In memoriamJohn Lewis

Mensenrechtenactivist Lewis (1940 - 2020) maakte graag ‘goede moeilijkheden’

John Lewis in 2018.Beeld EPA

Activist en politicus John Lewis is overleden. Hij werd geboren in 1940. Toen Martin Luther King zijn beroemde ‘I have a dream’-toespraak hield, sprak ook Lewis – en feller. 

Kippen waren het eerste publiek van John Lewis. De stem die in 1960 demonstratief – en vergeefs – een bestelling zou doen in een lunchcafé dat ‘verboden voor kleurlingen’ was; die in 1963 zou klinken bij het Lincoln monument in Washington met een toespraak die Martin Luther King bijna te ver ging; die vanaf 1987 leden van het Huis van Afgevaardigden de rug deed rechten – die stem ging om te beginnen pluimvee voor in gebed op een boerderij in Troy in de staat Alabama.

“Ze zeiden nog net geen ‘Amen’, vertelde Lewis later, “maar ze luisterden veel beter dan sommige van mijn collega’s vandaag in het Congres, en sommige waren net iets productiever. Ze legden tenminste eieren.”

Thuis, in een gezin met tien kinderen, kreeg hij dan ook de bijnaam ‘de Predikant’, en het verbaasde niemand dat hij na de middelbare school ging studeren aan een baptistisch seminarie in Nashville. Maar naast het woord trok ook de daad. De jongen die was opgegroeid in het systeem van apartheid dat het Amerikaanse Zuiden had opgezet – tot zijn zesde jaar had hij nog maar twee keer een wit persoon gezien – kwam er tegen in opstand. Zijn ouders vonden dat maar niets, je moest geen moeilijkheden maken, vonden ze. Lewis gaf daar een draai aan die hij zijn leven lang zou citeren: ‘goede moeilijkheden’ moest je zeker maken. Toen hij 16 jaar oud was, organiseerde hij een petitie om zwarte burgers van Troy toe te laten tot de bibliotheek. Hij correspondeerde met Martin Luther King, die hij op de radio had gehoord, en overlegde met hem of hij zich zou opgeven bij de aan witten voorbehouden universiteit van Troy.

‘Freedom Rider’

Maar het werd dus Nashville, en daar rolde hij vanzelf in het protest tegen de achterstelling van zwarten. Hij volgde workshops over geweldloos verzet, nam deel aan sit-ins om toegang voor zwarten tot cafetaria’s af te dwingen – uiteindelijk met succes – en stapte met andere activisten als ‘Freedom Rider’ op bussen die volgens de wet voor iedereen toegankelijk zouden moeten zijn, maar het in de praktijk niet waren.

Als gevolg daarvan maakte Lewis kennis met politiecellen en politieknuppels. Hij turfde veertig arrestaties tussen 1960 en 1966. In Montgomery, Alabama werd hij tijdens een confrontatie met woedende witte inwoners bewusteloos geslagen.

Zijn activisme bracht hem erkenning. In 1963 werd hij voorzitter van het Student Nonviolent Coordinating Committee (SNCC), de jongerenorganisatie die met zijn radicalisme langer bestaande burgerrechten-organisaties uitdaagde. Daarmee was hij een van wat de pers van de ‘Grote Zes’ had gedoopt: zwarte leiders van wie nu Martin Luther King de bekendste is.

Net in die periode werd de grote mars op Washington voorbereid, waar King zijn beroemde ‘I have a dream’ toespraak hield. Lewis sprak ook en het viel iedereen op hoeveel feller zijn toon was. En dan was de toespraak op verzoek van de andere vijf nog afgezwakt.

‘Dankzij jou, John’

Twee jaar later liep hij vooraan bij een andere demonstratie en werd bijna een martelaar van de burgerrechtenbeweging. Uit protest tegen het weren van zwarten uit de kiesregisters zouden zeshonderd mensen van Selma in Alabama naar de hoofdstad Montgomery lopen. Al aan de rand van Selma, op de Edmund Pettus brug, werden ze tegengehouden door politie. Toen ze weigerden zich te verspreiden, ging die tot de aanval over met traangas en knuppels. Lewis werd neergeslagen en bleek later een schedelbreuk te hebben.

‘Bloody Sunday’ was een doorbraak omdat er tv-camera’s bij waren. President Lyndon Johnson had tot dan toe geaarzeld om een burgerrechtenwet die zijn vermoorde voorganger John F. Kennedy had voorbereid, in stemming te brengen. Maar na Selma was het politieke klimaat er rijp voor. Een van de trofeeën die Lewis daarna koesterde was een pen waarmee Johnson een van de pagina’s van de wet had ondertekend. Een andere was een foto van president Barack Obama waarop Amerika’s eerste zwarte president had geschreven: “Dankzij jou, John”.

Na het actievoeren lonkte de politiek. Een eerste poging om in het Huis van Afgevaardigden te worden verkozen, mislukte in 1977. Lewis moest zoals zoveel politici bescheidener beginnen, hij werd vier jaar later gekozen in de gemeenteraad van Atlanta. In 1986 deed hij opnieuw een gooi naar een zetel in het Huis, als tegenstander van een populaire zwarte politicus. “Kies voor het werkpaard, niet voor het showpaard”, was zijn leus. Hij werd gekozen dankzij de stemmen van een groot aantal witte inwoners van het district. Hij zou de zetel daarna tot zijn dood bezetten.

Als Congreslid stond hij niet bekend als iemand die wetten maakte en door de procedurele en partijpolitieke mijnenvelden loodste. Hij was eerder de redenaar die aan het eind van het debat verwoordde waar het eigenlijk om ging. Na de moordpartij in de homonachtclub Pulse in Orlando organiseerde hij een bezetting van de vergaderzaal van het Huis uit protest tegen de weigering van de Republikeinse meerderheid het wapenbezit strenger te reguleren.

Onomkeerbaar

Lewis heeft nog mogen meemaken hoe opnieuw beelden van mishandeling en het doden van een zwarte door witte politiemensen – in Minneapolis – het land schokten en voor een ongekend snelle omslag zorgden in de publieke opinie. Dat black lives matter, dat zwarte levens er toe doen, is sindsdien voor een meerderheid geen provocatie meer, maar een logische eis.

Maar nog niet voor iedereen natuurlijk. In de oren van de huidige Amerikaanse president, de zesde die Lewis als Congreslid meemaakte, klinkt die leus als een ‘uiting van haat’ tegen witte Amerikanen. Maar Lewis zag hem niet als legitieme president – als protest tegen de hulp die Trump bij zijn verkiezing van Rusland kreeg, boycotte hij zijn beëdiging.

En in zijn laatste verschijning in het openbaar kon Lewis zien hoe de wereld buiten het Witte Huis zijn eigen gang gaat. Samen met de zwarte burgemeester van Washington DC bracht hij een bezoek aan Black Lives Matter Plaza, pal tegenover Trumps residentie.

“Het was ontroerend om honderdduizenden mensen uit heel Amerika en in heel de wereld de straat op te zien gaan, hun stem te verheffen, in wat ik noem ‘goede moeilijkheden’ te raken’”, had hij een paar dagen eerder gezegd in een van zijn laatste tv-interviews. “Dit is onomkeerbaar.”

Lees ook:

‘Ik ben zwart en stel me verkiesbaar, omdat ik de beste ben’

De Black Lives Matter-protesten geven zwarte kandidaten in de Verenigde Staten dit verkiezingsjaar een steuntje in de rug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden