Kenia

Keniaanse bosbewoners moeten de gewijde grond van hun voorouders verlaten: ‘Dit is illegaal’

Twee Sengwermannen betogen tegen hun uitzetting uit het Embobut-woudBeeld Reuters

Inheemse bosbewoners in Kenia vinden dat zij het best hun wouden kunnen beschermen tegen illegale houtkap. De overheid denkt daar anders over en zet de bevolking hun huis uit.

“Je kunt mensen toch niet verjagen midden in de winter en de coronacrisis.” Daniel Kobei, activist voor de inheemse bosbewoners Ogiek, klinkt boos over de telefoon. Driehonderd Ogiek-families werden in juni en juli in het oostelijk deel van het Mau-woud zonder waarschuwing uit hun huizen gezet, vertelt hij. Ze konden hun boeltje pakken onder toezicht van zwaarbewapende boswachters en politie, die vervolgens de huizen in brand staken. “De meesten hebben wel onderdak gevonden bij familieleden, maar die zijn allemaal klein behuisd.”

Ruim 300 kilometer noordelijker overkwam hetzelfde de Sengwer, een inheemse bevolkingsgroep voor wie het Embobut-woud het oorspronkelijke woongebied is. Net als het Mau-bosgebied ligt Embobut op een hoogte van 2500 tot 3000 meter. Het is er bitter koud nu het winter is op het zuidelijk halfrond. 

Beeld Louman & Friso

Maar de Keniaanse overheid is onverbiddelijk: de bewoners van het woud moeten vertrekken omdat hun aanwezigheid schade berokkent aan het milieu in twee van de belangrijkste waterwingebieden van het land. In het Mau-woud ontspringen twaalf rivieren die verschillende meren voeden, waaronder het Victoriameer, het op een na grootste zoetwatermeer ter wereld. Embobut is de bron van een half dozijn rivieren.

Gehavende wouden met hier en daar een plukje bos

Al rond de eeuwwisseling werd alarm geslagen over de ongebreidelde ontbossing van deze waterwingebieden. In 2004 werden daarom zo’n 100.000 mensen uit het Mau-woud gezet. Dat waren niet alleen de Ogiek, maar ook leden van andere etnische bevolkingsgroepen die, bij gebrek aan landbouwgrond in de eigen regio, hun heil in het woud hadden gezocht. Na de uitzetting slopen velen echter weer terug, kapten opnieuw bomen voor akkers en bouwden hun huizen.

De wouden van Mau en Embobut zien er dan ook gehavend uit. Er staan plukjes bos hier en daar te midden van grote akkers vol mais en aardappelen. De Keniaanse overheid schat dat 7 procent van het land bedekt is met bossen. Milieuactivisten houden het op 3 procent. De regering wil dat met bescherming en het planten van bomen opschroeven naar 10 procent.

Maar dat moet niet ten koste gaan van de rechten van de oorspronkelijke bevolking, vindt actievoerder Kobei. De Ogiek en Sengwer, samen zo’n 75.000 personen, bestonden oorspronkelijk van de jacht en van de verkoop van eetbare knollen en wilde honing. Al leven velen niet meer op die wijze, toch zijn hun traditionele woongebieden voor hen nog altijd van groot belang. Het is gewijde grond waar hun voorouders zijn begraven en waar hun geesten worden vereerd.

Het recht van de Ogiek is door het hof erkend

“De uitzetting van de Ogiek is ook nog eens illegaal”, zegt Kobei. Daarmee doelt hij op het proces tegen de Keniaanse staat dat de groep in 2017 won bij het Afrikaanse hof voor volken- en mensenrechten, gezeteld in Tanzania. “Het hof erkende het recht van de Ogiek om het Mau-woud als hun voorouderlijke woongebied te beschouwen en hun rol het te beschermen.”  

De Keniaanse regering beloofde destijds zich aan de uitspraak te houden en kondigde een moratorium op de uitzettingen af. Maar die belofte kwam ze niet na nu Ogiek toch weer uit het woud gezet zijn door zwaarbewapende boswachters. Het ministerie van binnenlandse zaken reageert niet op verzoeken voor een reactie waarom de overheid de Ogiek toch uitzet. Ook leiders van de Ogiek krijgen geen antwoord waarom de uitspraak van het hof in Tanzania niet wordt gerespecteerd.

Wel maakte milieuminister Keriako Tobiko eind juli een tijdelijk einde aan de uitzettingen, zodat alle betrokkenen rond de tafel kunnen gaan zitten. “Het Mau-woud is op sterven na dood door de massale vernieling. Uitzettingen zullen worden uitgevoerd op een wijze die de mensenrechten respecteert”, zei hij in een reactie naar aanleiding van de opschorting. Daarmee probeert de regering mogelijk ook de Europese Unie te pacificeren, die in 2018 ruim 30 miljoen euro subsidie voor de bescherming van waterwingebieden in Kenia opschortte vanwege het geweld tegen de inheemse bevolking. 

De Ogiek hebben een rechtszaak aangespannen met de eis dat de overheid zorgt voor tijdelijk huisvesting voor de uitgezette families. “We zullen alle wettelijke mogelijkheden aanpakken om onze droom van hervestiging in het Mau-woud in vervulling te doen gaan”, verklaarde Joseph Kimaiyo Towett, een van de Ogiek-leiders tijdens een persconferentie. Hij voegde eraan toe: “Al duurt het honderd jaar”.

Bosbewoners hebben geen stamstatus en dus minder rechten

De Ogiek en de Sengwer zijn de grootste groepen inheemse woudbewoners in Kenia en de enige die in belangrijke waterwingebieden leven. Het verschil is dat de Ogiek juridische middelen gebruiken voor de erkenning van hun recht om in het Mau-woud te wonen, wat ze is gelukt bij het Afrikaanse hof voor volken- en mensenrechten in Tanzania. De Sengwer houden het bij actievoeren. Hun wens om in het Embobut-woud te leven is dan ook niet door een rechter bevestigd.

Voor beide groepen geldt dat ze door de overheid niet erkend worden als een van de 44 aparte bevolkingsgroepen die het land telt. Leden van dergelijke bevolkingsgroepen ontlenen daar hun identiteit aan: ze voelen zich in de eerste plaats Kikuyu, Luo of Masai en pas op de tweede plaats Keniaan. Ze hebben allemaal hun oorspronkelijke woongebieden waarvoor ze geld, diensten en ontwikkeling willen. Het is belangrijk een numeriek grote bevolkingsgroep te zijn, want dat is de basis voor de verdeling van overheidsgelden en het aantal politieke vertegenwoordigers.

De inheemse bosbewoners worden door de overheid slechts gezien als clans van in de buurt wonende bevolkingsgroepen. Die worden in Kenia vaak nog aangeduid als stammen, een term die in het Westen inmiddels als politiek niet-correct geldt. Maar een populair gezegde in Kenia is en blijft: “Als je niet tot een stam behoort, besta je niet.” En zo voelen de Ogiek en de Sengwer dat ook. Het ontbreken van de stamstatus ontneemt ze rechten in het land waar hun voorouders waarschijnlijk al veel eerder leefden dan vele van hun mede-Kenianen. 

Lees ook:

Boswachters strijden met inheemsen over Keniaanse Embobutwoud

Het Embobut-woud in Kenia moet worden hersteld zodat de boomwortels het water weer vasthouden. Maar dat herstel gaat ten koste van de inheemse bevolking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden