Een jongetje lakt zijn nagels in de verzorgingshoek van het klaslokaal.

Analyse Inclusieve taal

‘Met welk voornaamwoord wil je worden aangeduid?’ is in Zweden een hele normale vraag

Een jongetje lakt zijn nagels in de verzorgingshoek van het klaslokaal. Beeld Hollandse Hoogte

Een jongetje dat op school verschijnt in een prinsessenjurk: niemand kijkt ervan op, behalve, de eerste dagen, merkt Zweden-correspondent Anne Grietje Franssen. De gelijkheid tussen man en vrouw, toch al groot, kreeg in Zweden via genderneutrale taal een extra duwtje in de rug.

Het gebeurt me weleens bij een nieuwe ontmoeting in Zweden. Dat ik, na me te hebben voorgesteld, de vraag krijg: en met welk voornaamwoord wil je worden aangeduid? Te kiezen uit: hon (zij), han (hij) en hen (zij noch hij). ‘Ik identificeer me als vrouw’, antwoord ik dan, naar ik geleerd heb de te verkiezen respons boven ‘ik ben een vrouw’, wat zomaar de indruk zou kunnen wekken dat ik sekse beschouw als iets vastomlijnds en onveranderlijks.

Het gebruik van het genderneutrale ‘hen’, maakte Amerikaans onderzoek vorige week kenbaar, heeft een emancipatoire werking. Hoe heeft ‘hen’ in Zweden voet aan de grond gekregen?

In de jaren zestig werd het genderloze voornaamwoord al geopperd door taalwetenschapper Rolf Dunås in de krant Upsala Nya Tidning. Dunås had zich laten inspireren door het Fins, een taal die geen onderscheid maakt tussen mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden, waar iedereen, ongeacht sekse, wordt aangeduid met ‘hän’. Dunås bepleitte in een opiniestuk de invoering van een dergelijk neutraal voornaamwoord als aanvulling op het gangbare hon en han.

De avant-gardist was zijn tijd een halve eeuw vooruit. Pas in het nieuwe millennium bleek een breedgedragen discours over een genderloos voornaamwoord levensvatbaar. In het begin van de jaren nul won ‘hen’ al wat terrein binnen de lhbtq-gemeenschap, onder queers die zichzelf als man noch vrouw wilden categoriseren.

Maar er was een kinderboek voor nodig om de vonk van het debat te doen ontvlammen. In ‘Kivi och Monsterhund’ (Kivi en monsterhond), een verhaal over een kind dat een hond wil, refereert schrijver Jesper Lundqvist aan hoofdpersoon Kivi als een hen. De sekse van Kivi was, volgens Lundqvist, simpelweg irrelevant.

Genderneutrale reclame voor kinderspeelgoed. Beeld -

Keurslijf

Lundqvist was overigens niet de eerste die de jonge Zweedse bevolking wilde ontdoen van het keurslijf hij-of-zij. Al ruim vijftien jaar eerder, in 1996, richtte de journalist Ingemar Gens de eerste genderneutrale voorschool op, een fulltime kinderopvang voor kinderen van 1 tot 6 jaar. Gens hoopte daarmee de norm van emotieloze mannelijkheid te doorbreken. Twee jaar later kreeg het landelijke curriculum een toevoegsel: voorscholen kregen de taak traditionele sekserollen terug te dringen en kinderen aan te moedigen ‘buiten de begrenzingen van stereotype sekserollen’ te treden.

Niet het meest pedagogische, maar wel het meest zichtbare voorbeeld daarvan, op de förskola waar ik zelf een dag of twee per week werk, is de kleding van de kinderen: elke dag komt er een aantal jongens in een prinsessenjurk naar school. Niemand die daar van opkijkt – behalve ikzelf dus, de eerste paar keer.

Tegelijkertijd met de verschijning van Kivi och Monsterhund, in 2012, publiceerden Lundqvists uitgevers en linguïst Karin Milles gezamenlijk een opiniestuk in het landelijke dagblad Svenska Dagbladet. In de geest van Dunås beargumenteerden zij het belang van de invoering van een derde voornaamwoord.

“Vandaag wordt han (hij) automatisch gebruikt als we de sekse van een personage niet kennen”, schrijven ze in hun opiniebijdrage. “‘Hij’ wordt de norm, en iedereen die een ‘zij’ moet voorstellen, heeft zich te onderscheiden door feminiene eigenschappen uit te dragen. Een kind dat per ongeluk iemand ‘hij’ noemt wordt snel gecorrigeerd en leert dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen ‘hij’ en ‘zij’.”

De uitgevers en linguïst zetten uiteen dat het contrast tussen de seksen van onderschikt belang behoort te zijn. Hen, vervolgen ze, is een oplossing die de weg vrijmaakt de wereld minder zwart-wit te benaderen. Invoering van een derde voornaamwoord kan de focus verleggen van genderidentiteit naar de eigenheid van het individu.

Verhitte discussie

Boek en artikel waren het startschot voor een verhitte discussie, voornamelijk gevoerd in de media. “Een deel van de tegenstanders van ‘hen’ waren taalconservatieven, mensen die zich keren tegen elke vernieuwing van het Zweeds”, zegt Anna Lindqvist, docent en onderzoeker bij het inter-universitaire project Gender Fair Language. Maar het was het doorbreken van het idee van een seksedichotomie, de opdeling van de mensheid in man dan wel vrouw, dat de gemoederen echt hoog deed oplopen. “Veel Zweden zagen de introductie van ‘hen’ als een bedreiging van hun wereldbeeld. Meisjes zijn meisjes en jongens zijn jongens en een kind met ‘hen’ aanduiden, vonden zij, is regelrechte mishandeling.”

Språkrådet, de Zweedse taalraad, raadde het gebruik van ‘hen’ aanvankelijk dan ook af. Het woord was, volgens de raad, te politiek geladen en zou te veel afleiden van de inhoud. Maar ondertussen viel het woord hen steeds vaker in de Zweedse media, ook buiten de kolommen van de opiniepagina’s. Tussen 2012 en 2015 nam het gebruik zozeer toe, dat de raad zijn devies moest aanpassen: het gebruik van het genderloze voornaamwoord kende geen taalkundige belemmering meer en kon naar eigen goeddunken worden gebruikt, al plaatste de taalraad wel de kanttekening dat het woord soms ‘de nodige irritatie wekt’. Datzelfde jaar werd ‘hen’ toegevoegd aan de Svenska Akademiens Ordlista, het lexicon van de Zweedse Academie, een equivalent van het Nederlandse Groene Boekje.

Tegen die tijd, vertelt Lindqvist, kende 90 tot 95 procent van de bevolking het nieuwe voornaamwoord. “Dat is echt uniek. Ook in andere talen zijn suggesties gedaan voor sekseneutrale voornaamwoorden, zoals ‘ze’ of ‘xe’ in het Engels. Ook het bestaande ‘they’ als enkelvoudvorm wordt gestimuleerd als genderneutraal voornaamwoord. Maar die voorbeelden kennen meestal alleen bekendheid binnen bepaalde kringen, zoals in de queer-gemeenschap.”

‘Hen’ kent verschillende toepassingen. Een daarvan is generiek en vooral praktisch, als vervanging van de dubbelvorm han/hon (hij/zij). Bijvoorbeeld, legt Lindqvist uit, wanneer je je wendt tot een anonieme of onbekende afzender. Dus: ‘Wanneer de student zich registreert voor een studie, moet hen een geldige legitimatie laten zien.’ “In dit voorbeeld is hen behalve handiger ook inclusiever dan han/hon.”

Onbegrip

Daarmee raakt die eerste toepassing ook meteen aan de tweede: die van de non-binaire sekse-identiteit. Iedereen die zich niet kan vinden in de tweedeling man/vrouw en zichzelf daar ergens tussen of volledig buiten plaatst, heeft nu een eigen aanduiding.

“Het was een enorme opluchting”, vertelt Erik van Berlekom, ook als onderzoeker verbonden aan het project Gender Fair Language. Van Berlekom (Zweeds, maar met Nederlandse voorouders) identificeert zichzelf als hen. “Ik heb me nooit thuis gevoeld in de klassieke man/vrouw-verdeling. Maar pas toen het nieuwe voornaamwoord werd geïntroduceerd, kon ik het onder woorden brengen: mijn zelfbeeld ligt buiten het binaire.”

En ja: regelmatig stuit dat toch nog op onbegrip. “Dan leg ik uit: een man, dat is niet wat ik ben, dat is de sekse die mij van buitenaf is opgelegd.”

Genderneutrale reclame voor kinderspeelgoed. Beeld -

Maar naast het feit dat ‘hen’ voor menig individu het leven heeft verlicht, zoals Van Berlekom dat uitdrukt, heeft een inclusiever taalgebruik ook een emancipatoire weerklank op de maatschappij. De academische publicatie waar Trouw vorige week aan refereerde, is niet het eerste dat dit onderschrijft. Een linguïstisch onderzoek uit 2011 uitgevoerd aan de Universiteit van Florida wees uit dat landen met een ‘ge-genderde taal’, waar zelfstandig naamwoorden danwel werkwoorden een mannelijke en/of vrouwelijke vorm kennen (zoals in het Frans), doorgaans minder egalitair zijn dan de landen waar deze woordvormen neutraal zijn (zoals in het Engels).

Ge-genderd taalgebruik, schrijven de onderzoekers, ‘kan een blijvende invloed hebben op sekse-stereotyperingen en rolpatronen in het echte leven’. Als voorbeeld geven ze de werksfeer: hier zijn mannelijke vormen van beroepen volgens hen extra problematisch omdat ‘vrouwen moeite kunnen hebben zich met deze termen te identificeren en daardoor impliciet worden uitgesloten van een bepaalde functie of carrière. Een experiment toonde aan dat vrouwen vijf keer minder snel geneigd waren te solliciteren op een functie die werd omschreven in traditioneel masculiene termen, dan op dezelfde functie waar een neutrale omschrijving werd gebezigd.

Geen zangeres

Dat is ook een probleem, vertelt Lindqvist, op het moment dat er wordt besloten om het sekse-onderscheid in een taal te verminderen door de vrouwelijke vorm (van bijvoorbeeld een beroep) te schrappen. Want de neutraal bedoelde woordvorm wordt over het algemeen toch met mannelijkheid geassocieerd. Zo hief Zweden het onderscheid tussen sångare (zanger) en sångerska (zangeres) op. Sångare is nu officieel de gender-neutrale vorm. Lindqvist: “Maar als je iemand vraagt naar zijn favoriete sångare, noemen ze in negen van de tien gevallen een man.”

Beter is om met een hele nieuwe, nog associatievrije term op de proppen te komen. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij het woord riksdagsman (parlementsman) versus riksdagskvinna (parlementsvrouw). Die twee ge-genderde woorden werden compleet vervangen door het neutrale riksdagsledamot (parlementslid). “We hebben het hier over vertegenwoordigers van het volk”, benadrukt Annika Olsson, werkzaam bij Jämställdhetsmyndigheten, het Zweedse overheidsorgaan voor gendergelijkheid dat in 2018 zijn deuren opende. “Daar moet iedereen zich mee kunnen identificeren, of je nu vrouw bent, of man, of geen van beide.”

Maar de beïnvloeding van taal versus maatschappij is wederzijds. Gelijkwaardig taalgebruik zet niet alleen aan tot een gelijkwaardiger samenleving, maar spiegelt deze ook. Het feit dat ‘hen’ zo’n vruchtbare bodem vindt in Zweden heeft ongetwijfeld te maken met het hoge emancipatieniveau.

In geen enkel ander land ter wereld werkt zo’n groot gedeelte van de vrouwelijke bevolking. De helft van de Zweedse ministers is vrouw, onder wie de minister voor, u raadt het al, seksegelijkheid. De Zweedse regering heeft zichzelf tot ‘feministische regering’ gedoopt, gericht op ‘het creëren van een samenleving waarin iedereen tot diens volle potentieel komt’ en hanteert tevens een ‘feministische buitenlandpolitiek’. In 1974 was Zweden het eerste land wereldwijd om het seksespecifieke moederschapsverlof te vervangen door ouderschapsverlof. En in de categorie trivia: de meeste openbare toiletten zijn genderneutraal, veel kinderkledingwinkels zijn dat ook.

Voorsprong

Waarom uitgerekend Zweden zo ver voorligt op het gebied van seksegelijkheid? “Dat heeft alles te maken met de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt”, aldus Paulina de los Reyes, hoogleraar economische geschiedenis aan de universiteit van Stockholm. Terwijl de rest van Europa in de jaren veertig oorlog voerde, kregen de Zweedse economie en infrastructuur een enorme boost. En dat vereiste extra arbeidskracht. De overheid, de werkgeversorganisaties en de vakbonden: allemaal moedigden ze vrouwen aan de arbeidsmarkt te betreden. “Toen Zweedse vrouwen massaal aan het werk gingen, kregen ze ook een steeds actievere rol in het politieke leven. Vrouwen waren ineens niet alleen meer moeder, maar ook werker. Ze bedongen kinderopvang, betere burger- en arbeidsrechten, hogere scholing. Die geschiedenis heeft een cultuur gevestigd waarin het vanzelfsprekend is dat vrouwen goed worden opgeleid en carrière maken.”

Al benadrukt de hoogleraar dat zelfs Zweden genoeg werk aan de winkel heeft. Vrouwen verdienen bijvoorbeeld nog altijd zo’n tiende minder dan mannen. Ook gaan meer vrouwen dan mannen studeren aan de universiteit, en ze halen betere resultaten, maar toch is minder dan een op de vijf hoogleraren vrouw. “Binnen bepaalde milieus is de traditionele seksehiërarchie heel hardnekkig.”

Lees ook:

Het helpt als je ‘het’ en paard noemt

Genderneutrale taal werkt. Het doet mensen anders denken over de seksen, blijkt uit onderzoek in Zweden.

De koploper in genderneutrale taal: het Turks

Een taal maak je niet in een handomdraai wereldkampioen genderneutraal. Zweden doet zijn best, maar ligt nog ver achter op een land dat je eerder in de achterhoede zou verwachten: Turkije.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden