenlanders in zo’n situatie volgens de regels behandelen en vooral of ze correct reageren als ze zeggen dat ze asiel willen in Polen.”

Dat willen ze. “De laatste vijf dagen waren verschrikkelijk”, zegt Anwar Abu, de leider van de groep. “Honger, kou.” Hij vertelt hoe ze vertrokken uit de stad Simele in Noord-Irak. “Het zit daar vol met reisbureautjes die je visum voor Wit-Rusland en de vlucht voor je regelen”, vertelt Anwar. “We betaalden 2100 dollar per persoon.” Van Istanbul vlogen ze naar Minsk. Toen begon de ellende. “Wit-Rusland was een hel. We willen in Polen blijven, als we hier maar onderdak krijgen, iets te eten en te drinken. Als we maar niet terug hoeven naar Wit-Rusland.”

Die kans lijkt niet groot, gezien de aanwezigheid van ombudsman en media. Maar Marysia Zlonkiewicz die de actie leidt, is er nog niet gerust op. “Ze zijn al acht keer terug over de grens gezet, hoewel ze al eerder om asiel vroegen.”

De Iraakse Mehabad Abu met haar dochtertje Delibia en haar zoontje Saldadin. Beeld Ekke Overbeek
De Iraakse Mehabad Abu met haar dochtertje Delibia en haar zoontje Saldadin.Beeld Ekke Overbeek

En dan opeens staan er twee grenswachters in groen-zwart uniform. “Goedemiddag”, bast een van hen. “Ik ga mezelf niet herhalen. Iedereen naar achteren. Wij moeten onze taak uitvoeren.” Gesprekken met de familie Abu verstommen, maar het gaat de grenswachter duidelijk niet snel genoeg. “Moet ik het nog een keer herhalen?”, zegt hij dreigend. Er zijn een tiental andere geüniformeerden verschenen. Als de eerste fotograaf gesommeerd wordt zijn legitimatiebewijs te tonen, doet de media een stapje terug. “Ze vallen nu onder onze verantwoordelijkheid”, concludeert de grenswachter.

Even later verdwijnt Delibia met haar moeder, oma, broertjes, neefjes, nichtjes, ooms en tantes in een legergroene auto.

null Beeld REUTERS
Beeld REUTERS

Lees ook:

Aan de Poolse grens heerst de angst. ‘We zijn bang, voor oorlog en voor de migranten’

Grote groepen migranten zijn maandag via de Wit-Russische grens naar Polen gestuurd. Het ogenschijnlijke doel daarvan, angst en twijfel zaaien in Europa, werkt in ieder geval bij een deel van de Poolse grensbewoners.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden