InterviewsArmoede

Libanezen zakken massaal door de armoedegrens: ‘De economische crisis maakt meer slachtoffers dan de explosie’

Siham Tekian in haar supermarktje in Beiroet. Een deel van de winkel staat leeg, omdat ze geen nieuwe producten kan kopen. Beeld Dalia Khamissy
Siham Tekian in haar supermarktje in Beiroet. Een deel van de winkel staat leeg, omdat ze geen nieuwe producten kan kopen.Beeld Dalia Khamissy

De Libanezen zitten economische aan de grond als gevolg van een politieke impasse en corona. Voedsel en andere eerste levensbehoefte zijn onbetaalbaar en hulp van de Wereldbank en het IMF blijft voorlopig uit. ‘Als vrienden bellen, is het om hun vertrek aan te kondigen.’

De Wereldbank laat er geen misverstand over ­bestaan: Libanon moet orde op ­zaken stellen, voordat de organisatie het land te hulp schiet. ­“Libanon moet zichzelf helpen, zodat wij kunnen ­helpen,” verduidelijkte Ferid Belhaj, vice­president Midden-Oosten en Noord-Afrika bij de ­Wereldbank, vorige week tegen persbureau Bloomberg.

Een politieke crisis woekert al maanden voort. Na de explosie in de haven van Beiroet, die aan meer dan honderd mensen het ­leven kostte, trad de regering vorige zomer af. In oktober werd politiek veteraan Saad Hariri aangewezen als premier. Die was een jaar eerder juist afgetreden naar aanleiding van grootschalige protesten tegen de economische malaise en corruptie. Hij beloofde snel een kabinet met experts samen te stellen. Bijna zes maanden later is dat nog altijd niet gelukt.

De Libanese burgers zijn het slachtoffer van de politieke impasse. De ­inflatie is ­torenhoog en de waarde van de nationale munteenheid, lira of pond, is sinds 2019 met 90 procent gekelderd. Dat is catastrofaal voor een land dat 80 procent van zijn eten importeert. Voedsel werd in december 400 procent duurder. Grootscheepse honger ligt op de loer.

Meer dan de helft van de bevolking leeft in ­armoede. Van de meer dan een miljoen ­Syriërs die naar het land vluchtten, leeft ­inmiddels 90 procent onder de armoedegrens.

Wie nog wel geld heeft, kan het niet opnemen

Libanezen die nog wel geld hebben, kunnen er sinds het najaar van 2019 niet meer bij. Spaarders mogen slechts gelimiteerd geld opnemen, omdat de banken 70 procent van hun vermogen hebben uitgeleend aan de Libanese centrale bank en de failliete staat.

Bovendien kampt het land met de gevolgen van de coronapandemie. Libanon heeft een zeer beperkt sociaal vangnet. Elke lockdown duwt meer mensen de afgrond in. ­Inmiddels gaan 1,2 miljoen kinderen al een jaar niet naar school.

In een poging de economie te stutten, gooide de regering het land open in de ­kerstvakantie. Het gevolg was een enorme stijging van het aantal coronagevallen. Dat risico wilde de regering niet nog een keer nemen, dus gold in het paasweekend een strenge lockdown; vier dagen lang mochten de Libanezen hun huis niet uit. Ook ­tijdens het Suikerfeest, aan het einde van de ramadan volgende maand, gaat het land op slot.

Het Internationale Monetaire Fonds heeft een miljoenenplan klaarstaan. Maar zonder nieuwe regering en grootscheepse hervormingen, krijgt het land geen buitenlands geld. Belhaj van de Wereldbank was vernietigend in zijn oordeel. “Ik zie geen sprankje hoop.”

Lily Abichahine Beeld Dalia Khamissy
Lily AbichahineBeeld Dalia Khamissy

Lily Abichahine (35), advocaat: ‘Ik heb Beiroet nog nooit zo verdrietig gezien’

“Ik ben geboren tijdens de ­burgeroorlog en ik heb de ­oorlog van 2006 meegemaakt (de gewapende strijd tussen Israël en de Libanese Hezbollah-beweging, red.). Maar als ik eerlijk ben, is hoe we nu leven de droevigste ervaring tot nu toe. Zelfs in de donkerste dagen heb ik Beiroet nog nooit zo verdrietig gezien.

Soms ben ik depressief, maar dan moet ik mezelf eraan herinneren hoeveel geluk ik heb. Ik heb een huis, ik verdien nog geld. Maar toch. Een dollar is nu 15.000 pond waard nu, tien keer zoveel als vorig jaar. Al mijn spaargeld bestaat uit Libanese ponden.

De prijzen stijgen zo hard dat aan producten geen prijskaartjes meer hangen. Vorige maand had ik een ontsteking, maar de benodigde medicijnen waren gewoon niet verkrijgbaar.

Ik ben bang dat op de lange termijn de financiële crisis zwaarder zal wegen dan de explosie. Iedere keer als vrienden bellen, is het om aan te kondigen dat ze vertrekken. Er is een exodus gaande. Ik heb mensen eerder weg zien gaan, maar nog nooit zoveel als nu.

Toen er anti-regeringsprotesten uitbraken in 2019 deed ik eraan mee; ik bezette wekenlang een brug. Toen was er nog hoop, ­perspectief dat we dingen konden veranderen. Maar van de mensen die toen de straat op gingen, is de helft vertrokken. Het is een verloren strijd. Dezelfde politici zitten nog steeds op hun post.

Ook ik worstel met de vraag of ik in Libanon moet blijven. Ik heb in het buitenland gewerkt en gestudeerd, maar kwam altijd terug. Maar ik wil niet voor eeuwig gegijzeld worden.”

Abedelkader Hamadeh Beeld Dalia Khamissy
Abedelkader HamadehBeeld Dalia Khamissy

Abed Abdelkader (31), bouwvakker: ‘We eten alleen nog rijst en aardappels’

“Ik ben altijd arm geweest. Kijk, ik ben helemaal grijs, dit is niet hoe iemand van 31 eruit hoort te zien. Ik kom oorspronkelijk uit de buurt van Aleppo, maar werk al sinds 2005 in Libanon. Ik was 13 toen ik begon in de bouw. Voorheen verdiende ik 600.000 pond, wat gelijk stond aan 400 dollar per maand. ­Inmiddels krijg ik 1.400.000 pond. Omgerekend in dollars is dat tegenwoordig 90 dollar. Mijn baas kan ook niet bij zijn geld. Ik slaap hier, op de bouwplaats, om hem te beschermen. De criminaliteit neemt toe, er wordt steeds meer gestolen en ik ben verantwoordelijk.

Ondanks alles stuur ik elke maand 250.000 pond naar mijn ouders in Syrië, daar is de situatie nog erger. Er is geen werk, er zijn geen huizen, geen elektriciteit, niks. Ik ben er sinds 2015 niet meer geweest. Terug kan ik niet, ik ben bang. Als ik terugkeer, moet ik het leger in.

Mijn familie woont vlakbij de bouwplaats waar ik werk, in een hut met een dak van zeil, die ik huur voor 300.000 pond. Voor corona en de explosie hadden we een normaal leven. We aten vlees en fruit. Nu blijft er niets over. Vroeger aten we vaak eieren met tomaten, dat was het goedkoopste, maar zelfs dat is nu duur. We eten alleen maar rijst en aardappels. We redden het net.

Mijn grootste angst is dat mijn vrouw Yasmine of een van onze kinderen, Ayham (6) of Mustafa (2), ziek wordt. Dan zou ik geld moeten lenen, maar van wie? We zijn allemaal arm. We leven met de dag, ik durf niet na te denken over de toekomst.”

Siham Tekian Beeld Dalia Khamissy
Siham TekianBeeld Dalia Khamissy

Siham Tekian (62), winkelier: ‘Sinds augustus heb ik niet meer warm gedoucht’

“Ik lijd gelukkig geen honger, maar we hebben het moeilijk. We zijn nooit miljonairs geweest, maar we hadden het goed.

Het geld dat ik nu verdien, gaat op aan medicijnen voor mijn man, eten en de winkelvoorraad. Ik kan nauwelijks nieuwe producten kopen. Een kilo suiker kocht ik vroeger voor 1500 en nu voor 12.000 pond. Waar moet ik dat geld vandaan halen?

De helft van mijn winkel is leeg. Ik heb spaargeld op de bank, maar daar kan ik niet bij. Mijn toeleveranciers hebben me krediet aangeboden, maar daar begin ik niet aan, dan raak je alsmaar dieper in de schulden.

We zijn zwaar getroffen door de explosie. Alles was kapot, de ­airconditioning die daar hangt, lag op straat. Ik woon boven de winkel. Alle deuren waren uit hun sponning gerukt, alle ramen ­waren gesprongen. Ik heb nog steeds last van mijn verwondingen, er kwam veel glas in mijn bovenarm terecht.

En de boiler was kapot, ik heb geen geld om hem te repareren. Sinds augustus heb ik niet meer warm gedoucht. Ik warm een pan water op op het fornuis om me te wassen.

Ook de winkel lag in puin, maar dankzij hulp van vrienden en vaste klanten kon ik weer open. Als mensen komen winkelen, waarschuw ik ze voor de hoge prijzen. Die stijgen iedere dag. En iedereen telt ieder dubbeltje. De meeste mensen kopen nu alleen maar koffie en brood, maar zelfs dat is voor sommigen te duur.

Vanwege corona kunnen veel mensen nergens heen, dus ­komen ze voor een praatje. Mijn sociale leven is stilgevallen. Ik durf mensen niet meer uit te ­nodigen, want ik heb de middelen niet om ze iets fatsoenlijks voor te zetten. Vlees kan ik niet meer betalen. Daarom neem ik geen uitnodigingen meer aan.”

Mariam Ali Melhem Beeld Dalia Khamissy
Mariam Ali MelhemBeeld Dalia Khamissy

Mariam Ali Melhem (61), kokkin: ‘Ik ga niet meer naar de dokter’

“Mijn hele leven is veranderd sinds corona. Er is geen werk, er is niets. Wat moet ik doen? Waar moet ik geld vandaan ­halen? Ik heb altijd gewerkt, sinds mijn twintigste. Ik ben kokkin en zodra ik een restaurant inliep, had ik een baan. Toen kwam corona, en de ex­plosie. Het laatste restaurant waar ik werkte, is beschadigd. De ­eigenaar heeft geen middelen om het te repareren, want zijn geld staat vast op de bank. Hoe kunnen de rijken de armen ­inhuren als ze niet bij hun geld kunnen?

Tijdens de explosie zijn al mijn ramen kapot gegaan. Ik heb 750.000 pond gekregen van een hulporganisatie om ze te repareren. Kijk, dit raam heb ik gerepareerd, maar voor het glas moest ik 200.000 pond betalen! De rest heb ik voorzien van zeil.

Ik zit echt aan de grond. Ik heb mijn laatste geld uitgegeven aan eten en kaarsen. Vroeger zaten er vijftien kaarsen in een pak, nu zeven. Deze twee stompjes zijn de laatste, als de stroom uitvalt, zit ik in het donker.

‘God geeft je geduld’, staat boven mijn bed, maar mijn geduld is op. Ik ben woedend. Ik heb het gevoel dat ik in een gevangenis zit met open deur. We gaan langzaam dood. Ik heb alleen maar schulden.

Ik kan mijn huur niet meer betalen. En vorig jaar moest ik worden geopereerd, dat kostte 50 miljoen pond, dat geld heb ik geleend van vrienden en familie. Naar de controles ga ik niet, dat kan ik niet betalen. Mijn zus probeert te helpen, maar zij heeft het ook moeilijk.”

Lees ook:

De gevolgen van de explosie in Beiroet zijn desastreus voor Libanon

Een gigantische explosie in de haven van Beiroet heeft dinsdagavond een ravage aangericht. Een dag later heerst er nog altijd chaos in de Libanese hoofdstad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden