Servische soldaten bewaken de ingang van de kliniek voor infectie en tropische ziekten.

Gezondheidszorg

Medisch personeel vertrekt massaal uit Oost-Europa naar het westen, door corona dreigt er nu een tekort

Servische soldaten bewaken de ingang van de kliniek voor infectie en tropische ziekten.Beeld AP

De corona-epidemie legt in Centraal- en Oost-Europa een sluimerend probleem bloot. Door de jarenlange exodus van medisch personeel richting het Westen, dreigt de gezondheidszorg in de regio vast te lopen.

Het vrij verkeer van personen en arbeid is een van de fundamenten waarop het fort van de Europese Unie steunt. Voor de meesten van de ruim vijfhonderd miljoen Europese burgers betekenen de open grenzen in de praktijk vooral dat je tijdens de zomervakantie nooit meer je paspoort hoeft te laten zien aan een nurkse douanier. Daarnaast mag iedere EU-burger werken waar hij wil. Een Spaanse ICT’er in Berlijn, een Poolse fruitteler in het Groene Hart of een Oostenrijkse skileraar in Zweden – Europa maakt het mogelijk.

Toch hangt juist dat vrij verkeer van arbeid nu als het zwaard van Damocles boven het hoofd van sommige landen. Nu alle 27 lidstaten meer dan ooit een beroep doen op hun medici en andere zorgverleners, zijn het met name de nieuwste leden van de Europese familie die het onderspit delven in de bestrijding van de corona-epidemie. Voor hen dreigt een massaal tekort aan medisch personeel om de crisis het hoofd te bieden.

Beeld Louman & Friso

De landen in Centraal- en Oost-Europa kampen al jaren met een exodus van artsen en verplegers. Sinds hun toetreding tot de EU in het eerste decennium van deze eeuw, zien de lidstaten in de regio een steeds grotere uitstroom van medische bollebozen en ander zorgpersoneel naar het westen. Dat die stroom eenrichtingsverkeer is, wekt weinig verbazing. De hoge salarissen en beter georganiseerde zorgstelsels maakt het voor veel medisch personeel aantrekkelijk om naar het rijke westen te vertrekken.

 Aanzienlijk onder de westerse standaard

De cijfers spreken boekdelen. Uit de gegevens van Eurostat, het statistiekbureau van de EU, uit 2016 blijkt dat er een groot gat bestaat tussen de verschillende lidstaten als het aankomt op de uitgaven voor gezondheidszorg. Zo geven Roemenië en Bulgarije respectievelijk 432 en 556 euro per inwoner per jaar uit, terwijl westelijke lidstaten als Nederland, Duitsland en Denemarken al snel rond de 4000 euro per inwoner per jaar besteden.

Vanzelfsprekend zorgt dat ook voor een salariskloof. Terwijl de gemiddelde huisarts in Nederland en Denemarken ruim boven de 100.000 euro bruto per jaar verdient, komen collega’s in het oosten van Europa er een stuk bekaaider van af. Een Tsjechische huisarts krijgt bijvoorbeeld gemiddeld nog geen 32.000 euro bruto per jaar op zijn rekening bijgeschreven en ook in Hongarije ligt het salaris van de gemiddelde dokter met bijna 24.000 euro bruto per jaar aanzienlijk onder de westerse standaard.

Vroegtijdige lockdown in Oost-Europa lijkt zijn vruchten af te werpen

De braindrain en wankelende zorgstelsels ten spijt, blijft de Oost-Europese landen het zwartste coronascenario tot nog toe bespaard. In tegenstelling tot de lidstaten in het westen van het continent, ligt het aantal besmettingsgevallen en doden door toedoen van corona in het oosten betrekkelijk laag.

Zo waren er op 12 mei in Roemenië ‘slechts’ 15.000 besmettingen en een kleine duizend doden. In Bulgarije is dat aantal nog vele malen lager: nog geen tweeduizend besmettingen en 93 overlijdensgevallen. Ook in Hongarije (3313 besmettingen, 425 doden), Slowakije (1457 besmettingen, 26 doden) en Polen (ruim 16.000 gevallen en 811 doden) zijn de cijfers kinderspel in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk, België en Nederland waar het aantal geregistreerde gevallen in de tienduizenden loopt en ook de sterftecijfers drie nullen of meer hebben.

Een van de redenen voor de relatief lage besmettingsgraad in Oost-Europa is dat de landen in de regio al in een vroeg stadium in lockdown gingen. Terwijl reizen naar het buitenland in Nederland half maart slechts ‘sterk werden afgeraden’, besloten de regeringen van onder meer Polen, Slowakije, Bulgarije, de Baltische staten en Tsjechië de grenzen al helemaal of grotendeels dicht te gooien. En toen er nog maar een handvol besmettingen in de regio was geconstateerd, gingen scholen al preventief dicht en werden niet noodzakelijke verplaatsingen verboden.

In eerste instantie stuitte die aanpak op kritiek. David Sassoli, voorzitter van het Europees Parlement, wierp destijds zelfs op dat ‘controles aan de Europese binnengrenzen meer kwaad dan goed doen.’ Toch lijken de vroegtijdige voorzorgsmaatregelen de Oost-Europese landen nu wel degelijk de nodige ellende te besparen. Hoe de situatie zich in de komende maanden zal ontwikkelen, is speculeren, maar als de lidstaten in het oosten iets bewijzen, is het dat voorkomen beter is dan genezen. Al is het maar omdat dat laatste gezien het personeelstekort en de piepende zorgstelsels in hun geval een stuk lastiger zal zijn.

De cijfers van de Europese Commissie bevestigen het ‘braindrain’-probleem dat de zorgstelsels van Centraal- en Oost-Europa doet piepen en kraken. Zo vertrok bijna de helft van de Roemeense dokters tussen 2009, twee jaar nadat het land toetrad tot de EU, en 2015 om elders aan de slag te gaan. Inmiddels heeft het land de laagste dichtheid van artsen binnen de EU.

Ook in de rest van de regio wordt de spoeling steeds dunner. Sinds Bulgarije in 2007 toetrad tot het handelsblok trokken artsen massaal weg: het land beschikte in 2019 over 49 doktoren minder per 100.000 inwoners dan in 2002, toen het nog niet tot de Europese familie behoorde. Slowakije verloor sinds de eeuwwisseling zelfs 62 artsen op elke 100.000 inwoners. Maar Estland spant de kroon. De Baltische staat verloor in nog geen twee decennia tijd 138 medici op elke 100.000 inwoners. Ter vergelijking: Nederland kreeg er tussen 2002 en 2019 per 100.000 inwoners achttien artsen bij. In Luxemburg waren dat er 32, in het Verenigd Koninkrijk 45 en in Zweden zelfs 78.

Gepensioneerden achter de geraniums vandaan

Wat betreft het aantal verplegers dat zijn biezen pakt, zijn de getallen voor de de Oost- en Centraal-Europese landen al even zorgwekkend. Tussen 2002 en 2019 staken er op elke 100.000 Esten 51 verplegers de landsgrens over op zoek naar een royaler loonstrookje. In de rest van de regio is het niet veel beter: in Bulgarije vertrokken 35 verplegers per 100.000 inwoners, in Slowakije 95 en in Roemenië 118. Dat terwijl landen als het Verenigd Koninkrijk (+66), Nederland (+6) en Luxemburg (+333) allemaal een netto-instroom van verpleegkundigen kennen. De Oost-Europese verplegers worden er met open armen ontvangen. In feite leiden de lidstaten in het oosten dus zorgpersoneel op voor de rijke landen in het westen.

Om de vlucht van kennis tegen te gaan, proberen de Oost-Europese landen al jaren het medisch intellect binnen de eigen landsgrenzen te houden. Maar gezien de open grenzen, is dat veelal tegen beter weten in. Noodgedwongen strooien de landen in het oosten nu met douceurtjes en andere lokmiddelen om het medisch personeel binnenboord te houden. Tegelijkertijd worden de tekorten opgevangen door geneeskundestudenten dan maar op te roepen als vrijwilligers in ziekenhuizen of door gepensioneerde artsen en verplegers achter de geraniums vandaan te plukken.

Zo besloot Slovenië onlangs in het licht van de corona-epidemie specialistische medische studies tijdelijk op te schorten en studenten in te zetten om het virus te bestrijden. De regering in Sofia beloofde op haar beurt dat Bulgaarse zorgverleners die betrokken zijn bij de strijd tegen de longziekte 500 euro extra salaris per maand kunnen krijgen.

Gratis vliegtickets en cash geld

Dergelijke maatregelen zijn niet nieuw. In 2016 begon Polen al een campagne om de medisch opgeleide bevolking terug naar het moederland te lokken door onder meer huisvesting en extra geld te beloven. Iets verder naar het zuiden, in Hongarije, zegde de regering in Boedapest gratis vliegtickets en cash geld toe om de verloren zonen en dochters met een medisch diploma op zak terug te halen.

De toetreding tot de Europese Unie heeft veel oostelijke lidstaten de afgelopen jaren veel goeds gebracht, zoals massale ontwikkelingsinvesteringen en lucratieve handelsverdragen. Maar er zit dus wel degelijk een keerzijde aan het EU-lidmaatschap. Nu het coronavirus het continent in een houdgreep heeft, dreigt de medische braindrain zijn tol te eisen.

Voorlopig lijken de ziekenhuizen in het voormalig Oostblok nog niet te bezwijken onder het personeelstekort, mede doordat het aantal besmettingen in de regio laag is in vergelijking met het westen. Maar mocht het virus binnenkort oostwaarts trekken, dan kunnen de lidstaten in de regio zich opmaken voor een uitputtingsslag.

Ook landen rondom de Middellandse Zee lopen leeg

Ook de Zuid-Europese landen kampen al jaren met een uitstroom van zorgpersoneel. Zo verloren Italië, Griekenland, Spanje en Portugal tussen 2002 en 2019 respectievelijk vijf, zeventien, 25 en 88 verplegers op elke 100.000 inwoners. Voor artsen waren die getallen respectievelijk negen, 78, drie en dertien. Ook onder het Mediterraanse zorgpersoneel is een beter salaris de voornaamste reden om richting het noorden te trekken.

Lees ook:

Oost-Europese braindrain splijt Europa

Na hun toetreding tot de EU zagen Oost-Europese landen veel van hun wetenschappers vertrekken. De meesten naar Groot-Brittannië, dat nu juist uit de EU treedt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden