null Beeld

ColumnBas den Hond

Kunnen de VS tenminste democratisch beslissen over de regels van de democratie?

In het impeachment-proces tegen ex-president Donald Trump is een bescheiden heldenrol weggelegd voor de staat Georgia. Het bracht nog eens verkiezingsdirecteur Gabriel Sterling in de herinnering, een Republikein, die een woedende persconferentie gaf over de vele leugens die de ronde deden over de vermeende fraude bij de presidentsverkiezingen daar.

En de senatoren konden opnieuw horen hoe minister van binnenlandse zaken Brad Raffensperger, een Republikein, zijn poot stijf hield tijdens het beruchte telefoongesprek waarin Trump hem probeerde over te halen genoeg stemmen te ‘vinden’ op grond van fraude of vergissingen om hem in die staat te laten winnen.

Maar die twee vertegenwoordigen niet de Republikeinse partij in Georgia. Die trekt uit de uitslag in de staat de conclusie dat de verkiezingen, als ze al niet frauduleus verliepen, in ieder geval niet in hun voordeel waren georganiseerd, en dat daar iets aan moet worden gedaan.

In de Senaat van de staat is nu een wet ingediend die allerlei maatregelen intrekt die in november het stemmen gemakkelijker maakten. De controle op de identiteit van de kiezers moet strenger worden, het stemmen per post wordt weer ingeperkt. Dat zijn maatregelen die het in de praktijk vooral Democratische kiezers lastiger maken.

En dat zal in 2024 de kans op winst van een Democratische presidentskandidaat verminderen – in november won Joe Biden in Georgia immers maar met een kleine 12.000 stemmen verschil. Al eerder kan het senator Raphael Warnock zijn zetel kosten, want die moet hij in 2022 alweer verdedigen, hij won nu met een kleine 100.000 stemmen verschil.

En al dit jaar kunnen de Republikeinse meerderheid in de volksvertegenwoordiging en de Republikeinse gouverneur van Georgia ervoor zorgen dat hun partij in het voordeel is bij de komende vijf verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden. In 2021 moeten namelijk, zoals elke keer na een volkstelling, de grenzen van de districten voor zetels in het Huis van Afgevaardigden opnieuw worden getrokken voor de komende tien jaar. Dat moet ervoor zorgen dat elk district ongeveer evenveel inwoners heeft.

Nieuwe grenzen

Door die grenzen slim langs of juist dwars door concentraties van gelijkgestemde kiezers te laten lopen, kan de invloed van Democratische kiezers worden beperkt en kunnen er zoveel mogelijk Republikeinse afgevaardigden worden gekozen.

Of andersom natuurlijk, in staten waar Democraten de macht hebben. De machtsverhoudingen in het Huis van Afgevaardigden worden zodoende sterk beïnvloed door de macht die Democraten en Republikeinen hebben in de 50 staten.

Volgens een rapport van het Brennan Center for Justice hebben de Republikeinen het na de verkiezingen van november 2020 op hun eentje voor het zeggen in genoeg staten om 188 van de 435 districten te mogen indelen zoals ze zelf willen. In 2011 waren dat er nog iets meer: 213.

Dat lijkt een gunstige verschuiving voor de Democraten. Maar in werkelijkheid breken er voor hen zware tijden aan. Want een aantal zuidelijke staten werden in 2011 nog in hun vrijheid beperkt door de Wet op het Kiesrecht. Als uitvloeisel van de belemmeringen bij het stemmen die in de vorige eeuw in die staten zwarte Amerikanen ondervonden, moest elke verandering in de organisatie van verkiezingen worden goedgekeurd door het ministerie van justitie in Washington.

In 2013 oordeelde het Hooggerechtshof dat die wet verouderd was, dat het Amerikaanse zuiden zo achterlijk niet meer was en dat, als het Congres vond dat er staten waren die nog aan de leiband moesten lopen, het dat maar opnieuw in de wet moest zetten. Maar dat laatste gebeurde niet.

Na het wegvallen van het toezicht zijn veel zuidelijke staten al enthousiast aan de gang gegaan met het stellen van strengere regels aan het stemmen, tot verontwaardiging van de Democraten. Dit jaar kunnen ze er een tandje bij zetten als de districten weer moeten worden ingedeeld.

Op de lange duur kunnen de Republikeinen op die manier de opmars van de Democratische partij niet stoppen. Zolang de Republikeinen voornamelijk de partij blijven van de witte Amerikanen, zullen ze in groei achterblijven bij de Democraten, die de gestage toename van de niet-witte bevolkingsgroepen in de armen sluiten. Maar de Republikeinen kunnen het moment dat ze daardoor electoraal de prijs betalen dankzij hun lokale macht over de verkiezingen nog lang uitstellen.

Dat geldt ook voor de presidentsverkiezingen. De Republikeinen hebben daarbij een ingebouwd voordeel, als gevolg van de manier waarop leden van het kiescollege dat de president kiest, verdeeld zijn over de staten. Deze keer was het niet genoeg, maar ze kunnen dat verschil nog vergroten, door te goochelen met de manier waarop elke staat zijn kiesmannen toekent.

Zo willen de Republikeinen in Wisconsin niet meer alle kiesmannen aan één kandidaat toekennen, zoals de meeste staten doen, maar ze verdelen aan de hand van de uitslagen in de districten van het Huis van Afgevaardigden. Bij de laatste verkiezingen zouden dan niet alle kiesmannen naar Joe Biden zijn gegaan, Donald Trump zou er ook een aantal gekregen hebben.

Maar in Nebraska, waar dat systeem nu al geldt, zouden de Republikeinen het graag afschaffen. Want ze verwachten dat de twee kiesmannen van die staat, die nu vaak over de partijen worden verdeeld, dan allebei naar de Republikeinen gaan. De Democraten in al die staten staan machteloos. Het Hooggerechtshof heeft in 2019 besloten dat staten rustig hun verkiezingen zo mogen regelen dat één partij er voordeel bij heeft.

Nieuwe wet

De enige mogelijkheid voor de Democraten om dreiging voor de komende tien jaar af te wenden, is wetgeving. In het Huis van Afgevaardigden is een uitgebreide wet op het kiesrecht ingediend, die bepaalt dat de regels voor verkiezingen neutraal moeten uitwerken.

Die wet zal door het Huis zeker worden aangenomen. Maar hij lijkt niet door de Senaat te zullen komen  omdat daar in de praktijk 60 stemmen nodig zijn voor het aannemen van wetten. De Democraten hebben daar 50 van de 100 stemmen. 

De Democraten hebben de macht in de Senaat, dankzij de doorslaggevende stem, zo nodig, van vice-president Kamala Harris. Ze zouden die 60-stemmen regel, de ‘filibuster’, kunnen afschaffen, maar dat is controversieel – zelfs niet alle Democraten zijn er voor.

Moeten ze dan maar het hoofd in de schoot leggen en weer tien jaar wachten op verlossing? Nee, schreef Stephen Marks, hoogleraar recht aan Boston University, onlangs in de Los Angeles Times. Hij stelt voor om op de filibuster een vaste uitzondering te maken voor wetten op het gebied van verkiezingen.

Iets dergelijks is al eerder gebeurd: onder bepaalde voorwaarden kunnen wetten op het gebied van overheidsuitgaven in de Senaat met een gewone meerderheid worden aangenomen.

Met andere woorden: een ondemocratische regel in de Senaat mag niet langer gebruikt worden om democratische regels te blokkeren. Het is voor de hand liggend, logisch, elegant bijna. Maar die kwaliteiten zijn geen goede voorspellers voor het lot van ideeën in de Amerikaanse politiek.

VS-correspondent Bas den Hond schrijft elke week een column over de Amerikaanse politiek. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden