ReportageArmoede

Met Amanda Gorman proberen Hongaarse Roma aan de misère te ontsnappen

Meisje binnen in een van de oude huisjes van de staalarbeiders in het Hongaarse Hétes , waarin de Roma nu wonen. Ze deelt het bed met haar ouders en zusjes. Beeld Photo: Dénes Erdős
Meisje binnen in een van de oude huisjes van de staalarbeiders in het Hongaarse Hétes , waarin de Roma nu wonen. Ze deelt het bed met haar ouders en zusjes.Beeld Photo: Dénes Erdős

In het Hongaarse Ózd blijven Roma-kinderen vastzitten in armoede en een lage opleiding. Filmmaakster Kriszta Bodis probeert die neerwaartse spiraal te doorbreken. Met succes. Onlangs vertaalden Roma-tieners het prestigieuze gedicht van Amanda Gorman.

Vuilnis op straat, een geit, in de wind klapperende vuilniszakken bij wijze van raam en vier families die samenwonen in een huisje van nog geen veertig vierkante meter: ook dit is Europa. Hétes is één van zestien nederzettingen in Ózd, in het noordoosten van Hongarije. Er wonen vooral Hongaarse Roma. Een bevolkingsgroep die sterk oververtegenwoordigd is in de armste regio van het land. Waar de gezondheid en levensverwachting van bewoners van het tweede district van Boedapest rond het gemiddelde niveau in de Scandinavische landen ligt, bereikt men in deze noordoostelijke regio nauwelijks het niveau van Centraal-Afrikaanse landen.

Dat was weleens anders. Ooit was Ózd een welvarend stadje vanwege de gigantische staalfabriek die veel werkgelegenheid bood. Na 1989 viel de staatssteun weg en algauw kon de fabriek niet meer op tegen haar concurrenten op de Europese staalmarkt. Het resultaat was wijdverspreide werkloosheid, sociale spanningen en een exodus van alle mensen die het zich konden veroorloven te vertrekken. Die gaat nog altijd door: in 2006 had Ózd nog 50.000 inwoners, inmiddels zijn dat er nog zo’n 30.000. In nederzettingen als Hétes wonen de mensen in huisjes die ooit gebouwd werden voor de staalarbeiders, maar die al decennia niet zijn onderhouden. Ze hebben geen badkamers of stromend water.

Schokkende armoede

Wel is er in Hétes inmiddels een badhuisje gebouwd. Op het stoepje voor het gebouw zitten drie meisjes. De rondleidster blijkt hun moeder te zijn. “Dit is nog maar de helft van mijn kinderen”, lacht ze. Ze laat met trots het badhuisje zien: twee douches en een wasmachine, die gebruikt worden door de hele nederzetting. Daar wonen ongeveer driehonderd mensen. Dat het badhuisje er staat, komt grotendeels door de inspanningen van Kriszta Bodis, een Hongaarse filmmaakster die zo’n 25 jaar geleden in Ózd aankwam om een film te maken over de toen al schokkende armoede. Ze ging er nooit meer weg en wordt in Ózd nu als een soort beschermheilige beschouwd. Ze verzamelt voedseldonaties en deelt die uit, zorgde dat er straatverlichting kwam en elk jaar organiseert ze een kamp voor alle kinderen.

Daarnaast ontwikkelde Bodis een andere manier om deze mensen te helpen: het Van Helyed (‘er is een plaats voor jou’)-systeem. Met een achtergrond in de ontwikkelingspsychologie draait Bodis’ manier van armoedebestrijding om het begeleiden en aanmoedigen van de jongste leden van de gemeenschap. “Onder de Roma in Ózd gaat de problematiek namelijk verder dan alleen de effecten van werkloosheid en slechte voorzieningen”, vertelt Bodis. Het idee dat je als Roma toch nooit iets zult bereiken is hardnekkig – en wordt verder bestendigd via segregatie op scholen, waarbij veel Roma-kinderen in de regio nog altijd apart van de rest van de Hongaarse kinderen les krijgen. Het resultaat is dat veel Roma hun middelbare school of zelfs hun basisschool niet afmaken; veel meisjes raken zwanger op hun zestiende en verlaten school. Zo blijven veel mensen vastzitten in een lus van armoede en lage opleiding.

Kinderen uit de nederzettingen in Ózd maken sieraden in de tuin van het opvangcentrum.  Beeld Photo: Dénes Erdős
Kinderen uit de nederzettingen in Ózd maken sieraden in de tuin van het opvangcentrum.Beeld Photo: Dénes Erdős

Bodis verhoogt de levenskansen van deze kinderen via dagelijkse begeleiding bij dingen als huiswerk en het financieren van goede vervolgopleidingen. Ook kunst speelt een belangrijke rol: ze leert de kinderen van Ózd zichzelf uit te drukken via design, fotografie, literatuur en poëzie. Het idee daarachter is dat een gevoel van eigenwaarde niet alleen voortkomt uit materiële omstandigheden, maar ook uit het gevoel iets bij te dragen, iets van waarde voort te kunnen brengen. Met de kinderen van Hétes maakte ze bijvoorbeeld een rapvideo.

‘Waarom ga je niet gewoon naar huis?’

En dit jaar gebeurde er iets interessants: de Hongaarse uitgever van de dichtbundel van Amanda Gorman, die de discussie rondom Marieke Lucas Reijneveld en de Nederlandse vertaling van de bundel had gevolgd, besloot plotseling om de vertaling van de Hongaarse versie aan de jongeren in Bodis’ literaire workshop in Ózd te geven. Het bekendste gedicht van Gorman, The Hill We Climb, is inmiddels vertaald. Vier tieners, met een liefde voor Engelse taal en poëzie, nemen deel aan de workshop. Zonder Bodis hadden ze die liefde misschien wel nooit ontdekt. Alle vier groeiden ze op in nederzettingen als Hétes. Noémi Alka (18) wordt al vanaf haar twaalfde door Bodis begeleid. Ze is slim en getalenteerd: op haar veertiende vertrok ze naar Boedapest, om naar een betere school te kunnen. Toch kwam ze twee jaar later weer terug. “Ik zat op een dag bij Engels, en ik snapte iets van de grammatica niet”, vertelt ze in Ózd. “Toen zei de docent: ‘Nou weet je, je bent zestien en je bent een Roma – die stoppen op die leeftijd meestal met school. Waarom ga je niet gewoon naar huis?’ Toen wilde ik daar niet meer zijn.” Ze maakt haar school wel af, maar doet dat thuis in Ózd waar het onderwijs weliswaar slechter is, maar waar ze wel omringd wordt door andere Roma.

Volgend jaar doet ze eindexamen, en daarna hoopt ze dat ze genoeg moed verzameld heeft om toch weer terug naar Boedapest te gaan – om te studeren, liefst culturele antropologie. In de afgelopen jaren begon ze met het schrijven van gedichten over de pijnlijke dingen die haar overkomen zijn. “Dat helpt”, vertelt ze. “Ik wil in mijn gedichten aan de mensen die me pijn gedaan hebben laten zien hoe dat voelt. Maar ik wil niet alleen maar voor die mensen schrijven: ik wil ook dat de mensen hier mijn gedichten lezen, dat ze zien dat je ook als Roma dingen kunt doen met je leven, dat je niet hier hoeft te blijven en op je zestiende een familie hoeft te beginnen.” Zelf wil ze geen kinderen, vertelt ze. “Wat ik ook doe, ze zouden toch Roma zijn. Dat wil ik niet.”

Sugi Berki (17), één van de vertalers van de gedichten van Amanda Gorman. Beeld Photo: Dénes Erdős
Sugi Berki (17), één van de vertalers van de gedichten van Amanda Gorman.Beeld Photo: Dénes Erdős

In de gedichten van Gorman herkent ze veel. “Natuurlijk is zwart zijn in de Verenigde Staten niet hetzelfde als Roma zijn in Europa. Maar ik denk dat veel van de gevoelens wel hetzelfde zijn.” Haar moeder moest huilen toen ze hoorde dat Noémi de gedichten zou gaan vertalen. Inmiddels gaat het financieel wat beter met het gezin, maar toen Noémi klein was waren er jaren waarin haar ouders haar geen eten mee naar school konden geven en ze regelmatig maar één maaltijd per dag at. “Zo’n leven wil ik niet meer. Ik wil hier weg: ik wil meer gedichten schrijven, studeren en reizen.”

Passie voor literatuur

Verderop in het gebouw in Ózd zit Sugi Berki (17), één van de andere vertalers. Ook die (Sugi is non-binair) vertrok naar Boedapest om er naar school te gaan, maar Sugi voelde zich juist beter in de hoofdstad. “Ik vind het fijn om mijn familie te zien, maar verder kom ik hier niet zo graag meer.” Sugi was in Ózd de beste leerling van de klas, en werd nogal gepest. “Omdat de leraren aardig tegen me waren, en misschien ook om hoe ik eruitzie. In Boedapest ben ik meer op mijn plek.” Sugi’s passie is meer in het algemeen de Engelse taal en literatuur. Amanda Gorman bewondert die om haar moed. “En het feit dat ze zoveel aan anderen denkt. Niet alleen aan zichzelf.” In Boedapest wil Sugi psychologie gaan studeren, net als Bodis. Sugi wil eigenlijk het liefst dat hun familie ook vertrekt uit Ózd. “Er is hier heel weinig werk: alleen maar tijdelijke baantjes. Veel fabrieken zijn gesloten. Alleen in het onderwijs is nog werk.”

Kriszta Bodis, de filmmaakster die besloot in Ózd te blijven. Beeld Photo: Dénes Erdős
Kriszta Bodis, de filmmaakster die besloot in Ózd te blijven.Beeld Photo: Dénes Erdős

In de bijna 25 jaar dat de organisatie van Bodis nu in Ózd zit, veranderde er veel voor Hongarije als land: het trad toe tot de Europese Unie en werd samen met Polen de grootste netto-ontvanger van subsidies uit Brussel. Hebben die in Ózd iets uitgehaald? “Nee”, zegt Bodis stellig. “Er komen al jaren enorme sommen geld binnen, maar de armoede is hetzelfde als toen ik hier voor het eerst kwam. Het probleem is niet eens alleen corruptie: het geld wordt gewoon totaal inefficiënt besteed.” Ze loopt naar de ingang van het gebouw dat haar organisatie in Ózd nu tijdelijk gebruikt, terwijl hun eigen gebouw gerenoveerd wordt. Binnen zijn kinderen van alle leeftijden te vinden: er is een kamer voor zwangere vrouwen en pasgeborenen, ruimten waarin kinderen huiswerkbegeleiding krijgen, er is een keuken. Buiten spelen kinderen het spel Uno, een groepje springt op een trampoline.

Uit de armoedespiraal komen

“Nu wordt dit gebouw eventjes goed gebruikt”, zegt Bodis. “Door ons. Maar het stond hiervoor een hele tijd leeg: er wás niemand. Het werd gebouwd met EU-geld en er hangt een bordje naast de voordeur met een pretentieuze tekst over de bestemming van het gebouw. Het was bedoeld om Roma-kinderen te ondersteunen. Dat is dan een succesvol project vanuit de Europese Unie. Maar met alleen het gebouw bouwen ben je er natuurlijk niet, als niemand er vervolgens iets mee doet.”

Er staat in Ózd ook een museum dat aandacht besteedt aan de nationale filmgeschiedenis, gevestigd in één van de oude staalfabrieken. Er komt bijna niemand; toeristen komen nou eenmaal niet naar het afgelegen Ózd. Kosten: ruim vijf miljoen euro, gefinancierd met EU-subsidies.

Wat er wél met al dat EU-geld gedaan zou moeten worden in Ózd? Daar hoeft Bodis niet lang over na te denken. “Het verbeteren van het onderwijs.” Zolang dat van zo’n lage kwaliteit is en er nog zoveel segregatie is, komt geen mens eigenhandig uit de armoedespiraal, denkt Bodis. Ze zucht. “Alles begint en eindigt hier in Ózd met kinderen.”

Lees ook:
Roma-families in Hongarije hebben het tijdens corona extra zwaar

De gevolgen van de coronacrisis raken de Hongaarse Roma hard. Ze staan er vaak alleen voor, maar soms krijgen ze hulp, zoals van deze groep taxichauffeurs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden