Uitspraak

In Rwanda kan je ook privé maar beter geen kritiek op president Kagame leveren

Paul Kagame, de president van Rwanda. Beeld REUTERS

Kritiek op Kagame is gevaarlijk, zelfs in privégesprekken. Vandaag horen twee van zijn vroegere vrienden of ze vrij komen. 

Het is riskant om kritiek te hebben op de Rwandese regeringspolitiek of op de president, Paul Kagame, zo hebben de voormalige brigadegeneraal Frank Rusagara en diens zwager kolonel Tom Byabagamba ervaren. Zij kregen respectievelijk 20 en 21 jaar celstraf, omdat ze in een privégesprek Rwanda een bananenrepubliek hadden genoemd en kritiek uitten op Kagame.

Vandaag horen de twee de uitspraak in hun hoger beroep. Dan hebben ze er al jaren cel op zitten: ze werden vijf jaar geleden gearresteerd en in 2016 veroordeeld door een militaire rechtbank wegens het aanzetten tot een opstand en het bezoedelen van de reputatie van de regering. De VN-werkgroep voor willekeurige hechtenis oordeelde destijds al dat hun opsluiting een schending was van internationaal recht. 

“Het is een typisch voorbeeld van hoe in Rwanda met de vrijheid van meningsuiting wordt omgesprongen”, meent Lewis Mudge, directeur Centraal-Afrika van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. “Persoonlijke politieke meningen en commentaren zouden niet beperkt moeten zijn. Het maakt duidelijk dat er geen enkele kritiek mag worden geuit op Kagame en zijn regeringspolitiek.”

President Paul Kagame, de president van Rwanda wordt in juni dit jaar hartelijk ontvangen door commissievoorzitter van de EU, Jean-Claude Juncker. Veel kritiek op de autoritaire stijl van leiding geven in Rwanda hebben EU-landen niet. Beeld EPA

Critici van de president en zijn politiek worden in Rwanda gevangengezet, ze zijn verdwenen, gevlucht of vermoord. De bekendste was Patrick Karegeya, een jeugdvriend van Kagame en het voormalig hoofd van de Rwandese inlichtingendienst. Hij werd in 2014 vermoord in zijn zelfgekozen ballingsoord Zuid-Afrika, volgens Rwandese oppositiekringen in opdracht van de regering in Kigali.

De autoriteiten ontkenden, maar Kagame zei kort na de moord: “Je kan Rwanda niet verraden zonder daarvoor gestraft te worden. Iedereen, ook zij die nog leven, zullen de gevolgen oogsten. Het is slechts een kwestie van tijd.”

Rusagara en Byabagamba kennen Kagame van nabij, omdat ze net als hij in het rebellenleger vochten dat een einde maakte aan de volkerenmoord in 1994. Destijds werden zo’n 800.000 leden van de Tutsi-minderheid gedood door het toenmalig Hutu-bewind.

Britse parlementsleden hebben een uiterst voorzichtig geformuleerde brief geschreven aan de Rwandese president, waarin ze hem vragen om Rusagara en Byabagamba vrij te laten op medische gronden. Kigali wees de brief direct van de hand als inmenging. Zodra buitenlandse mogendheden kritiek leveren, gebruikt Kagame zijn troefkaart en herinnert eraan dat geen enkel land meehielp om de genocide te voorkomen of om een einde te maken aan de massamoord.

Toch bevindt Groot-Brittannië, net als Nederland, zich in de positie om met Rwanda het gesprek aan te gaan over het gebrek aan vrijheid van meningsuiting, meent Lewis Mudge.

Beide landen hebben Rwanda geholpen met de wederopbouw na de volkerenmoord – Nederland stak miljoenen in verbetering van de rechtspraak. “Nederland staat altijd voorop als het gaat om de vrijheid van meningsuiting en democratische principes. Maar in het geval van Rwanda is er  weinig tot niets te horen van kritiek. Als partner van Rwanda zou Nederland zich juist in deze discussie kunnen mengen”, vindt Mudge.

Het Westen bekritiseert Rwanda ook weinig omdat Kagame en zijn regering een economisch wonder hebben verricht. Het land was na de volkerenmoord totaal kapot, maar toont inmiddels gezonde groeicijfers en ontwikkeling. 

Kinderen

“Wij voelen ons alleen en in de steek gelaten”, zegt Veronica Shandari, de oudste dochter van Rusagara aan de telefoon uit Londen. Zij en de vier andere kinderen hebben in Groot-Brittannië een vluchtelingenstatus gekregen. Zij woonden er al toen hun vader als militair attaché op de Rwandese ambassade werkte.

“Hij werd naar Kigali gesommeerd en als militair gehoorzaam je direct. Dat was de laatste keer dat we hem zagen, omdat hij direct werd gearresteerd”, vertelt Shandari. De inmiddels volwassen kinderen moeten sinds drie jaar voor zichzelf zorgen nadat hun moeder in Londen aan kanker overleed. 

Het vijftal hoeft ook niet te rekenen op steun van de Rwandese gemeenschap in Groot- Brittannië. “Niemand durft zich met ons in te laten of zelfs met ons gezien te worden”, aldus Shandari.

Zij is pessimistisch over de kans op vrijlating van haar vader en oom. “Het is een gepolitiseerde militaire rechtbank. We hebben weinig fiducie in een eerlijke rechtsgang.”

Lees ook:

Rob van Putten was machteloze toeschouwer van de Rwandese horror

De genocide in Rwanda begon op 6 april 1994, morgen 25 jaar geleden. Bijna een miljoen mensen werden afgeslacht. Rob van Putten was erbij, als enige Nederlandse militair in Rwanda bij de VN-vredesmacht UNAMIR.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden