Een deelnemer aan de jaarlijkse onafhankelijkheidsmars in Warschau op 11 november.

InterviewHistoricus Jan Grabowski

In Polen is het oorlogsverleden politiek, net als het geloof in de Poolse onschuld

Een deelnemer aan de jaarlijkse onafhankelijkheidsmars in Warschau op 11 november.Beeld Reuters

Hij wees zijn landgenoten op hun weinig fraaie rol tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd aangeklaagd voor smaad op basis van een omstreden Holocaust-wet. Historicus Jan Grabowski won. Toch is hij pessimistisch. ‘De Poolse staat heeft laten zien dat hij achter iedereen aan kan.’

Rosanne Kropman

Afgelopen zomer waren er momenten dat historicus Jan Grabowski blij was met de mondkapjesplicht in Polen. Zijn gezicht stond afgedrukt op de voorpagina van rechts-conservatieve kranten en bladen, en op televisie waren hij en socioloog Barbara Engelking bestempeld als bedriegers en nestbevuilers.

“Het is vrij intimiderend om je eigen gezicht in het nieuws te zien als vervalser van de Poolse geschiedenis,” zegt hij in een druk koffietentje vol studenten om de hoek van de universiteit van Warschau, waar hij een deel van het jaar lesgeeft.

Steen des aanstoots was het in 2018 verschenen boek over de Holocaust Dalej jest noc, wat nacht zonder einde betekent. Daarin komt de burgemeester van het dorp Malinowo ter sprake. Tot het moment van publicatie stond deze Edward Malinowski bekend als oorlogsheld, die een Joodse vrouw had helpen vluchten. Maar dat was niet het hele verhaal. De burgemeester had de Duitsers ook naar een groep Joden in de bossen geleid, waarna zij alle 22 zijn vermoord, toonden Engelking en Grabowski aan.

Een lont in het kruitvat

De tweeslachtigheid van de burgemeester, als helper van één Jodin en tegelijk als medeplichtige aan de moord op 22 anderen, bleek een nieuwe lont in het kruitvat dat de strijd om de Poolse oorlogsherinnering is.

Een nicht van de al lang geleden overleden burgemeester, zelf hoogbejaard, klaagde Engelking en Grabowski aan voor smaad. Dat deed ze op basis van een wet uit 2018 die het verbiedt om de Poolse staat in verband te brengen met medeplichtigheid aan de Holocaust. Haar advocaat werd betaald door een stichting die subsidie krijgt van de overheid.

In februari oordeelde de Poolse rechtbank dat Grabowski en Engelking schuldig waren. Ze moesten in het openbaar hun excuses aanbieden en een schadevergoeding aan de nicht betalen. De academici gingen in beroep. Deze zomer sprak een hogere rechter de twee vrij.

Niet iedere Pool was een slachtoffer

Op de dag van de vrijspraak maakte minister van justitie Zbigniev Ziobro hen in een tweet uit voor leugenaars. In een moeite door noemde hij de uitspraak van het Hof van Beroep in Warschau ‘een schande’. ‘Het is een aanslag op het recht’, fulmineerde hij.

Niet de eersten en niet de enigen

Niet alleen Jan Grabowski en Barbara Engelking zijn aangeklaagd voor smaad, omdat ze man en paard noemen in hun onderzoeken naar gebeurtenissen tijdens de Duitse bezetting. Nadat Jan Gross in 2015 in de Duitse krant Die Welt zei dat Polen meer Joden vermoord hebben dan Duitsers, werd hij aangeklaagd voor ‘het aantasten van de goede naam van Polen’. Recht en Rechtvaardigheid (PiS) had enige weken daarvoor de verkiezingen gewonnen.

Het openbaar ministerie had eerder ander werk van Gross onderzocht, maar dat leidde niet tot vervolging. De Poolse autoriteiten hebben de aanklacht laten vallen toen Gross met pensioen ging.

Ook journalisten hebben last van de wet. Zo is Katarzyna Markusz begin dit jaar verhoord, nadat zij schreef over Poolse betrokkenheid bij de Jodenvervolging.

De nationalistische regering zet de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in als middel om het Poolse patriottisme aan te wakkeren. Dat is een risicovolle strategie die het land verdeelt. Wie naar de feiten kijkt, ziet dat niet iedere Pool een onschuldig slachtoffer van de overheerser was.

Hoe gevoelig de periode tussen 1939 en 1945 nog ligt in Polen is voor een buitenlander moeilijk voor te stellen. Grabowski doet toch een poging het uit te leggen: “Nederland is de meest dodelijke plek voor Joden geweest in West-Europa. Haal je de discussie over de betrokkenheid van Nederland daarbij voor de geest en vermenigvuldig de heftigheid met honderd, als je wilt weten hoe het in Polen is.

‘De Holocaust gebeurde hier op deze plek’

“Een voorbeeld: in 2015 waren er presidentsverkiezingen. Er was een tv-debat tussen toenmalig president Komorowski en zijn uitdager, de huidige president Duda. De allereerste vraag die Duda stelde was hoe Komorowski het gewaagd had om excuses aan te bieden voor de massamoord op Joden in Jedwabne door hun Poolse dorpsgenoten. Hoe kon hij de schuld naar ons Polen schuiven? Het geeft je een idee van de plek die dit inneemt in de nationale politiek van vandaag.”

De onafhankelijkheidsmars van 11 november. Beeld Reuters
De onafhankelijkheidsmars van 11 november.Beeld Reuters

Drie miljoen van de zes miljoen joden die tijdens de Holocaust werden vermoord, stierven in bezet Polen. Vernietigingskampen lagen op Pools grondgebied. Een Poolse Jood had een overlevingskans van 1,5 procent.

Tegelijk leden ook de niet-Joodse Polen vreselijk onder de terreur. De nazi’s beschouwden de Polen als untermenschen, bijna 2 miljoen van de 35 miljoen Polen haalden het einde van de Tweede Wereldoorlog niet. Ter vergelijking en om de reikwijdte van dit nationale trauma aan te geven: het Niod, instituut voor oorlogs-, Holocaust- en genocidestudies, schat het aantal Nederlandse slachtoffers op 250.000 mensen, van wie minstens 102.000 Joden.

“De Holocaust gebeurde hier op deze plek, waar wij nu zitten.” Grabowski wijst naar het raam van het koffietentje dat uitkijkt op een binnentuin.

Nobel slachtofferschap, noemt Grabowski het

“In Polen is er geen debat over of de maatschappij wist van de gaskamers, zoals in Nederland. In 1942 wist iedereen hier al hoe de vork in de steel zat, dus het debat gaat hier niet over weten of niet weten.”

In Polen draait het debat waarin Grabowski en Engelking in de frontlinie zitten om medeplichtigheid. “Het gaat hier over actieve deelname aan de moord op duizenden mensen. Veel Polen werden medeplichtig door Joden te beroven, ze aan te klagen en te vermoorden.”

Dit hardop zeggen ligt uiterst gevoelig. “Het is hier niet welkom”, beaamt Grabowski. Maar noem het niet controversieel. “Dat is het niet, het bewijs is overweldigend. Er zijn verslagen uit 1942 van het Poolse verzet over Polen die deelnemen aan massamoorden; onze brandweermannen, onze politie. In talloze dorpen over heel Polen hebben de inwoners Joden bestolen. Ze hebben de Duitsers geholpen door Joden aan te geven. Dat kun je ontkennen, maar je kunt ook de Holocaust ontkennen.”

Het geloof in nationale onschuld, of ‘nobel slachtofferschap’ zoals Grabowski het noemt, is niet voorbehouden aan het conservatief-nationalistische deel van Polen. Ook voor progressieve Polen is het ingewikkeld om in de muil van de hedendaagse geschiedenis te kijken.

Heeft niet iedereen geleden? Eerst onder de nazi’s, daarna onder het juk van het Sovjet-communisme?

‘Je kiest niet voor de Holocaust, de Holocaust kiest jou’

“De samenleving is tot op het bot verdeeld, net als de politiek. Er zijn twee kampen die elkaar haten. Het enige waar ze elkaar in vinden, is de verdediging van de onschuld van de Poolse natie.

“Stel je voor dat je opgevoed bent met het idee dat jouw samenleving slachtoffer is van wrede regimes. Dat je voorvaderen altijd aan de zijde van de waarheid stonden. Plots komt er iemand die zegt dat jouw samenleving wel degelijk betrokken was. Dat is een andere perceptie. Zie hier: een moreel slagveld van epische proportie.”

“Je kiest niet voor de Holocaust, de Holocaust kiest jou,” antwoordt Grabowski op de vraag hoe hij over dit onderwerp begon te schrijven. Twintig jaar gelden, hij had net een boek af over de geschiedenis van Canada, begon zijn Joods-Poolse vader iets meer te vertellen over zijn oorlogsverleden.

Een dikker wordende ring oorlogsmonumenten

Tegelijk vond Grabowski in Warschau rechtbankverslagen van processen tegen Joden die met hulp van Polen door de nazi’s werden aangeklaagd en las hij het invloedrijke en verketterde boek Buren van historicus Jan Gross, over de rol van de plaatselijke bevolking bij de vernietiging van de Joden in Jedwabne.

“Ik ben hier geboren en getogen, dus ik wist hoe delicaat dit onderwerp was, maar ik dacht dat het voor een historicus juist een uitdaging zou zijn. Het gaat tenslotte om een stuk geschiedenis dat verdraaid of genegeerd is.”

Zo’n tien jaar geleden begon hij zich uit te spreken. De aanleiding was de steeds dikker wordende ring van Poolse oorlogsmonumenten rond het Joods-historisch museum, het Polin, dat middenin het gebied staat waar tot 1943 het getto van Warschau was, tot dat tot op de laatste steen verwoest werd. “Als een cordon sanitaire wordt het museum omringd door monumenten die de Poolse rechtschapenheid herdenken. De autoriteiten portretteren de Polen alsof ze de Joden beschermden. Individuele heldenverhalen zijn tot norm gekatapulteerd. Terwijl: er woonden daar 350.000 mensen, die het merendeels niet hebben overleefd. Er wás daar geen Poolse hulp.”

‘Het is de bezetting van een herinnering’

In 2012 had Grabowski er genoeg van toen hij hoorde over plannen om een monument te bouwen dat herinnerde aan de Joodse dankbaarheid voor de redding van de Joden door de Polen. “Midden in het getto! Het was gewoon te veel. Het is een bezetting van de herinnering. Je bouwt je eigen monument om de herinnering te overschrijven van de ander, die op afstand staat en die je vreemd is. Dus ik schreef op wat ik vond van deze zelfglorificatie, dit nationaal narcisme.”

De regering-Tusk was toen aan de macht. “De nationalistische golf was al erg aanwezig, dus ik wist wel dat er slecht nieuws onderweg was, maar wat we nu meemaken had ik niet voor mogelijk gehouden. Eerder was het onaangenaam, nu is het een achtbaan. Voor de gekken van nu zijn historische mythen de kern van hun mandaat, het definieert wie zij zijn en houdt hun electoraat bijeen. Zij zien mensen zoals ik en mijn collega’s als een directe bedreiging.”

Dat hij de staat heeft durven tarten, heeft nu nog gevolgen. Met belastinggeld betaalde historici vlooien door zijn publicaties en die van anderen op zoek naar fouten en naar overtredingen van de in 2018 ingestelde wet die verbiedt dat de Poolse staat in verband gebracht wordt met de Holocaust. “Ze checken iedere voetnoot. Als ze dan één fout vinden, en die maakt ieder mens, verklaren ze al je werk tot een leugen.”

‘Wij hadden geluk: onze rechter was een dappere vrouw’

Dat maakt dat Grabowski, ondanks de vrijspraak van smaad, bezorgd is over de toekomst. “Als ik dacht dat deze uitspraak het einde van mijn problemen was, zou ik opgelucht zijn, maar het enige wat dit aantoont, is dat er nog moedige rechters zijn in een zwaar aangetast rechtssysteem”, verzucht hij. “Dat valt uiteen onder de aanvallen van de autoriteiten. Wij hadden geluk dat we een dappere vrouw als rechter hadden, maar daar betaalt ze waarschijnlijk de prijs nog wel voor.”

Grabowski kan altijd nog terug naar Canada, al wordt hij daar niet graag toe gedwongen.

“Ik klaag niet, want ik ben niet afhankelijk van een Pools salaris. Dat is anders voor leraren, regionale historici, journalisten. Mensen zijn bang geworden. De Poolse staat heeft met deze rechtszaak laten zien dat, als hij achter ons senior onderzoekers aan kan gaan, hij achter iedereen aan kan. Ik mag dan een kleine slag gewonnen hebben, de oorlog is niet voorbij.”

Dit stuk is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden