Franse presidentsverkiezingen

Links was nog nooit zo zwak in Frankrijk

Valérie Pécresse wordt gefeliciteerd door haar tegenstander Éric Ciotti na het bekendmaken van de uitslag. Beeld Reuters
Valérie Pécresse wordt gefeliciteerd door haar tegenstander Éric Ciotti na het bekendmaken van de uitslag.Beeld Reuters

Alle deelnemers aan de Franse presidentsverkiezingen van april volgend jaar zijn nu bekend. Wat vooral opvalt is de ruk naar rechts die het land heeft gemaakt: links lijkt bij voorbaat kansloos.

Kleis Jager

Het is een ongekend beeld. In sommige peilingen schommelt het aandeel van links op de kiezersmarkt – van trotskisten tot groenen – tussen de 24 en 29 procent. Het is het laagste niveau sinds 1969.

De hoogst scorende van de zeven progressieve kandidaten – Jean-Luc Mélenchon van La France Insoumise (FI) – haalt net geen 10 procent. Yannick Jadot van de groene partij Éurope Écologie Les Verts (EELV) staat op iets meer dan 7 procent en Anne Hidalgo, de burgemeester van Parijs en voorvrouw van de Parti Socialiste (PS), moet het doen met iets meer dan 5 procent.

Wie vervolgens Mélenchon, Jadot en Hidalgo optelt, ziet dat dit trio met 22 procent ver achterblijft bij het nationaal-populistische blok van de schrijver-journalist Éric Zemmour en Marine Le Pen. De laatste twee zijn samen goed voor 34 procent.

Grote favoriet is president Emmanuel Macron, die altijd heeft gezegd dat links en rechts achterhaalde begrippen zijn. Hij kan rekenen op ongeveer 25 procent van de stemmen en wint volgens alle voorspellingen zowel de eerste als de tweede ronde.

President Emmanuel Macron. Beeld AFP
President Emmanuel Macron.Beeld AFP

Maar om die score – uitzonderlijk hoog voor een zittende president – te halen, ontkwam hij er niet aan zichzelf een ander, veel minder sociaal-liberaal profiel te geven. Hij begon zijn termijn in het politieke midden en vaart sinds een paar jaar een centrumrechtse koers.

Smalle ideologische basis

De zaken zouden er voor links misschien anders uitzien als Mélenchon, Jadot en Hidalgo besluiten dat twee van hen zich moeten terugtrekken. Maar dat zit er niet in, tot grote frustratie van een deel van de aanhang. De partijtop van FI, EELV en de PS vreest onder andere dat zo’n verenigd front uitgelegd zou worden als een wanhoopsactie die allen maar benadrukt hoe groot de crisis in het progressieve kamp wel niet is.

De grote vraag is hoe het zover heeft kunnen komen. Het meest voor de hand liggende antwoord luidt dat het aanbod niet meer aansluit op de vraag van de kiezer. Die hecht in grote meerderheid aan waarden die links in de afgelopen decennia de rug heeft toegekeerd, meent bijvoorbeeld de linkse intellectueel en commentator Jacques Julliard.

Éric Zemmour. Beeld AFP
Éric Zemmour.Beeld AFP

Volgens Julliard staat de laïcité – de Franse opvatting van de scheiding tussen kerk en staat – bovenaan dit lijstje. Een groot deel van de linkse intelligentsia bepleit een ‘open laïcité’. Frankrijk moet divers zijn en inclusief en daarbij past niet langer de aansporing tot integratie aan het adres van nieuwkomers, om van assimilatie nog maar te zwijgen. Probleem: een flinke meerderheid van de kiezers denkt hier heel anders over.

Daarbij heeft links het laten afweten op het gebied van veiligheid, meent Julliard. En tenslotte lijkt links bevangen door schaamte zodra de nationale geschiedenis of identiteit ter sprake komt.

Het succes van lokale linkse bestuurders die staan voor de ouderwetse aanpak – zoals de no-nonsense burgemeester van Montpellier Michaël Delafosse – ondersteunt het idee van Julliard dat Mélenchon, Hidalgo en Jadot zich hebben teruggetrokken op een te smalle ideologische basis. Eenvoudig gezegd: met ‘woke’ win je geen verkiezingen.

Jean-Luc Mélenchon. Beeld AFP
Jean-Luc Mélenchon.Beeld AFP

Hidalgo doet wel pogingen om haar electoraat van stedelijke hoger opgeleiden te verbreden door bijvoorbeeld het belang van veiligheid te benadrukken. Maar kennelijk is al te laat; vooral voor de volkse kiezers is de PS allang een gepasseerd station.

Frans Guantánamo

Een andere vraag van de komende maanden is of de andere traditionele regeringspartij in Frankrijk – Les Républicains (LR) – het hoofd kan oprichten. In 2017 haalde klassiek rechts de tweede ronde niet en voorspelden velen de ondergang van de partij van de oud-presidenten Chirac en Sarkozy.

Het zag er lang naar uit dat er voor LR geen ruimte meer was tussen Macron en de nationaal-populisten van Le Pen en Zemmour. Maar met de nieuwe leider Valérie Pécresse die de leden zaterdag kozen, is er nieuwe hoop.

Pécresse, oud-minister en chef van de regio Parijs, wordt vooralsnog begroot op iets meer dan 10 procent. Zij heeft dus een grote achterstand op Le Pen (19 procent) en Zemmour (14 procent) goed te maken. Daarvoor moeten de neuzen bij LR dezelfde kant op staan. Maar de eenheid die zaterdag te zien was bij het bekendmaken van de uitslag van de voorverkiezingen leek binnen 24 uur al weer voorbij.

Pécresse liet zondag weten dat zij haar programma niet zou aanpassen aan dat van de rechtsbuiten Éric Ciotti, de verliezende finalist van de voorverkiezingen. Ciotti pleit bijvoorbeeld voor een Frans Guantánamo voor moslimradicalen en het principe dat werkzoekenden met de Franse nationaliteit voorrang krijgen bij overheidsbanen. “Pécresse geeft geen goed signaal af”, reageerde Ciotti.

Voor Macron, die naar verwachting begin volgende maand zijn kandidatuur officieel maakt, is de komst van Pécresse hoe dan ook lastig. Hij kan hardliners als Ciotti eenvoudiger bestrijden dan een vrouw met wie hij niet alleen dezelfde achtergrond (beiden bezochten dezelfde elitescholen) maar uiteindelijk ook veel opvattingen deelt.

De kandidaten

Emmanuel Macron (43)

Is nog niet officieel kandidaat, maar besteedt de laatste tijd veel tijd aan zijn herverkiezing die hem een tweede termijn van vijf jaar moet opleveren. Zijn partij, die hij in 2016 oprichtte, heet La République en marche.

Marine Le Pen (53)

De leidster van het Rassemblement National (RN) had de laatste tijd veel last van komst van de rechts-radicale Zemmour. Maar zij herstelt zich nu en profiteert van het feit dat zij door hem minder extreem lijkt.

Éric Zemmour (63)

Is na een komeetachtige opkomst in de peilingen nu weer onder Le Pen gezakt. Presenteerde zondag de naam van zijn partij: La Reconquête (de herovering).

Valérie Pécresse (54)

Was ooit tegen homohuwelijk, maar herzag dat standpunt. Verliet in 2019 de partij Les Républicains uit protest tegen de conservatieve koers, maar is nu terug bij die partij en gaat voluit over rechts.

Jean-Luc Mélenchon (70)

Miste bij de presidentsverkiezingen in 2017 met zijn nieuwe partij La France insoumise – linkser dan de sociaaldemocratische Parti Socialiste – op een haar na de tweede ronde, met een score van 20 procent. Hij denkt dit keer te slagen. “Het land is in verwarring en extreemrechts is verdeeld”, zei hij zondag strijdbaar.

Lees ook:

Rechts-radicale presidentskandidaat Éric Zemmour voert oorlog tegen het progressieve gedachtegoed

Deze week stelde hij zich officieel kandidaat, wat er dik in zat: de Franse politiek lijkt alleen nog te draaienom de omstreden opiniemaker Éric Zemmour.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden