AnalyseEU-besluitvorming

Ineens zijn Nederland en Spanje bondgenoten, en wel om het vetorecht in de EU te beperken

Premier Rutte (links) in een onderonsje met zijn Spaanse ambtgenoot Sánchez, tijdens de marathon-top over de EU-meerjarenbegroting afgelopen juli. Rechts EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen.  Beeld AP
Premier Rutte (links) in een onderonsje met zijn Spaanse ambtgenoot Sánchez, tijdens de marathon-top over de EU-meerjarenbegroting afgelopen juli. Rechts EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen.Beeld AP

Premiers Rutte en Sánchez pleiten voor meer Europese assertiviteit, met behoud van de open wereldeconomie.

Vorig jaar om deze tijd stonden ze nog lijnrecht tegenover elkaar binnen de Europese Unie, bij de miljardendans om coronaherstelgeld. Nu vormen Nederland en Spanje opeens een opmerkelijk eensgezind duo, dat dwars door de (soms clichématige) Europese noord-zuidtegenstellingen heen breekt.

Demissionair VVD-premier Mark Rutte en zijn sociaaldemocratische ambtgenoot Pedro Sánchez hebben deze week een discussiestuk gepresenteerd over een sterkere rol van de EU in een woelige wereld. Daarmee bieden de twee landen – de vierde en de vijfde economie van de EU – tegenwicht aan de bekende Frans-Duitse as.

Om hun standpunten over Europa’s zogeheten ‘strategische autonomie’ extra gewicht te geven, stuurden Rutte en Sánchez hun discussiestuk aan de EU-voorzitters Ursula von der Leyen en Charles Michel, alsmede aan premier António Costa van huidig EU-voorzitter Portugal.

Het belang van ‘persoonlijke chemie’

De brexit, ofwel het wegvallen van de machtige vrijemarkt-bondgenoot het Verenigd Koninkrijk uit de EU, dwingt Nederland nog meer dan vroeger tot het zoeken naar partners om mee op te trekken. Dat kunnen steeds verschillende groepjes zijn. Een paar jaar geleden begon het met de Hanzeliga: een negental kleinere noordelijke en oostelijke EU-landen, aangevoerd door Nederland. Vorig jaar, bij de EU-begrotingsonderhandelingen, waren daar opeens de ‘zuinige vier’, eveneens aangevoerd door Nederland.

Toen zat Spanje nog in een diametraal tegenovergesteld kamp. Maar ook nu blijkt weer hoe belangrijk de zogeheten ‘persoonlijke chemie’ kan zijn in de internationale politiek: Rutte en Sánchez schijnen uitstekend met elkaar te kunnen opschieten.

Hun kernboodschap aan de rest van de EU: aan de ene kant moeten we meer met onze spierballen rollen en voor onszelf opkomen tegenover de booswichten in de wereld, maar tegelijk pal staan voor de open wereldeconomie, die de EU tot de handelsgrootmacht heeft gemaakt die zij is.

‘EU moet toewijding aan open economieën en maatschappijen overeind houden’

Die strategische autonomiediscussie woedt al een tijdje binnen Europa. Tot vorig jaar draaide die onder meer om defensie (hoe verdedigen we onszelf nu de Amerikaanse veiligheidsparaplu dichtklapt?) en de digitale economie, waarin Amerikaanse en Aziatische techgiganten de dienst uitmaken.

De Covid-19-pandemie heeft de zorgen nog veel breder gemaakt. Voor het leeuwendeel van de simpelste geneesmiddelen en beschermingsmiddelen als mondmaskers is de EU afhankelijk van productie elders.

Die optelsom leidde in sommige hoofdsteden (met name Parijs) tot de conclusie dat we dat soort cruciale productiefaciliteiten en andere strategische troeven dan maar naar Europa moesten halen, of in ieder geval dichterbij, weg uit die verre landen, desnoods door overheidshand gedwongen.

Bij die gedachte trapte Nederland al van meet af aan op de rem, en Rutte heeft nu dus in Sánchez een bondgenoot gevonden. “De EU moet haar toewijding aan open economieën en maatschappijen overeind houden”, schrijven ze. “De strategische economie van de EU impliceert geen isolationisme of economisch protectionisme; ze zou eerder gestoeld moeten zijn op de principes van multilateralisme, samenwerking en op regels gebaseerde vrijhandel, zonder de belangen van de minst ontwikkelde landen daarbij te ondermijnen.”

‘Nuttig om vetorecht op sommige terreinen af te schaffen’

De meeste aandacht trok echter een passage aan het eind van het document, over de EU-besluitvorming. Vooral in het buitenlandbeleid staat die te boek als stroperig en ineffectief, vanwege de unanimiteitsregel. Eén land kan daardoor ferme stappen blokkeren, zoals vaak genoeg gebeurt. Wat Nederland en Spanje betreft ‘zou het nuttig kunnen zijn’ om te bekijken of het vetorecht op sommige terreinen kan worden afgeschaft. In plaats daarvan kunnen besluiten met zogeheten gekwalificeerde meerderheid worden genomen.

Dat standpunt is, wat Nederland aangaat, niet helemaal nieuw. Zowel Rutte als demissionair minister Blok van buitenlandse zaken liet de afgelopen jaren al weten open te staan voor het wegwerken van de veto’s, maar alleen in het buitenlandbeleid. De traditionele unanimiteit op belastinggebied blijft voor Nederland en een aantal kleinere landen nog even een heilig huisje.

Lees ook:
EU-leiders bezinnen zich over afhankelijkheid rest van de wereld

Niet iedereen heeft dezelfde ideeën over ‘strategische autonomie’. Premier Rutte hoopt dat drang naar Europese zelfredzaamheid niet leidt tot protectionisme.

Cyprus blokkeert EU-sanctiebesluit tegen Wit-Rusland

Europese politiek gaat zelden voor de schoonheidsprijs, en dat geldt al helemaal voor het EU-buitenlandbeleid, maar in september vorig jaar werden in Brussel toch weer nieuwe niveaus van lelijkheid aangeboord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden